Nieuw verschenenHet gesprek van een gelovige met zijn zielPreken · 6 dagen geleden
Joseph Charles Philpot J.C. Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun

Korenaren

 

 

Vandaag

Korenaren Uit De Volle Oogst

21 mei Korenaren uit de volle oogst

Verzadig ons in de morgenstond met uw goedertierenheid, zo zullen wij juichen, en verblijd zijn in al onze dagen.
Psalm 90:14

Veel kinderen van God worden heen en weer geslingerd op een zee van grote onzekerheid, twijfel en vrees, omdat zij geen merkbare openbaringen van Christus aan hun ziel ontvangen hebben. Hij is niet bij hen binnengekomen in de kracht van Zijn liefde. Toch zeggen zij vaak: „Wanneer zult Gij tot mij komen? O, bezoek mij met Uw zaligheid; spreek een woord tot mijn ziel; U en U alleen wil ik horen, zien en kennen!” Dat zijn de trekkingen van de genadige Heere, het verborgen begin van Zijn komst, de herauten van Zijn nadering, het aanbreken van de dag voordat de Morgenster opgaat en de Zon haar op de voet volgt.

Maar wanneer de Heere komt in een lieflijke openbaring van Zijn tegenwoordigheid of macht, dan wil Hij ook woning maken waar Hij gekomen is. Want nooit verlaat of begeeft Hij de ziel die Hij eens bezocht heeft. Het kan lijken alsof Hij dat doet; Hij kan Zich terugtrekken, en wie kan Hem dan zien? Maar in werkelijkheid verlaat Hij nooit de tempel die Hij eens door Zijn tegenwoordigheid versierd en geheiligd heeft. Christus is in de harten van Zijn volk gevormd tot de hoop der heerlijkheid; hun lichaam is de tempel van de Heilige Geest, en Christus woont in hen door het geloof. Hoewel wij vaak treuren over Zijn afwezigheid en Zijn genadige tegenwoordigheid niet voelen zoals wij zouden wensen, is Hij er toch, als Hij er eens gekomen is.

Gij, die God vreest, gij allen prijst de Heer!
Dat Jakobs zaad zijn grote naam vereer’!
ontzie Hem toch, o Israël, en leer
vertrouwend wachten.
Wie mij veracht’, God wou mij niet verachten,
noch oor noch oog van mijn verdrukking wenden,
maar heeft verhoord, wanneer ik uit d’ellenden
riep naar omhoog.

Ps. 22:12

Aan de lezer…

Wie nog nooit zo’n merkbare openbaring van Christus aan zijn ziel gekend heeft als waarvan anderen getuigen, kan daarover bekommerd zijn; misschien bent u zo iemand. Wordt u daarom heen en weer geslingerd tussen hoop en vrees? En roept u toch: „Wanneer zult Gij tot mij komen? Spreek een woord tot mijn ziel”? Weet dan dat dit roepen zelf al het trekken van de Heere is, het aanbreken van de dag voordat de Morgenster opgaat.

En is Hij eens tot u gekomen, maar voelt u Zijn tegenwoordigheid niet meer zoals u wenst? Hij kan Zich terugtrekken, maar Hij verlaat nooit werkelijk de ziel die Hij eens bezocht heeft. Hij is daar, ook als u treurt over Zijn afwezigheid. Bid dan met de psalmist: „Verzadig ons in de morgenstond met Uw goedertierenheid.” Hij Die het begin gaf, zal ook de volheid geven.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

365 Dagen Met Philpot

21 mei 365 dagen met Philpot

Christus’ hemelvaart

Gij zijt opgevaren in de hoogte; Gij hebt de gevangenis gevankelijk gevoerd; Gij hebt gaven genomen om uit te delen onder de mensen; ja ook de wederhorigen, om bij U te wonen.
Psalm 68:19

Het is goed om te bedenken dat Jezus, als Sions verheven Koning, „gaven genomen heeft om uit te delen onder de mensen; ja, ook de wederhorigen om bij U te wonen.” Petrus brengt dit duidelijk naar voren in de preek die hij op de gedenkwaardige Pinksterdag hield: „Hij dan, door de rechterhand Gods verhoogd zijnde, en de belofte des Heiligen Geestes ontvangen hebbende van de Vader, heeft dit uitgestort, dat gij nu ziet en hoort” (Hand. 2:33). Het was als onze gekroonde Koning dat Hij de gaven en genaden van de Heilige Geest, de beloofde Trooster, ontving en uitstortte.

Dezelfde gezegende waarheid wordt bevestigd en uitgelegd door de apostel Paulus: „Daarom zegt Hij: Als Hij opgevaren is in de hoogte, heeft Hij de gevangenis gevangen genomen, en heeft de mensen gaven gegeven. Nu dit: Hij is opgevaren; wat is het dan dat Hij ook eerst is nedergedaald in de nederste delen der aarde? Die nedergedaald is, is Dezelfde ook, Die opgevaren is ver boven al de hemelen, opdat Hij alle dingen vervullen zou” (Ef. 4:8-10). De apostel zinspeelt hier op de profetische uitspraak in Ps. 68:19. Eén uitdrukking in die uitspraak is heel zoet en mooi, volgens de vertaling in de kanttekening: „Gij hebt gaven genomen om uit te delen onder de mensen”, waarbij in de kanttekening staat „in de mens”, dat wil zeggen: in Zijn menselijke natuur, waarin Hij verhoogd is als onze gezalfde Koning.

Lezen: Psalm 68:1-21

Aan de lezer…

Hoe vaak voelt u zich arm en leeg, zonder licht, zonder leven, zonder kracht om te bidden? Hoor dan wat de psalm zegt: de verheven Koning heeft gaven genomen om uit te delen onder de mensen, ja, ook de wederhorigen. Die gaven zijn niet voor wie al rijk zijn, maar voor wie niets hebben. Hij ontving ze niet voor Zichzelf, maar om ze uit te storten.

En let erop: Hij ontving ze „in de mens”, in Zijn menselijke natuur. Hij Die opgevaren is ver boven al de hemelen, is Dezelfde Die eerst nedergedaald is. Hij kent de nood van een mensenhart van binnenuit. Breng dan uw leegte bij Hem. Hebt u Hem weerstaan en bent u wederhorig geweest, sluit uzelf dan niet buiten; ook voor zulke mensen zijn de gaven bestemd, zodat zij bij Hem zouden wonen.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

Door Baca's Vallei

21 mei Door Baca’s vallei

Die Zelf onze zonden in Zijn lichaam gedragen heeft op het hout.
1 Petrus 2:24

We vragen de Heere soms om een verbroken hart, een verslagen geest, een teder geweten, een nederige geest. Maar alleen een geloofsgezicht op wat de vriendelijke Verlosser aan het kruis heeft moeten doorstaan, toen Hij onze zonden met hun hele gewicht en de toorn van God daarover gedragen heeft, kan werkelijk een hard en stenen hart breken. Geen enkel ander gezicht kan ons zo’n besef geven van de afschuwelijkheid van de zonde. Maar het oog van het geloof dat hierop gericht is, smelt weg van Goddelijke smart. De zondaar snikt van waarachtig berouw en betuigt met de diepste en nederigste belijdenissen voor God wat een vreselijke zondaar en lage afvallige hij geweest is voor de ogen van Zijn oneindige heiligheid, majesteit en vlekkeloosheid. Ach, welke hoop is er voor onze schuldige zielen, welke toevlucht of schuilplaats voor de rechtvaardige toorn van God, welke bedekking tegen de vloek van een vurige wet, dan alleen in het kruis van Jezus?

O, wat een gezicht is het, wanneer Hij voor de ogen van ons verlicht verstand geopenbaard wordt als Hij Die onze zonden in Zijn lichaam op het hout droeg! O, met het oog van het geloof al die vreselijke zonden te zien die ons zoveel inwendige smart en moeite hebben bezorgd; al die vreselijke afkeringen en treurige afwijkingen waarop we alleen met schaamte en smart kunnen terugzien. O, alles te zien wat we gezegd, gedacht en gedaan hebben en waartegen het geweten getuigt, en al die ontelbare boosheden waarbij we nooit hebben stilgestaan en die het geweten vergeten was. O, al deze gruwelen met het oog van het geloof van ons schuldig hoofd weggenomen te zien en gelegd op het hoofd van het Lam van God! Waar, o waar zouden we hulp hebben kunnen krijgen uit een andere bron of langs een andere weg? Er is elders geen hulp.

Waar kunt u de verzoening vinden, verzegeld in uw gemoed, vergeving, geopenbaard in uw ziel, of enige verwachting de hemel te verkrijgen en aan de hel te ontkomen, dan alleen in het kruis? En wat anders kan u troosten dan in uw eigen binnenste enig getuigenis te hebben van uw deel aan dit dierbare bloed en die gerechtigheid, en voor uzelf te weten dat de dierbare Verlosser uw zonden in Zijn lichaam gedragen heeft op het hout?

Ik weet werkelijk heel goed dat er een bijzonder geloof nodig is om dit te geloven, een geloof dat een gave en een werking van God is. Er is een bijzondere openbaring van de zaligheid door het bloed van het Lam aan de ziel voor nodig, en een gezegende mededeling van de kracht van de gekruisigde Christus aan het hart. Maar ik geloof (ik spreek alleen naar de innerlijke overtuiging van elk hart dat door de vinger van God is aangeraakt), ik geloof dat, tenzij dit in enige mate beoefend wordt, er geen ware verlichting, geen ware vrede met God, geen sterk en blijvend fundament kan zijn waarop we ons voor de eeuwigheid kunnen gronden. Niets dan dit is sterk genoeg om de vrees voor de dood weg te nemen en de poorten van de hemel te openen.

Aan de lezer…

Bidt u soms om een verbroken hart, en blijft het toch zo hard en koud? We kunnen ons hart niet zelf breken, hoe we het ook proberen. Er is maar één gezicht dat een stenen hart kan doen smelten: het geloofsgezicht op de vriendelijke Verlosser, Die Zelf onze zonden in Zijn lichaam gedragen heeft op het hout. Daar leert de ziel wat de zonde is, en daar vloeien de tranen van waarachtig berouw.

Denk eens aan al die zonden waarop u met schaamte terugziet, en aan al die ontelbare boosheden die u zelf vergeten bent. Wat zou het zijn ze van uw schuldig hoofd weggenomen te zien en gelegd op het hoofd van het Lam van God! Elders is er geen hulp, geen bedekking tegen de vloek van een vurige wet. Vraag de Heere dan om dat geloof, dat Zijn eigen gave is, zodat u persoonlijk mag weten: Hij droeg ook mijn zonden. Niets anders is sterk genoeg om de vrees voor de dood weg te nemen.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina