2 dagen geleden verschenen
Het gesprek van een gelovige met zijn ziel
Een uitleg van Psalm 42:12 als gesprek tussen David en zijn ziel: waarom de ziel terneergeslagen en onrustig is, waarom ze op God moet hopen en hoe die hoop uitloopt…
9 dagen geleden verschenen
Het woord van Gods genade
Een uitleg van Handelingen 20:32: Paulus beveelt de oudsten van Efeze aan God en aan het woord van Zijn genade. Alleen dat woord, door de Geest toegepast, bouwt de ziel…
2 weken geleden verschenen
Schatten in de duisternis
Uitleg van Jesaja 45:2,3 voor Gods kinderen: de Heere gaat voor hen uit, maakt kromme wegen recht, verbreekt koperen deuren en ijzeren grendels, geeft verborgen schatten en leert hen zo…
3 weken geleden verschenen
Verkrijgen en verliezen
Naar Prediker 3:6: een levende ziel verkrijgt geestelijke dingen, van kennis van God en van zichzelf tot geloof en vergeving, maar verliest ook haar eigen gerechtigheid en kracht. De preek…
Het schudden van wat gemaakt is en de vastheid van wat gegeven is
Over Hebreeën 12:27,28: wat gemaakt is, wordt geschud en weggenomen, wat God geeft blijft. Het Koninkrijk dat niet bewogen kan worden wordt door geloof ontvangen, door genade vastgehouden en draagt…
Korenaren Uit De Volle Oogst
Dan zullen wij kennen, wij zullen vervolgen, om de Heere te kennen.
Hosea 6:3
De Heere te kennen is een bevindelijke en geestelijke ervaring: de kracht van Jezus’ bloed en Zijn rechtvaardigheid te kennen, onze eeuwige vereniging met Hem te kennen; Hem te kennen zoals Hij alleen door de Geest gekend kan worden, in zielsgemeenschap met Hem, zodat wij met Hem kunnen spreken zoals een man spreekt met zijn vriend; Hem zo te kennen dat de geheimen van Zijn hart aan ons worden geopenbaard en wij door het geloof de lengte, de breedte, de diepte en de hoogte ingaan van de liefde van Christus, die alle verstand te boven gaat; Hem te kennen alsof wij dronken van Zijn Geest en Zijn merkteken diep in onze zielen gedrukt was door de Heilige Geest; Hem te kennen als Degene Die uit Zijn heerlijk heiligdom neerdaalt in onze harten, onze zielen vervult met Zijn tegenwoordigheid en Zijn liefde; Hem te kennen als Degene Die in ons de hoop der heerlijkheid uitstort, onze harten maakt tot Zijn tempel, in ons woont, Zichzelf in ons uitstort en in ons spreekt – als het ware elke beweging van ons hart en elk vermogen van onze ziel in werking brengend.
Zo de Heere te kennen is de wezenlijke inhoud van levende godzaligheid. En aangezien „de Heere te kennen” de kennis inhoudt van Jehova in Zijn Drie-eenheid van Personen en Eenheid van Wezen, mogen wij terecht zeggen dat Jehova de Vader kennen in Zijn eeuwige liefde, Jehova de Zoon in Zijn zoenbloed, en Jehova de Geest in Zijn goddelijke werking en zegenend onderwijs, reeds hier beneden de voorsmaak der zaligheid is. Want God te kennen en God te zien is de volle zaligheid hierboven.
’k Heb U voorwaar in ’t heiligdom
voorheen beschouwd met vrolijk’ ogen.
Hoe zag ik daar Uw alvermogen,
hoe blonk Uw godd’lijk’ eer alom!
Want beter dan dit tijd’lijk leven
is Uwe goedertierenheid.
Och, werd ik daarheen weer geleid,
dan zou mijn mond U d’ere geven.
Ps. 63:2
Aan de lezer…
Misschien, lezer, leest u dit en denkt u: zo ken ik de Heere niet. U hebt nog niet met Hem gesproken zoals een man spreekt met zijn vriend; u weet nog weinig van de lengte en breedte van Zijn liefde. Laat dat u niet doen wanhopen, maar laat het u doen vervolgen. Want dat is juist het woord van de profeet: „Wij zullen vervolgen, om de Heere te kennen.” Het is een weg, geen enkele stap, en wie hem gaat, gaat hem gedurig verder.
Wilt u weten wat het hart van levende godzaligheid is? Niet een kennis in het hoofd, maar de Vader kennen in Zijn eeuwige liefde, de Zoon in Zijn zoenbloed en de Geest in Zijn zegenend onderwijs. Dat is de voorsmaak der zaligheid reeds hier beneden. Is uw kennis nog klein, uw verlangen hoeft het niet te zijn. Zoek Hem dan, met heel uw hart, want Zijn goedertierenheid is beter dan het leven.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Dan zullen wij kennen, wij zullen vervolgen, om de Heere te kennen.
Hosea 6:3
De Heere kennen is een bevindelijke en geestelijke ervaring. Het is de kracht van Jezus’ bloed en Zijn gerechtigheid kennen, en onze eeuwige vereniging met Hem kennen. Het is Hem kennen zoals Hij alleen door de Geest gekend kan worden, in de gemeenschap van de ziel met Hem, zodat wij met Hem kunnen spreken zoals een man spreekt met zijn vriend. Het is Hem zo kennen dat de geheimen van Zijn hart aan ons worden geopenbaard en wij door het geloof ingaan in de lengte, de breedte, de diepte en de hoogte van de liefde van Christus, die alle verstand te boven gaat. Het is Hem kennen alsof wij van Zijn Geest dronken en de Heilige Geest Zijn stempel diep in onze zielen had gedrukt. Het is Hem kennen als Degene Die uit Zijn heerlijk heiligdom neerdaalt in onze harten en onze zielen vervult met Zijn tegenwoordigheid en Zijn liefde. Het is Hem kennen als Degene Die de hoop der heerlijkheid in ons uitstort, onze harten tot Zijn tempel maakt, in ons woont, Zichzelf in ons uitstort en in ons spreekt, en als het ware elke beweging van ons hart en elk vermogen van onze ziel in werking brengt.
De Heere zo kennen is de wezenlijke inhoud van levende godzaligheid. „De Heere kennen” houdt in dat wij Jehovah kennen in Zijn Drie-eenheid van Personen en Eenheid van Wezen. Daarom mogen wij terecht zeggen dat het kennen van Jehovah de Vader in Zijn eeuwige liefde, van Jehovah de Zoon in Zijn zoenbloed en van Jehovah de Geest in Zijn goddelijke werking en zegenend onderwijs, al hier beneden de voorsmaak van de zaligheid is. Want God kennen en God zien is de volle zaligheid daarboven.
’k Heb U voorwaar in ’t heiligdom
voorheen beschouwd met vrolijk’ ogen.
Hoe zag ik daar Uw alvermogen,
hoe blonk Uw godd’lijk’ eer alom!
Want beter dan dit tijd’lijk leven
is Uwe goedertierenheid.
Och, werd ik daarheen weer geleid,
dan zou mijn mond U d’ere geven.
Ps. 63:2
Aan de lezer…
Misschien leest u dit en denkt u: zo ken ik de Heere niet. U hebt nog niet met Hem gesproken zoals een man spreekt met zijn vriend, en u weet nog weinig van de lengte en breedte van Zijn liefde. Laat dat u niet doen wanhopen, maar laat het u doen vervolgen. Want dat is juist het woord van de profeet: „Wij zullen vervolgen, om de Heere te kennen.” Het is een weg en geen enkele stap, en wie hem gaat, gaat steeds verder.
Wilt u weten wat het hart van levende godzaligheid is? Niet een kennis in het hoofd, maar de Vader kennen in Zijn eeuwige liefde, de Zoon in Zijn zoenbloed en de Geest in Zijn zegenend onderwijs. Dat is hier beneden al de voorsmaak van de zaligheid. Is uw kennis nog klein, uw verlangen hoeft dat niet te zijn. Zoek Hem dan met heel uw hart, want Zijn goedertierenheid is beter dan het leven.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Then shall we know, if we follow on to know the Lord.
Hosea 6:3
“To know the Lord” is to know experimentally and spiritually the power of Jesus’ blood and righteousness; to know our eternal union with Him; to know Him so as to be led by the Spirit into soul communion with Him, that we may talk with Him as a man talks with his friend; to know Him so that the secrets of His heart should be revealed to us, and we enter by faith into the length and breadth and depth and height of the love of Christ which passes knowledge; to know Him so as to drink into His Spirit, and to have His image stamped by the Holy Spirit upon our souls.
It is to know Him as coming down into our hearts out of His glorious sanctuary, filling our souls with His presence and His love; to know Him as formed in us the hope of glory, making our bodies His temple, dwelling in us, breathing Himself into us, speaking in us, moving as it were every affection of our heart and every faculty of our soul. Thus to know the Lord is the sum and substance of vital godliness.
And, as “to know the Lord” implies, as well as comprehends, the knowledge of Jehovah in His Trinity of Persons and Unity of Essence, well may we say that, to know Jehovah the Father in His eternal love, to know Jehovah the Son in His redeeming blood, and to know Jehovah the Spirit in His divine operations and blessed teaching, is the foretaste of bliss below; and to know and see God as He is, is the consummation of bliss above.
To the reader…
Perhaps you read this and think: I do not know the Lord like that. You have not yet spoken with Him as a man speaks with his friend, and you know little as yet of the length and breadth of His love. Do not let that make you despair, but let it make you follow on. For that is exactly the word of the prophet: “Then shall we know, if we follow on to know the Lord.” It is a road and not a single step, and whoever walks it goes ever further.
Do you want to know what the heart of vital godliness is? Not a knowledge in the head, but to know the Father in His eternal love, the Son in His atoning blood and the Spirit in His blessed teaching. That is the foretaste of bliss here below already. If your knowledge is still small, your longing need not be. Seek Him, then, with all your heart, for His lovingkindness is better than life.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Y conoceremos, y proseguiremos en conocer a Jehová.
Oseas 6:3
“Conocer a Jehová” es conocer experimental y espiritualmente el poder de la sangre y la justicia de Jesús; conocer nuestra unión eterna con Él; conocerle de tal manera que seamos guiados por el Espíritu a la comunión del alma con Él, para que hablemos con Él como habla un hombre con su amigo; conocerle de tal manera que los secretos de Su corazón nos sean revelados, y entremos por la fe en la longitud y anchura, profundidad y altura del amor de Cristo, que excede a todo conocimiento; conocerle de tal manera que bebamos de Su Espíritu y tengamos Su imagen impresa por el Espíritu Santo en nuestras almas.
Es conocerle cuando desciende a nuestros corazones desde Su glorioso santuario, llenando nuestras almas con Su presencia y Su amor; conocerle formado en nosotros como esperanza de gloria, haciendo de nuestros cuerpos Su templo, morando en nosotros, infundiéndose a Sí mismo en nosotros, hablando en nosotros, moviendo, por así decirlo, cada afecto de nuestro corazón y cada facultad de nuestra alma. Conocer así a Jehová es la suma y sustancia de la piedad vital.
Y como “conocer a Jehová” implica, y a la vez comprende, el conocimiento de Jehová en Su Trinidad de Personas y Unidad de Esencia, bien podemos decir que conocer a Jehová el Padre en Su amor eterno, conocer a Jehová el Hijo en Su sangre redentora, y conocer a Jehová el Espíritu en Sus operaciones divinas y Su bendita enseñanza, es el anticipo de la dicha aquí abajo; y conocer y ver a Dios tal como Él es, es la consumación de la dicha allá arriba.
Al lector…
Quizá lee usted esto y piensa: yo no conozco así al Señor. Todavía no ha hablado con Él como habla un hombre con su amigo, y sabe todavía poco de la longitud y la anchura de Su amor. No deje que eso le haga desesperar, sino que le haga proseguir. Porque esa es exactamente la palabra del profeta: “Y conoceremos, y proseguiremos en conocer a Jehová”. Es un camino y no un solo paso, y quien lo anda avanza cada vez más.
¿Quiere saber cuál es el corazón de la piedad vital? No un conocimiento en la cabeza, sino conocer al Padre en Su amor eterno, al Hijo en Su sangre expiatoria y al Espíritu en Su bendita enseñanza. Eso es ya aquí abajo el anticipo de la dicha. Si su conocimiento es todavía pequeño, su anhelo no tiene por qué serlo. Búsquele, pues, de todo corazón, porque mejor es Su misericordia que la vida.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl
365 Dagen Met Philpot
Waarheid
En [gij] zult de waarheid verstaan, en de waarheid zal u vrijmaken.
Johannes 8:32
Is de uitverkiezing een geopenbaarde waarheid in Gods geïnspireerde Boek? Ontvangen we de Bijbel als een onthulling van de gedachten en wil Gods? Geloven we dat elk deel ervan werd ingegeven door de Heilige Geest? Aanvaarden we het als onze geloofsregel; als de enige maatstaf voor goed en fout; als het enige middel dat God ons heeft gegeven om Hem te leren kennen, „den enige waarachtige God, en Jezus Christus, Dien Gij gezonden hebt” (Joh. 17:3)? Als we dit geloven, als we dit belijden, dan moeten we niet, of de leerstelling van de uitverkiezing nu wel of niet overeenstemt met onze natuurlijke opvattingen, of zij nu wel of niet overeenkomt met onze vooropgezette denkbeelden, ons verstandsvermogen gebruiken tegen het gezaghebbende Woord Gods.
Als we dit namelijk wel doen, handelen we rechtstreeks tegen onze belijdenis in, en trekken met onze linkerhand omlaag wat we met onze rechter hebben opgebouwd. We zeggen en herroepen; ontkennen wat we beweren en beweren wat we ontkennen; leggen een fundament en struikelen erover; belijden de Bijbel te geloven, en maken hem dan tot doelwit van onze ongelovige pijlen. Dit doen en ongedaan maken is dus niet alleen in strijd met de echte godsdienst, maar ook met het gezonde verstand, en veroordeelt ons niet alleen wegens zonde, maar ook wegens dwaasheid.
Als we ons dus christenen noemen en gelovigen van de Bijbel, moeten we niet de vrijheid nemen om de vijandschap en bezwaren van onze vleselijke geest in te zetten tegen leerstellingen die erin worden onthuld, of ze ons nu aanstaan of niet. Als we dit namelijk doen, vechten we niet zozeer tegen de leerstelling zelf, als wel tegen de allerhoogste Majesteit van de hemel, met Wiens gezag bekleed zij tot de mensenkinderen komt.
Lezen: Romeinen 9:1-16
Aan de lezer…
Misschien, waarde lezer, komt er iets in u in opstand wanneer u leest over de uitverkiezing. Uw natuurlijke opvattingen sputteren tegen, en uw verstand zoekt bezwaren. Wees daar eerlijk over voor de Heere; zulke vijandschap zit diep in een vleselijk hart. Maar weeg dan ook ernstig wat ik zeg: wie belijdt de Bijbel als Gods Woord te ontvangen, kan niet met de ene hand afbreken wat hij met de andere opbouwt.
Wie tegen een geopenbaarde waarheid strijdt, strijdt niet zozeer tegen een leerstelling als wel tegen de allerhoogste Majesteit, met Wiens gezag zij tot ons komt. Buig dan liever, ook waar u niet alles begrijpt. Leg uw redeneringen neer aan Zijn voeten en vraag om een ontvankelijk hart. Want het eeuwige leven is dit, dat zij den enige waarachtige God kennen, en Jezus Christus, Dien Hij gezonden heeft. Wie zo leert buigen, zal ervaren dat de waarheid niet knelt, maar vrijmaakt.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
En [gij] zult de waarheid verstaan, en de waarheid zal u vrijmaken.
Johannes 8:32
Is de uitverkiezing een geopenbaarde waarheid in Gods ingegeven Boek? Ontvangen we de Bijbel als een openbaring van de gedachten en de wil van God? Geloven we dat elk deel ervan door de Heilige Geest is ingegeven? Aanvaarden we hem als onze geloofsregel, als de enige maatstaf voor goed en kwaad, als het enige middel dat God ons gegeven heeft om Hem te leren kennen, „den enige waarachtige God, en Jezus Christus, Dien Gij gezonden hebt” (Joh. 17:3)? Als we dit geloven en belijden, dan mogen we ons verstand niet gebruiken tegen het gezaghebbende Woord van God, of de leer van de uitverkiezing nu wel of niet strookt met onze natuurlijke opvattingen, en of zij nu wel of niet overeenkomt met onze vooropgezette denkbeelden.
Want als we dat wel doen, handelen we lijnrecht tegen onze belijdenis in, en halen we met onze linkerhand neer wat we met onze rechter hebben opgebouwd. We zeggen iets en nemen het weer terug; we ontkennen wat we beweren en beweren wat we ontkennen; we leggen een fundament en struikelen erover; we belijden de Bijbel te geloven en maken hem dan tot doelwit van onze ongelovige pijlen. Dit doen en weer ongedaan maken is dus niet alleen in strijd met de ware godsdienst, maar ook met het gezonde verstand. Het veroordeelt ons niet alleen wegens zonde, maar ook wegens dwaasheid.
Als we ons dus christenen noemen en zeggen dat we de Bijbel geloven, mogen we ons niet de vrijheid veroorloven de vijandschap en bezwaren van onze vleselijke geest in te zetten tegen leerstukken die erin geopenbaard worden, of ze ons nu aanstaan of niet. Want als we dat doen, strijden we niet zozeer tegen het leerstuk zelf, als wel tegen de allerhoogste Majesteit van de hemel, met Wiens gezag bekleed het tot de mensenkinderen komt.
Lezen: Romeinen 9:1-16
Aan de lezer…
Misschien komt er iets in u in opstand wanneer u leest over de uitverkiezing. Uw natuurlijke opvattingen sputteren tegen, en uw verstand zoekt bezwaren. Wees daar eerlijk over voor de Heere; zulke vijandschap zit diep in een vleselijk hart. Maar weeg dan ook ernstig wat ik zeg: wie belijdt de Bijbel als Gods Woord te ontvangen, kan niet met de ene hand afbreken wat hij met de andere opbouwt.
Wie tegen een geopenbaarde waarheid strijdt, strijdt niet zozeer tegen een leerstuk als wel tegen de allerhoogste Majesteit, met Wiens gezag het tot ons komt. Buig dan liever, ook waar u niet alles begrijpt. Leg uw redeneringen neer aan Zijn voeten en vraag om een ontvankelijk hart. Want dit is het eeuwige leven, dat zij den enige waarachtige God kennen, en Jezus Christus, Dien Hij gezonden heeft. Wie zo leert buigen, zal ervaren dat de waarheid niet knelt, maar vrijmaakt.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
And ye shall know the truth, and the truth shall make you free.
John 8:32
Is election a revealed truth in God’s inspired Book? Do we receive the Bible as a revelation of the mind and will of God? Do we believe that every part of it was inspired by the Holy Ghost? Do we accept it as our rule of faith, as the only standard of right and wrong, as the only means God has given us to come to know Him, “the only true God, and Jesus Christ, Whom Thou hast sent” (John 17:3)? If we believe and profess this, then we may not use our reason against the authoritative Word of God, whether the doctrine of election agrees with our natural views or not, and whether it accords with our preconceived notions or not.
For if we do, we act directly against our profession, and pull down with our left hand what we have built up with our right. We say a thing and take it back again; we deny what we assert and assert what we deny; we lay a foundation and stumble over it; we profess to believe the Bible and then make it the target of our unbelieving arrows. This doing and undoing is thus contrary not only to true religion, but also to common sense. It condemns us not only for sin, but also for folly.
If, then, we call ourselves Christians and say that we believe the Bible, we may not take the liberty of bringing the enmity and objections of our carnal mind against doctrines revealed in it, whether they please us or not. For if we do, we fight not so much against the doctrine itself as against the most high Majesty of heaven, clothed with Whose authority it comes to the children of men.
Reading: Romans 9:1-16
To the reader…
Perhaps something in you rises up when you read about election. Your natural views protest, and your reason looks for objections. Be honest about this before the Lord; such enmity lies deep in a carnal heart. But then weigh seriously what is said here: whoever professes to receive the Bible as God’s Word cannot pull down with one hand what he builds up with the other.
Whoever fights against a revealed truth fights not so much against a doctrine as against the most high Majesty, with Whose authority it comes to us. Bow rather, even where you do not understand everything. Lay your reasonings down at His feet and ask for a teachable heart. For this is life eternal, that they might know the only true God, and Jesus Christ, Whom He has sent. Whoever learns to bow so will find that the truth does not bind, but makes free.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Y conoceréis la verdad, y la verdad os libertará.
Juan 8:32
¿Es la elección una verdad revelada en el Libro inspirado de Dios? ¿Recibimos la Biblia como una revelación de la mente y la voluntad de Dios? ¿Creemos que cada parte de ella fue inspirada por el Espíritu Santo? ¿La aceptamos como nuestra regla de fe, como la única norma de lo recto y lo malo, como el único medio que Dios nos ha dado para llegar a conocerle a Él, “el solo Dios verdadero, y a Jesucristo, al cual has enviado” (Jn. 17:3)? Si creemos y profesamos esto, entonces no podemos usar nuestra razón contra la Palabra autoritativa de Dios, concuerde o no la doctrina de la elección con nuestras opiniones naturales, y armonice o no con nuestras nociones preconcebidas.
Porque si lo hacemos, obramos directamente contra nuestra profesión, y derribamos con la mano izquierda lo que hemos edificado con la derecha. Decimos una cosa y la retiramos; negamos lo que afirmamos y afirmamos lo que negamos; ponemos un fundamento y tropezamos en él; profesamos creer la Biblia y luego la hacemos blanco de nuestras flechas incrédulas. Este hacer y deshacer es así contrario no solo a la verdadera religión, sino también al sentido común. Nos condena no solo por pecado, sino también por necedad.
Si, pues, nos llamamos cristianos y decimos que creemos la Biblia, no podemos tomarnos la libertad de levantar la enemistad y las objeciones de nuestra mente carnal contra las doctrinas reveladas en ella, nos agraden o no. Porque si lo hacemos, no luchamos tanto contra la doctrina misma como contra la altísima Majestad del cielo, revestida de cuya autoridad viene a los hijos de los hombres.
Lectura: Romanos 9:1-16
Al lector…
Quizá algo en usted se rebela cuando lee acerca de la elección. Sus opiniones naturales protestan, y su razón busca objeciones. Sea sincero en esto delante del Señor; tal enemistad yace en lo profundo de un corazón carnal. Pero pese entonces seriamente lo que aquí se dice: quien profesa recibir la Biblia como Palabra de Dios no puede derribar con una mano lo que edifica con la otra.
Quien lucha contra una verdad revelada no lucha tanto contra una doctrina como contra la altísima Majestad, con cuya autoridad viene a nosotros. Inclínese más bien, aun donde no lo entienda todo. Deponga sus razonamientos a Sus pies y pida un corazón dócil. Porque esta es la vida eterna: que le conozcan a Él, el solo Dios verdadero, y a Jesucristo, al cual ha enviado. Quien aprende a inclinarse así hallará que la verdad no ata, sino que hace libre.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl
Door Baca's Vallei
Al de Schrift is van God ingegeven, en is nuttig tot lering, tot wederlegging, tot verbetering, tot onderwijzing, die in de rechtvaardigheid is; opdat de mens Gods volmaakt zij, tot alle goed werk volmaakt toegerust.
2 Timotheüs 3:16, 17
Van alle onderwerpen verbonden aan ons allerheiligst geloof is het zeer gewenst dat wij een duidelijk inzicht hebben. Elk deel van de Goddelijke waarheid is met de grootste klaarheid en duidelijkheid in het Woord van God weggelegd. De donkerheid, de onkunde, de verwarring die ons belet om dit in te zien, is uit ons. Doch als wij de Schriften onderzoeken, daarover mediteren, als wij door gebed en smeking licht, leven en wijsheid trekken uit Hem „in Wie alle schatten der wijsheid en der kennis verborgen zijn,” en bovenal, als wij wat wij nu lezen, mengen met geloof, dan komt er menigmaal, ja gewoonlijk, een geleidelijke ontsluiting van licht. En wanneer wij Zijn hemelse stralen volgen, dan gaat dit licht steeds klaarder schijnen, spreidt het zich uit en openbaart de waarheid zich voller en op een meer heldere wijze voor ons oog.
Dit is de enige wijze waarop wij vervuld kunnen worden met de kennis van Gods wil in alle wijsheid en geestelijk verstand, en alzo worden wij bevestigd in het geloof, daarin overvloedig zijnde met dankzegging. Om de Schrift te verstaan en de bedoeling van de Heilige Geest te vatten, ervan doordrongen te worden en inwendig in het bezit gesteld te worden van de hemelse wijsheid, van de heilige onderwijzing en Goddelijke openbaring van de wil van God die daarin ontsloten is, vereist veel en voortdurend gebed en studie. Gelijk in handelszaken naarstigheid en vlijt tot welvaart en succes leiden, en luiheid en nietsdoen de zekere weg tot de ondergang is, zo is het ook met de grootste, ernstigste en belangrijkste van alle zaken: het belang der ziel. Er is een heilige naarstigheid, een hemelse vlijt, waardoor zij bloeit en toeneemt; en er is een luiheid en vadsigheid, ten gevolge waarvan zij gescheurde klederen dragen zal (Spreuken 23:21).
Aan de lezer…
U die de Bijbel vaak gesloten laat liggen, of hem slechts uit gewoonte opent zonder dat er licht in uw ziel valt: weet u waar dat aan ligt? Het is een eerlijk en beschamend woord dat de donkerheid niet in de Schrift ligt, maar in ons. Toch is het ook een hoopvol woord. Want Hij, „in Wie alle schatten der wijsheid en der kennis verborgen zijn”, is niet karig voor wie onderzoekt, overdenkt en om licht smeekt. Het licht komt menigmaal langzaam, als de dageraad, maar het gaat steeds klaarder schijnen.
Bent u moede en dor, en lijkt het lezen u vergeefs? Laat het Woord dan toch niet liggen. Er is een heilige naarstigheid waardoor de ziel bloeit en toeneemt, en er is een vadsigheid die haar in gescheurde klederen doet gaan. Neem dan de Schrift weer ter hand, meng wat u leest met geloof, en vraag de Heere dat Hij u Zijn wil doet verstaan in alle wijsheid en geestelijk verstand. Wie zo zoekt, zal niet ledig weggaan.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Al de Schrift is van God ingegeven, en is nuttig tot lering, tot wederlegging, tot verbetering, tot onderwijzing, die in de rechtvaardigheid is; opdat de mens Gods volmaakt zij, tot alle goed werk volmaakt toegerust.
2 Timotheüs 3:16, 17
Het is heel wenselijk dat wij een duidelijk inzicht hebben in alle onderwerpen die met ons allerheiligst geloof verbonden zijn. Elk deel van de Goddelijke waarheid is met de grootste helderheid en duidelijkheid in het Woord van God neergelegd. De duisternis, de onkunde en de verwarring die ons verhinderen dit te zien, komen uit onszelf. Maar wanneer wij de Schriften onderzoeken en overdenken, wanneer wij door gebed en smeking licht, leven en wijsheid putten uit Hem „in Wie alle schatten der wijsheid en der kennis verborgen zijn,” en vooral wanneer wij wat wij lezen met geloof mengen, dan komt er vaak, ja gewoonlijk, geleidelijk licht. En wanneer wij Zijn hemelse stralen volgen, gaat dit licht steeds helderder schijnen, breidt het zich uit en openbaart de waarheid zich voller en duidelijker voor ons oog.
Dit is de enige manier waarop wij vervuld kunnen worden met de kennis van Gods wil in alle wijsheid en geestelijk verstand, en zo worden wij bevestigd in het geloof en zijn wij daarin overvloedig met dankzegging. Om de Schrift te verstaan en de bedoeling van de Heilige Geest te vatten, ervan doordrongen te worden en innerlijk in het bezit gesteld te worden van de hemelse wijsheid, van het heilig onderwijs en de Goddelijke openbaring van de wil van God die daarin ontsloten is, zijn veel en voortdurend gebed en studie nodig. Zoals in de handel ijver en vlijt tot welvaart en succes leiden, en luiheid en nietsdoen de zekere weg naar de ondergang zijn, zo is het ook met de grootste, ernstigste en belangrijkste van alle zaken: het belang van de ziel. Er is een heilige ijver, een hemelse vlijt, waardoor zij bloeit en toeneemt; en er is een luiheid en traagheid waardoor zij gescheurde kleren zal dragen (Spreuken 23:21).
Aan de lezer…
U die de Bijbel vaak gesloten laat liggen, of hem alleen uit gewoonte opent zonder dat er licht in uw ziel valt: weet u waar dat aan ligt? Het is een eerlijk en beschamend woord dat de duisternis niet in de Schrift ligt, maar in ons. Toch is het ook een hoopvol woord. Want Hij, „in Wie alle schatten der wijsheid en der kennis verborgen zijn”, is niet karig voor wie onderzoekt, overdenkt en om licht smeekt. Het licht komt vaak langzaam, als de dageraad, maar het gaat steeds helderder schijnen.
Bent u moe en dor, en lijkt het lezen u vergeefs? Laat het Woord dan toch niet liggen. Er is een heilige ijver waardoor de ziel bloeit en toeneemt, en er is een traagheid die haar in gescheurde kleren laat gaan. Neem dan de Schrift weer ter hand, meng wat u leest met geloof, en vraag de Heere dat Hij u Zijn wil laat verstaan in alle wijsheid en geestelijk verstand. Wie zo zoekt, zal niet met lege handen weggaan.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
All scripture is given by inspiration of God, and is profitable for doctrine, for reproof, for correction, for instruction in righteousness: that the man of God may be perfect, throughly furnished unto all good works.
2 Timothy 3:16-17
On all subjects connected with our most holy faith, it is most desirable to have clear views. Every point of divine truth is laid down with the greatest clearness and precision in the Word of God. The darkness, the ignorance, the confusion which prevent us from seeing it are all in us.
But as we search the Scriptures, as we meditate upon them, as we by prayer and supplication draw light, life, and wisdom out of Him “in Whom are hidden all the treasures of wisdom and knowledge;” and, above all, as we mix faith with what we read, there is often, if not usually, a gradual breaking-in of light; and as we follow up its heavenly rays, it shines more clearly and broadly, and the truth stands out more fully and prominently before our eyes. This is the only way in which we can be “filled with the knowledge of God’s will in all wisdom and spiritual understanding,” and thus be established in the faith, abounding therein with thanksgiving.
To understand the scripture, to see in it the mind of the Holy Spirit, to be deeply penetrated with, and inwardly possessed of the heavenly wisdom, holy instruction, and gracious revelation of the counsels and will of God unfolded therein, demands much and continual patient and prayerful study. As in business, diligence and industry lead on to prosperity and success, and sloth and idleness are the sure road to ruin; so in the greatest, most serious, and important of all business, the concerns of the soul, there is a holy diligence, a heavenly industry, whereby it thrives and grows, and there is a slothful indolence whereby it becomes clothed with rags (Proverbs 23:21).
To the reader…
You who often leave the Bible closed, or open it only out of habit without any light falling into your soul: do you know where the cause lies? It is an honest and humbling word that the darkness does not lie in Scripture, but in us. Yet it is also a word full of hope. For He “in Whom are hid all the treasures of wisdom and knowledge” is not sparing towards those who search, meditate and plead for light. The light often comes slowly, like the dawn, but it shines ever more brightly.
Are you weary and dry, and does your reading seem in vain to you? Do not leave the Word lying, all the same. There is a holy diligence by which the soul thrives and grows, and there is a sloth that leaves it going about in rags. Take up the Scriptures again, then, mix what you read with faith, and ask the Lord to let you understand His will in all wisdom and spiritual understanding. Whoever seeks in this way will not go away empty-handed.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Toda Escritura es inspirada divinamente y útil para enseñar, para redargüir, para corregir, para instituir en justicia, para que el hombre de Dios sea perfecto, enteramente instruido para toda buena obra.
2 Timoteo 3:16-17
En todos los asuntos relacionados con nuestra santísima fe, es muy deseable tener ideas claras. Cada punto de la verdad divina está expuesto con la mayor claridad y precisión en la Palabra de Dios. Las tinieblas, la ignorancia y la confusión que nos impiden verlo están todas en nosotros.
Pero a medida que escudriñamos las Escrituras, a medida que meditamos en ellas, a medida que por oración y súplica sacamos luz, vida y sabiduría de Aquel “en el cual están escondidos todos los tesoros de sabiduría y conocimiento”; y sobre todo, a medida que mezclamos fe con lo que leemos, hay a menudo, si no habitualmente, una irrupción gradual de luz; y a medida que seguimos sus rayos celestiales, brilla con más claridad y amplitud, y la verdad se destaca más plena y prominentemente ante nuestros ojos. Esta es la única manera en que podemos ser “llenos del conocimiento de Su voluntad, en toda sabiduría y espiritual inteligencia”, y así ser confirmados en la fe, creciendo en ella con hacimiento de gracias.
Entender la Escritura, ver en ella el sentir del Espíritu Santo, estar profundamente penetrado de la sabiduría celestial, la santa instrucción y la revelación llena de gracia de los consejos y la voluntad de Dios que en ella se despliegan, y poseerlas interiormente, exige mucho estudio paciente, continuo y acompañado de oración. Así como en los negocios la diligencia y la laboriosidad conducen a la prosperidad y al éxito, y la pereza y la ociosidad son el camino seguro a la ruina, así también en el mayor, más serio e importante de todos los negocios, los asuntos del alma, hay una santa diligencia, una laboriosidad celestial, por la cual el alma prospera y crece, y hay una pereza indolente por la cual queda vestida de vestidos rotos (Proverbios 23:21).
Al lector…
Usted que a menudo deja la Biblia cerrada, o la abre solo por costumbre sin que ninguna luz caiga en su alma: ¿sabe dónde está la causa? Es una palabra sincera y humillante que las tinieblas no están en la Escritura, sino en nosotros. Pero es también una palabra llena de esperanza. Porque Aquel “en el cual están escondidos todos los tesoros de sabiduría y conocimiento” no es escaso con los que escudriñan, meditan y ruegan por luz. La luz a menudo viene despacio, como la aurora, pero brilla cada vez más.
¿Está cansado y seco, y le parece en vano su lectura? Aun así, no deje la Palabra a un lado. Hay una santa diligencia por la cual el alma prospera y crece, y hay una pereza que la deja andar vestida de harapos. Tome, pues, de nuevo las Escrituras, mezcle con fe lo que lee, y pida al Señor que le haga entender Su voluntad en toda sabiduría y espiritual inteligencia. Quien busca así no se irá con las manos vacías.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl