5 dagen geleden verschenen
Het gesprek van een gelovige met zijn ziel
Een uitleg van Psalm 42:12 als gesprek tussen David en zijn ziel: waarom de ziel terneergeslagen en onrustig is, waarom ze op God moet hopen en hoe die hoop uitloopt…
12 dagen geleden verschenen
Het woord van Gods genade
Een uitleg van Handelingen 20:32: Paulus beveelt de oudsten van Efeze aan God en aan het woord van Zijn genade. Alleen dat woord, door de Geest toegepast, bouwt de ziel…
2 weken geleden verschenen
Schatten in de duisternis
Uitleg van Jesaja 45:2,3 voor Gods kinderen: de Heere gaat voor hen uit, maakt kromme wegen recht, verbreekt koperen deuren en ijzeren grendels, geeft verborgen schatten en leert hen zo…
Verkrijgen en verliezen
Naar Prediker 3:6: een levende ziel verkrijgt geestelijke dingen, van kennis van God en van zichzelf tot geloof en vergeving, maar verliest ook haar eigen gerechtigheid en kracht. De preek…
Het schudden van wat gemaakt is en de vastheid van wat gegeven is
Over Hebreeën 12:27,28: wat gemaakt is, wordt geschud en weggenomen, wat God geeft blijft. Het Koninkrijk dat niet bewogen kan worden wordt door geloof ontvangen, door genade vastgehouden en draagt…
Korenaren Uit De Volle Oogst
Ik heb u gekeurd in de smeltkroes der ellende.
Jesaja 48:10
Volgens Gods eigen getuigenis moeten wij door „menigerlei strijd” in het Koninkrijk Gods ingaan, en zo is er zonder strijd geen ingang in het Koninkrijk der genade op aarde, of in het Koninkrijk der heerlijkheid hiernamaals. Maar laat ons dit altijd bedenken, dat welke bezoekingen de heiligen ook treffen, deze hun door Gods hand worden opgelegd, en wel met de zekere bedoeling hen in een toestand te brengen die hen in staat stelt die vertroostingen te ontvangen welke God alleen schenken kan. Alleen Jezus en de Vader kunnen een waarlijk bedroefd hart troosten. En van tijd tot tijd troost Hij Zijn geliefd volk door een gevoel Zijner tegenwoordigheid; door een machtwoord van Zijn genadige lippen; door het licht Zijns aanschijns; door de balsem van Zijn zoenbloed en Zijn stervende liefde, en door de werking en de getuigenis des Geestes van binnen. En als zij deze troost ontvangen van de mond Gods, dan zijn hun harten vertroost.
Hoe goed is de Heere, dat Hij uit eigen vrije genade zulke zegeningen aan Zijn vrijgekochten schenkt! Moge Hij er ons veel van geven! En moge Hij, waar Hij ook aan een onzer een eeuwige troost of zelfs een goede hoop door genade geschonken heeft, onze harten vertroosten als wij gaan door dit tranendal, en mogen onze vertroostingen noch gering, noch weinige zijn.
De Heer wou mij wel hard kastijden,
maar stortte mij niet in de dood;
verzachtte vaderlijk mijn lijden
en redde mij uit alle nood.
Ontsluit, ontsluit voor mijne schreden
de poorten der gerechtigheid;
door deze zal ik binnentreden
en loven ’s Heeren majesteit.
Ps. 118:9
Aan de lezer…
Zit u in de smeltkroes der ellende, en weet u niet waarom? Waarde lezer, de bezoeking die u treft, komt niet toevallig over u, maar wordt u door Gods hand opgelegd. Hij brengt u daar, waar u de vertroostingen kunt ontvangen die Hij alleen kan schenken. Alleen Jezus en de Vader kunnen een waarlijk bedroefd hart troosten.
Wacht dan op Hem: op een gevoel van Zijn tegenwoordigheid, op een woord van Zijn genadige lippen, op de balsem van Zijn zoenbloed. Uit vrije genade schenkt Hij die aan Zijn vrijgekochten, en Hij doet het juist in dit tranendal. Hebt u ooit een goede hoop door genade ontvangen, dan zal Hij die niet verloren laten gaan. Breng uw bedroefd hart tot Hem, want Hij weet wanneer en hoe Hij het vertroosten zal.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Ik heb u gekeurd in de smeltkroes der ellende.
Jesaja 48:10
Volgens Gods eigen getuigenis moeten wij door „menigerlei strijd” het Koninkrijk van God ingaan. Zo is er zonder strijd geen ingang in het Koninkrijk van de genade op aarde, en ook niet in het Koninkrijk van de heerlijkheid hierna. Maar laten wij altijd bedenken dat welke bezoekingen de heiligen ook treffen, die hun door Gods hand worden opgelegd. Dat gebeurt met de vaste bedoeling hen in een toestand te brengen waarin zij de vertroostingen kunnen ontvangen die alleen God kan schenken. Alleen Jezus en de Vader kunnen een werkelijk bedroefd hart troosten. En van tijd tot tijd troost Hij Zijn geliefde volk: door een besef van Zijn tegenwoordigheid, door een krachtig woord van Zijn genadige lippen, door het licht van Zijn aangezicht, door de balsem van Zijn verzoenend bloed en Zijn stervende liefde, en door de werking en het getuigenis van de Geest van binnen. En wanneer zij die troost uit de mond van God ontvangen, dan is hun hart vertroost.
Hoe goed is de Heere, dat Hij uit Zijn eigen vrije genade zulke zegeningen aan Zijn vrijgekochten schenkt! Moge Hij ons er veel van geven! En moge Hij, waar Hij iemand van ons een eeuwige troost of zelfs een goede hoop door genade geschonken heeft, ons hart vertroosten als wij door dit tranendal gaan, en mogen onze vertroostingen niet gering en niet weinig zijn.
De Heer wou mij wel hard kastijden,
maar stortte mij niet in de dood;
verzachtte vaderlijk mijn lijden
en redde mij uit alle nood.
Ontsluit, ontsluit voor mijne schreden
de poorten der gerechtigheid;
door deze zal ik binnentreden
en loven ’s Heeren majesteit.
Ps. 118:9
Aan de lezer…
Zit u in de smeltkroes der ellende, en weet u niet waarom? De bezoeking die u treft, komt niet toevallig over u, maar wordt u door Gods hand opgelegd. Hij brengt u daar waar u de vertroostingen kunt ontvangen die alleen Hij kan schenken. Alleen Jezus en de Vader kunnen een werkelijk bedroefd hart troosten.
Wacht dan op Hem: op een besef van Zijn tegenwoordigheid, op een woord van Zijn genadige lippen, op de balsem van Zijn verzoenend bloed. Uit vrije genade schenkt Hij die aan Zijn vrijgekochten, en Hij doet het juist in dit tranendal. Hebt u ooit een goede hoop door genade ontvangen, dan zal Hij die niet verloren laten gaan. Breng uw bedroefde hart bij Hem, want Hij weet wanneer en hoe Hij het zal vertroosten.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
I have chosen thee in the furnace of affliction.
Isaiah 48:10
According to God’s own testimony, it is “through much tribulation” that we are to enter into the kingdom; and therefore there is no entering into the kingdom of grace here, or the kingdom of glory hereafter, without it. But let this be ever borne in mind, that whatever affliction befalls the saints, it is laid upon them by the hand of God, and that for the express purpose of putting them into a situation and of making them capable of receiving those comforts which God only can bestow.
None but Jesus Himself and the Father can comfort a truly afflicted heart. And He can and does from time to time comfort His dear people by a sense of His presence; by a word of power from His gracious lips; by the light of His countenance; by the balm of His atoning blood and dying love; and by the work and witness of the Spirit within. And as they receive this consolation from the mouth of God, their hearts are comforted. How good the Lord is of His own free grace to bestow such blessings upon His redeemed family! May He give us much of them! And may He, wherever He has bestowed upon any of us everlasting consolation, or even a good hope through grace, comfort our hearts as we journey through this valley of tears, and may our consolations be neither few nor small.
To the reader…
Are you sitting in the furnace of affliction, and do you not know why? The trial that has come upon you does not befall you by chance, but is laid upon you by God’s hand. He brings you to the place where you can receive the comforts that only He can give. Only Jesus and the Father can comfort a truly afflicted heart.
Then wait upon Him: for a sense of His presence, for a word from His gracious lips, for the balm of His atoning blood. Of His free grace He gives these to His redeemed, and He does so in this very valley of tears. If you have ever received a good hope through grace, He will not let it be lost. Bring your sorrowing heart to Him, for He knows when and how He will comfort it.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Yo te he escogido en horno de aflicción.
Isaías 48:10
Según el propio testimonio de Dios, es “por muchas tribulaciones” como hemos de entrar en el reino; y por tanto no hay entrada en el reino de la gracia aquí, ni en el reino de la gloria en el más allá, sin ellas. Pero téngase siempre presente que cualquier aflicción que sobrevenga a los santos es puesta sobre ellos por la mano de Dios, y eso con el propósito expreso de ponerlos en una situación y de hacerlos capaces de recibir aquellos consuelos que solo Dios puede otorgar.
Nadie sino Jesús mismo y el Padre puede consolar un corazón verdaderamente afligido. Y Él puede consolar, y de tiempo en tiempo consuela, a Su amado pueblo por un sentido de Su presencia; por una palabra de poder de Sus labios llenos de gracia; por la luz de Su rostro; por el bálsamo de Su sangre expiatoria y de Su amor hasta la muerte; y por la obra y el testimonio del Espíritu en el interior. Y al recibir este consuelo de la boca de Dios, sus corazones son consolados. ¡Cuán bueno es el Señor, que por Su libre gracia otorga tales bendiciones a Su familia redimida! ¡Quiera Él darnos mucho de ellas! Y dondequiera que haya otorgado a alguno de nosotros consolación eterna, o aun una buena esperanza por gracia, quiera Él consolar nuestro corazón mientras peregrinamos por este valle de lágrimas, y que nuestras consolaciones no sean ni pocas ni pequeñas.
Al lector…
¿Está usted sentado en el horno de la aflicción, y no sabe por qué? La prueba que ha venido sobre usted no le sobreviene por casualidad, sino que es puesta sobre usted por la mano de Dios. Él le lleva al lugar donde puede recibir los consuelos que solo Él puede dar. Solo Jesús y el Padre pueden consolar un corazón verdaderamente afligido.
Espere entonces en Él: un sentido de Su presencia, una palabra de Sus labios llenos de gracia, el bálsamo de Su sangre expiatoria. Por Su libre gracia los da a Sus redimidos, y lo hace precisamente en este valle de lágrimas. Si alguna vez ha recibido usted una buena esperanza por gracia, Él no dejará que se pierda. Traiga a Él su corazón afligido, porque Él sabe cuándo y cómo lo consolará.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl
365 Dagen Met Philpot
Het lijden en sterven van Christus
En Jezus, een grote stem van Zich gegeven hebbende, gaf de geest.
Markus 15:37
Nu we nog bij het kruis van onze lijdende Heere stilstaan, kunnen we die heilige plek niet verlaten zonder even stil te staan bij een punt dat er nauw verband mee houdt: het werk dat door het lijden, bloedvergieten, de gehoorzaamheid en de dood van de Heere Jezus Christus tot stand is gebracht, en de weldaden en zegeningen die eruit voortvloeien. Het was een volbracht werk. Hier is al onze verlossing en al onze hoop. Wanneer werden ooit zulke woorden op aarde geuit als die welke Zijn barmhartige lippen vanaf het kruis spraken: „Het is volbracht”? Als we dus aan het kruis van onze aanbiddelijke Heere staan en die barmhartige woorden horen van Hem Die niet kan liegen, kunnen we, als we zijn gezegend met het levende geloof, zien dat de wet geheel is vervuld, de vloek ervan volledig is weggedragen, de straffen ervan helemaal zijn verwijderd, de zonde voor eeuwig is uitgebannen, de gerechtigheid van God ruimschoots is voldaan, al Zijn volmaaktheden op heerlijke wijze zijn verenigd, Zijn heilige wil volmaakt is gehoorzaamd, de verzoening volledig tot stand is gebracht, de verlossing barmhartig is uitgevoerd, en de Kerk voor eeuwig is behouden.
Hier zien we de zonde in haar donkerste kleuren, en heiligheid in haar hoogste schoonheid. Hier zien we de liefde Gods in haar tederste vorm, en de toorn Gods in zijn krachtigste uitdrukking. Hier zien we de heilige mensheid van de gezegende Verlosser als het ware opgeheven tussen hemel en aarde, om engelen en mensen het schouwspel van verlossende liefde te tonen, en op één en hetzelfde ogenblik, door één en dezelfde daad van de lijdende gehoorzaamheid en het bloedoffer van de Zoon van God, het eeuwige en onveranderbare ongenoegen van de Almachtige tegen de zonde, en de strenge eisen van Zijn strenge, onbuigzame gerechtigheid te verklaren, en toch ook het zachte mededogen en de onbeperkte liefde van Zijn hart voor de verkiezing der genade. Hier, en uitsluitend hier, worden genade en vrede verkregen; hier, en uitsluitend hier, stromen berouwvol verdriet en godzalige smart uit hart en ogen; hier, en uitsluitend hier, wordt de zonde beteugeld en gedood, heiligheid overgebracht, de dood overwonnen, de satan op de vlucht gejaagd, en nemen het geluk en de hemel hun aanvang in de ziel.
O, wat een hemelse zegeningen, wat stromen er nu van genade en van eer in de toekomst door de heilige mensheid van de Zoon van God! Wat een heilige ontmoetingsplaats voor berouwvolle zondaren en een vergevende God! Wat een genezingsplaats voor de schuldige, maar berouwvolle en terugkerende afvalligen! Wat een deur van hoop in het dal van Achor voor degenen die zichzelf veroordelen en mishagen! Wat een veilige plek voor zoekende zielen! En wat een gezegend toevluchtsoord voor al Gods kinderen in dit tranendal!
Lezen: Markus 15:21-40
Aan de lezer…
Waar gaat u heen, lezer, als uw hart u aanklaagt en uw geweten geen rust vindt? Er is maar één plaats waar genade en vrede verkregen worden: bij het kruis van de Heere Jezus. Daar ziet u de zonde in haar donkerste kleuren, maar daar ziet u ook de liefde Gods in haar tederste vorm. Daar heeft de gerechtigheid van God alles ontvangen wat zij eiste, en daar riep Hij Die niet kan liegen: „Het is volbracht.”
Bent u een afvallige die terugkeert, een zoekende ziel, iemand die zichzelf veroordeelt en mishaagt? Voor u is daar een deur van hoop in het dal van Achor, een ontmoetingsplaats tussen een berouwvolle zondaar en een vergevende God. Blijf daar dan staan, onder het kruis. Daar, en uitsluitend daar, wordt de zonde gedood, vloeit de godzalige droefheid uit hart en ogen, en neemt de hemel zijn aanvang in de ziel.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
En Jezus, een grote stem van Zich gegeven hebbende, gaf de geest.
Markus 15:37
Nu we nog bij het kruis van onze lijdende Heere stilstaan, kunnen we die heilige plek niet verlaten zonder kort stil te staan bij een punt dat er nauw mee verbonden is. Dat is het werk dat door het lijden, het bloedvergieten, de gehoorzaamheid en de dood van de Heere Jezus Christus tot stand is gebracht, en de weldaden en zegeningen die eruit voortvloeien. Het was een volbracht werk. Hierin ligt al onze verlossing en al onze hoop. Wanneer werden er ooit op aarde zulke woorden gesproken als die welke Zijn barmhartige lippen vanaf het kruis spraken: „Het is volbracht”? Als we dus bij het kruis van onze aanbiddelijke Heere staan en die barmhartige woorden horen van Hem Die niet kan liegen, kunnen we, als we gezegend zijn met het levende geloof, zien wat daar geschied is. De wet is geheel vervuld, haar vloek is volledig weggedragen, haar straffen zijn helemaal weggenomen, de zonde is voor eeuwig uitgebannen, de gerechtigheid van God is ruimschoots voldaan, al Zijn volmaaktheden zijn op heerlijke wijze verenigd, Zijn heilige wil is volmaakt gehoorzaamd, de verzoening is volledig tot stand gebracht, de verlossing is barmhartig uitgevoerd en de Kerk is voor eeuwig behouden.
Hier zien we de zonde in haar donkerste kleuren en de heiligheid in haar hoogste schoonheid. Hier zien we de liefde Gods in haar tederste vorm en de toorn Gods in zijn krachtigste uitdrukking. Hier zien we de heilige mensheid van de gezegende Verlosser als het ware opgeheven tussen hemel en aarde, om engelen en mensen het schouwspel van verlossende liefde te tonen. Op één en hetzelfde ogenblik, door één en dezelfde daad van de lijdende gehoorzaamheid en het bloedoffer van de Zoon van God, worden daar het eeuwige en onveranderlijke ongenoegen van de Almachtige tegen de zonde en de strenge eisen van Zijn strenge, onbuigzame gerechtigheid verklaard. En toch ook het zachte mededogen en de onbeperkte liefde van Zijn hart voor de verkiezing van de genade. Hier, en uitsluitend hier, worden genade en vrede verkregen; hier, en uitsluitend hier, stromen berouwvol verdriet en godzalige droefheid uit hart en ogen; hier, en uitsluitend hier, wordt de zonde beteugeld en gedood, wordt heiligheid meegedeeld, de dood overwonnen, de satan op de vlucht gejaagd, en nemen het geluk en de hemel hun aanvang in de ziel.
O, wat een hemelse zegeningen, wat een stromen van genade nu en van eer in de toekomst vloeien door de heilige mensheid van de Zoon van God! Wat een heilige ontmoetingsplaats voor berouwvolle zondaren en een vergevende God! Wat een plaats van genezing voor schuldige, maar berouwvolle en terugkerende afvalligen! Wat een deur van hoop in het dal van Achor voor hen die zichzelf veroordelen en mishagen! Wat een veilige plek voor zoekende zielen! En wat een gezegend toevluchtsoord voor al Gods kinderen in dit tranendal!
Lezen: Markus 15:21-40
Aan de lezer…
Waar gaat u heen, lezer, als uw hart u aanklaagt en uw geweten geen rust vindt? Er is maar één plaats waar genade en vrede verkregen worden: bij het kruis van de Heere Jezus. Daar ziet u de zonde in haar donkerste kleuren, maar daar ziet u ook de liefde Gods in haar tederste vorm. Daar heeft de gerechtigheid van God alles ontvangen wat zij eiste, en daar riep Hij Die niet kan liegen: „Het is volbracht.”
Bent u een afvallige die terugkeert, een zoekende ziel, iemand die zichzelf veroordeelt en mishaagt? Voor u is daar een deur van hoop in het dal van Achor, een ontmoetingsplaats tussen een berouwvolle zondaar en een vergevende God. Blijf daar dan staan, onder het kruis. Daar, en uitsluitend daar, wordt de zonde gedood, vloeit de godzalige droefheid uit hart en ogen, en neemt de hemel zijn aanvang in de ziel.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
And Jesus cried with a loud voice, and gave up the ghost.
Mark 15:37
While we still linger at the cross of our suffering Lord, we cannot leave that sacred spot without dwelling briefly on a point closely connected with it. That is the work accomplished by the sufferings, the bloodshedding, the obedience and the death of the Lord Jesus Christ, and the benefits and blessings which flow from it. It was a finished work. Herein lies all our salvation and all our hope. When were such words ever spoken upon earth as those which fell from His gracious lips upon the cross, “It is finished”?
If, then, we stand by the cross of our adorable Lord and hear those gracious words from Him Who cannot lie, we may, if blessed with a living faith, see what was there accomplished. The law is wholly fulfilled, its curse completely borne away, its penalties entirely removed; sin is for ever put away, the justice of God amply satisfied, all His perfections gloriously harmonised, His holy will perfectly obeyed, atonement fully made, redemption graciously accomplished, and the Church eternally saved.
Here we see sin in its blackest colours and holiness in its highest beauty. Here we see the love of God in its tenderest form and the wrath of God in its most powerful expression. Here we see the holy humanity of the blessed Redeemer lifted up, as it were, between heaven and earth, to display to angels and men the spectacle of redeeming love. At one and the same moment, by one and the same act of the suffering obedience and bloody sacrifice of the Son of God, there are declared the eternal and unchangeable displeasure of the Almighty against sin and the stern demands of His strict, inflexible justice. And yet also the tender compassion and boundless love of His heart toward the election of grace.
Here, and here alone, are mercy and peace obtained; here, and here alone, do penitent sorrow and godly grief flow from heart and eyes; here, and here alone, is sin subdued and mortified, holiness communicated, death vanquished, Satan put to flight, and happiness and heaven begun in the soul.
O what heavenly blessings, what streams of grace now and of glory hereafter, flow through the holy humanity of the Son of God! What a holy meeting-place for penitent sinners and a pardoning God! What a place of healing for guilty, yet sorrowing and returning backsliders! What a door of hope in the valley of Achor for the self-condemned and self-loathing! What a safe place for seeking souls! And what a blessed refuge for all the children of God in this vale of tears!
Reading: Mark 15:21-40
To the reader…
Where do you go, dear reader, when your heart accuses you and your conscience finds no rest? There is only one place where mercy and peace are obtained: at the cross of the Lord Jesus. There you see sin in its blackest colours, but there you also see the love of God in its tenderest form. There the justice of God has received all that it demanded, and there He Who cannot lie cried out, “It is finished.”
Are you a backslider returning, a seeking soul, one who condemns and loathes yourself? For you there is a door of hope in the valley of Achor, a meeting-place between a penitent sinner and a pardoning God. Then stay there, beneath the cross. There, and there alone, is sin put to death, does godly sorrow flow from heart and eyes, and does heaven begin in the soul.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Mas Jesús, dando una grande voz, expiró.
Marcos 15:37
Mientras aún nos detenemos junto a la cruz de nuestro Señor sufriente, no podemos dejar ese lugar sagrado sin considerar brevemente un punto estrechamente relacionado con él. Es la obra realizada por los padecimientos, el derramamiento de sangre, la obediencia y la muerte del Señor Jesucristo, y los beneficios y bendiciones que de ella fluyen. Fue una obra consumada. En esto reside toda nuestra salvación y toda nuestra esperanza. ¿Cuándo se pronunciaron jamás en la tierra palabras como las que salieron de Sus labios llenos de gracia en la cruz: “Consumado es”?
Si, pues, estamos junto a la cruz de nuestro adorable Señor y oímos esas palabras de gracia de Aquel que no puede mentir, podemos, si somos bendecidos con una fe viva, ver lo que allí fue consumado. La ley está enteramente cumplida, su maldición completamente quitada, sus penas del todo removidas; el pecado está quitado para siempre, la justicia de Dios ampliamente satisfecha, todas Sus perfecciones gloriosamente armonizadas, Su santa voluntad perfectamente obedecida, la expiación plenamente hecha, la redención llevada a cabo por gracia, y la Iglesia salvada eternamente.
Aquí vemos el pecado en sus colores más negros y la santidad en su más alta hermosura. Aquí vemos el amor de Dios en su forma más tierna y la ira de Dios en su expresión más poderosa. Aquí vemos la santa humanidad del bendito Redentor levantada, por así decirlo, entre el cielo y la tierra, para mostrar a ángeles y hombres el espectáculo del amor redentor. En un mismo momento, por un mismo acto de la obediencia sufriente y del sacrificio sangriento del Hijo de Dios, se declaran el eterno e inmutable desagrado del Todopoderoso contra el pecado y las severas exigencias de Su estricta e inflexible justicia. Y sin embargo, también la tierna compasión y el amor sin límites de Su corazón hacia la elección de gracia.
Aquí, y solo aquí, se obtienen misericordia y paz; aquí, y solo aquí, fluyen del corazón y de los ojos el dolor penitente y la tristeza que es según Dios; aquí, y solo aquí, el pecado es sometido y mortificado, la santidad comunicada, la muerte vencida, Satanás puesto en fuga, y la dicha y el cielo comenzados en el alma.
¡Oh, qué bendiciones celestiales, qué corrientes de gracia ahora y de gloria en lo venidero fluyen por la santa humanidad del Hijo de Dios! ¡Qué santo lugar de encuentro para pecadores penitentes y un Dios que perdona! ¡Qué lugar de sanidad para rebeldes culpables, pero entristecidos y que vuelven! ¡Qué puerta de esperanza en el valle de Acor para los que se condenan y se aborrecen a sí mismos! ¡Qué lugar seguro para las almas que buscan! ¡Y qué bendito refugio para todos los hijos de Dios en este valle de lágrimas!
Lectura: Marcos 15:21-40
Al lector…
¿Adónde va usted, querido lector, cuando su corazón le acusa y su conciencia no halla descanso? Solo hay un lugar donde se obtienen misericordia y paz: la cruz del Señor Jesús. Allí ve el pecado en sus colores más negros, pero allí ve también el amor de Dios en su forma más tierna. Allí la justicia de Dios ha recibido todo lo que exigía, y allí Aquel que no puede mentir clamó: “Consumado es”.
¿Es usted un rebelde que vuelve, un alma que busca, alguien que se condena y se aborrece a sí mismo? Para usted hay una puerta de esperanza en el valle de Acor, un lugar de encuentro entre un pecador penitente y un Dios que perdona. Quédese, pues, allí, al pie de la cruz. Allí, y solo allí, el pecado es mortificado, fluye del corazón y de los ojos la tristeza que es según Dios, y comienza el cielo en el alma.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl
Door Baca's Vallei
Opdat uw geloof niet zou zijn in wijsheid der mensen, maar in de kracht Gods.
1 Korinthe 2:5
Ik moge het geloof noemen het grote getij der ziel. Ik zal trachten deze uitdrukking te verklaren. Wij zien de Theems dag aan dag ebben en vloeien. Waardoor wordt deze beweging veroorzaakt? Het komt hier vandaan, dat de zee in het Kanaal gedurig verandert, in het wassen en weer terugvloeien van het water. Het is een duidelijke verklaring.
Maar hoe komt het, dat het water in het Kanaal gedurig op en neer gaat? Deze beweging van het water, die men het grote getij noemt, wordt teweeggebracht door de Atlantische Oceaan, die, waar zij eb en vloed heeft, alle andere getijen der naburige zeeën beheerst; en zo is het, dat het getij in het Kanaal en in de rivier de Theems ook eb en vloed heeft, in vereniging met deze beweging van de Atlantische Oceaan. Nu, bij vergelijking is het geloof het getij der ziel, en alle genaden en vruchten van de Geest ebben en vloeien naarmate het geloof wast of ebt. Wanneer het geloof in de ziel wast, wassen ook de genaden en vruchten van de Geest in dezelfde verhouding. Het licht vermeerdert, het leven verdiept zich, de vreze Gods wordt krachtiger, de hoop klaart op en de liefde verwakkert.
En als dit grote getij in de ziel ebt of teruggaat, dan verminderen alle kleinere getijen van de genade des Geestes evenzeer. Dus wanneer het geloof in de ziel inzinkt en op een laag peil geraakt, dan zinken en verminderen alle andere genaden in oefening. De vertroosting kwijnt weg; de hoop vernauwt zich tot een klein stroompje; het leven neemt af en bepaalt zich binnen een kleine omloop, en de liefde wordt teruggebracht tot een ondiep kanaal. En gelijk wij bij lage eb in de Theems de modderige banken zien bovenkomen, zo ook, wanneer het geloof in de ziel is ingezonken, zien en ontwaren wij niet veel meer dan modder en slijk van verderf.
Maar wat of wie stelt het grote getij in beweging? Er is ook een reden voor. Het wordt opgetrokken door de zon en het gehoorzaamt aan die aantrekkingskracht der zon. En is dit geestelijk genomen ook niet zo in de ziel? Wordt zij niet opgetrokken door de Zon der gerechtigheid, gelijk de natuurlijke zon het water van de oceaan beheerst en het doet ebben en vloeien? En wanneer die heerlijke Zon ophoudt ons geloof op te trekken, ebt en zinkt het dan niet tastbaar in de ziel, gelijk in de natuur de zee afebt wanneer de zon zich terugtrekt?
Aan de lezer…
Wie de wegen des Heeren kent, weet dat het soms eb kan zijn in de ziel; misschien is het dat nu ook bij u. Is de vertroosting weggekwijnd, de hoop een klein stroompje geworden, en ziet u niet veel meer dan modder en slijk van verderf? Schrik daar niet te zeer van. Het geloof is als het grote getij der ziel; zinkt het in, dan zinken alle andere genaden mee. Maar komt het weer op, dan wast het licht, verdiept zich het leven, klaart de hoop op en verwakkert de liefde.
En wie doet het getij weer opkomen? U kunt het niet zelf omhoog pompen; de wijsheid der mensen faalt hier geheel. Het wordt opgetrokken door de Zon der gerechtigheid, gelijk de zee gehoorzaamt aan de aantrekkingskracht van de zon. Zie dan niet zozeer op de lage stand van uw geloof, maar op Hem, Die het kan doen rijzen. Uw geloof moet niet staan in wijsheid der mensen, maar in de kracht Gods.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Opdat uw geloof niet zou zijn in wijsheid der mensen, maar in de kracht Gods.
1 Korinthe 2:5
Ik mag het geloof het grote getij van de ziel noemen. Ik zal proberen deze uitdrukking uit te leggen. Wij zien de Theems dag aan dag eb en vloed hebben. Waardoor wordt die beweging veroorzaakt? Zij komt hiervandaan, dat de zee in het Kanaal voortdurend verandert, doordat het water stijgt en weer terugvloeit. Dat is een duidelijke verklaring.
Maar hoe komt het dat het water in het Kanaal voortdurend op en neer gaat? Deze beweging van het water, die men het grote getij noemt, wordt veroorzaakt door de Atlantische Oceaan, die met haar eb en vloed alle andere getijden van de naburige zeeën beheerst. Zo komt het dat het getij in het Kanaal en in de rivier de Theems ook eb en vloed heeft, in samenhang met deze beweging van de Atlantische Oceaan. Welnu, bij vergelijking is het geloof het getij van de ziel, en alle genaden en vruchten van de Geest ebben en vloeien naarmate het geloof stijgt of daalt. Wanneer het geloof in de ziel stijgt, nemen ook de genaden en vruchten van de Geest in dezelfde mate toe. Het licht neemt toe, het leven verdiept zich, de vreze Gods wordt krachtiger, de hoop klaart op en de liefde wordt levendig.
En wanneer dit grote getij in de ziel ebt of terugtrekt, dan nemen alle kleinere getijden van de genade van de Geest evenzeer af. Wanneer het geloof in de ziel wegzakt en op een laag peil komt, zakken alle andere genaden in hun oefening mee weg en nemen af. De vertroosting kwijnt weg; de hoop krimpt tot een klein stroompje; het leven neemt af en blijft beperkt tot een kleine kring; en de liefde wordt teruggebracht tot een ondiepe geul. En zoals wij bij laag water in de Theems de modderbanken boven zien komen, zo zien en merken wij, wanneer het geloof in de ziel is weggezakt, niet veel meer dan modder en slijk van verderf.
Maar wat of wie zet het grote getij in beweging? Ook daar is een oorzaak voor. Het wordt omhooggetrokken door de zon en gehoorzaamt aan de aantrekkingskracht van de zon. En is het geestelijk gezien in de ziel niet net zo? Wordt zij niet omhooggetrokken door de Zon der gerechtigheid, zoals de natuurlijke zon het water van de oceaan beheerst en het laat ebben en vloeien? En wanneer die heerlijke Zon ophoudt ons geloof omhoog te trekken, ebt en zakt het dan niet merkbaar weg in de ziel, zoals in de natuur de zee wegebt wanneer de zon zich terugtrekt?
Aan de lezer…
Wie de wegen van de Heere kent, weet dat het soms eb kan zijn in de ziel; misschien is het dat nu ook bij u. Is de vertroosting weggekwijnd, de hoop een klein stroompje geworden, en ziet u niet veel meer dan modder en slijk van verderf? Schrik daar niet te zeer van. Het geloof is als het grote getij van de ziel; zakt het weg, dan zakken alle andere genaden mee. Maar komt het weer op, dan neemt het licht toe, verdiept het leven zich, klaart de hoop op en wordt de liefde levendig.
En wie doet het getij weer opkomen? U kunt het niet zelf omhoog pompen; de wijsheid van mensen schiet hier volledig tekort. Het wordt omhooggetrokken door de Zon der gerechtigheid, zoals de zee gehoorzaamt aan de aantrekkingskracht van de zon. Kijk dan niet zozeer naar de lage stand van uw geloof, maar naar Hem Die het kan doen rijzen. Uw geloof moet niet staan in wijsheid der mensen, maar in de kracht Gods.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
“That your faith should not stand in the wisdom of men, but in the power of God.”
1 Corinthians 2:5
True faith I may call the grand tidal wave of the soul. I will endeavor to explain the expression. We see the river Thames day by day ebbing and flowing. What causes this change? You answer, “It is produced by the sea in the Channel alternately coming up and retiring.” It is a true explanation. But what makes the sea of the Channel alternately come up and retire? There is what is called “a grand tidal wave” that comes across the Atlantic Ocean, which, as it ebbs and flows, affects all the minor tides of the neighboring seas; and thus the tide of the Channel, and that of the river Thames, ebb and flow in unison with this huge Atlantic wave.
In the same way faith is the tidal wave of the soul; and all the graces and fruits of the Spirit ebb and flow just as faith rises, or just as faith sinks. If faith rises in the soul, all the graces and fruits of the Spirit rise with it; light increases, life is deepened, the fear of God strengthened, hope brightened, and love augmented. And when this great tidal wave of faith falls in the soul, all the minor tides of the Spirit’s graces fall in unison with it.
Thus when faith recedes and becomes low in the soul, all the other graces of the Spirit sink with it; consolation ebbs out altogether, hope recedes to a narrow streamlet, life dwindles to a scanty current, and love is reduced to a shallow channel. And as in the Thames we see, at low tide, the muddy banks which the stream has forsaken, so as faith sinks to a low ebb in the soul, there seems little else left but the mud and mire of corruption.
But what makes the grand tidal wave itself move? There is a cause for that also. It is drawn up by, and obeys the attraction of the sun. And is not this true spiritually of the grand tidal wave of faith in the soul? Is it not drawn up by the Sun of righteousness, as the natural sun draws up the wave of the ocean, and makes it ebb and flow? And when that glorious Sun ceases to draw up faith, does it not ebb and sensibly sink in the soul, as the natural sea sinks when the sun recedes from it?
To the reader…
Whoever knows the ways of the Lord knows that it can sometimes be low tide in the soul; perhaps it is so with you now. Has comfort ebbed away, has hope become a little streamlet, and do you see little more than the mud and mire of corruption? Do not be too alarmed by it. Faith is like the great tide of the soul; when it sinks, all the other graces sink with it. But when it rises again, light increases, life deepens, hope brightens and love becomes lively.
And who makes the tide rise again? You cannot pump it up yourself; the wisdom of men falls completely short here. It is drawn up by the Sun of righteousness, just as the sea obeys the pull of the sun. Do not look so much, then, at the low level of your faith, but to Him Who can make it rise. Your faith should not stand in the wisdom of men, but in the power of God.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Para que vuestra fe no esté fundada en sabiduría de hombres, mas en poder de Dios.
1 Corintios 2:5
La fe verdadera puedo llamarla la gran ola de marea del alma. Intentaré explicar la expresión. Vemos el río Támesis día tras día bajar y subir. ¿Qué causa este cambio? Usted responde: “Lo produce el mar del Canal, que alternativamente sube y se retira.” Es una explicación verdadera. Pero ¿qué hace que el mar del Canal alternativamente suba y se retire? Hay lo que se llama “una gran ola de marea” que atraviesa el océano Atlántico, la cual, al bajar y subir, afecta a todas las mareas menores de los mares vecinos; y así la marea del Canal y la del río Támesis bajan y suben al unísono con esta enorme ola del Atlántico.
De la misma manera la fe es la ola de marea del alma; y todas las gracias y frutos del Espíritu bajan y suben según la fe se eleva o según la fe se hunde. Si la fe se eleva en el alma, todas las gracias y frutos del Espíritu se elevan con ella; la luz aumenta, la vida se ahonda, el temor de Dios se fortalece, la esperanza se aviva y el amor crece. Y cuando esta gran ola de marea de la fe baja en el alma, todas las mareas menores de las gracias del Espíritu bajan al unísono con ella.
Así, cuando la fe se retira y se pone baja en el alma, todas las demás gracias del Espíritu se hunden con ella; el consuelo se vacía por completo, la esperanza se reduce a un estrecho arroyuelo, la vida mengua hasta una escasa corriente, y el amor queda reducido a un cauce poco profundo. Y así como en el Támesis vemos, en marea baja, las orillas fangosas que la corriente ha abandonado, así, cuando la fe se hunde hasta un nivel bajo en el alma, parece que apenas queda otra cosa que el lodo y el cieno de la corrupción.
Pero ¿qué hace mover a la gran ola de marea misma? También para eso hay una causa. Es atraída por el sol y obedece a su atracción. ¿Y no es esto verdad espiritualmente de la gran ola de marea de la fe en el alma? ¿No es atraída por el Sol de justicia, como el sol natural atrae la ola del océano y la hace bajar y subir? Y cuando ese glorioso Sol deja de atraer la fe, ¿no baja ella y se hunde sensiblemente en el alma, como el mar natural baja cuando el sol se aleja de él?
Al lector…
Quien conoce los caminos del Señor sabe que a veces puede haber marea baja en el alma; quizá le ocurra a usted ahora. ¿Se ha retirado el consuelo, se ha vuelto la esperanza un pequeño arroyuelo, y ve usted poco más que el lodo y el cieno de la corrupción? No se alarme demasiado por ello. La fe es como la gran marea del alma; cuando se hunde, todas las demás gracias se hunden con ella. Pero cuando vuelve a subir, la luz aumenta, la vida se ahonda, la esperanza se aviva y el amor se vuelve vivo.
¿Y quién hace subir de nuevo la marea? Usted no puede bombearla por sí mismo; la sabiduría de los hombres se queda aquí completamente corta. Es atraída por el Sol de justicia, así como el mar obedece la atracción del sol. No mire, pues, tanto al nivel bajo de su fe, sino a Aquel que puede hacerla subir. Su fe no ha de estar fundada en sabiduría de hombres, sino en el poder de Dios.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl