Nieuw verschenenHet gesprek van een gelovige met zijn zielPreken · 6 dagen geleden
Joseph Charles Philpot J.C. Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun

Korenaren

 

 

Vandaag

Korenaren Uit De Volle Oogst

19 juli Korenaren uit de volle oogst

En de armen wordt het Evangelie verkondigd.
Mattheus 11:5

Wat is het Evangelie? Is het Evangelie niet de afkondiging van louter barmhartigheid, van overvloedige genade? Maakt het niet de liefde van God bekend in het zenden van Zijn eniggeboren Zoon, om te lijden en te sterven en door Zijn gehoorzaamheid, Zijn bloed en Zijn verdienste een behoudenis tot stand te brengen, zonder geld en zonder prijs? Is dat niet het Evangelie? Het wordt niet bemoeilijkt door voorwaarden en niet verlamd door iets wat het schepsel moet doen, maar het stroomt vrij, zoals de lucht in de dampkring.

Voor de armen aan wie het Evangelie verkondigd wordt, is het dierbaar. Het is juist voor hen bestemd; het is lieflijk en kostbaar wanneer het hart neergedrukt is. Maar als ik mij verhef in geestelijke trots, als ik steun op mijn eigengerechtigheid, als ik niet ontdaan ben van alles wat van het schepsel is, wat is het Evangelie dan voor mij? Dan heb ik geen hart om het te ontvangen; dan is er in mijn ziel geen plaats voor een Evangelie zonder geld en zonder prijs. Maar wanneer ik wegzink in de diepte van de armoede van het schepsel, wanneer ik niets ben en niets heb dan een massa zonde en schuld, dan wordt het Evangelie dat mijn zonde vergeeft, mijn naakte ziel bedekt, de liefde van God uitstort, mij leidt in alles wat goed is en mij omhoogvoert tot de vreugde bij een Drie-enig God, dan, zeg ik, wordt het Evangelie kostbaar.

Wanneer zo’n zuiver, zaligmakend Evangelie in mijn hart en geweten komt, heeft mijn voorafgaande armoede van geest mij daar dan niet op voorbereid? Heeft mijn bedelen van vroeger er niet de weg voor gebaand, en het mij aannemelijk en, als het komt, kostbaar gemaakt? We moeten dus arm van geest worden om de kostbaarheid van het Evangelie van Gods genade te voelen en om te drinken van de lieflijkheid en zaligheid ervan.

Heer, ik voel mijn krachten wijken
en bezwijken.
Haast U tot mijn hulp en red,
red mij, Schutsheer, God der góden,
troost in noden,
grote Hoorder van ’t gebed!

Ps. 38:22

Aan de lezer…

Soms zinkt u weg in de diepte, en hebt u niets dan een massa zonde en schuld. Voelt u uw krachten wijken, en schaamt u zich dat u met lege handen staat? Dan is dit woord voor u geen bedreiging, maar een blijde boodschap: de armen wordt het Evangelie verkondigd. Het is juist voor zulke mensen bestemd, niet bemoeilijkt door voorwaarden, maar vrij als de lucht.

Uw armoede van geest is niet tevergeefs. Al uw bedelen baant het Evangelie een weg, en maakt het voor u aannemelijk en kostbaar wanneer het komt. Het vergeeft de zonde, bedekt de naakte ziel en stort de liefde van God uit in het hart, zonder geld en zonder prijs. Wie zich verheft, heeft geen plaats voor zo’n genade; maar wie niets is en niets heeft, mag haar ontvangen. Roep dan tot de grote Hoorder van het gebed.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

365 Dagen Met Philpot

19 juli 365 dagen met Philpot

Bevinding

In Uw licht zien wij het licht.
Psalm 36:10

Dat de werkzaamheden van de gezegende Geest aan de ziel met licht gepaard gaan, blijkt zowel uit de Heilige Schrift als uit de ervaring: „De opening Uwer woorden geeft licht” (Ps. 119:130). Daarom werd Paulus naar de heidenen gezonden om hen te bekeren van de duisternis tot het licht (Hand. 26:18). Dezelfde apostel zegt tegen de gelovigen in Efeze: „Gij waart eertijds duisternis, maar nu zijt gij licht in de Heere” (Ef. 5:8). Hoe zouden we anders het Koninkrijk van God kunnen zien, wat volgens de Schrift gebeurt wanneer we wederom geboren worden (Joh. 3:3)? En hoe zouden anders eeuwige of goddelijke zaken aan de ziel geopenbaard kunnen worden? De apostel zegt immers: „Maar al deze dingen, van het licht bestraft zijnde, worden openbaar; want al wat openbaar maakt, is licht” (Ef. 5:13).

Lezen we ook niet: „Want bij U is de fontein des levens”? Dat is de bron van alle goddelijk leven. Maar er wordt aan toegevoegd: „In Uw licht zien wij het licht” (v. 10). Licht en leven gaan dus altijd samen. Zij zijn beslist de noodzakelijke en onveranderlijke gevolgen van de levendmakende genade in de vaten der barmhartigheid (Rom. 9:23). Door het licht zien we; door het leven ervaren we.

De verlichtende stralen van de Geest doen Gods Woord oplichten, dat nu „een lamp voor de voet, en een licht voor het pad” wordt (Ps. 119:105). En wat dat licht openbaart, gelooft het hart. Want de kracht van God, waarmee de toepassing van het Woord gepaard gaat, wekt in de ziel het vertrouwen op om Gods getuigenis te geloven. Wanneer het Woord dan voor de ziel tot „geest en leven” gemaakt is (Joh. 6:63), worden de plechtige dingen die de gezegende Geest daardoor aan het geloof openbaart, vaste feiten. Die grijpen haar diepste innerlijke wezen aan en nemen het in bezit.

Lezen: Psalm 36

Aan de lezer…

Het kan zijn dat het donker is in uw ziel, en dat u de dingen van God niet kunt zien zoals u zou wensen. U was eertijds duisternis; misschien voelt u die duisternis nog maar al te goed. Weet dan dat het licht niet uit uzelf moet opgaan. „In Uw licht zien wij het licht”: zo spreekt de Schrift, en zo leert de ervaring. Waar de gezegende Geest werkt, daar gaan licht en leven samen.

Vraag Hem dan of Hij Zijn Woord voor u wil doen oplichten, zodat het een lamp voor uw voet en een licht voor uw pad wordt. Wat dat licht openbaart, zal het hart geloven, want het gaat met de kracht van God gepaard. En wanneer het Woord voor u tot geest en leven gemaakt wordt, zullen de dingen die u nu nauwelijks durft te hopen, vaste feiten worden, die uw diepste innerlijke wezen aangrijpen. Bij Hem is de fontein des levens.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

Door Baca's Vallei

19 juli Door Baca’s vallei

Dewijl bij hen gans geen verandering is, en zij God niet vrezen.
Psalm 55:20

De ware godsdienst is zeker de zwaarste en toch de meest verborgen zaak waarmee wij in deze wereld te maken hebben gehad of kunnen hebben. En ik zeg u dat hij u zal vertroosten of bedroeven. Hij zal uw gemoed beproeven, uw ziel moeite bezorgen, uw geest neerdrukken en u werkelijk ellendig maken; of anders zal hij voor u de bron zijn van aangename vertroosting en van uw grootste blijdschap. Uit de godsdienst komen onze diepste smart en ons hoogste genoegen voort, de grootste onrust en de zoetste vrede. De ware godsdienst heeft dit bijzondere kenmerk, dat hij in de grootste voorspoed de oorzaak kan zijn van onze grootste droefheid, of in de grootste tegenspoed de oorzaak van de zuiverste vreugde.

Wat zijn rijkdom of gezondheid, rang of titel en iedere vertroosting die de wereld kan geven, voor een gewonde geest? Wat zijn armoede, ziekte, vervolging, verachting, een zolderkamertje of een gevangenis, voor een ziel die zich koestert in de glimlach van eeuwige liefde? De godsdienst laat zich voelen waar hij leeft, en zal getuigenis afleggen door zijn kracht en tegenwoordigheid. Als u dan deel hebt aan de ware godsdienst, wie, waar en wat u ook bent, dan kunt u niet tot de gerusten in Sion behoren. Want er zal altijd iets zijn, in uw eigen hart of van een andere kant, dat u onrustig maakt.

Job was eens op zijn gemak, maar het werd hem niet toegestaan in zijn nest de geest te geven. Daarom zegt hij: „Ik was gerust, maar Hij heeft mij verbroken en bij mijn nek gegrepen; en Hij heeft mij Zich tot een doelwit opgericht.” En toch kon hij, bij deze onverwachte en schijnbaar wrede behandeling, nog zeggen: „Ook nu, zie, in de hemel is mijn Getuige, en mijn Getuige in de hoogte.” Hij was zo zwaar beproefd en benauwd dat hij moest uitroepen: „Mijn gebeente kleeft aan mijn huid en aan mijn vlees, en ik ben ontkomen met de huid mijner tanden. Ontfermt u mijner, ontfermt u mijner, o gij mijn vrienden, want de hand Gods heeft mij aangeraakt.” Toch kon hij, verlangend dat zijn woorden niet verloren zouden gaan, er in geloofsvertrouwen aan toevoegen:

„Och, of nu mijn woorden toch opgeschreven wierden! Och, of zij in een boek wierden opgetekend! Dat zij met een ijzeren griffel en lood voor eeuwig in een rots gehouwen wierden! Want ik weet: mijn Verlosser leeft; en Hij zal de laatste over het stof opstaan. En als zij na mijn huid dit doorknaagd zullen hebben, zal ik uit mijn vlees God aanschouwen; Dewelke ik voor mij aanschouwen zal, en mijn ogen zien zullen, en niet een vreemde; mijn nieren verlangen zeer in mijn schoot.”

Aan de lezer…

Lezer, maakt uw godsdienst u soms onrustig en ellendig? Is er altijd iets in uw eigen hart, of van een andere kant, dat u verhindert rustig in uw nest te zitten? Vrees dan niet dat het daarom slecht met u staat. Juist zij bij wie gans geen verandering is, vrezen God niet; maar de ware godsdienst laat zich voelen waar hij leeft, in smart en in vreugde.

Zie op Job, die verbroken en bij de nek gegrepen werd, en wiens gebeente aan zijn huid kleefde. Toch kon hij zeggen: „Ook nu, zie, in de hemel is mijn Getuige.” En uit die diepte klonk zijn geloofsvertrouwen: „Ik weet: mijn Verlosser leeft.” Zo kan ook uw onrust de weg zijn waarlangs u de zoetste vrede leert kennen. Wat is alle wereldse vertroosting voor een gewonde geest? En wat is een zolderkamertje of een gevangenis voor een ziel die zich koestert in de glimlach van eeuwige liefde?

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina