Nieuw verschenenHet gesprek van een gelovige met zijn zielPreken · 6 dagen geleden
Joseph Charles Philpot J.C. Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun

Korenaren

 

 

Vandaag

Korenaren Uit De Volle Oogst

18 juli Korenaren uit de volle oogst

Wie zijt gij, o grote berg? Voor het aangezicht Zerubbabels zult gij worden tot een vlak veld, want hij zal de hoofdsteen voortbrengen, met toeroepingen: Genade, genade zij dezelve!
Zacharia 4:7

Als de letterlijke tempel zonder enige moeite was opgebouwd, en alles gemakkelijk en zonder hindernis was verlopen, dan zouden er bij de voltooiing geen toeroepingen van „genade, genade” geklonken hebben. Maar men had gezien hoe de Heere enkele zwakke ballingen uit Babel had teruggebracht. Men had gezien hoe Hij hen in en door al hun moeilijkheden had gesteund en gedragen, en hoe Hij, Die de grondslag gelegd had, de hoofdsteen had voortgebracht. Toen konden allen die erbij stonden zeggen: „Genade, genade zij dezelve.” Juist die moeilijkheden en beproevingen deden hen zo eenstemmig de juichtoon aanheffen, en deden hart en ziel samengaan met de stem, toen zij riepen: „Genade, genade zij dezelve.”

En wie zal straks in de eeuwigheid het luidst roepen? Hij die het diepst de vele zonden heeft gekend en gevoeld, die zijn ziel in smart en leed deden wegzinken, en ook de overvloedige genade over de zonde, die hem deed zegevieren en juichen. Wie zal de meeste reden hebben om te zingen: „Genade, genade”? De verloren ellendeling die duizenden keren gevreesd heeft dat hij ter helle zou varen, en toch door soevereine genade daaruit verlost en tot hemelse heerlijkheid en vreugde gebracht is. Geen ander kan in dat lied instemmen. Ik weet zeker dat niemand anders erin zal instemmen dan hij die door ervaring en met smart de bitterheid van de zonde en het kwaad van een bedorven hart gekend heeft. Toch heeft hij gezien dat de genade over alles heeft gezegevierd, ondanks de duivel, de wereld en hemzelf, en dat zij hem gebracht heeft op die gezegende plaats, waar hij terechtgekomen is, ondanks zijn vrees dat hij er nooit zou komen.

Hij heeft, o God, van U begeerd
het onvergank’lijk leven.
Gij hebt het hem gegeven.
Zo zijn de dagen hem vermeêrd,
zo leeft de Vorst altoos,
zo leeft hij eindeloos.

Ps. 21:4

Aan de lezer…

Vermoeide pelgrim, is uw weg vol moeilijkheden, en staat er een grote berg voor u die u niet kunt verzetten? Hebt u duizenden keren gevreesd dat u ter helle zou varen, en kent u met smart de bitterheid van de zonde en het kwaad van een bedorven hart? Denk dan niet dat dit alles u buitensluit van het lied van de verlosten. Juist de moeilijkheden deden de ballingen eenstemmig juichen.

Want Hij, Die de grondslag gelegd heeft, zal ook de hoofdsteen voortbrengen. Wie het diepst de vele zonden heeft gekend, zal het luidst roepen over de overvloedige genade over de zonde. Zo kan ook uw vrees dat u er nooit zult komen eens beschaamd worden, wanneer de genade over alles heeft gezegevierd, ondanks de duivel, de wereld en uzelf. Dan zullen ook uw hart en ziel met uw stem instemmen: „Genade, genade zij dezelve!”

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

365 Dagen Met Philpot

18 juli 365 dagen met Philpot

Bevinding

Mijn genade is u genoeg; want Mijn kracht wordt in zwakheid volbracht.
2 Korinthe 12:9

Wat een genade is het te denken dat men zo weinig vroomheid heeft! Sommigen zeggen misschien: „Ik begrijp niet wat u met die uitdrukking bedoelt, dat het een genade is te denken dat men zo weinig vroomheid heeft; ik ben het niet met u eens, want volgens mij is het helemaal geen genade, aangezien ik graag veel meer wil hebben dan ik volgens mij bezit.” Maar stel dat u en ik alle vroomheid hadden die we zouden willen hebben. Zou er dan niet een groot gevaar bestaan dat wij die vroomheid in de plaats van Jezus Christus stelden? Nu moeten we arm en behoeftig, leeg en naakt tot de Heere komen, omdat we niets van onszelf hebben en zijn. Zouden we dan niet eerder geneigd zijn met onze vroomheid tot Hem te komen, om daarop te rusten en ons zo aan Zijn gunst toe te vertrouwen?

Is het dus eigenlijk geen genade te ontdekken dat we zo weinig vroomheid hebben, als we daardoor, arm en behoeftig, leeg en naakt, deel mogen krijgen aan Christus’ volheid, en genade voor genade? Want hoe minder we menen te hebben, des te meer willen we bezitten. Hoe leger we onszelf vinden, des te meer willen we gevuld worden, en des te groter is het vermogen om te ontvangen dat we wensen. Hoe zwakker we zijn, des te meer willen we dat Christus’ kracht in onze zwakheid volbracht wordt (2 Kor. 12:9). Hoe dwazer we ons voelen, des te meer hebben we Gods onderwijs nodig, en des te meer wordt Gods wijsheid in onze dwaasheid groot gemaakt. En hoe hulpelozer we zijn, des te meer hebben we de hulp van de Heere nodig.

Het is dus niet droevig en betreurenswaardig te denken dat we zo weinig vroomheid bezitten. Integendeel, het is onze zegen te beseffen hoe weinig we hebben, als we in het besef van onze leegte komen om deel te krijgen aan Christus’ volheid.

Lezen: 2 Korinthe 12:1-10

Aan de lezer…

Wie zou niet klagen dat hij zo weinig vroomheid heeft? Zucht u dat uw ziel zo leeg, zo arm en zo zwak is, en dat u zo veel meer zou willen bezitten dan u in uzelf vindt? Het is een bittere ontdekking, en toch kan zij een genade zijn. Want als wij alle vroomheid hadden die wij begeren, hoe snel zouden wij haar dan in de plaats van Jezus Christus stellen en met onze eigen schat tot Hem komen.

Nu mag u komen zoals u moet komen: arm en behoeftig, leeg en naakt. Hoe leger u uzelf vindt, des te meer verlangt u gevuld te worden; hoe zwakker u bent, des te meer kan Zijn kracht in uw zwakheid volbracht worden. Laat uw gebrek u dan niet van Hem afdrijven, maar naar Hem toe. Zijn genade is u genoeg, en uit Zijn volheid is er genade voor genade.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

Door Baca's Vallei

18 juli Door Baca’s vallei

En desgelijks komt ook de Geest onze zwakheden mede te hulp; want wij weten niet wat wij bidden zullen, gelijk het behoort; maar de Geest Zelf bidt in ons met onuitsprekelijke zuchtingen.
Romeinen 8:26

„Wij weten niet wat wij bidden zullen, gelijk het behoort.” Hoe vaak ervaren wij dat dit bij ons zo is! Duisternis bedekt onze geest, onwetendheid spreidt zich over onze ziel uit, ongeloof kwelt onze geest en schuld verontrust ons geweten. Een menigte boze voorstellingen en dwaze, ja erger dan dwaze, omzwervingen verstrooien onze gedachten. Satan schiet zijn vurige pijlen op ons af, en de genadetroon is als met een dikke wolk bedekt. Het ongeloof fluistert zijn lage bedenkingen in, totdat er midden in dit hele razende gepeupel zo’n verwarring en dienstbaarheid ontstaat, dat de woorden alleen nog als een ijdel verhaal lijken en het gebed tot de God van de hemel als louter bedrog.

Hoe dierbaar is het dan wanneer, in dit tafereel van verwarring en verstrooiing, waarin alles schipbreuk lijkt te lijden, de gezegende Geest binnenkomt om verlossing te brengen aan de verbijsterde heilige en hem te onderwijzen hoe hij moet bidden en waarom hij moet bidden. Daarom wordt er van Hem ook gezegd dat Hij onze zwakheden mede te hulp komt. Want deze boosheden waarover wij gesproken hebben, zijn geen opzettelijke, vooraf overwogen zonden, maar ellendige zwakheden van het vlees.

Hij helpt dan onze zwakheden door de kracht en de invloed van het ongeloof te onderwerpen en door een stille kalmte in de geest te wekken. Hij doet het door satan met zijn vurige pijlen op de vlucht te jagen, door de ziel te vervullen met een eerbiedige vrees voor en een besef van de majesteit en de tegenwoordigheid van God, en door de Heere Jezus voor ogen te stellen als de Middelaar aan de rechterhand van de Vader. Hij doet het door het geloof op te wekken om te zien op Zijn Persoon en werk, op Zijn bloed en gerechtigheid; en boven alles doordat wij Hem zien tussenbeide treden voor ons en in ons met onuitsprekelijke zuchtingen. Wanneer de ziel zo verwaardigd wordt te bidden, dan zijn haar smekingen een geestelijke offerande, en haar geroep stijgt op in de oren van de Heere Zebaoth. „Want Hij, Die de harten onderzoekt, weet welke de mening des Geestes zij, omdat Hij overeenkomstig de wil van God voor de heiligen bidt” (Rom. 8:27; Jac. 5:4; 1 Petr. 2:5).

Aan de lezer…

Lezer, zit u soms voor de genadetroon en weet u niet wat u moet bidden? Bedekt de duisternis uw geest, kwelt het ongeloof u en zijn uw gedachten verstrooid, zodat het gebed u als louter bedrog voorkomt? Wanhoop dan niet aan uzelf, alsof u nooit een kind van God zou kunnen zijn. Deze dingen zijn ellendige zwakheden van het vlees, en juist bij die zwakheden komt de Geest mede te hulp.

Wanneer alles schipbreuk lijkt te lijden, kan Hij binnenkomen en een stille kalmte in de geest wekken. Hij jaagt de vurige pijlen op de vlucht, stelt de Heere Jezus u voor ogen als de Middelaar aan de rechterhand van de Vader en laat u zien op Zijn bloed en gerechtigheid. Dan wordt uw zucht een geestelijke offerande, en uw geroep stijgt op in de oren van de Heere Zebaoth. Wacht dan op Hem; Hij bidt met onuitsprekelijke zuchtingen.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina