July 18
Wie zijt gij, o grote berg? Voor het aangezicht Zerubbabels zult gij worden tot een vlak veld, want hij zal de hoofdsteen voortbrengen, met toeroepingen: Genade, genade zij dezelve!
Zacharia 4:7
Indien de wezenlijke tempel was opgebouwd zonder enige moeite; indien alles gemakkelijk en gelijkmatig was geschied, zouden er geen toeroepingen van „genade, genade” geweest zijn bij zijn voltooiing. Maar toen men gezien had hoe de Heere enige weinige zwakke bannelingen van Babel had teruggebracht; toen Hij hen had gesteund onder en gedragen door al hun moeilijkheden; en hoe Hij, Die de grondslag gelegd had, de hoofdsteen had voortgebracht, konden allen die erbij stonden, zeggen: „Genade, genade zij dezelve.” Het waren juist die moeilijkheden en beproevingen die hen zo eenstemmig de juichtoon deden aanheffen, en hart en ziel met de stem deden paren, toen zij riepen: „Genade, genade zij dezelve.”
En wie zal hiernamaals het luidst roepen? Hij die het meest de vele zonden heeft gekend en gevoeld, om zijn ziel in smart en leed te doen verzinken, en de vele genade over de zonde, om hem te doen zegevieren en juichen. Wie zal het meest reden hebben om te zingen: „Genade, genade”? De verloren ellendeling, die duizenden malen gevreesd heeft dat hij ter helle zou varen, en toch door souvereine genade daaruit verlost en tot hemelse heerlijkheid en vreugde gebracht is. Geen ander kan in dat lied instemmen, en ik weet zeker dat niemand anders ermee zal instemmen dan hij die bij ervaring en met smart de bitterheid der zonde en het kwaad van een bedorven hart gekend heeft, en het toch gezien heeft dat genade over alles heeft gezegevierd, ondanks duivel, wereld en zichzelf, en hem gebracht heeft tot die gezegende plaats, waar hij, ondanks zijn vrees van er nooit te zullen komen, gebracht is.
Hij heeft, o God, van U begeerd
het onvergank’lijk leven.
Gij hebt het hem gegeven.
Zo zijn de dagen hem vermeêrd,
zo leeft de Vorst altoos,
zo leeft hij eindeloos.
Ps. 21:4
Aan de lezer…
Vermoeide pelgrim, is uw weg vol moeilijkheden, en staat er een grote berg voor u die u niet kunt verzetten? Hebt u duizenden malen gevreesd dat u ter helle zou varen, en kent u met smart de bitterheid der zonde en het kwaad van een bedorven hart? Denk dan niet dat dit alles u buitensluit van het lied der verlosten. Het waren juist de moeilijkheden die de bannelingen eenstemmig deden juichen.
Want Hij, Die de grondslag gelegd heeft, zal ook de hoofdsteen voortbrengen. Wie het meest de vele zonden heeft gekend, zal het luidst roepen van de vele genade over de zonde. Zo kan ook uw vrees van er nooit te zullen komen eens beschaamd worden, wanneer genade over alles heeft gezegevierd, ondanks duivel, wereld en uzelf. Dan zal ook uw hart en ziel met de stem paren: „Genade, genade zij dezelve!”
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Wie zijt gij, o grote berg? Voor het aangezicht Zerubbabels zult gij worden tot een vlak veld, want hij zal de hoofdsteen voortbrengen, met toeroepingen: Genade, genade zij dezelve!
Zacharia 4:7
Als de letterlijke tempel zonder enige moeite was opgebouwd, en alles gemakkelijk en zonder hindernis was verlopen, dan zouden er bij de voltooiing geen toeroepingen van „genade, genade” geklonken hebben. Maar men had gezien hoe de Heere enkele zwakke ballingen uit Babel had teruggebracht. Men had gezien hoe Hij hen in en door al hun moeilijkheden had gesteund en gedragen, en hoe Hij, Die de grondslag gelegd had, de hoofdsteen had voortgebracht. Toen konden allen die erbij stonden zeggen: „Genade, genade zij dezelve.” Juist die moeilijkheden en beproevingen deden hen zo eenstemmig de juichtoon aanheffen, en deden hart en ziel samengaan met de stem, toen zij riepen: „Genade, genade zij dezelve.”
En wie zal straks in de eeuwigheid het luidst roepen? Hij die het diepst de vele zonden heeft gekend en gevoeld, die zijn ziel in smart en leed deden wegzinken, en ook de overvloedige genade over de zonde, die hem deed zegevieren en juichen. Wie zal de meeste reden hebben om te zingen: „Genade, genade”? De verloren ellendeling die duizenden keren gevreesd heeft dat hij ter helle zou varen, en toch door soevereine genade daaruit verlost en tot hemelse heerlijkheid en vreugde gebracht is. Geen ander kan in dat lied instemmen. Ik weet zeker dat niemand anders erin zal instemmen dan hij die door ervaring en met smart de bitterheid van de zonde en het kwaad van een bedorven hart gekend heeft. Toch heeft hij gezien dat de genade over alles heeft gezegevierd, ondanks de duivel, de wereld en hemzelf, en dat zij hem gebracht heeft op die gezegende plaats, waar hij terechtgekomen is, ondanks zijn vrees dat hij er nooit zou komen.
Hij heeft, o God, van U begeerd
het onvergank’lijk leven.
Gij hebt het hem gegeven.
Zo zijn de dagen hem vermeêrd,
zo leeft de Vorst altoos,
zo leeft hij eindeloos.
Ps. 21:4
Aan de lezer…
Vermoeide pelgrim, is uw weg vol moeilijkheden, en staat er een grote berg voor u die u niet kunt verzetten? Hebt u duizenden keren gevreesd dat u ter helle zou varen, en kent u met smart de bitterheid van de zonde en het kwaad van een bedorven hart? Denk dan niet dat dit alles u buitensluit van het lied van de verlosten. Juist de moeilijkheden deden de ballingen eenstemmig juichen.
Want Hij, Die de grondslag gelegd heeft, zal ook de hoofdsteen voortbrengen. Wie het diepst de vele zonden heeft gekend, zal het luidst roepen over de overvloedige genade over de zonde. Zo kan ook uw vrees dat u er nooit zult komen eens beschaamd worden, wanneer de genade over alles heeft gezegevierd, ondanks de duivel, de wereld en uzelf. Dan zullen ook uw hart en ziel met uw stem instemmen: „Genade, genade zij dezelve!”
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Who art thou, O great mountain? before Zerubbabel thou shalt become a plain: and he shall bring forth the headstone thereof with shoutings, crying, Grace, grace unto it.
Zechariah 4:7
If the literal temple had been built up without any trouble whatever; if all had gone on smooth and easy, there would not have been any shouting of “Grace, grace,” when it was finished. But when it was seen how the Lord had brought a few feeble exiles from Babylon; how He had supported them amid and carried them through all their troubles; and how He that laid the foundation had brought forth the head-stone, all that stood by could say, “Grace, grace unto it.” It was these very perplexities and trials that made them join so cheerily in the shout, and made the heart and soul to leap with the lips, when they burst forth with “Grace, grace unto it.” And who will shout the loudest hereafter?
He that has known and felt the most of the aboundings of sin to sink his soul down into grief and sorrow, and most of the super-aboundings of grace over sin to make him triumph and rejoice. Who will have most reason to sing, “Grace, grace?” The lost and ruined wretch, who has feared that he would go to hell a thousand times over, and yet has been delivered thence by sovereign grace, and brought to the glory and joy of heaven.
No other person is fit to join in that song; and I am sure no other will join in it but he who has known painfully and experimentally the bitterness of sin and the evil of a depraved heart; and yet has seen and felt that grace has triumphed over all, in spite of the devil, in spite of the world, and in spite of himself, and brought him to that blessed place where many times he was afraid he would never come.
To the reader…
Weary pilgrim, is your way full of difficulties, and is there a great mountain before you that you cannot move? Have you feared a thousand times that you would go to hell, and do you know with sorrow the bitterness of sin and the evil of a depraved heart? Then do not think that all this shuts you out of the song of the redeemed. It was the very difficulties that made the exiles shout with one voice.
For He Who laid the foundation will also bring forth the headstone. Whoever has most deeply known the aboundings of sin will shout the loudest over the super-aboundings of grace. So your fear that you will never get there may one day be put to shame, when grace has triumphed over everything, in spite of the devil, the world and yourself. Then your heart and soul too will join with your voice: “Grace, grace unto it!”
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
¿Quién eres tú, oh gran monte? Delante de Zorobabel serás reducido a llanura: él sacará la primera piedra con aclamaciones de Gracia, gracia a ella.
Zacarías 4:7
Si el templo literal se hubiera edificado sin dificultad alguna; si todo hubiera marchado suave y fácilmente, no habría habido ninguna aclamación de “Gracia, gracia” al terminarlo. Pero cuando se vio cómo el Señor había traído de Babilonia a unos pocos desterrados débiles; cómo los había sostenido en medio de todas sus dificultades y los había llevado a través de ellas; y cómo Aquel que había puesto el fundamento había sacado la piedra principal, todos los presentes pudieron decir: “Gracia, gracia a ella”. Fueron precisamente esas perplejidades y pruebas las que les hicieron unirse con tanta alegría a la aclamación, y las que hicieron saltar el corazón y el alma junto con los labios, cuando prorrumpieron en “Gracia, gracia a ella”. ¿Y quién aclamará con más fuerza en el más allá?
Aquel que más ha conocido y sentido la abundancia del pecado, que hundió su alma en aflicción y tristeza, y más la sobreabundancia de la gracia sobre el pecado, que le hace triunfar y regocijarse. ¿Quién tendrá más motivo para cantar “Gracia, gracia”? El miserable perdido y arruinado, que mil veces ha temido ir al infierno, y que sin embargo ha sido librado de él por la gracia soberana y llevado a la gloria y al gozo del cielo.
Ninguna otra persona es apta para unirse a ese cántico; y estoy seguro de que ningún otro se unirá a él, sino aquel que ha conocido dolorosa y experimentalmente la amargura del pecado y la maldad de un corazón depravado; y que, no obstante, ha visto y sentido que la gracia ha triunfado sobre todo, a pesar del diablo, a pesar del mundo y a pesar de sí mismo, y le ha llevado a aquel lugar bendito al que muchas veces temió no llegar jamás.
Al lector…
Peregrino cansado, ¿está su camino lleno de dificultades, y se alza delante de usted un gran monte que no puede mover? ¿Ha temido mil veces ir al infierno, y conoce con dolor la amargura del pecado y la maldad de un corazón depravado? Entonces no piense que todo esto le excluye del cántico de los redimidos. Fueron precisamente las dificultades las que hicieron que los desterrados aclamaran a una voz.
Porque Aquel que puso el fundamento sacará también la piedra principal. Quien más profundamente ha conocido la abundancia del pecado aclamará con más fuerza la sobreabundancia de la gracia. Así, su temor de no llegar jamás puede un día quedar avergonzado, cuando la gracia haya triunfado sobre todo, a pesar del diablo, del mundo y de usted mismo. Entonces también su corazón y su alma se unirán a su voz: “¡Gracia, gracia a ella!”
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl