2 dagen geleden verschenen
Het gesprek van een gelovige met zijn ziel
Een uitleg van Psalm 42:12 als gesprek tussen David en zijn ziel: waarom de ziel terneergeslagen en onrustig is, waarom ze op God moet hopen en hoe die hoop uitloopt…
9 dagen geleden verschenen
Het woord van Gods genade
Een uitleg van Handelingen 20:32: Paulus beveelt de oudsten van Efeze aan God en aan het woord van Zijn genade. Alleen dat woord, door de Geest toegepast, bouwt de ziel…
2 weken geleden verschenen
Schatten in de duisternis
Uitleg van Jesaja 45:2,3 voor Gods kinderen: de Heere gaat voor hen uit, maakt kromme wegen recht, verbreekt koperen deuren en ijzeren grendels, geeft verborgen schatten en leert hen zo…
3 weken geleden verschenen
Verkrijgen en verliezen
Naar Prediker 3:6: een levende ziel verkrijgt geestelijke dingen, van kennis van God en van zichzelf tot geloof en vergeving, maar verliest ook haar eigen gerechtigheid en kracht. De preek…
Het schudden van wat gemaakt is en de vastheid van wat gegeven is
Over Hebreeën 12:27,28: wat gemaakt is, wordt geschud en weggenomen, wat God geeft blijft. Het Koninkrijk dat niet bewogen kan worden wordt door geloof ontvangen, door genade vastgehouden en draagt…
Korenaren Uit De Volle Oogst
Want wij zijn Zijn maaksel.
Efeze 2:10
Overweeg wel wat hier gezegd wordt van hen die uit genade door het geloof behouden zijn: dat zij Gods maaksel zijn – de vrucht en het werk van Zijn scheppende hand. Alles wat wij zijn en al het geestelijke dat wij hebben, en als zodanig door God kan aangenomen worden, hebben wij alleen aan de werking van Zijn macht te danken. Er is geen gedachte in ons hart, geen woord op onze lippen, geen werk van onze hand, dat waarlijk heilig en hemels, eenvoudig en oprecht, God verheerlijkend of heilzaam voor de mens is, waarvan Hij niet door Zijn Geest en genade de Goddelijke en onmiddellijke Werker is. Hoe schoon is dit uitgedrukt door de kerk van ouds, en welk een weerklank vinden die tonen in elke begenadigde ziel: „Doch nu, Heere, Gij zijt onze Vader; wij zijn leem, en Gij zijt onze pottenbakker, en wij allen zijn Uwer handen werk” (Jes. 64:8).
Hoe gepast, hoe vol uitdrukking is het beeld van de klei en van de pottenbakker. Kijk eens naar de vochtige klei onder de hand van de pottenbakker. Hoe zacht, hoe week, hoe buigzaam is de klei; hoe sterk, hoe vernuftig zijn de handen die haar tot een voorwerp vormen. Als de schijf van de pottenbakker draait, hoe is dan elke beweging van zijn vingers bezig aan die weke klei een vorm te geven, en met welk een vernuft wijzigt haar elke zachte drukking, elke onmerkbare beweging, om er die gedaante aan te geven die hij in zijn gedachten had voorgenomen eraan te geven. Hoe oppermachtig was de hand die eerst de klei nam; en daar het Goddelijke Souvereiniteit was Die haar het eerst nam, zo was het ook Goddelijke Souvereiniteit Die er een vorm aan gaf.
Want Hij is onze God, en wij
zijn ’t volk van zijne heerschappij,
de schapen, die zijn hand wil weiden.
Zo gij zijn stem dan heden hoort,
gelooft zijn heil- en troostrijk woord.
Verhardt u niet, maar laat u leiden.
Ps. 95:4
Aan de lezer…
Soms voelt u zich als een stuk klei, zonder vorm en zonder schoonheid, en weet u niet wat er van u worden moet. Zie dan naar de hand van de Pottenbakker. U bent niet wat u uzelf gemaakt hebt; u bent Zijn maaksel. Er is geen oprechte gedachte, geen gebed en geen heilig werk in u, of Hij heeft het door Zijn Geest gewrocht. Dat ontneemt u alle roem, maar het geeft ook een diepe rust.
Want als Hij het werk begonnen heeft, ligt het niet aan u om het af te maken. Elke druk van Zijn vingers, ook de pijnlijke, heeft een doel: de gedaante die Hij in Zijn gedachten had. Verhard u dan niet onder Zijn hand, maar laat u leiden. Leg u stil neer op de draaiende schijf, en zeg met de kerk van ouds: „Gij zijt onze Vader; wij zijn leem, en Gij zijt onze pottenbakker.” Wat Zijn hand vormt, wordt nooit voor niets gemaakt.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Want wij zijn Zijn maaksel.
Efeze 2:10
Overweeg goed wat hier gezegd wordt over hen die uit genade door het geloof behouden zijn: zij zijn Gods maaksel, de vrucht en het werk van Zijn scheppende hand. Alles wat wij zijn, en al het geestelijke dat wij hebben en dat als zodanig door God kan worden aangenomen, hebben wij alleen aan de werking van Zijn macht te danken. Er is geen gedachte in ons hart, geen woord op onze lippen en geen werk van onze hand dat waarlijk heilig en hemels, eenvoudig en oprecht, tot Gods eer of tot heil van de mens is, of Hij is daarvan door Zijn Geest en genade de goddelijke en onmiddellijke Werker. Hoe schoon heeft de kerk van oudsher dit uitgedrukt, en wat een weerklank vinden die woorden in elke begenadigde ziel: „Doch nu, Heere, Gij zijt onze Vader; wij zijn leem, en Gij zijt onze pottenbakker, en wij allen zijn Uwer handen werk” (Jes. 64:8).
Hoe treffend en hoe veelzeggend is het beeld van de klei en de pottenbakker! Kijk eens naar de vochtige klei onder de hand van de pottenbakker. Hoe zacht, hoe week en hoe buigzaam is de klei; hoe sterk en hoe vaardig zijn de handen die haar tot een voorwerp vormen. Terwijl de schijf van de pottenbakker draait, is elke beweging van zijn vingers bezig die weke klei vorm te geven. Met wat een vaardigheid verandert elke zachte druk en elke onmerkbare beweging haar vorm, om haar de gedaante te geven die hij zich in gedachten had voorgenomen! Hoe oppermachtig was de hand die eerst de klei nam. En omdat het goddelijke soevereiniteit was die haar eerst nam, was het ook goddelijke soevereiniteit die haar een vorm gaf.
Want Hij is onze God, en wij
zijn ’t volk van zijne heerschappij,
de schapen, die zijn hand wil weiden.
Zo gij zijn stem dan heden hoort,
gelooft zijn heil- en troostrijk woord.
Verhardt u niet, maar laat u leiden.
Ps. 95:4
Aan de lezer…
Soms voelt u zich als een stuk klei, zonder vorm en zonder schoonheid, en weet u niet wat er van u worden moet. Kijk dan naar de hand van de Pottenbakker. U bent niet wat u van uzelf gemaakt hebt; u bent Zijn maaksel. Er is in u geen oprechte gedachte, geen gebed en geen heilig werk dat Hij niet door Zijn Geest gewerkt heeft. Dat neemt u alle roem af, maar het geeft ook een diepe rust.
Want als Hij het werk begonnen heeft, hangt het niet van u af om het af te maken. Elke druk van Zijn vingers, ook de pijnlijke, heeft een doel: de gedaante die Hij in gedachten had. Verhard u dan niet onder Zijn hand, maar laat u leiden. Leg u stil neer op de draaiende schijf, en zeg met de kerk van oudsher: „Gij zijt onze Vader; wij zijn leem, en Gij zijt onze pottenbakker.” Wat Zijn hand vormt, wordt nooit voor niets gemaakt.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
For we are His workmanship.
Ephesians 2:10
Consider what is here declared of those who are saved by grace through faith—that they are God’s “workmanship”—the fruit and product of His creative hand. All, then, that we are, and all that we have, that is spiritual, and as such acceptable to God, we owe to the special operation of His power. There is not a thought of our heart, word of our lips, or work of our hands, which is truly holy and heavenly, simple and sincere, glorifying to God or profitable to man, of which He is not by His Spirit and grace the divine and immediate Author. How beautifully is this expressed by the Church of old, and what an echo do her accents find in every gracious heart—“But now, O Lord, Thou art our Father; we are the clay, and Thou our potter; and we all are the work of Thy hand” (Isa. 64:8).
How suitable, how expressive is the figure of the clay and the potter. Look at the moist clay under the potter’s hand. How soft, how tender, how passive is the clay; how strong, how skillful are the hands which mold it into shape. As the wheel revolves, how every motion of the potter’s fingers shapes the yielding clay, and with what exquisite skill does every gentle pressure, every imperceptible movement impress upon it the exact form which it was in his mind to make it assume. How sovereign was the hand which first took the clay, and as divine sovereignty first took it, so divine sovereignty shapes it when taken into form.
To the reader…
Sometimes you feel like a lump of clay, without form and without beauty, and you do not know what is to become of you. Then look at the hand of the Potter. You are not what you have made of yourself; you are His workmanship. There is in you no sincere thought, no prayer and no holy work that He has not wrought by His Spirit. That takes away all your boasting, but it also gives a deep rest.
For if He has begun the work, it does not depend on you to finish it. Every pressure of His fingers, even the painful ones, has a purpose: the form He had in mind. Do not harden yourself under His hand, then, but let yourself be led. Lie still upon the turning wheel, and say with the church of old, “Thou art our Father; we are the clay, and Thou our potter.” What His hand shapes is never made in vain.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Porque somos hechura Suya.
Efesios 2:10
Considere lo que aquí se declara de los que son salvos por gracia por medio de la fe: que son “hechura” de Dios, el fruto y producto de Su mano creadora. Todo, pues, lo que somos y todo lo que tenemos que sea espiritual, y como tal agradable a Dios, se lo debemos a la operación especial de Su poder. No hay un pensamiento de nuestro corazón, una palabra de nuestros labios ni una obra de nuestras manos que sea verdaderamente santa y celestial, sencilla y sincera, que glorifique a Dios o aproveche al hombre, de la cual Él no sea, por Su Espíritu y Su gracia, el Autor divino e inmediato. ¡Cuán hermosamente lo expresó la Iglesia de antaño, y qué eco hallan sus acentos en todo corazón lleno de gracia!: “Ahora pues, Jehová, Tú eres nuestro Padre; nosotros lodo, y Tú el que nos formaste; así que obra de Tus manos somos todos nosotros” (Isa. 64:8).
¡Cuán adecuada, cuán expresiva es la figura del barro y el alfarero! Mire el barro húmedo bajo la mano del alfarero. ¡Cuán blando, cuán tierno, cuán pasivo es el barro; cuán fuertes, cuán hábiles las manos que le dan forma! Mientras gira la rueda, ¡cómo cada movimiento de los dedos del alfarero da forma al barro dócil, y con qué exquisita habilidad cada suave presión, cada movimiento imperceptible le imprime la forma exacta que él tenía en mente hacerle tomar! ¡Cuán soberana fue la mano que primero tomó el barro! Y así como la soberanía divina lo tomó primero, así la soberanía divina le da forma una vez tomado.
Al lector…
A veces se siente usted como un terrón de barro, sin forma y sin hermosura, y no sabe qué será de usted. Entonces mire la mano del Alfarero. Usted no es lo que ha hecho de sí mismo; es hechura Suya. No hay en usted ningún pensamiento sincero, ninguna oración ni ninguna obra santa que Él no haya obrado por Su Espíritu. Eso le quita toda jactancia, pero también le da un profundo descanso.
Porque si Él ha comenzado la obra, no depende de usted terminarla. Cada presión de Sus dedos, aun las dolorosas, tiene un propósito: la forma que Él tenía en mente. No se endurezca, pues, bajo Su mano, sino déjese guiar. Quédese quieto sobre la rueda que gira, y diga con la iglesia de antaño: “Tú eres nuestro Padre; nosotros lodo, y Tú el que nos formaste”. Lo que Su mano forma nunca se hace en vano.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl
365 Dagen Met Philpot
Waarheid
En [gij] zult de waarheid verstaan, en de waarheid zal u vrijmaken.
Johannes 8:32
We kunnen niet overdag of ’s nachts eropuit gaan zonder het werk van God te zien, en als we zien naar wat we in de voorzienigheid zijn, zien we dat diezelfde God onze vrijgevige Beschermer is geweest door ons te overladen met ontelbare gunstbewijzen; maar we kunnen niets anders van de God van hemel en aarde weten – de ware God – dan wat Hij in Zijn heilige Woord laat schitteren, het Woord dat God heeft gegeven om ons enige kennis van Hem te geven. We leren God niet kennen door een visioen of vurige religieuze vervoering, maar door wat in de Heilige Schrift wordt verkondigd. Daarin heeft Hij Zichzelf aan de mensenkinderen bekendgemaakt. Maar we hebben goddelijk licht en vertrouwen in onze ziel nodig om de Schrift te geloven, en we hebben dat kinderlijke vertrouwen nodig waarmee we het koninkrijk Gods als een klein kind kunnen ontvangen, zodat, ofschoon alles in de Heilige Schrift staat, we haar tevergeefs lezen, tot het de Heilige Geest, Die de Heilige Schrift heeft geschreven, behaagt leven en kracht in onze ziel te brengen.
Maar als het de Heilige Geest behaagt leven en kracht in de Heilige Schrift aan te brengen, en onze ziel tot leven te wekken door het Woord der waarheid, dan kunnen we geloven wat God in de Heilige Schrift heeft gezegd, en zo komen we tot het juiste inzicht omtrent de enige ware God. U zult erachter komen, als u zoekt en onderzoekt, dat uw kennis van God en uw gevoelens in overeenstemming met Gods Woord zijn, aangezien zij uit de Heilige Schrift zijn gevormd, die met goddelijke kracht in uw geweten is ontsloten.
Lezen: Psalm 19
Aan de lezer…
Het kan gebeuren dat u de Schrift leest en dat zij u toch een gesloten boek blijft. Gaan de woorden aan u voorbij, terwijl u zo graag iets van de levende God zou kennen? Wees dan niet verwonderd, en ook niet wanhopig. Laat ik het eerlijk zeggen: alles staat in de Heilige Schrift, en toch lezen wij haar tevergeefs, totdat het de Heilige Geest, Die haar geschreven heeft, behaagt leven en kracht in onze ziel te brengen.
Zoek de Heere daarom niet in visioenen of in vurige vervoeringen, maar in Zijn Woord, en bid daarbij om goddelijk licht. Leg uw verstand neer en ontvang het als een klein kind. Want als de Geest het Woord der waarheid in uw geweten ontsluit, zult u de enige ware God leren kennen zoals Hij Zichzelf heeft bekendgemaakt. Dan wordt de Schrift niet langer een boek dat u leest, maar een stem die tot u spreekt, en die waarheid zal u vrijmaken.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
En [gij] zult de waarheid verstaan, en de waarheid zal u vrijmaken.
Johannes 8:32
We kunnen overdag of ’s nachts niet naar buiten gaan zonder het werk van God te zien. En als we zien wat we in de voorzienigheid zijn, zien we dat diezelfde God onze milde Beschermer is geweest, Die ons met ontelbare gunstbewijzen heeft overladen. Maar we kunnen niets anders van de God van hemel en aarde, de ware God, weten dan wat Hij laat schitteren in Zijn heilig Woord, het Woord dat God gegeven heeft om ons enige kennis van Hem te geven. We leren God niet kennen door een visioen of door vurige godsdienstige vervoering, maar door wat in de Heilige Schrift verkondigd wordt. Daarin heeft Hij Zichzelf aan de mensenkinderen bekendgemaakt. Maar we hebben goddelijk licht en vertrouwen in onze ziel nodig om de Schrift te geloven, en we hebben dat kinderlijke vertrouwen nodig waarmee we het koninkrijk van God als een klein kind kunnen ontvangen. Want al staat alles in de Heilige Schrift, toch lezen we haar tevergeefs, totdat het de Heilige Geest, Die de Heilige Schrift geschreven heeft, behaagt leven en kracht in onze ziel te brengen.
Maar als het de Heilige Geest behaagt leven en kracht in de Heilige Schrift te leggen en onze ziel levend te maken door het Woord der waarheid, dan kunnen we geloven wat God in de Heilige Schrift heeft gezegd. Zo komen we tot het juiste inzicht in de enige ware God. Als u zoekt en onderzoekt, zult u merken dat uw kennis van God en uw gevoelens overeenstemmen met Gods Woord, omdat zij gevormd zijn uit de Heilige Schrift, die met goddelijke kracht in uw geweten ontsloten is.
Lezen: Psalm 19
Aan de lezer…
Het kan gebeuren dat u de Schrift leest en dat zij voor u toch een gesloten boek blijft. Gaan de woorden aan u voorbij, terwijl u zo graag iets van de levende God zou kennen? Wees dan niet verwonderd, en ook niet wanhopig. Laat ik het eerlijk zeggen: alles staat in de Heilige Schrift, en toch lezen wij haar tevergeefs, totdat het de Heilige Geest, Die haar geschreven heeft, behaagt leven en kracht in onze ziel te brengen.
Zoek de Heere daarom niet in visioenen of in vurige vervoeringen, maar in Zijn Woord, en bid daarbij om goddelijk licht. Leg uw verstand neer en ontvang het als een klein kind. Want als de Geest het Woord der waarheid in uw geweten ontsluit, zult u de enige ware God leren kennen zoals Hij Zichzelf heeft bekendgemaakt. Dan is de Schrift niet langer een boek dat u leest, maar een stem die tot u spreekt, en die waarheid zal u vrijmaken.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
And ye shall know the truth, and the truth shall make you free.
John 8:32
We cannot go out by day or by night without seeing the work of God. And when we see what we are in providence, we see that this same God has been our bountiful Protector, Who has loaded us with countless favours. But we can know nothing of the God of heaven and earth, the true God, except what He causes to shine forth in His holy Word, the Word God has given to impart to us some knowledge of Him. We do not come to know God by a vision or by fervent religious rapture, but by what is declared in the Holy Scriptures. In them He has made Himself known to the children of men. But we need Divine light and confidence in our soul to believe the Scriptures, and we need that childlike trust with which we can receive the kingdom of God as a little child. For though everything stands in the Holy Scriptures, yet we read them in vain until it pleases the Holy Ghost, Who wrote the Holy Scriptures, to bring life and power into our soul.
But when it pleases the Holy Ghost to put life and power into the Holy Scriptures and to quicken our soul by the Word of truth, then we can believe what God has said in the Holy Scriptures. So we come to a right understanding of the only true God. If you seek and search, you will find that your knowledge of God and your feelings agree with God’s Word, because they have been formed out of the Holy Scriptures, opened up with Divine power in your conscience.
Reading: Psalm 19
To the reader…
It may happen that you read the Scriptures and yet they remain a closed book to you. Do the words pass you by, while you so long to know something of the living God? Do not be surprised, then, nor despairing. Let me say it honestly: everything stands in the Holy Scriptures, and yet we read them in vain until it pleases the Holy Ghost, Who wrote them, to bring life and power into our soul.
Do not seek the Lord, therefore, in visions or in fervent raptures, but in His Word, and pray for Divine light as you read. Lay down your own reasoning and receive it as a little child. For when the Spirit opens up the Word of truth in your conscience, you will come to know the only true God as He has made Himself known. Then the Scriptures are no longer a book you read, but a voice that speaks to you, and that truth will make you free.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Y conoceréis la verdad, y la verdad os libertará.
Juan 8:32
No podemos salir de día ni de noche sin ver la obra de Dios. Y cuando vemos lo que somos en la providencia, vemos que este mismo Dios ha sido nuestro generoso Protector, que nos ha colmado de innumerables favores. Pero nada podemos conocer del Dios del cielo y de la tierra, el Dios verdadero, sino lo que Él hace resplandecer en Su santa Palabra, la Palabra que Dios ha dado para impartirnos algún conocimiento de Él. No llegamos a conocer a Dios por una visión ni por un fervoroso arrebato religioso, sino por lo que está declarado en las Santas Escrituras. En ellas se ha dado a conocer a los hijos de los hombres. Pero necesitamos luz divina y confianza en nuestra alma para creer las Escrituras, y necesitamos esa confianza de niño con la cual podemos recibir el reino de Dios como un niño. Porque aunque todo está en las Santas Escrituras, las leemos en vano hasta que le place al Espíritu Santo, que escribió las Santas Escrituras, traer vida y poder a nuestra alma.
Pero cuando le place al Espíritu Santo poner vida y poder en las Santas Escrituras y vivificar nuestra alma por la Palabra de verdad, entonces podemos creer lo que Dios ha dicho en las Santas Escrituras. Así llegamos a un recto entendimiento del único Dios verdadero. Si busca e investiga, hallará que su conocimiento de Dios y sus sentimientos concuerdan con la Palabra de Dios, porque han sido formados a partir de las Santas Escrituras, abiertas con poder divino en su conciencia.
Lectura: Salmo 19
Al lector…
Puede suceder que lea las Escrituras y que, sin embargo, sigan siendo para usted un libro cerrado. ¿Pasan las palabras de largo, mientras usted anhela tanto conocer algo del Dios vivo? No se sorprenda, pues, ni se desespere. Permítame decirlo con franqueza: todo está en las Santas Escrituras, y sin embargo las leemos en vano hasta que le place al Espíritu Santo, que las escribió, traer vida y poder a nuestra alma.
No busque, por tanto, al Señor en visiones ni en arrebatos fervorosos, sino en Su Palabra, y pida luz divina mientras lee. Deje a un lado su propio razonamiento y recíbala como un niño. Porque cuando el Espíritu abre la Palabra de verdad en su conciencia, llegará a conocer al único Dios verdadero tal como Él se ha dado a conocer. Entonces las Escrituras ya no son un libro que usted lee, sino una voz que le habla, y esa verdad le hará libre.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl
Door Baca's Vallei
Van al uw drekgoden zal Ik u reinigen.
Ezechiël 36:25
Waar geen kruis, verzoekingen of oefeningen zijn, daar is een mens gewis de drekgoden nagewandeld. Het doet er niet toe welke ondervinding hij heeft gehad, of moeite of troost, kommer of blijdschap; wanneer hij niet meer gekweld en geoefend wordt, dan zal hij zijn huisgoden in de binnenste kamers zijner verbeelding oprichten. Genoegen, zelfbehagen of zelfbevrediging zal gewis in de een of andere vorm zijn gedachten geheel innemen en zijn hart veroveren. Ook is er niets te gering of te onbeduidend, wat hem niet als drekgod dienen kan. Wat boven God geacht of begeerd wordt, ons meer belang inboezemt, ons meer vergenoegt, onze uren die wij wakker zijn in beslag neemt, het meest in onze gedachten zweeft, wordt een drekgod, een brouwsel van zonden.
Het is niet zozeer de grootte van de afgod, maar zijn bestaan als voorwerp der verering, dat de afgodendienst uitmaakt. Ik heb enige Burmese afgoden gezien, niet groter dan mijn hand; ook heb ik Egyptische afgoden gezien, die vele tonnen wogen. Maar beide waren zij afgoden, en de grootte bij vergelijking bleef buiten beschouwing. Zo is het ook in geestelijk opzicht; de afgod moet niet geschat worden naar zijn grootte, naar belang of minder belang. Een schone roos kan voor iemand evengoed een afgod zijn als dit voor een ander een kist vol goud is. Indien gij op uw hart let, dan zult gij gewaar worden dat zich de gehele dag door afgoden openbaren, bijna zo veelvuldig als er sterren aan de hemel zijn.
Welnu, beproevingen, bekommeringen, verzoekingen, benauwingen, verliezen, verdrukkingen, deze alle worden ons toegezonden om de afgoden terneder te werpen, of liever, om ons hart ervan af te trekken. Zij brengen ons af van ons vleselijk gemak en beletten ons neder te zitten, tevreden met een naam dat wij leven, terwijl wij dood zijn. Zij doen ons om genade smeken, nemen al onze verrotte kussens van onder onze oksels weg, jagen ons uit onze valse toevluchtsoorden en ontdoen ons van onze ijdele hoop en bedrieglijke verwachtingen. Wij leren onszelf niet bloot als zondaren kennen door het lezen in de Bijbel. Het moet in ons gewerkt worden, laat mij zeggen: in ons gebrand worden.
Niet één zal oprecht en geestelijk om genade roepen, om verzoening en vergeving door de toepassing van het verzoenend bloed, tenzij de zonde in haar ellende, in haar heerschappij, in haar schuld, in haar verstrikking, in haar list en verlokkingen, in haar vuilheid en besmetting, in haar verdoemende kracht, geestelijk gevoeld en gekend wordt. Waar de Heilige Geest werkt, daar verwekt Hij zuchtingen, gekreun, smekingen, worstelingen en het pleiten om Christus te mogen kennen, om Zijn liefde te mogen proeven en de kracht van Zijn verzoenend bloed, om Hem te mogen omhelzen als onze volkomen zaligheid en al onze begeerte. En ofschoon er veel onvruchtbaarheid en hardheid moge zijn – en zonder twijfel zal dit er ook straks veel zijn, en er zal ook menigmaal een dodigheid en zorgeloosheid worden waargenomen – niettegenstaande dit zal de hemelse Leermeester Zijn werk verlevendigen, echter niet zelden door pijnlijke middelen. Toch zal Hij de levend gemaakte ziel niet ontbloot laten van een persoonlijke en bevindelijke blijdschap in Christus en van Zijn heerlijke zaligheid.
Aan de lezer…
Misschien, lezer, begrijpt u niet waarom de Heere u zoveel kruis, verlies en benauwdheid toezendt. Maar zie eens eerlijk in uw eigen hart: wat neemt daar uw gedachten in beslag? Wat begeert u meer dan God? Het kan iets kleins zijn, zo gering als een roos, en toch een afgod. Als het stil en gemakkelijk wordt, richten wij zo snel onze huisgoden op.
Daarom neemt de Heere de verrotte kussens weg en jaagt Hij ons uit onze valse toevluchten. Het is pijnlijk, maar het is liefde. Hij belooft: „Van al uw drekgoden zal Ik u reinigen.” Laat uw beproeving u dan tot smeken drijven, om Christus te mogen kennen en de kracht van Zijn verzoenend bloed te proeven. Hij Die door pijnlijke middelen werkt, zal de levend gemaakte ziel niet zonder blijdschap in Christus laten.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Van al uw drekgoden zal Ik u reinigen.
Ezechiël 36:25
Waar geen kruis, verzoekingen of oefeningen zijn, daar is een mens zeker achter de drekgoden aangegaan. Het maakt niet uit welke ervaring hij heeft gehad, moeite of troost, zorg of blijdschap; wanneer hij niet meer gekweld en geoefend wordt, zal hij zijn huisgoden oprichten in de binnenste kamers van zijn verbeelding. Genoegen, zelfbehagen of zelfbevrediging zal zeker in een of andere vorm zijn gedachten helemaal innemen en zijn hart veroveren. Er is ook niets te gering of te onbeduidend om hem niet als drekgod te kunnen dienen. Wat boven God gewaardeerd of begeerd wordt, wat ons meer bezighoudt, ons meer voldoening geeft, onze wakkere uren in beslag neemt en het meest door onze gedachten zweeft, wordt een drekgod, een brouwsel van zonden.
Het is niet zozeer de grootte van de afgod, maar het feit dat hij als voorwerp van verering bestaat, dat de afgodendienst uitmaakt. Ik heb enkele Birmese afgoden gezien, niet groter dan mijn hand; ook heb ik Egyptische afgoden gezien die vele tonnen wogen. Maar beide waren afgoden, en hun onderlinge grootte deed daarbij niet ter zake. Zo is het ook in geestelijk opzicht: de afgod moet niet geschat worden naar zijn grootte, naar meer of minder belang. Een mooie roos kan voor de een evengoed een afgod zijn als voor een ander een kist vol goud. Als u op uw hart let, zult u merken dat zich de hele dag door afgoden vertonen, bijna zo talrijk als er sterren aan de hemel zijn.
Welnu, beproevingen, zorgen, verzoekingen, benauwdheden, verliezen, verdrukkingen: die worden ons allemaal toegezonden om de afgoden neer te werpen, of liever, om ons hart ervan los te trekken. Zij halen ons weg uit ons vleselijk gemak en verhinderen ons om neer te zitten, tevreden met de naam dat wij leven, terwijl wij dood zijn. Zij doen ons om genade smeken, nemen al onze verrotte kussens onder onze oksels weg, jagen ons uit onze valse toevluchtsoorden en ontnemen ons onze ijdele hoop en bedrieglijke verwachtingen. Wij leren onszelf niet als naakte zondaren kennen door het lezen van de Bijbel. Het moet in ons gewerkt worden, ik zou zeggen: in ons gebrand worden.
Niemand zal oprecht en geestelijk om genade roepen, om verzoening en vergeving door de toepassing van het verzoenend bloed, tenzij de zonde geestelijk gevoeld en gekend wordt in haar ellende, in haar heerschappij, in haar schuld, in haar verstrikking, in haar list en verlokkingen, in haar vuilheid en besmetting en in haar verdoemende kracht. Waar de Heilige Geest werkt, daar wekt Hij zuchten, kreunen, smeken, worstelen en pleiten om Christus te mogen kennen, om Zijn liefde en de kracht van Zijn verzoenend bloed te mogen proeven, en om Hem te mogen omhelzen als onze volkomen zaligheid en al onze begeerte. En hoewel er veel onvruchtbaarheid en hardheid mag zijn – en ongetwijfeld zal die er later ook veel zijn, en er zal ook vaak doodsheid en zorgeloosheid worden opgemerkt – toch zal de hemelse Leermeester Zijn werk verlevendigen, al gebeurt dat niet zelden door pijnlijke middelen. Toch zal Hij de levend gemaakte ziel niet beroofd laten van een persoonlijke en bevindelijke blijdschap in Christus en in Zijn heerlijke zaligheid.
Aan de lezer…
Misschien, lezer, begrijpt u niet waarom de Heere u zoveel kruis, verlies en benauwdheid toezendt. Maar kijk eens eerlijk in uw eigen hart: wat neemt daar uw gedachten in beslag? Wat begeert u meer dan God? Het kan iets kleins zijn, zo gering als een roos, en toch een afgod. Als het stil en gemakkelijk wordt, richten wij zo snel onze huisgoden op.
Daarom neemt de Heere de verrotte kussens weg en jaagt Hij ons uit onze valse toevluchten. Het is pijnlijk, maar het is liefde. Hij belooft: „Van al uw drekgoden zal Ik u reinigen.” Laat uw beproeving u dan tot smeken drijven, om Christus te mogen kennen en de kracht van Zijn verzoenend bloed te proeven. Hij Die door pijnlijke middelen werkt, zal de levend gemaakte ziel niet zonder blijdschap in Christus laten.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Then will I sprinkle clean water upon you, and ye shall be clean: from all your filthiness, and from all your idols, will I cleanse you.
Ezekiel 36:25
When there are no crosses, temptations, or exercises, a man is sure to go out after and cleave to idols. It matters not what experience he has had, whether of trouble or consolation, distress or enjoyment; if once he ceases to be plagued and exercised, he will be setting up his household gods in the secret chambers of imagery. Profit or pleasure, self-indulgence or self-gratification will surely, in one form or another, engross his thoughts, and steal away his heart.
Nor is there anything too trifling or insignificant to become an idol. Whatever is meditated on preferably to God, whatever is desired more than He, whatever more interests us, pleases us, occupies our waking hours, or is more constantly in our mind, becomes an idol and a source of sin.
It is not the magnitude of the idol, but its existence as an object of worship, that constitutes idolatry. I have seen some Burmese idols not much larger than my hand, and I have seen some Egyptian idols weighing many tons. But both were equally idols, and the comparative size had nothing to do with the question. So spiritually, the idol is not to be measured by its size, its relative importance or non-importance. A flower may be as much an idol to one man as a chest full of gold to another. If you watch your heart, you will see idols rising and setting all day long, nearly as thickly as the stars by night.
Now exercises, difficulties, temptations, besetments, losses, trials, afflictions, are all sent to pull down these idols, or rather to pull away our hearts from them. They pull us out of fleshly ease, and prevent us from sitting down contented with a name to live while dead. They make us cry for mercy, pull down all rotten props, hunt us out of false refuges, and strip us of vain hopes and delusive expectations.
We do not learn that we are sinners merely by reading it in the Bible. It must be wrought, I might say, burnt into us. Nor will any one sincerely and spiritually cry for mercy, a sense of pardon and reconciliation by the application of atoning blood, until sin in its misery, in its dominion, in its guilt, in its entanglements, in its wiles and allurements, in its filth and pollution, and in its condemnation, is spiritually felt and known.
Where the Holy Spirit works, He kindles sighs, groans, supplications, wrestlings, and pleadings to know Christ, feel His love, taste the efficacy of His atoning blood, and embrace Him as all our salvation and all our desire. And though there may, and doubtless will be, much barrenness, hardness, deadness, and apparent carelessness often felt, still that heavenly Teacher will revive His work, though often by painful methods; nor will He let the quickened soul rest short of a personal and experimental enjoyment of Christ and His glorious salvation.
To the reader…
Perhaps, dear reader, you do not understand why the Lord sends you so many crosses, losses and distresses. But look honestly into your own heart: what occupies your thoughts there? What do you desire more than God? It may be something small, as slight as a rose, and yet an idol. When things become quiet and easy, how quickly we set up our household gods.
That is why the Lord takes away the rotten props and hunts us out of our false refuges. It is painful, but it is love. He promises, “From all your idols will I cleanse you.” Let your trial, then, drive you to supplication, that you may know Christ and taste the power of His atoning blood. He Who works by painful means will not leave the quickened soul without joy in Christ.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Y esparciré sobre vosotros agua limpia, y seréis limpiados de todas vuestras inmundicias; y de todos vuestros ídolos os limpiaré.
Ezequiel 36:25
Cuando no hay cruces, tentaciones ni ejercicios, el hombre con seguridad saldrá en pos de los ídolos y se apegará a ellos. No importa qué experiencia haya tenido, sea de angustia o de consuelo, de aflicción o de gozo; si una vez deja de ser atribulado y ejercitado, estará levantando sus dioses domésticos en las cámaras secretas de sus imágenes. El provecho o el placer, la complacencia propia o la propia satisfacción, de una forma u otra, ocuparán con seguridad sus pensamientos y le robarán el corazón.
Y no hay nada demasiado trivial o insignificante para convertirse en un ídolo. Todo aquello en que se medita con preferencia a Dios, todo lo que se desea más que a Él, todo lo que más nos interesa, nos agrada, ocupa nuestras horas de vigilia o está más constantemente en nuestra mente, se convierte en un ídolo y en una fuente de pecado.
No es el tamaño del ídolo, sino su existencia como objeto de adoración, lo que constituye la idolatría. He visto algunos ídolos birmanos no mucho más grandes que mi mano, y he visto algunos ídolos egipcios que pesaban muchas toneladas. Pero ambos eran igualmente ídolos, y el tamaño comparativo no tenía nada que ver con la cuestión. Así también espiritualmente, el ídolo no ha de medirse por su tamaño, por su importancia relativa o falta de ella. Una flor puede ser tanto un ídolo para un hombre como un cofre lleno de oro para otro. Si vigila su corazón, verá ídolos salir y ponerse todo el día, casi tan numerosos como las estrellas de noche.
Ahora bien, los ejercicios, las dificultades, las tentaciones, los asedios, las pérdidas, las pruebas y las aflicciones son enviados para derribar estos ídolos, o más bien para apartar de ellos nuestro corazón. Nos sacan de la comodidad carnal y nos impiden sentarnos contentos con tener nombre de que vivimos estando muertos. Nos hacen clamar por misericordia, derriban todos los puntales podridos, nos echan de los refugios falsos y nos despojan de vanas esperanzas y expectativas engañosas.
No aprendemos que somos pecadores simplemente leyéndolo en la Biblia. Tiene que ser obrado, podría decir grabado a fuego, en nosotros. Y nadie clamará sincera y espiritualmente por misericordia, por el sentir del perdón y la reconciliación mediante la aplicación de la sangre expiatoria, hasta que el pecado en su miseria, en su dominio, en su culpa, en sus enredos, en sus artimañas y seducciones, en su suciedad y contaminación, y en su condenación, sea sentido y conocido espiritualmente.
Donde obra el Espíritu Santo, enciende suspiros, gemidos, súplicas, luchas y ruegos por conocer a Cristo, sentir Su amor, gustar la eficacia de Su sangre expiatoria y abrazarle como toda nuestra salvación y todo nuestro deseo. Y aunque pueda haber, y sin duda habrá, mucha esterilidad, dureza, muerte y aparente descuido sentidos a menudo, aun así ese Maestro celestial avivará Su obra, aunque muchas veces por medios dolorosos; y no dejará al alma vivificada descansar hasta que goce personal y experimentalmente de Cristo y de Su gloriosa salvación.
Al lector…
Quizá, querido lector, usted no entiende por qué el Señor le envía tantas cruces, pérdidas y aflicciones. Pero mire con sinceridad en su propio corazón: ¿qué ocupa allí sus pensamientos? ¿Qué desea más que a Dios? Puede ser algo pequeño, tan leve como una rosa, y sin embargo un ídolo. Cuando las cosas se vuelven tranquilas y cómodas, ¡con qué rapidez levantamos nuestros dioses domésticos!
Por eso el Señor quita los puntales podridos y nos echa de nuestros refugios falsos. Es doloroso, pero es amor. Él promete: “De todos vuestros ídolos os limpiaré.” Deje, pues, que su prueba le lleve a la súplica, para que conozca a Cristo y guste el poder de Su sangre expiatoria. Aquel que obra por medios dolorosos no dejará al alma vivificada sin gozo en Cristo.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl