Nieuw verschenenHet gesprek van een gelovige met zijn zielPreken · 5 dagen geleden
Joseph Charles Philpot J.C. Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun

Korenaren

 

 

Vandaag

Korenaren Uit De Volle Oogst

15 februari Korenaren uit de volle oogst

Toen opende Hij hun verstand, opdat zij de Schriften verstonden.
Lucas 24:45

Wat een zalig openen is het, wanneer Hij Die de sleutel Davids in Zijn hand heeft, de deur ontsluit: de deur van ons hart, om Zijn eigen Woord te ontvangen. Wanneer wij dan naar het Woord van de waarheid gaan, nadat het tot ons gekomen is, druipen onze vingertoppen van welriekende mirre op de handvatten van het slot. Er staat geschreven dat „de doden de stem zullen horen van de Zoon Gods, en die ze horen, zullen leven.” O, de stem van de Zoon van God te horen! Voorzeker, die stem zal onze dode harten, ons koude gemoed, onze kwijnende hoop, onze afnemende liefde, ons stervende geloof, onze trage gebeden en onze bezwijkende harten doen leven; ja, doen herleven als het koren en groeien als de wijnstok.

Wat is alle godsdienst zonder een Goddelijk begin, midden en einde: begonnen, voortgezet en voltooid met hemelse kracht, bovennatuurlijk leven en geestelijke zalving? Wij mogen wel beschaamd, ziek en bedroefd zijn over al onze gedachten, woorden en werken, over al onze kennis en onze belijdenis die niet bestand was en niet bestand is tegen de kracht, het onderwijs en de wijsheid van God. Al ons spreken was ijdel geklets, onze gebeden waren lippendienst, onze prediking wind en ijdelheid, onze belijdenis huichelarij, onze kennis de ergste soort onwetendheid, en al onze godsdienst vleselijkheid en misleiding, als zij ons niet door God Zelf waren ingegeven.

Men vertelt van Isaac Newton, de wijste Engelse geleerde, dat hij tegen iemand die hem gelukwenste met zijn kennis, zei: „Ik ben geweest gelijk een klein kind, dat aan het strand een weinig water nam in een schelp, terwijl de grote oceaan van waarheid bedekt voor mij lag.” Veel meer nog mag een geestelijk mens voelen hoe weinig hij weet, ja, dat hij niets weet van de onnaspeurlijke rijkdom van Christus en van de grenzeloze schatten van wijsheid die daarin verborgen liggen.

Mijn hart verheft zich niet, o Heer,
mijn ogen zijn niet hoog. ’k Verkeer,
ik wandel niet in ’t geen te groot,
te vreemd is voor Uw gunstgenoot.

Ps. 131:1

Aan de lezer…

Leest u de Schriften, lezer, en blijven zij voor u een gesloten boek? U kent de woorden, misschien zelfs veel woorden, maar het hart blijft koud en de ogen blijven gesloten. Ik zeg het u eerlijk: al onze kennis en belijdenis die niet door God Zelf is ingegeven, is niet bestand tegen Zijn licht. Wij mogen daarover wel beschaamd zijn en het met een gebroken hart voor Hem belijden.

Maar Hij Die de sleutel Davids heeft, kan ook de deur van uw hart ontsluiten. Wat Hij voor de discipelen deed, toen Hij hun verstand opende opdat zij de Schriften verstonden, dat doet Hij nog steeds. Zijn stem kan uw dode hart, uw kwijnende hoop, uw trage gebeden en uw stervende geloof doen herleven. Ga dan niet in eigen wijsheid naar het Woord, maar als een klein kind dat weet hoe weinig het begrijpt. Vraag Hem of Hij het Zelf wil openen; dan zult u iets zien van de onnaspeurlijke rijkdom van Christus.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

365 Dagen Met Philpot

15 februari 365 dagen met Philpot

Het gekrookte riet

Het gekrookte riet zal Hij niet verbreken, en de rokende vlaswiek zal Hij niet uitblussen.
Jesaja 42:3

De gezegende Geest vergelijkt een beproefde christen ook met de „rokende vlaswiek”. Het woord „vlaswiek” betekent hier waarschijnlijk het afval van hennep of vlas. Het was blijkbaar de gewoonte dit afval te verbranden, en omdat er veel vuil in zat, werd het een smeulend vuur. Dit rokende vlas is het beeld dat de Heilige Geest heeft gebruikt om het leven en het werk in het hart van een christen te verklaren.

Wat is deze „vlaswiek”? Is het niet het vuil en de verdorvenheid van onze boze natuur, als het ware het afval van Adams val? En wat is het vuur dat de rook veroorzaakt? Is dat niet het leven van God vanbinnen, het vuur dat aangestoken wordt met een gloeiende kool die van het altaar is genomen? Van een christen wordt dus niet alleen gezegd dat hij in een heldere, stralende vlam uitslaat, maar ook dat hij is als „een rokend vlaswiek”. Dat hangt af van de mate van het leven van God in de ziel, dat rook kan geven zonder veel vlam of hitte.

Heel veel van Gods kinderen verkeren in deze toestand. Al voelen ze hun verdorvenheden heel sterk, toch brandt er in het binnenste van hun hart een vuur, een gezegend vuur, dat God Zelf heeft aangestoken. Als ze konden, zouden ze in een heilige vlam uitslaan. Hun ogen zouden dan niet voortdurend prikken van de rook van hun eigen verdorvenheden, maar ze zouden naar God oplaaien in het zoete uitslaan van geloof, hoop en liefde. Maar hun verdorvenheden en ongeloof, hun zonde en schaamte lijken allemaal het leven van God in de ziel te onderdrukken. Zoals bij de rokende vlaswiek het vuil en het afval het vuur zo verstikken dat het smeult en rookt maar niet kan opvlammen, zo lijken het vuil en de dwaasheid van onze verdorven natuur de heilige vlam van de genade in de ziel te verstikken.

Lezen: Mattheüs 12:9-12

Aan de lezer…

Wie in zijn eigen hart kijkt, ziet er vaak meer rook dan vlam. Ziet u dat ook bij uzelf? Prikken uw ogen voortdurend van de rook van uw eigen verdorvenheid, terwijl u zo graag in een heilige vlam van geloof, hoop en liefde naar God zou oplaaien? Dan staat u hier niet alleen. Heel veel van Gods kinderen verkeren in deze toestand, en de Heilige Geest heeft hen in dit beeld met zorg beschreven.

Want waar rook is, daar is vuur. Het vuil van onze boze natuur geeft de rook, maar het vuur onder dat vuil is aangestoken met een gloeiende kool van het altaar. Dat vuur hebt u niet zelf ontstoken, en het is niet uit, hoe vaak het ook lijkt te smoren. Treur over de rook, en treur oprecht. Maar vergeet niet dat Hij Die het vuur gaf, de rokende vlaswiek niet zal uitblussen.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

Door Baca's Vallei

15 februari Door Baca’s vallei

En ik hoorde een grote stem zeggende in de hemel: „Nu is de zaligheid.”
Openbaring 12:10

Zaligheid. Welke zaligheid? Zaligheid uit genade, vol en vrij. Zaligheid zonder enige inmenging van de gerechtigheid van het schepsel; zaligheid die voortstroomt uit de boezem van God; zaligheid die geheel en alleen vloeit door het bloed van het Lam. Maar de zaligheid kan nooit gesmaakt worden zonder een voorafgaande veroordeling. Men kan nooit met een blik van geloof naar de hemel opzien, of er moet eerst een neerkijken geweest zijn in de poort van de hel. Er moet een bevinding van schuld geweest zijn, voordat er blijdschap kan zijn over de verzoening.

„Nu is de zaligheid.” Waarvan? Van de beschuldigingen van satan, van de vloeken van de wet, de vrees voor de dood, de schrik van de hel, het vonnis van de veroordeling? En wanneer wordt de zaligheid geopenbaard? Terwijl de strijd nog gaande is, terwijl de afloop onzeker is, terwijl man tegen man en voet voor voet de strijd tussen satan en de ziel wordt gestreden, en zij in een strijd op leven en dood gewikkeld zijn? Nee, hier wordt geen zaligheid geproefd. Er kan een hoop zijn die de soldaat in staat stelt staande te blijven, maar er is geen overwinningskreet, tenzij de vijand op de vlucht gedreven is. Maar wanneer satan verslagen is, zijn beschuldigingen tot zwijgen gebracht zijn en de ziel bevrijd is, dan is er zaligheid.

Het zoetste lied dat de hemel ooit liet horen, de meest gewijde toon die ooit de ziel deed smelten, is „zaligheid”. Verlost te zijn: verlost van de dood en van de hel, verlost van de worm die niet sterft en van het vuur dat niet uitgeblust wordt; verlost van de zwavelvlammen van de bodemloze put; verlost van het gezelschap van de kwellende boze geesten en van alle onreine schurken onder wie de wereld gezucht heeft. Verlost van de onuitsprekelijke smart van het lasteren van God; verlost van een eeuwige ellende zonder hoop.

En veilig in de hemel te zijn, en Jezus te zien zoals Hij is. Volkomen heiligheid en blijdschap, met het gezegende gezelschap van de heilige engelen en de verheerlijkte heiligen! En dit alles te genieten gedurende de ontelbare eeuwen van een gezegende eeuwigheid. Welke tong van mensen of engelen kan het miljoenste deel beschrijven van wat besloten ligt in het woord „zaligheid”?

Aan de lezer…

Kind van God, staat u nog midden in de strijd? Voelt u de beschuldigingen van satan, de vloek van de wet en de vrees voor de dood, zodat u man tegen man en voet voor voet moet worstelen, en er nog geen vreugdekreet over uw lippen kan komen? Schrik dan niet, alsof dat bewijst dat u buiten de zaligheid staat. Wie de zaligheid smaken zal, moet eerst in de poort van de hel hebben gekeken en de schuld hebben leren kennen.

Maar het blijft niet altijd strijd. Er komt een uur dat de Heere de vijand op de vlucht drijft, zijn beschuldigingen tot zwijgen brengt en de ziel bevrijdt. Dan klinkt ook in uw hart: „Nu is de zaligheid”, vrij en vol, alleen door het bloed van het Lam. Houd dan uw hoop vast, al is zij zwak. Het zoetste lied dat de hemel ooit liet horen, is voor zulke arme zondaars bestemd.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina