15 de febrero
En ik hoorde een grote stem zeggende in de hemel: „Nu is de zaligheid.”
Openbaring 12:10
Zaligheid. Wat zaligheid? Zaligheid uit genade, vol en vrij. Zaligheid zonder enige inmenging van ’s schepsels gerechtigheid; zaligheid, stromende uit de boezem Gods; zaligheid, vloeiende geheel en alleen door het bloed des Lams. Doch de zaligheid kan nooit gesmaakt worden zonder een voorafgaande veroordeling. Men kan nooit een geloofsblik ten hemel slaan, of er moet een nederblikken geweest zijn in de poort der hel. Er moet een bevinding van schuld geweest zijn, vóór er blijdschap kan zijn over de verzoening.
„Nu is de zaligheid.” Waarvandaan? Van de beschuldigingen van satan, van de vloeken der wet, de vrees des doods, de schrik der hel, het vonnis der veroordeling? En hoe wordt de zaligheid geopenbaard? Terwijl de strijd gaande is, terwijl de afloop twijfelachtig is, terwijl man tegen man, en voet voor voet, de strijd tussen satan en de ziel wordt gestreden, en zij zijn gewikkeld in een dodelijke strijd? Neen, hier wordt geen zaligheid geproefd. Er moge een hoop zijn die de soldaat in staat stelt staande te blijven, maar er is geen vreugdekreet van overwinning, tenzij de vijand op de vlucht gedreven is. Maar wanneer satan verslagen is, zijn beschuldigingen tot zwijgen gebracht zijn en de ziel bevrijd is, dan is er zaligheid.
Het zoetste gezang dat de hemel ooit liet horen, de meestgewijde toon die ooit de ziel deed smelten, is „zaligheid”. Verlost te zijn, verlost van de dood en van de hel, verlost van de worm die niet sterft, en van het vuur dat niet uitgeblust wordt; verlost van de sulfervlammen van de bodemloze put; verlost van het gezelschap van de kwellende boze geesten en van alle onreine schelmen, waaronder de wereld gezucht heeft. Verlost van de onuitsprekelijke smart over het lasteren van God; verlost van een eeuwige ellende zonder hoop.
En veilig in de hemel, en Jezus te zien, zoals Hij is. Volkomen heiligheid en blijdschap met het gezegend gezelschap van de heilige engelen en verheerlijkte heiligen! En dit alles te genieten gedurende de ontelbare eeuwen van een gezegende eeuwigheid. Welke tong van mensen of engelen kan het miljoenste deel beschrijven van wat vervat is in het woord „zaligheid”?
Aan de lezer…
Kind van God, staat u nog midden in de strijd? Voelt u de beschuldigingen van satan, de vloek der wet en de vrees des doods, zodat u man tegen man en voet voor voet moet worstelen, en nog geen vreugdekreet over uw lippen kan komen? Schrik dan niet, alsof dat bewijst dat u buiten de zaligheid staat. Wie de zaligheid smaken zal, moet eerst in de poort der hel hebben geblikt en de schuld hebben leren kennen.
Maar het blijft niet altijd strijd. Er komt een uur dat de Heere de vijand op de vlucht drijft, zijn beschuldigingen tot zwijgen brengt en de ziel bevrijdt. Dan klinkt ook in uw hart: „Nu is de zaligheid”, vrij en vol, alleen door het bloed des Lams. Houd dan uw hoop vast, al is zij zwak. Het zoetste gezang dat de hemel ooit liet horen, is voor zulke arme zondaars bestemd.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
En ik hoorde een grote stem zeggende in de hemel: „Nu is de zaligheid.”
Openbaring 12:10
Zaligheid. Welke zaligheid? Zaligheid uit genade, vol en vrij. Zaligheid zonder enige inmenging van de gerechtigheid van het schepsel; zaligheid die voortstroomt uit de boezem van God; zaligheid die geheel en alleen vloeit door het bloed van het Lam. Maar de zaligheid kan nooit gesmaakt worden zonder een voorafgaande veroordeling. Men kan nooit met een blik van geloof naar de hemel opzien, of er moet eerst een neerkijken geweest zijn in de poort van de hel. Er moet een bevinding van schuld geweest zijn, voordat er blijdschap kan zijn over de verzoening.
„Nu is de zaligheid.” Waarvan? Van de beschuldigingen van satan, van de vloeken van de wet, de vrees voor de dood, de schrik van de hel, het vonnis van de veroordeling? En wanneer wordt de zaligheid geopenbaard? Terwijl de strijd nog gaande is, terwijl de afloop onzeker is, terwijl man tegen man en voet voor voet de strijd tussen satan en de ziel wordt gestreden, en zij in een strijd op leven en dood gewikkeld zijn? Nee, hier wordt geen zaligheid geproefd. Er kan een hoop zijn die de soldaat in staat stelt staande te blijven, maar er is geen overwinningskreet, tenzij de vijand op de vlucht gedreven is. Maar wanneer satan verslagen is, zijn beschuldigingen tot zwijgen gebracht zijn en de ziel bevrijd is, dan is er zaligheid.
Het zoetste lied dat de hemel ooit liet horen, de meest gewijde toon die ooit de ziel deed smelten, is „zaligheid”. Verlost te zijn: verlost van de dood en van de hel, verlost van de worm die niet sterft en van het vuur dat niet uitgeblust wordt; verlost van de zwavelvlammen van de bodemloze put; verlost van het gezelschap van de kwellende boze geesten en van alle onreine schurken onder wie de wereld gezucht heeft. Verlost van de onuitsprekelijke smart van het lasteren van God; verlost van een eeuwige ellende zonder hoop.
En veilig in de hemel te zijn, en Jezus te zien zoals Hij is. Volkomen heiligheid en blijdschap, met het gezegende gezelschap van de heilige engelen en de verheerlijkte heiligen! En dit alles te genieten gedurende de ontelbare eeuwen van een gezegende eeuwigheid. Welke tong van mensen of engelen kan het miljoenste deel beschrijven van wat besloten ligt in het woord „zaligheid”?
Aan de lezer…
Kind van God, staat u nog midden in de strijd? Voelt u de beschuldigingen van satan, de vloek van de wet en de vrees voor de dood, zodat u man tegen man en voet voor voet moet worstelen, en er nog geen vreugdekreet over uw lippen kan komen? Schrik dan niet, alsof dat bewijst dat u buiten de zaligheid staat. Wie de zaligheid smaken zal, moet eerst in de poort van de hel hebben gekeken en de schuld hebben leren kennen.
Maar het blijft niet altijd strijd. Er komt een uur dat de Heere de vijand op de vlucht drijft, zijn beschuldigingen tot zwijgen brengt en de ziel bevrijdt. Dan klinkt ook in uw hart: „Nu is de zaligheid”, vrij en vol, alleen door het bloed van het Lam. Houd dan uw hoop vast, al is zij zwak. Het zoetste lied dat de hemel ooit liet horen, is voor zulke arme zondaars bestemd.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
And I heard a loud voice saying in heaven, Now is come salvation.
Revelation 12:10
“Salvation.” WHAT “salvation?” Salvation by grace, full and free; salvation without any intermixture of creature righteousness; salvation gushing from the bosom of God; salvation flowing wholly and solely through the blood of the Lamb. But salvation can never be tasted without a previous foretaste of condemnation. Heaven can never be looked up into before there has been a looking down into the gate of hell. There must have been an experience of guilt, before there can be the enjoyment of pardon.
“Now has come salvation.” FROM WHAT? From the accusations of Satan, the curses of the law, the fear of death, the terrors of hell, and sentence of damnation.
And HOW does salvation come? While the battle is going on, while the issue is doubtful, while hand to hand, foot to foot, and shoulder to shoulder, Satan and the soul are engaged in deadly strife, there is no felt experience of salvation. There may be hope, enabling the soldier to stand his ground; there is no shout of victory until the enemy is put to flight. But when Satan is defeated, his accusations silenced, and the soul liberated, then “has come salvation.”
The sweetest song that heaven ever proclaimed, the most blessed note that ever melted the soul, is “salvation.” To be saved—saved from death and hell; saved from “the worm which dies not, and the fire which is not quenched;” saved from the sulphurous flames of the bottomless pit; saved from the companionship of tormenting fiends, and of all the foul wretches under which earth has groaned; saved from blaspheming God in unutterable woe; saved from an eternity of misery without hope; and saved into heaven—the sight of Jesus as He is, perfect holiness and happiness, the blissful company of holy angels and glorified saints! And all this during the countless ages of a blessed eternity! What tongue of men or angels can describe the millionth part of what is contained in the word “salvation!”
To the reader…
Child of God, are you still in the midst of the battle? Do you feel the accusations of Satan, the curse of the law and the fear of death, so that you must wrestle hand to hand and foot to foot, and no shout of joy can yet pass your lips? Do not be alarmed, as though this proves that you stand outside salvation. Whoever is to taste salvation must first have looked into the gate of hell and have come to know his guilt.
But it will not always be battle. An hour comes when the Lord puts the enemy to flight, silences his accusations and sets the soul free. Then in your heart too it will sound: “Now is come salvation,” free and full, through the blood of the Lamb alone. Hold fast your hope, then, weak though it may be. The sweetest song that heaven ever let be heard is meant for just such poor sinners.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Y oí una grande voz en el cielo que decía: Ahora ha venido la salvación.
Apocalipsis 12:10
“La salvación.” ¿QUÉ “salvación”? La salvación por gracia, plena y gratuita; la salvación sin ninguna mezcla de justicia de la criatura; la salvación que mana del seno de Dios; la salvación que fluye total y únicamente por la sangre del Cordero. Pero la salvación nunca puede ser gustada sin un previo anticipo de la condenación. Nunca se puede alzar la mirada al cielo sin antes haber mirado hacia abajo, a la puerta del infierno. Tiene que haber habido una experiencia de la culpa antes de que pueda haber el gozo del perdón.
“Ahora ha venido la salvación.” ¿DE QUÉ? De las acusaciones de Satanás, de las maldiciones de la ley, del temor de la muerte, de los terrores del infierno y de la sentencia de condenación.
¿Y CÓMO viene la salvación? Mientras la batalla continúa, mientras el desenlace es dudoso, mientras Satanás y el alma están trabados en lucha mortal, mano a mano, pie con pie y hombro con hombro, no hay experiencia sentida de la salvación. Puede haber esperanza, que capacita al soldado para mantenerse firme; pero no hay grito de victoria hasta que el enemigo es puesto en fuga. Mas cuando Satanás es derrotado, sus acusaciones acalladas y el alma liberada, entonces “ha venido la salvación”.
El canto más dulce que el cielo jamás proclamó, la nota más bendita que jamás derritió el alma, es “salvación”. ¡Ser salvo: salvo de la muerte y del infierno; salvo de “el gusano que no muere, y el fuego que nunca se apaga”; salvo de las llamas de azufre del abismo sin fondo; salvo de la compañía de demonios atormentadores y de todos los viles malvados bajo los cuales ha gemido la tierra; salvo de blasfemar a Dios en una angustia indecible; salvo de una eternidad de miseria sin esperanza; y salvo para el cielo: la visión de Jesús tal como Él es, la santidad y la felicidad perfectas, la bienaventurada compañía de los santos ángeles y de los santos glorificados! ¡Y todo esto durante las incontables edades de una bendita eternidad! ¿Qué lengua de hombres o de ángeles puede describir la millonésima parte de lo que se contiene en la palabra “salvación”?
Al lector…
Hijo de Dios, ¿está usted todavía en medio de la batalla? ¿Siente las acusaciones de Satanás, la maldición de la ley y el temor de la muerte, de modo que tiene que luchar mano a mano y pie con pie, y ningún grito de gozo puede aún salir de sus labios? No se alarme, como si esto demostrara que está fuera de la salvación. Quien ha de gustar la salvación tiene que haber mirado antes a la puerta del infierno y haber llegado a conocer su culpa.
Pero no siempre será batalla. Llega una hora en que el Señor pone en fuga al enemigo, acalla sus acusaciones y libera el alma. Entonces resonará también en su corazón: “Ahora ha venido la salvación”, gratuita y plena, solo por la sangre del Cordero. Aférrese, pues, a su esperanza, por débil que sea. El canto más dulce que el cielo jamás hizo oír es precisamente para tales pobres pecadores.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl