Nieuw verschenenHet gesprek van een gelovige met zijn zielPreken · vandaag
Joseph Charles Philpot J.C. Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun

Korenaren

 

 

Vandaag

Korenaren Uit De Volle Oogst

15 november Korenaren uit de volle oogst

Maar de duif vond geen ruste voor het hol haars voets; zo keerde zij weder tot hem in de ark.
Genesis 8:9

Wat een rusteloos schepsel is een verzocht kind van God! Hoe vaak kan hij niet op dezelfde plaats blijven, in zijn stoel gaan zitten en rustig bij zijn haard blijven! Zoals de duif van Noach kan hij geen rust vinden voor het hol van zijn voet op de drijvende puinhopen van een verloren wereld. Men heeft verteld van de gevangenen die tijdens de eerste Franse Revolutie in hun gevangenis wachtten op de oproep om voor het Schrikbewind te verschijnen, dat sommigen van hen al hun tijd doorbrachten met in hun cel op en neer te lopen. Zo lopen ook wij onder beproevingen en verzoekingen de kamer op en neer, alsof wij de inspanning van onze geest wilden laten verdwijnen door de inspanning van ons lichaam. Of wij lopen door straten en over wegen om ons hart lucht te geven in zuchten en kermen.

En zoals een beproefd kind van God vaak niet op dezelfde plaats kan blijven, zo kan het ook geestelijk niet rusten. Het kan niet rusten in zijn eigen gerechtigheid, niet in een belijdenis van de lippen, niet in een vorm van godzaligheid, niet in de meningen van mensen, en ook niet in iets wat uit het schepsel voortkomt of in het schepsel samenkomt. Er is altijd iets wat onrust geeft, hetzij in hemzelf, hetzij in de grond waarop hij rust. Soms is die met doornen en distels bezaaid, soms bezet met ruwe rotsblokken.

En toch: als dit rusteloze en onrustige gevoel er niet was, hoevelen, zelfs van de kinderen van God, zouden dan menen de rust van het Evangelie gevonden te hebben! Sommigen zouden rust vinden in valse godsvrucht, anderen in de wereld; weer anderen zouden van hun eigen gerechtigheid een god gemaakt hebben, en nog anderen zouden, zoals de dwaze maagden, gerust in slaap gevallen zijn terwijl de olie in hun lampen opbrandde. Maar in die rusteloze, moeilijke strijd, waarin het leven en de genade van God aanwezig zijn, kan de ziel geen rust vinden dan alleen in de rust die door God geschonken wordt. „Er blijft dus een rust over voor het volk van God.” Die rust is Christus: het bloed, de gerechtigheid, de liefde en de genade van het Lam van God.

Zelfs vindt de mus een huis, o Heer!
De zwaluw legt haar jongskens neer
in ’t kunstig nest bij uw altaren.

Ps. 84:2

Aan de lezer…

U die zo onrustig bent dat u de kamer op en neer loopt en nergens kunt gaan zitten: vindt u, zoals de duif van Noach, geen plaats voor het hol van uw voet op de puinhopen van deze wereld, en ook niet in uw eigen gerechtigheid of in een vorm van godzaligheid? Het is een moeilijke strijd, en u zou soms zo graag willen dat het stil werd in uw ziel.

Maar dank God voor die onrust. Was zij er niet, dan was u misschien met de dwaze maagden gerust in slaap gevallen, terwijl de olie in uw lamp opbrandde. Nu drijft zij u weg van alles wat geschapen is. De duif keerde terug naar de ark; keer zo ook terug naar Christus. Er blijft een rust over voor het volk van God, en die rust is Hij: Zijn bloed, Zijn gerechtigheid, Zijn liefde en de genade van het Lam van God.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

365 Dagen Met Philpot

15 november 365 dagen met Philpot

Die Koning verhore ons

O HEERE! behoud; die Koning verhore ons, ten dage van ons roepen.
Psalm 20:10

Gods kinderen zijn door de Heilige Geest er min of meer van overtuigd dat er in henzelf geen goed is, en dat daarom al het goede dat zij hebben een vrije gave moet zijn uit de overvloedige genade van God. Het kan enige tijd duren, het kan een weg van vele jaren zijn, het kan de vrucht zijn van vele pijnlijke beproevingen en van vele verwarrende angsten, voordat iemand zover gebracht is dat hij alle vertrouwen op het vlees laat varen. Maar pas als hij alle vleselijke steun heeft opgegeven, is hij zover dat hij alleen op het volbrachte werk van Christus kan vertrouwen.

Er is een tijd geweest dat hij dacht dat hij berouw zou hebben, dat hij zou geloven en zijn eigen ziel zou verlossen. Maar tot zijn bittere smart ontdekte hij dat het niet langer de vraag was of hij berouw zou hebben, maar of God hem berouw wilde geven; niet langer of hij zou geloven, maar of God zo goed wilde zijn hem de kostbare gave van het geloof te schenken. Ik geloof dat elk kind van God op het punt komt dat hij van zichzelf ontdaan wordt. In zijn gevoel wordt hij zo diep neergelegd aan Gods voetbank, dat hij beseft dat hij in diepe wateren zal wegzinken als God Zijn hand niet uitsteekt.

Daarom zegt de Kerk: „O HEERE! behoud.” „Begunstig me toch door Uw verlossing aan mijn hart toe te passen. Verzeker mijn ziel van haar deel in het volbrachte werk van Uw dierbare Zoon.” Dit zegt elke ziel die zo vernederd is dat zij beseft dat zij voor eeuwig zal wegzinken zonder de toepassing van het bloed en de liefde van Christus.

Maar als de Kerk zegt: „Heere, verlos ons”, wat houdt dat dan in? Het houdt in dat we ergens van moeten worden verlost; anders kan er van verlossing geen sprake zijn. Verlossing is niet alleen iets negatiefs; het is een daadwerkelijke redding, een echte verlossing: de ziel wordt werkelijk uit de nood gehaald. Als de Kerk dus zegt: „Verlos ons”, betekent dat dat zij bevrijd wil worden van wat anders haar ondergang zou worden.

Lezen: Psalm 20

Aan de lezer…

Soms duurt het lang voordat u tot uw bittere smart ontdekt dat het niet in uw macht ligt uzelf tot berouw en geloof te brengen. Voelt u zich zo laag aan Gods voetbank liggen dat u weet: als Hij Zijn hand niet uitsteekt, zink ik weg in diepe wateren? Schrik daar niet voor terug. Het is een pijnlijke weg, soms van vele jaren, maar het is de weg waarlangs de Heere een ziel losmaakt van alle vertrouwen op het vlees.

Want juist zo leert de ziel roepen: „O HEERE! behoud.” Niet als een vrome gewoonte, maar als de roep van iemand die werkelijk uit de nood gered moet worden. Hij Die naar deze bede luistert, kan het bloed en de liefde van Christus aan uw hart toepassen en uw ziel verzekeren van haar deel in het volbrachte werk van Zijn dierbare Zoon. Roep dan, ten dage van uw roepen; de Koning hoort.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

Door Baca's Vallei

15 november Door Baca’s vallei

Mijn Vader, Die ze Mij gegeven heeft, is groter dan allen; en niemand zal hen rukken uit de hand Mijns Vaders.
Johannes 10:29

In het zeer voortreffelijke en ontroerende gebed dat de Heere Jezus Christus, als de grote Hogepriester over het huis van God, tot Zijn hemelse Vader opzond voordat Hij Zijn dierbaar bloed aan het kruis vergoot, staat een smeking, of liever een uitdrukking van Zijn heilige wil, die een onuitsprekelijke zegen in zich draagt: „Vader, Ik wil, dat waar Ik ben, ook die bij Mij zijn, die Gij Mij gegeven hebt; opdat zij Mijn heerlijkheid mogen aanschouwen, die Gij Mij gegeven hebt; want Gij hebt Mij liefgehad vóór de grondlegging der wereld.” De overgang van smeken als Priester naar het uitspreken van Zijn wil als Koning is zeer opmerkelijk, en werpt een kostbaar licht op de aard van Christus’ middelaarsbediening aan de rechterhand van God.

Op grond van de vervulling van Zijn verbondsverplichtingen, van Zijn verzoenend offer en volbrachte werk, en krachtens de volkomen gelijkheid van Zijn goddelijke natuur met die van Zijn Vader en van de Heilige Geest, spreekt Hij Zijn soevereine wil uit. Die wil was en is in wezen de eeuwige wil en het vastgestelde besluit van Zijn hemelse Vader. En o, hoe vol en krachtig, hoe dierbaar en voorkomend is de wil van Christus, zoals die hier wordt uitgesproken! Hoe omvat Hij in Zijn sterke en soevereine greep alle leden van Zijn verborgen lichaam, alle schapen van Zijn weide en de kudde van Zijn hand, alles wat de Vader Hem als eeuwig eigendom had toegekend!

Ja, alle ontelbare miljoenen die Hem vóór de grondlegging van de wereld gegeven zijn als Zijn blijdschap en kroon, als Zijn eeuwige erfenis, als de vreugde van Zijn hart en de beloofde beloning voor Zijn vleeswording, Zijn lijden en dood, zij allen waren ingesloten in de uitdrukking van Zijn heilige en onveranderlijke wil. Wat hun staat en toestand hier beneden ook is, onder welke zonden en smarten zij ook moeten zuchten en kermen, welke tegenstand zij ook ondervinden van de aarde of van de hel: deze wil van Christus bewaart hen. Daardoor kunnen zij niet uit Zijn hand vallen en ook niet van hun heerlijke erfenis beroofd worden.

Aan de lezer…

Zucht u, waarde lezer, onder zonden en smarten, en vreest u dat u ooit uit de hand van de Heere zult vallen? Kijkt u naar de tegenstand van de aarde en van de hel, en dan naar uw eigen zwakheid, en zinkt de moed u in de schoenen? Hoor dan wat de grote Hogepriester tot Zijn Vader sprak, niet alleen als een bede, maar als de wil van een Koning: „Vader, Ik wil, dat waar Ik ben, ook die bij Mij zijn, die Gij Mij gegeven hebt.”

Daarin ligt uw veiligheid: niet in de kracht van uw greep op Hem, maar in Zijn sterke en soevereine greep op de Zijnen. Niemand zal hen rukken uit de hand van Zijn Vader. Bent u een arm schaap dat Zijn stem kent en naar Hem uitziet, wat uw staat hier beneden ook is, deze wil van Christus bewaart u. Zie dan van uzelf af en op Hem, Die Zijn dierbaar bloed vergoot voor wie de Vader Hem gaf.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina