Nieuw verschenenHet gesprek van een gelovige met zijn zielPreken · 2 dagen geleden
Joseph Charles Philpot J.C. Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun

Korenaren

 

 

Vandaag

Korenaren Uit De Volle Oogst

15 januari Korenaren uit de volle oogst

Maar wij hebben deze schat in aarden vaten, opdat de uitnemendheid der kracht zij van God, en niet uit ons.
2 Korinthe 4:7

Verwonder u er niet over als u voelt dat u in uzelf niets meer bent dan een aarden vat, en als u diep en dagelijks voelt aan wat voor een broos lichaam God licht en leven geschonken heeft. Verwonder u er niet over als uw lemen huis vaak wankelt, als ziekte soms uw sterfelijke tabernakel aantast, als in uw vlees niets goeds woont, als uw ziel vaak aan het stof kleeft en als u niet in staat bent een zoet besef van Gods goedheid en liefde te ervaren. Verwonder u niet en schrik niet van de verdorvenheid van uw bedorven natuur: van de diepte van de zonde in uw vleselijk hart en van de gruwelen die loeren en werken in uw bedrieglijk en zeer bedorven hart. Bedenk dat het de wil van God is dat u die hemelse schat, die u verrijkt voor de eeuwigheid, in een aarden vat moet dragen.

Wij moeten een dagelijks besef van onze lage afkomst met ons meedragen, om de hoogmoed voor onze ogen te verbergen. Wij moeten door anderen verfoeid worden, en door niemand zozeer als door onszelf. Wij moeten steeds onze aangeboren zwakheid voelen, en ook dat wij zonder Christus niets kunnen doen. Wij moeten met nederigheid bekleed zijn, en ons de grootste van de zondaars voelen, en minder dan de minste van alle heiligen. Zo leren wij de hoogte, breedte en diepte kennen van de liefde van Christus, Die Zich zo diep neerboog om ons zo hoog te verheffen.

Zend, Heer, Uw licht en waarheid neder
en breng mij, door die glans geleid,
tot Uw gewijde tente weder.
Dan klimt mijn bange ziel gereder
ten berge van Uw heiligheid,
waar mij Uw gunst verbeidt.

Ps. 43:3

Aan de lezer…

Misschien bent u ontsteld over uzelf: over de zwakheid van uw lichaam, over de verdorvenheid die u in uw hart ontdekt, over een ziel die zo vaak aan het stof kleeft. U had gedacht dat genade u sterker en beter zou laten voelen, en in plaats daarvan ziet u steeds meer hoe arm en broos u bent. Verwonder u daar niet over. Het is de wil van God dat Zijn hemelse schat gedragen wordt in een aarden vat.

Dat aarden vat is geen bewijs dat de schat er niet in is. Het is de plaats die God er Zelf voor gekozen heeft, opdat de uitnemendheid van de kracht van Hem zou zijn, en niet uit ons. Hoe kleiner u in uw eigen ogen wordt, hoe meer ruimte er is voor Christus. Zonder Hem kunt u niets doen, maar Hij boog Zich zo diep neer om zulke aarden vaten zo hoog te verheffen. Laat uw armoede u dan niet van Hem wegdrijven, maar juist naar Hem toe.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

365 Dagen Met Philpot

15 januari 365 dagen met Philpot

Alle dingen ten goede

En wij weten dat degenen, die God liefhebben, alle dingen medewerken ten goede.
Romeinen 8:28

Hoe kunnen wij weten of bezoekingen ons werkelijk tot nut zijn? Soms vergissen we ons hierin. We denken dat bezoekingen noodzakelijk op hetzelfde moment gepaard gaan met zichtbare zegen. Als de openbaringen en vertroostingen van goddelijke liefde niet precies tegelijk met de bezoeking komen, zijn we vaak geneigd te geloven dat de bezoeking zonder nut aan ons voorbij is gegaan. Maar zo moeten we bezoekingen niet beoordelen. Bezoeking en troost zijn verschillende dingen. Bezoekingen zijn bedoeld om het hart op troost voor te bereiden; maar wanneer en hoe de troost zal komen, daarover heeft God in Zijn Woord geen enkele regel vastgelegd.

Maken de bezoekingen die we doormaken ons nederig? Dan doen ze ons goed. Doven ze de liefde tot de wereld in ons hart? Dan doen ze ons goed. Zuiveren ze ons van schijnheiligheid? Dan doen ze ons goed. Brengen ze ons vuriger aan de troon der genade? Dan doen ze ons goed. Openbaren ze ons zonden die we eerder niet hebben gezien? Dan doen ze ons goed. Dringen ze door in ons hart? Leggen ze de verdorven bron bloot die we in ons dragen? Doorzoeken en beproeven ze ons voor een God Die het geweten doorzoekt? Maken ze onze geest buigzamer en zachter? Gaan ze gepaard met een uitstorten van het hart voor het aangezicht van God? Dan doen ze ons goed.

Dit voorbereidende werk moet gedaan worden voordat de vertroosting komt. Het is te vergelijken met een chirurg die een zieke plek behandelt. Hoe pijnlijk is de operatie! Wat snijdt het mes diep! Hoe lang kan het duren voordat de wond geneest! Toch is elke snede van het mes onvermijdelijk. Hij zou zijn plicht als bekwaam en betrouwbaar chirurg niet doen als hij de wond niet tot op de bodem uitsneed. Zoals pijn nodig is voor genezing en door het mes moet worden teweeggebracht, zo moeten wij geestelijk in onze ziel gewond worden en moet erin gesneden worden, zo lang en zo diep als God nodig acht, zodat we de vertroosting mogen ontvangen wanneer het Hem goeddunkt.

Lezen: Klaagliederen 3:27-40

Aan de lezer…

Hier is een woord voor wie denkt dat de bezoeking vergeefs is geweest, omdat de troost niet meteen kwam. U hebt gezucht en gewacht, maar de vertroostingen van goddelijke liefde bleven uit. Laat u daardoor niet ontmoedigen. Bezoeking en troost zijn twee verschillende dingen, en wanneer de troost komt, heeft God aan Zichzelf gehouden. Vraag u liever af: maakt deze weg mij nederig? Dooft hij mijn liefde tot de wereld? Brengt hij mij vuriger aan de troon der genade?

Als het mes van de Meesterchirurg diep snijdt, is dat geen wreedheid, maar trouw. Hij snijdt de wond tot op de bodem uit, omdat Hij u wil genezen en niet alleen verzachten. Het doet pijn, het duurt lang, en soms weet u niet hoe het verder moet. Maar elke snede is nodig en wordt door een liefhebbende hand gedaan. Wacht dan op Hem; wanneer het Hem goeddunkt, zal de vertroosting komen.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

Door Baca's Vallei

15 januari Door Baca’s vallei

De Heere doe Zijn aangezicht over u lichten.
Numeri 6:25

Naar mijn gedachten wordt hier gezinspeeld op de zon. Als de zon niet is opgegaan en dus onder de horizon staat, moet het vanzelf donker zijn. Zo is het ook met menige begenadigde ziel: het is bij haar donker, een middernachtelijke, Egyptische duisternis, een tastbare duisternis, omdat op dat ogenblik de Morgenster nog niet verschenen is en de Zon der gerechtigheid, die genezing heeft onder haar vleugelen, nog niet is opgegaan. Het zal en moet donker bij haar zijn totdat de Zon is opgegaan.

Maar ook nadat de zon is opgegaan, zien wij haar soms niet, want wolken, zwarte wolken, kunnen dit heldere licht soms de hele dag verduisteren, zodat er geen enkele straal doorkomt, de hele tijd dat zij boven de horizon staat. Zo vergaat het menig kind van de Heere. Nadat de Zon voor hen is opgegaan in de morgen van het geestelijk leven, moeten zij misschien wel de rest van hun leven onder een donkere wolk doorbrengen, totdat misschien tegen de avond het licht verschijnt en een laatste zonnestraal het sterfbed verguldt. Maar soms komen er ook dagen waarop de mistwolken zich snel over de heldere dag uitspreiden, en toch kijkt de zon zo nu en dan door de brekende wolken heen.

Is dit niet in zekere mate een beeld van de manier waarop de Zon der gerechtigheid steeds weer verduisterd wordt door de mistwolken en dampen die uit ons ongelovig hart opstijgen? Hij wordt aan het oog onttrokken door twijfel en vrees, zoals de mistbanken in de dalen de schoonheid van het landschap kunnen verbergen. En toch zijn er tijden waarin de Zon der gerechtigheid door de wolken heen kijkt en de mist verdrijft. Wanneer het de Heere behaagt de ziel te zegenen en Hij komt met een enigszins zoete openbaring, dan breekt de Zon door de donkere wolken heen, maar daarna sluiten zij zich opnieuw.

Het is niet de ervaring van de christen dat het de hele dag zomer is. Wij leven namelijk niet in Australië of Peru, waar zelden wolken of mistdampen het licht van de zon verduisteren. Ons geestelijk klimaat is vochtig en onze innerlijke ligging is op de noorderbreedte.

„De Heere doe Zijn aangezicht over u lichten.” Is de Heere dan soeverein in deze zaken? Kunnen wij niet onze hand opheffen en de wolk laten verdwijnen? Wij hebben net zo min de macht onze hand uit te steken om de dampen te laten verdwijnen, als wij de macht hebben om de Londense mist te laten optrekken. En juist dit zet het schepsel op zijn rechte plaats! En het schepsel staat pas op zijn rechte plaats wanneer het niets is en God alles.

Hoe dierbaar is het om het aangezicht van de Vader te zien, en dat in het bewijs van Zijn gunst; niet bedekt met dreigende wolken van rechtvaardig ongenoegen, zoals wij in de natuur soms een dreigende zon zien die boos neerkijkt en wind en storm voorspelt. Wij hebben ons Zijn rechtvaardig ongenoegen op de hals gehaald, en hoewel Hij op geen van Zijn kinderen boos is, is Hij toch terecht vertoornd over hun zonden. En wij voelen in onze ziel dat Hij daarom Zijn aangezicht voor ons bedekt. „Gij hebt U met een wolk bedekt, zodat er geen gebed door kwam” (Klaagl. 3:44).

„De Heere doe Zijn aangezicht over u lichten.” En als Hij Zijn aangezicht over u laat schijnen, dan zal ook uw aangezicht stralen. Zo was het met Mozes, toen hij op de berg was en zoete gemeenschap met God had. Toen hij bij het volk terugkwam, glansde zijn aangezicht. De heerlijkheid van God weerspiegelde erop. En als de Heere Zijn aangezicht over u laat lichten, dan zal uw aangezicht niet anders zijn dan dat van Mozes, wanneer u onder het volk van God komt.

Aan de lezer…

Merkt u dat het donker is in uw ziel? Hangen er zware wolken van twijfel en vrees tussen u en de Heere, zodat u nauwelijks een straal van Zijn licht ziet? Weet dan dat dit niet vreemd is voor Gods kinderen. Ons geestelijk klimaat is vochtig; het is niet de hele dag zomer. En u kunt de wolken niet met eigen hand wegschuiven. Dat zet het schepsel op zijn rechte plaats: niets te zijn, zodat God alles is.

Maar achter de wolken schijnt de Zon der gerechtigheid nog. Wanneer het de Heere behaagt, breekt Hij erdoorheen, al is het maar voor een ogenblik. Leg uw schuld en uw zonden eerlijk voor Hem neer en wacht op Hem. Bid dan voor uzelf wat het oude zegenwoord vraagt: „De Heere doe Zijn aangezicht over u lichten.” En als Hij dat doet, zal ook uw aangezicht ervan stralen onder Zijn volk.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina