6 dagen geleden verschenen
Het woord van Gods genade
Een uitleg van Handelingen 20:32: Paulus beveelt de oudsten van Efeze aan God en aan het woord van Zijn genade. Alleen dat woord, door de Geest toegepast, bouwt de ziel…
11 dagen geleden verschenen
Schatten in de duisternis
Uitleg van Jesaja 45:2,3 voor Gods kinderen: de Heere gaat voor hen uit, maakt kromme wegen recht, verbreekt koperen deuren en ijzeren grendels, geeft verborgen schatten en leert hen zo…
2 weken geleden verschenen
Verkrijgen en verliezen
Naar Prediker 3:6: een levende ziel verkrijgt geestelijke dingen, van kennis van God en van zichzelf tot geloof en vergeving, maar verliest ook haar eigen gerechtigheid en kracht. De preek…
Het schudden van wat gemaakt is en de vastheid van wat gegeven is
Over Hebreeën 12:27,28: wat gemaakt is, wordt geschud en weggenomen, wat God geeft blijft. Het Koninkrijk dat niet bewogen kan worden wordt door geloof ontvangen, door genade vastgehouden en draagt…
Het is wenselijk de Authorised Version te behouden
Philpot pleit in 1857 tegen een herziene Bijbelvertaling. Hij vreest verminking door dwalende geleerden, onzekerheid en verwarring bij Gods kinderen, en verlies van een gezaghebbende maatstaf en van een nationaal…
Korenaren Uit De Volle Oogst
En Hij zeide tot hen: Het is u gegeven te verstaan de verborgenheid des Koninkrijks Gods; maar degenen, die buiten zijn, geschieden al deze dingen door gelijkenissen.
Marcus 4:11
Door „het Koninkrijk Gods” wordt hetzelfde bedoeld als door „het Koninkrijk der hemelen”, dat is het inwendige Koninkrijk, door de kracht des Geestes in het hart opgericht — dat Koninkrijk hetwelk tot in eeuwigheid bestaan en duren zal, als er geen tijd meer zijn zal. Dit noemt de Heere een verborgenheid. En zo het een verborgenheid is, zal het deze drie kentekenen hebben: het zal boven natuur, gevoel en rede zijn, het zal verborgen zijn voor de wijzen en voorzichtigen, en het zal de kinderkens geopenbaard worden. Laat ons zien of wij deze kenmerken, tot het Koninkrijk der hemelen in onze harten gewrocht, kunnen vinden.
Het is zekerlijk boven natuur, gevoel en rede dat God in het hart van een mens zou wonen, zoals de apostel zegt: „Christus in u, de hoop der heerlijkheid”, en verder: „Gij zijt tempelen des levenden Gods; gelijkerwijs God gezegd heeft: Ik zal in hen wonen en Ik zal onder (in) hen wandelen” (2 Kor. 6:16). Dat God woning zou maken in eens mensen hart; dat Christus in een mens zou zijn en dat de Heilige Geest het lichaam Zijner heiligen tot Zijn tempel zou maken — hoe kan de natuur, het gevoel en de rede zulk een geheim als dit verstaan?
Toen een der oude martelaren, ik meen dat het Polycarpus was, voor Trajanus gebracht werd, en de keizer hem vroeg wie hij was, antwoordde hij: „Ik ben Polycarpus, de Goddrager; want ik draag God in mij!” De keizer lachte over dit antwoord en zeide: „Laat hem voor de wilde dieren geworpen worden.” Hoe kon een boos en zwak mens God in zijn boezem dragen? En toch is het een verborgenheid, de zuigelingen geopenbaard; want zij ontvangen het in liefde door Goddelijke lering, als een der verborgenheden die God de Heilige Geest aan het hart bekendmaakt!
Hoe groot, hoe vrees’lijk zijt G’ alom
uit uw verheven heiligdom,
aanbidd’lijk Opperwezen!
’t Is Isrels God, die krachten geeft,
van wie het volk zijn sterkte heeft:
looft God, elk moet Hem vrezen.
Ps. 68:17
Aan de lezer…
Het kan zijn dat u zich te gering en te onwetend voelt voor de verborgenheid van het Koninkrijk Gods. Dan staat u misschien dichter bij dan u denkt. Want deze verborgenheid gaat boven natuur, gevoel en rede; zij is verborgen voor de wijzen en voorzichtigen, maar wordt de kinderkens geopenbaard. Het is geen kennis die het verstand verwerft, maar een werk dat de Heilige Geest aan het hart bekendmaakt.
Dat God woning zou maken in het hart van een boos en zwak mens, de wereld lacht erom. En toch, „Christus in u, de hoop der heerlijkheid”, is het geheim van ieder die waarlijk in het Koninkrijk is. Bent u arm en klein in uw eigen ogen? Vraag dan of Hij ook in u wil wonen en wandelen. Wat de wijzen niet verstaan, ontvangen de zuigelingen in liefde, en zij weten dat het genade is.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
En Hij zeide tot hen: Het is u gegeven te verstaan de verborgenheid des Koninkrijks Gods; maar degenen, die buiten zijn, geschieden al deze dingen door gelijkenissen.
Marcus 4:11
Met „het Koninkrijk Gods” wordt hetzelfde bedoeld als met „het Koninkrijk der hemelen”, namelijk het inwendige Koninkrijk dat door de kracht van de Geest in het hart wordt opgericht. Dat is het Koninkrijk dat tot in eeuwigheid zal bestaan en blijven, wanneer er geen tijd meer zal zijn. Dit noemt de Heere een verborgenheid. En als het een verborgenheid is, zal het deze drie kenmerken hebben: het zal boven natuur, gevoel en verstand uitgaan, het zal verborgen zijn voor de wijzen en verstandigen, en het zal aan de kinderen geopenbaard worden. Laten wij zien of wij deze kenmerken kunnen vinden in het Koninkrijk der hemelen zoals het in ons hart gewerkt is.
Het gaat zeker boven natuur, gevoel en verstand uit dat God in het hart van een mens zou wonen, zoals de apostel zegt: „Christus in u, de hoop der heerlijkheid”, en verder: „Gij zijt tempelen des levenden Gods; gelijkerwijs God gezegd heeft: Ik zal in hen wonen en Ik zal onder (in) hen wandelen” (2 Kor. 6:16). Dat God woning zou maken in het hart van een mens; dat Christus in een mens zou zijn, en dat de Heilige Geest het lichaam van Zijn heiligen tot Zijn tempel zou maken — hoe kunnen natuur, gevoel en verstand zo’n geheim begrijpen?
Toen een van de oude martelaren — ik meen dat het Polycarpus was — voor Trajanus werd gebracht en de keizer hem vroeg wie hij was, antwoordde hij: „Ik ben Polycarpus, de Goddrager; want ik draag God in mij!” De keizer lachte om dit antwoord en zei: „Laat hem voor de wilde dieren geworpen worden.” Hoe kon een boos en zwak mens God in zijn binnenste dragen? En toch is het een verborgenheid die aan de zuigelingen geopenbaard is. Want zij ontvangen het in liefde door Goddelijk onderwijs, als een van de verborgenheden die God de Heilige Geest aan het hart bekendmaakt!
Hoe groot, hoe vrees’lijk zijt G’ alom
uit uw verheven heiligdom,
aanbidd’lijk Opperwezen!
’t Is Isrels God, die krachten geeft,
van wie het volk zijn sterkte heeft:
looft God, elk moet Hem vrezen.
Ps. 68:17
Aan de lezer…
Het kan zijn dat u zich te gering en te onwetend voelt voor de verborgenheid van het Koninkrijk van God. Dan staat u misschien dichterbij dan u denkt. Want deze verborgenheid gaat boven natuur, gevoel en verstand uit; zij is verborgen voor de wijzen en verstandigen, maar wordt aan de kinderen geopenbaard. Het is geen kennis die het verstand verwerft, maar een werk dat de Heilige Geest aan het hart bekendmaakt.
Dat God woning zou maken in het hart van een boos en zwak mens: de wereld lacht erom. En toch is „Christus in u, de hoop der heerlijkheid” het geheim van ieder die werkelijk in het Koninkrijk is. Bent u arm en klein in uw eigen ogen? Vraag Hem dan of Hij ook in u wil wonen en wandelen. Wat de wijzen niet begrijpen, ontvangen de zuigelingen in liefde, en zij weten dat het genade is.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
And He said unto them, Unto you it is given to know the mystery of the kingdom of God: but unto them that are without, all these things are done in parables.
Mark 4:11
By “the kingdom of God” is meant the same thing as “the kingdom of heaven,” that is, the internal kingdom set up in the heart by the power of the Spirit—that kingdom which shall stand forever and ever, and last when time shall be no more. This the Lord calls a mystery. And if it is a mystery, it will have these three marks—
it will be beyond nature, sense, and reason;
it will be hidden from the wise and prudent;
it will be revealed unto babes.
Let us see if we can find these marks belonging to the kingdom of heaven set up in the heart. It certainly is above nature, sense, and reason, that God should dwell in a man’s heart, as the Apostle says, “Christ in you, the hope of glory;” and again, “You are the temple of the living God; as God has said, I will dwell in them, and walk in them” (2 Cor. 6:16). That God should take up His abode in a man’s heart; that Christ should be in a man; and the Holy Spirit should make the body of His saints His temple; how can nature, sense, and reason understand such a mystery as this?
When one of the ancient martyrs, I think it was Polycarp, was brought before Trajan, when the Emperor asked him his name, he answered, “I am Polycarp, the God-bearer, for I carry God in me!” At this answer the Emperor laughed, and said, “Let him be thrown to the wild beasts.” That was the only answer a persecuting tyrant could give. That a man frail and feeble, whom a lion could tear to pieces in a few moments, carried God in his bosom!—how could the wise and prudent Trajan believe a thing so unheard of? Yet it is a mystery revealed to babes; for they receive it in the love of it under divine teaching, as one of the mysteries that God the Spirit makes known in the heart.
To the reader…
It may be that you feel too small and too ignorant for the mystery of the kingdom of God. Then you may be nearer than you think. For this mystery is beyond nature, sense and reason; it is hidden from the wise and prudent, but revealed unto babes. It is not knowledge that the understanding acquires, but a work that the Holy Spirit makes known in the heart.
That God should make His abode in the heart of a sinful and frail man: the world laughs at it. And yet “Christ in you, the hope of glory” is the secret of everyone who is truly in the kingdom. Are you poor and small in your own eyes? Then ask Him to dwell and walk in you too. What the wise do not understand, the babes receive in love, and they know that it is grace.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Y les dijo: A vosotros es dado saber el misterio del reino de Dios; mas a los que están fuera, por parábolas todas las cosas.
Marcos 4:11
Por “el reino de Dios” se entiende lo mismo que “el reino de los cielos”, es decir, el reino interior establecido en el corazón por el poder del Espíritu: aquel reino que permanecerá por los siglos de los siglos, y durará cuando el tiempo ya no sea. A esto el Señor lo llama un misterio. Y si es un misterio, tendrá estas tres marcas:
estará por encima de la naturaleza, los sentidos y la razón;
estará escondido de los sabios y entendidos;
será revelado a los niños.
Veamos si podemos hallar estas marcas en el reino de los cielos establecido en el corazón. Ciertamente está por encima de la naturaleza, los sentidos y la razón que Dios habite en el corazón de un hombre, como dice el Apóstol: “Cristo en vosotros la esperanza de gloria”; y también: “Vosotros sois el templo del Dios viviente, como Dios dijo: Habitaré y andaré en ellos” (2 Corintios 6:16). Que Dios haga Su morada en el corazón de un hombre; que Cristo esté en un hombre; y que el Espíritu Santo haga del cuerpo de Sus santos Su templo: ¿cómo pueden la naturaleza, los sentidos y la razón entender un misterio como este?
Cuando uno de los antiguos mártires, creo que fue Policarpo, fue llevado ante Trajano, y el Emperador le preguntó su nombre, respondió: “¡Soy Policarpo, el portador de Dios, porque llevo a Dios en mí!” Ante esta respuesta el Emperador se rió y dijo: “Que sea echado a las fieras.” Esa era la única respuesta que podía dar un tirano perseguidor. ¡Que un hombre frágil y débil, a quien un león podía despedazar en unos momentos, llevara a Dios en su pecho! ¿Cómo podía el sabio y entendido Trajano creer una cosa tan inaudita? Sin embargo, es un misterio revelado a los niños; porque ellos lo reciben con amor bajo la enseñanza divina, como uno de los misterios que Dios el Espíritu da a conocer en el corazón.
Al lector…
Puede ser que usted se sienta demasiado pequeño y demasiado ignorante para el misterio del reino de Dios. Entonces quizá esté más cerca de lo que piensa. Porque este misterio está por encima de la naturaleza, los sentidos y la razón; está escondido de los sabios y entendidos, pero revelado a los niños. No es un conocimiento que adquiere el entendimiento, sino una obra que el Espíritu Santo da a conocer en el corazón.
Que Dios haga Su morada en el corazón de un hombre pecador y frágil: el mundo se ríe de ello. Y sin embargo, “Cristo en vosotros la esperanza de gloria” es el secreto de todo aquel que está verdaderamente en el reino. ¿Es usted pobre y pequeño a sus propios ojos? Pídale entonces que habite y ande también en usted. Lo que los sabios no entienden, los niños lo reciben con amor, y saben que es gracia.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl
365 Dagen Met Philpot
Een onbeweeglijk koninkrijk
En dit woord: Nog eenmaal, wijst aan de verandering der beweeglijke dingen, als welke gemaakt waren, opdat blijven zouden de dingen, die niet beweeglijk zijn. Daarom, alzo wij een onbeweeglijk koninkrijk ontvangen, laat ons de genade vasthouden, door dewelke wij welbehaaglijk Gode mogen dienen, met eerbied en godvruchtigheid.
Hebreeën 12:27,28
Een kind van God kan niet altijd zijn eigen genade zien, zelfs vaak niet; hij kan haar in anderen zien en zij zien haar in hem, maar hij lijkt er meer toe bereid te zijn de oprechtheid van andermans godsdienst te geloven dan die van hemzelf. Waarom is dit zo? Omdat er zoveel in hem is dat de genade verwerpt; en als hij hierop ziet, zegt hij: „Zou ik genade hebben? Zou ik dan zijn zoals ik ben? Zou ik dan handelen zoals ik doe? Zou mijn hart zo vleselijk en zinnelijk zijn? Zouden mijn lusten en hartstochten zo sterk zijn? Zouden mijn verleidingen zo krachtig zijn, als ik genade had?”
Om arme twijfelaars te helpen, hebben we enkele tekenen en kenmerken van het bezit van genade. Twee noemen we hier in het bijzonder: „eerbied en godvruchtigheid”. Kunt u deze zustergenades niet in uw hart vinden? Hebt u geen eerbied voor God? Als u voor Hem komt in eenzaam gebed, is er dan geen eerbied voor Zijn grote heerlijkheid? Dan is dat een teken van genade. Doet het uw hart nooit pijn als u hoort dat Gods Naam gelasterd wordt? Is hoogmoed een zonde die u zeer vreest? Wilt u alles liever dan een huichelaar zijn? Voelt en ziet u het oneindige verschil tussen u, een ellendige en verdorven zondaar, en Hem, een zuivere en heilige Heere?
En hebt u geen godvruchtigheid? Bent u niet bang om de grote God in de hemel te minachten? Doorzoek en peil uw hart tot op de bodem en zie of er geen godsvrucht in uw ziel werkzaam is. Als u in zonden bent teruggevallen, hebt u dan geen wroeging, verdriet en berouw? Dit zijn de vruchten van godvruchtigheid; en God wordt op de juiste wijze gediend als Hij met eerbied wordt gediend en als de godvruchtigheid werkzaam is. Als men maar een greintje heilige eerbied bezit, een sprankje godvruchtigheid, dan is men een christen, een kind van God, een erfgenaam van de heerlijkheid, en men heeft een koninkrijk ontvangen dat niet kan worden bewogen.
Lezen: Psalm 42
Aan de lezer…
Kind van God, ziet u de genade wel in anderen, maar niet in uzelf? Zegt u: „Zou ik genade hebben, en dan nog zo vleselijk zijn, zulke lusten voelen, zo dikwijls struikelen?” Zo spreken meer kinderen van God, want er is zoveel in hen wat de genade tegenspreekt. Wees daarom niet al te snel met uw oordeel over uzelf.
Vraag liever eenvoudig: is er eerbied voor God in mijn hart? Doet het mij pijn als Zijn Naam gelasterd wordt? Vrees ik de hoogmoed, en wil ik alles liever dan een huichelaar zijn? Is er, als ik gevallen ben, wroeging, verdriet en berouw? Dat zijn geen vruchten van de natuur, maar van de genade. Al is het maar een greintje heilige eerbied, een sprankje godvruchtigheid, het is van Hem; en waar Hij zoveel geeft, heeft de ziel een koninkrijk ontvangen dat niet kan worden bewogen.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
En dit woord: Nog eenmaal, wijst aan de verandering der beweeglijke dingen, als welke gemaakt waren, opdat blijven zouden de dingen, die niet beweeglijk zijn. Daarom, alzo wij een onbeweeglijk koninkrijk ontvangen, laat ons de genade vasthouden, door dewelke wij welbehaaglijk Gode mogen dienen, met eerbied en godvruchtigheid.
Hebreeën 12:27,28
Een kind van God kan zijn eigen genade niet altijd zien, zelfs vaak niet. Hij kan haar in anderen zien, en zij zien haar in hem, maar hij lijkt eerder bereid te geloven dat de godsdienst van een ander oprecht is dan die van hemzelf. Waarom is dat zo? Omdat er zoveel in hem is wat de genade tegenspreekt. Als hij daarop let, zegt hij: „Zou ik genade hebben? Zou ik dan zijn zoals ik ben? Zou ik dan handelen zoals ik doe? Zou mijn hart zo vleselijk en zinnelijk zijn? Zouden mijn lusten en hartstochten zo sterk zijn? Zouden mijn verleidingen zo krachtig zijn, als ik genade had?”
Om arme twijfelaars te helpen, hebben we enkele tekenen en kenmerken van het bezit van genade. Twee noemen we hier in het bijzonder: „eerbied en godvruchtigheid”. Kunt u deze zustergenaden niet in uw hart vinden? Hebt u geen eerbied voor God? Als u in het eenzame gebed voor Hem komt, is er dan geen eerbied voor Zijn grote heerlijkheid? Dan is dat een teken van genade.
Doet het uw hart nooit pijn als u hoort dat Gods Naam gelasterd wordt? Is hoogmoed een zonde die u zeer vreest? Wilt u alles liever zijn dan een huichelaar? Voelt en ziet u het oneindige verschil tussen u, een ellendige en verdorven zondaar, en Hem, een zuivere en heilige Heere?
En hebt u geen godvruchtigheid? Bent u niet bang de grote God in de hemel te minachten? Onderzoek en peil uw hart tot op de bodem en zie of er geen godsvrucht in uw ziel werkzaam is. Als u in zonden bent teruggevallen, hebt u dan geen wroeging, verdriet en berouw? Dit zijn de vruchten van godvruchtigheid. En God wordt op de juiste wijze gediend als Hij met eerbied gediend wordt en de godvruchtigheid werkzaam is. Wie maar een greintje heilige eerbied bezit, een sprankje godvruchtigheid, is een christen, een kind van God, een erfgenaam van de heerlijkheid, en heeft een koninkrijk ontvangen dat niet bewogen kan worden.
Lezen: Psalm 42
Aan de lezer…
Kind van God, ziet u de genade wel in anderen, maar niet in uzelf? Zegt u: „Zou ik genade hebben, en dan nog zo vleselijk zijn, zulke lusten voelen, zo vaak struikelen?” Zo spreken meer kinderen van God, want er is zoveel in hen wat de genade tegenspreekt. Wees daarom niet te snel met uw oordeel over uzelf.
Vraag liever eenvoudig: is er eerbied voor God in mijn hart? Doet het mij pijn als Zijn Naam gelasterd wordt? Vrees ik de hoogmoed, en wil ik alles liever zijn dan een huichelaar? Is er, als ik gevallen ben, wroeging, verdriet en berouw? Dat zijn geen vruchten van de natuur, maar van de genade. Al is het maar een greintje heilige eerbied, een sprankje godvruchtigheid, het is van Hem. En waar Hij dat geeft, heeft de ziel een koninkrijk ontvangen dat niet bewogen kan worden.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
And this word, Yet once more, signifieth the removing of those things that are shaken, as of things that are made, that those things which cannot be shaken may remain. Wherefore we receiving a kingdom which cannot be moved, let us have grace, whereby we may serve God acceptably with reverence and godly fear.
Hebrews 12:27-28
A child of God cannot always see his own grace, indeed often cannot. He can see it in others, and they see it in him, but he seems more ready to believe that another man’s religion is genuine than his own. Why is this? Because there is so much in him which contradicts grace. When he looks at that, he says, “Can I have grace? Should I then be as I am? Should I act as I do? Would my heart be so carnal and sensual? Would my lusts and passions be so strong? Would my temptations be so powerful, if I had grace?”
To help poor doubters, we have some signs and marks of the possession of grace. Two we mention here in particular: “reverence and godly fear.” Can you not find these sister graces in your heart? Have you no reverence for God? When you come before Him in solitary prayer, is there no reverence for His great majesty? Then that is a mark of grace.
Does it never grieve your heart when you hear God’s Name blasphemed? Is pride a sin you greatly fear? Would you rather be anything than a hypocrite? Do you feel and see the infinite difference between you, a wretched and depraved sinner, and Him, a pure and holy Lord?
And have you no godly fear? Are you not afraid of despising the great God in heaven? Search and sound your heart to the bottom and see whether there is no godly fear at work in your soul. If you have fallen back into sins, have you no remorse, grief and repentance? These are the fruits of godly fear.
And God is rightly served when He is served with reverence and godly fear is at work. Whoever possesses but a grain of holy reverence, a spark of godly fear, is a Christian, a child of God, an heir of glory, and has received a kingdom which cannot be moved.
Reading: Psalm 42
To the reader…
Child of God, do you see grace in others but not in yourself? Do you say, “Can I have grace, and still be so carnal, feel such lusts, stumble so often?” Many children of God speak so, for there is so much in them that contradicts grace. Do not, then, be too quick in passing judgment on yourself.
Ask rather, simply: is there reverence for God in my heart? Does it grieve me when His Name is blasphemed? Do I fear pride, and would I rather be anything than a hypocrite? When I have fallen, is there remorse, grief and repentance? These are not fruits of nature, but of grace. Though it be but a grain of holy reverence, a spark of godly fear, it is from Him. And where He gives that, the soul has received a kingdom which cannot be moved.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Y esta palabra, Aun una vez, declara la mudanza de las cosas movibles, como de cosas que son hechas, para que queden las cosas que son firmes. Así que, tomando el reino inmóvil, retengamos la gracia por la cual sirvamos a Dios agradándole con temor y reverencia.
Hebreos 12:27-28
Un hijo de Dios no siempre puede ver su propia gracia; de hecho, a menudo no puede. Puede verla en otros, y ellos la ven en él, pero parece más dispuesto a creer que la religión de otro hombre es genuina que la suya propia. ¿Por qué es así? Porque hay tanto en él que contradice la gracia. Cuando mira eso, dice: “¿Puedo yo tener gracia? ¿Sería yo entonces como soy? ¿Obraría como obro? ¿Sería mi corazón tan carnal y sensual? ¿Serían mis concupiscencias y pasiones tan fuertes? ¿Serían mis tentaciones tan poderosas, si tuviera gracia?”
Para ayudar a los pobres que dudan, tenemos algunas señales y marcas de la posesión de la gracia. Dos mencionamos aquí en particular: “temor y reverencia”. ¿No puede hallar estas gracias hermanas en su corazón? ¿No tiene reverencia ante Dios? Cuando se presenta delante de Él en oración a solas, ¿no hay reverencia ante Su gran majestad? Entonces esa es una señal de gracia.
¿Nunca le aflige el corazón oír blasfemar el Nombre de Dios? ¿Es el orgullo un pecado que teme mucho? ¿Preferiría ser cualquier cosa antes que un hipócrita? ¿Siente y ve la infinita diferencia entre usted, un pecador miserable y depravado, y Él, un Señor puro y santo?
¿Y no tiene temor piadoso? ¿No teme menospreciar al gran Dios del cielo? Escudriñe y sondee su corazón hasta el fondo y vea si no hay temor piadoso obrando en su alma. Si ha recaído en pecados, ¿no tiene remordimiento, pesar y arrepentimiento? Estos son los frutos del temor piadoso.
Y Dios es servido debidamente cuando se le sirve con reverencia y el temor piadoso está obrando. Quien posee aunque sea un grano de santa reverencia, una chispa de temor piadoso, es un cristiano, un hijo de Dios, un heredero de gloria, y ha tomado un reino inmóvil.
Lectura: Salmo 42
Al lector…
Hijo de Dios, ¿ve la gracia en otros pero no en usted mismo? ¿Dice: “¿Puedo tener gracia, y seguir siendo tan carnal, sentir tales concupiscencias, tropezar tan a menudo?” Muchos hijos de Dios hablan así, porque hay tanto en ellos que contradice la gracia. No se apresure, pues, a juzgarse a sí mismo.
Pregúntese más bien, sencillamente: ¿hay reverencia ante Dios en mi corazón? ¿Me aflige cuando Su Nombre es blasfemado? ¿Temo el orgullo, y preferiría ser cualquier cosa antes que un hipócrita? Cuando he caído, ¿hay remordimiento, pesar y arrepentimiento? Estos no son frutos de la naturaleza, sino de la gracia. Aunque sea solo un grano de santa reverencia, una chispa de temor piadoso, viene de Él. Y donde Él da eso, el alma ha tomado un reino inmóvil.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl
Door Baca's Vallei
En hebt een goede consciëntie.
1 Petrus 3:16
Wij kunnen dikwijls niet gewaarworden of wij geloof hebben, maar wij kunnen soms onze consciëntie waarnemen. Wij kunnen ons niet altijd in de Heere verblijden, maar wij kunnen ons vergewissen of wij Zijn grote Naam vrezen. Wij kunnen niet altijd triomferen over onze vijanden, maar wij kunnen somtijds wel opmerken of er een schildwacht op de uitkijk staat. Dus, zo gij wenst te weten of gij geloof hebt, let dan op het gezelschap van het geloof, op wie het geloof vergezelt; en indien gij daarbij een goede consciëntie mist, schrijf dan maar de dood op uw godsdienst.
Gooi uw zwaard weg, het is nutteloos; het is van een menselijk maaksel; het zal in stukken breken als gij uw vijand, de koning der verschrikkingen, zult moeten bevechten; de bliksem Gods zal het verbreken. Doch indien de Heere u een goede consciëntie gegeven heeft, een tedere, reine consciëntie, dan zal Hij uw arm sterken om de goede strijd des geloofs te strijden. Menigmaal zult gij dan denken dat uw zwaard te kort en uw arm te zwak is om de strijd des Heeren te kunnen strijden. Maar indien Hij u een goede consciëntie gegeven heeft, een tedere consciëntie in Zijn vrees, dan heeft Hij het zwaard des geloofs in uw hand gegeven, en zal Hij u eerstdaags klaar bewijzen dat Hij Zelf u daarmede heeft uitgerust, door u de overwinning te geven over al uw vijanden.
O, dat de Heere in onze harten enig zoet getuigenis schenken mocht dat wij een goede consciëntie hebben; dan zullen wij deze zoete vertroosting hebben, dat wij ten opzichte van het geloof geen schipbreuk zullen lijden.
Aan de lezer…
Kunt u, bekommerde ziel, niet zeggen of u geloof hebt? Is uw blijdschap in de Heere ver weg, en triomfeert u allerminst over uw vijanden? Vraag dan eens wat dichterbij: is er een tedere consciëntie in u, die beeft voor de zonde en Zijn grote Naam vreest? Staat er een schildwacht op de uitkijk, ook als het donker is? Dat is het gezelschap waarin het ware geloof reist.
Een zwaard van menselijk maaksel zal breken als de koning der verschrikkingen komt. Maar waar de Heere een goede, tedere consciëntie gaf, daar legde Hij ook het zwaard des geloofs in de hand. Denkt u dat uw zwaard te kort en uw arm te zwak is? Hij Zelf zal uw arm sterken en u eerstdaags de overwinning geven. Bid dan om een zoet getuigenis in uw hart, opdat u ten opzichte van het geloof geen schipbreuk lijdt.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
En hebt een goede consciëntie.
1 Petrus 3:16
Wij kunnen vaak niet bespeuren of wij geloof hebben, maar soms kunnen wij ons geweten wel waarnemen. Wij kunnen ons niet altijd in de Heere verblijden, maar wij kunnen wel nagaan of wij Zijn grote Naam vrezen. Wij kunnen niet altijd triomferen over onze vijanden, maar soms kunnen wij wel opmerken of er een schildwacht op de uitkijk staat. Dus als u wilt weten of u geloof hebt, let dan op het gezelschap van het geloof, op wie het geloof vergezelt. En als u daarbij een goed geweten mist, schrijf dan maar de dood op uw godsdienst.
Gooi uw zwaard weg, het is nutteloos; het is door mensen gemaakt. Het zal in stukken breken wanneer u uw vijand, de koning der verschrikkingen, moet bevechten; de bliksem van God zal het verbreken. Maar als de Heere u een goed geweten gegeven heeft, een teder, rein geweten, dan zal Hij uw arm sterken om de goede strijd van het geloof te strijden. Menigmaal zult u dan denken dat uw zwaard te kort en uw arm te zwak is om de strijd van de Heere te kunnen strijden. Maar als Hij u een goed geweten gegeven heeft, een teder geweten in Zijn vrees, dan heeft Hij u het zwaard van het geloof in de hand gegeven. Dan zal Hij u binnenkort duidelijk bewijzen dat Hij u daar Zelf mee heeft uitgerust, door u de overwinning te geven over al uw vijanden.
O, mocht de Heere in ons hart een zoet getuigenis schenken dat wij een goed geweten hebben! Dan zullen wij deze zoete vertroosting hebben, dat wij aan het geloof geen schipbreuk zullen lijden.
Aan de lezer…
Kunt u, bekommerde ziel, niet zeggen of u geloof hebt? Is uw blijdschap in de Heere ver weg, en triomfeert u allerminst over uw vijanden? Vraag dan eens wat dichterbij: is er een teder geweten in u, dat beeft voor de zonde en Zijn grote Naam vreest? Staat er een schildwacht op de uitkijk, ook als het donker is? Dat is het gezelschap waarin het ware geloof reist.
Een zwaard dat door mensen gemaakt is, zal breken wanneer de koning der verschrikkingen komt. Maar waar de Heere een goed, teder geweten gaf, daar legde Hij ook het zwaard van het geloof in de hand. Denkt u dat uw zwaard te kort en uw arm te zwak is? Hij Zelf zal uw arm sterken en u binnenkort de overwinning geven. Bid dan om een zoet getuigenis in uw hart, zodat u aan het geloof geen schipbreuk lijdt.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
“Having a good conscience.”
1 Peter 3:16
We cannot often see our faith, but we can sometimes see our conscience. We cannot always rejoice in the Lord, but we can see whether we fear His great Name. We cannot always triumph over our enemies, but we can sometimes observe whether there is a sentinel upon the look out. Thus, if you want to know whether you have faith, look at faith’s companion, see what faith is attended by; and if you don’t find “a good conscience,” write death upon your religion. Throw away your sword; it is useless; it is of human manufacture; it will break in pieces when you have to encounter your enemy, the king of terrors; God’s lightning will shatter it then.
But if the Lord has given you “a good conscience,” a tender conscience, a pure conscience, He will strengthen your arm to fight the good fight of faith. You will often think your sword is so short, and your arm so weak that you cannot fight the Lord’s battles. But if He has given you “a good conscience,” a conscience tender in His fear, He has put into your hands the sword of faith, and He will one day manifest it clearly, that He has Himself equipped you with it, by giving you victory over all your foes. Oh, may the Lord raise up in our hearts some sweet testimony that we have “a good conscience,” and then we shall have this blessed consolation, that concerning faith we shall not make shipwreck.
To the reader…
Troubled soul, can you not tell whether you have faith? Is your joy in the Lord far away, and do you not triumph over your enemies at all? Then ask something closer to home: is there a tender conscience in you, that trembles at sin and fears His great Name? Is there a sentinel on the lookout, even when it is dark? That is the company in which true faith travels.
A sword made by men will break when the king of terrors comes. But where the Lord gave a good, tender conscience, there He also put the sword of faith into the hand. Do you think your sword too short and your arm too weak? He Himself will strengthen your arm and soon give you the victory. Pray, then, for a sweet testimony in your heart, so that concerning faith you will not make shipwreck.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
“Teniendo buena conciencia.”
1 Pedro 3:16
No siempre podemos ver nuestra fe, pero a veces podemos ver nuestra conciencia. No siempre podemos gozarnos en el Señor, pero podemos ver si tememos Su gran Nombre. No siempre podemos triunfar sobre nuestros enemigos, pero a veces podemos observar si hay un centinela vigilando. Así, si usted quiere saber si tiene fe, mire a la compañera de la fe, vea de qué va acompañada la fe; y si no halla “buena conciencia”, escriba muerte sobre su religión. Arroje su espada; es inútil; es de fabricación humana; se hará pedazos cuando tenga que enfrentarse a su enemigo, el rey de los espantos; el rayo de Dios la destrozará entonces.
Pero si el Señor le ha dado “buena conciencia”, una conciencia tierna, una conciencia pura, Él fortalecerá su brazo para pelear la buena batalla de la fe. A menudo pensará que su espada es tan corta y su brazo tan débil que no puede pelear las batallas del Señor. Pero si Él le ha dado “buena conciencia”, una conciencia tierna en Su temor, ha puesto en sus manos la espada de la fe, y un día pondrá claramente de manifiesto que Él mismo le ha armado con ella, dándole la victoria sobre todos sus enemigos. ¡Oh, que el Señor levante en nuestros corazones algún dulce testimonio de que tenemos “buena conciencia”, y entonces tendremos este bendito consuelo: que en cuanto a la fe no naufragaremos!
Al lector…
Alma afligida, ¿no puede saber si tiene fe? ¿Está lejos su gozo en el Señor, y no triunfa en absoluto sobre sus enemigos? Pregúntese entonces algo más cercano: ¿hay en usted una conciencia tierna, que tiembla ante el pecado y teme Su gran Nombre? ¿Hay un centinela vigilando, aun cuando está oscuro? Esa es la compañía en la que viaja la fe verdadera.
Una espada hecha por hombres se quebrará cuando venga el rey de los espantos. Pero donde el Señor dio una conciencia buena y tierna, allí puso también en la mano la espada de la fe. ¿Le parece su espada demasiado corta y su brazo demasiado débil? Él mismo fortalecerá su brazo y pronto le dará la victoria. Ore, pues, por un dulce testimonio en su corazón, para que en cuanto a la fe no naufrague.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl