Nieuw verschenenHet gesprek van een gelovige met zijn zielPreken · 2 dagen geleden
Joseph Charles Philpot J.C. Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun

Korenaren

 

 

Vandaag

Korenaren Uit De Volle Oogst

14 januari Korenaren uit de volle oogst

Daarom gaat uit het midden van hen, en scheidt u af, zegt de Heere, en raakt niet aan hetgeen onrein is, en Ik zal ulieden aannemen.
2 Korinthe 6:17

Als we verstrikt zijn in de liefde tot de wereld, door wereldse zorgen gebonden en geketend zijn, en de geest van de wereld in onze ziel heerst, dan is elke belijdenis krachteloos, zo niet waardeloos. Wij kunnen de taal van het gebed gebruiken, maar het hart heeft er geen deel aan. Wij kunnen het hoofd omhoog heffen bij de belijdenis van de Waarheid, maar haar kracht en zegen worden niet gekend en niet gevoeld. Om enige gemeenschap met de Heere te genieten, bij het kruis of bij de troon, moeten wij uitgaan uit het midden van die wereld die in vijandschap tegen Hem leeft. Wij moeten ook uit onszelf uitgaan, want ons eigen ik verloochenen, verzaken en verlaten leidt tot de ware grondslag van levende godzaligheid.

Er moet een „doden zijn van de daden des lichaams door de Geest”, een „voortdurende overgave tot de dood, om Jezus’ wil; opdat ook het leven van Jezus geopenbaard worde in ons sterfelijk vlees”. Als er geen afscheiding is van onszelf door de kruisiging van het eigen ik, dan is er ook geen wandelen aan de hand van Christus, geen ware vereniging en geen hemelse gemeenschap met Hem. Want er kan evenmin gemeenschap zijn tussen Christus, de ziel en het eigen ik, als er gemeenschap kan zijn tussen Christus, de ziel en de zonde.

De Heer bewaart de ziel die Hem bemint,
maar Hij verdelgt, die Hij godd’loos bevindt.
Mijn blijde tong zal roemen in de Heer
en alle vlees zal juichen tot Gods eer.

Elks juichend hart zal Uw geducht vermogen,
de grote sterkte van Uw arm verhogen.
Ik zal mijn stem met aller lofzang paren
en overal Uw grootheid openbaren.

Ps. 145:7 en 2b

Aan de lezer…

Waarom is uw gebed soms zo krachteloos en de Waarheid zo zonder smaak? Zou het kunnen zijn dat de liefde tot de wereld en haar zorgen uw hart gebonden houden, zodat de woorden er wel zijn, maar het hart er geen deel aan heeft? Dit woord is scherp, maar het komt uit de mond van Hem Die belooft: „Ik zal ulieden aannemen.” De Heere roept u niet weg om u arm achter te laten, maar om u gemeenschap met Hemzelf te schenken.

En de moeilijkste afscheiding is niet die van de wereld om ons heen, maar die van ons eigen ik. Daar schieten wij allemaal tekort, en daar valt niet mee te spotten. Maar de Geest kan doen wat wij niet kunnen: de daden van het lichaam doden, zodat het leven van Jezus in ons sterfelijk vlees openbaar wordt. Vraag Hem dan om die genade. Wie zichzelf leert verliezen, vindt bij het kruis en bij de troon de hemelse gemeenschap die de wereld nooit kan geven.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

365 Dagen Met Philpot

14 januari 365 dagen met Philpot

Alle dingen ten goede

En wij weten dat degenen, die God liefhebben, alle dingen medewerken ten goede.
Romeinen 8:28

Waartoe werkt alles mee? „Ten goede.” Maar wat noemen we goed? We moeten niet uitgaan van óns idee van goed, maar van Gods idee ervan. We moeten niet uitgaan van wat we graag goed zouden willen noemen, maar van wat werkelijk en waarachtig goed is in Zijn ogen.

Iemand kan bijvoorbeeld zeggen dat het heel goed is om gezond te zijn; dat kan het in zijn ogen zijn, maar niet in Gods ogen. Iemand anders kan zeggen dat het heel goed is om vooruit te komen in de wereld, een bloeiende zaak te hebben, een welvarend bedrijf; dat kan in zijn ogen goed zijn, maar niet in Gods ogen. Weer een ander zegt misschien: „Het is goed voor me om een opgroeiend gezin te hebben dat gezond en sterk is en goed wordt onderhouden.” Dat kan in zijn ogen zo zijn, maar daaruit volgt niet dat het goed is in de ogen van de Heere. Nog een ander kan zeggen dat het goed is om geen problemen te hebben, geen verzoekingen, geen verdorven hart, geen duivel die hem bedriegt of kwelt; dat kan in zijn ogen heel goed zijn, maar daaruit volgt niet dat het goed is in Gods ogen. Hij is in deze zaken de Kenner.

Wat moeten we dan „goed” noemen? Alles wat geestelijk voordeel en zegen voortbrengt; wat werkelijk goed is in de ogen van een God Die het geweten doorzoekt. Laten we nu eens kijken of alle dingen in deze betekenis niet meewerken ten goede voor hen die God liefhebben en die naar Zijn voornemen geroepen zijn.

U hebt lichamelijk lijden gekend. Op zichzelf heeft dat u geen goed gedaan, want het heeft u ongeschikt gemaakt voor uw werk, het heeft uw geest in onrust gebracht, het heeft u tot een last gemaakt voor uzelf en voor allen om u heen. Daarin zat niets goeds. Maar stel dat het u van de wereld heeft gespeend; stel dat het u met de dood heeft geconfronteerd, dat het u dagelijks deed sterven, dat het een gestalte van smeken en bidden in uw hart heeft gewekt. Stel dat het die beloften van God voor u heeft geopend die bestemd zijn voor Zijn bezochte kinderen; stel dat het de weg was waarlangs uw ziel gezegend werd met een zoete openbaring van uw deel aan de liefde en het bloed van het Lam. Is het dan aan u om te zeggen dat uw ziekte, uw lijden niet ten goede is geweest, terwijl het met Gods genade in uw ziel meewerkte om een echte zegen voort te brengen?

Lezen: 2 Korinthe 7

Aan de lezer…

Hebt u weleens tegen de Heere gezegd dat het goed voor u zou zijn om gezond te blijven, voorspoed te hebben, of van strijd en verzoeking verschoond te worden? Wie heeft dat niet? Maar Hij is de Kenner in deze dingen, en Zijn gedachten over wat goed is, zijn niet de onze. Misschien ligt u nu ziek, of bent u ongeschikt voor uw werk en een last voor uzelf en voor anderen, en ziet u er niets goeds in.

Kijk dan nog eens, met een eerlijk oog. Heeft dit lijden u van de wereld gespeend? Heeft het u leren smeken en bidden? Heeft het beloften voor u geopend die alleen Zijn bezochte kinderen verstaan? Heeft het u misschien de liefde en het bloed van het Lam dichterbij gebracht? Dan is het geen verloren tijd geweest. Wat in zichzelf bitter is, heeft God door Zijn genade laten meewerken tot een echte zegen voor uw ziel.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

Door Baca's Vallei

14 januari Door Baca’s vallei

De Heere behoede u.
Numeri 6:24

Wat hebben wij het nodig dat de Heere ons behoedt! Wij staan op gladde plaatsen. In elke richting worden ons strikken en vallen gelegd. Ieder ambt en beroep in het leven, van het hoogste tot het laagste, heeft zijn eigen verzoeking. Netten worden uitgespreid voor de voeten van de meest onkundigen, maar ook voor die van de meest ontwikkelden. Er is ook niet één mens, wat zijn positie in het leven ook mag zijn, voor wie geen strik gespannen wordt; en wel zo’n strik die hem zeker ten val zal brengen als God hem niet bewaart.

Toen Elisa op de berg zat en zijn dienaar vreesde dat zijn meester met geweld weggevoerd zou worden, bad de profeet de Heere om de ogen van de jongen te openen. Wat zag hij toen? Vurige wagens en paarden rondom de berg om de profeet te beschermen. Als de Heere onze ogen zou willen openen zoals Hij de ogen van Elisa’s dienaar opende, zouden wij misschien duivels zien waar hij engelen zag. Wij zouden ons omringd zien door Beëlzebul en zijn handlangers, waar de ogen van de knecht Michaël zagen met de vurige legermachten van de hemel. Dan mag het wel de begeerte van onze ziel zijn: „De Heere behoede mij.”

Behoede mij in Zijn voorzienigheid, behoede mij door Zijn genade, behoede mij door Zijn vreze diep in mijn hart te planten; behoede mij als ik waak, behoede mij als ik slaap; behoede mij bij dag en bij nacht, behoede mij als ik thuis ben of buitenshuis; behoede mij met mijn gezin en als ik bij mijn vrienden ben; behoede mij in de wereld en in de kerk. De Heere behoede mij overeenkomstig Zijn belofte elk ogenblik; Hij behoede mij door Zijn Geest en genade met al de tederheid die in Zijn Woord ligt: „Bewaar mij als de appel van Uw oog!” Mijn vrienden, u kent weinig van uw eigen hart, weinig van de bedoelingen van satan, weinig van de strikken die voor uw voet gespannen zijn, tenzij u diep voelt hoe nodig en hoe belangrijk deze zegen is: „De Heere behoede u.” En dat zal Hij doen, want wij lezen van de rechtvaardigen dat zij door de kracht van God bewaard worden tot de zaligheid, en dat Hij de voeten van Zijn gunstgenoten zal bewaren.

Aan de lezer…

Weet u, lezer, hoe glad de plaatsen zijn waarop u staat? Strikken en netten liggen in elke richting, in uw werk, in uw huis, in de wereld en zelfs in de kerk. Wie meent dat hij sterk genoeg is om zichzelf te bewaren, kent weinig van zijn eigen hart en van de bedoelingen van de vijand. Misschien hebt u dat al pijnlijk ervaren.

Laat het u dan tot gebed drijven: „De Heere behoede mij.” Behoede mij als ik waak en als ik slaap, thuis en buitenshuis, bij dag en bij nacht. U kunt het niet, maar Hij kan het wel. En Hij heeft het beloofd: de Zijnen worden door de kracht van God bewaard tot de zaligheid, en Hij zal de voeten van Zijn gunstgenoten bewaren. Bid dan met de psalmdichter: „Bewaar mij als de appel van Uw oog!”

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina