Nieuw verschenenHet gesprek van een gelovige met zijn zielPreken · 6 dagen geleden
Joseph Charles Philpot J.C. Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun

Korenaren

 

 

Vandaag

Korenaren Uit De Volle Oogst

13 augustus Korenaren uit de volle oogst

Dezelve Geest getuigt met onze geest, dat wij kinderen Gods zijn.
Romeinen 8:16

Velen hebben misschien geen duidelijke en vaste verzekerdheid dat zij deel hebben aan Christus. Misschien twijfelt u vaak of u een kind van God bent, en toch hebt u soms een lieflijk getuigenis gehad dat de genade in uw hart is uitgestort. Misschien hebt u dienaren van God de gevoelens van uw ziel zo horen beschrijven, hebt u hen zo volledig horen ingaan op uw oefeningen en zulke bewijzen van genade horen aanvoeren, dat u ondanks al uw ongeloof overtuigd was dat u, als deze mannen spraken naar de Geest van God (en daaraan kon u niet twijfelen vanwege het gezag waarmee zij spraken), een van Zijn kinderen was. En terwijl u dit inwendig getuigenis voelde, werd uw hart vertederd en bewogen, en kon u zich niet weerhouden uw ziel in lof en aanbidding uit te storten voor de God van alle barmhartigheden. Wel viel u daarna soms weer even laag als tevoren; maar zolang dat hemelse gevoel duurde, had u een getuigenis in uw geweten dat u een kind van God was, en kon u geloven dat Hij uw Vader en hemelse Vriend was.

Deze tekst snijdt daarom hen niet af die de volle verzekerdheid van het geloof niet hebben bereikt. Hij bedoelt niet, en zegt nog veel minder, dat iedereen zal worden afgesneden en voor eeuwig verloren zal gaan die niet duidelijk en vrijmoedig kan verklaren dat de Geest met zijn geest getuigt dat hij tot de kinderen van God behoort. Integendeel, hij opent zijn vriendelijke armen voor ieder die in enige mate en op een bepaald moment iets van verlossing heeft ondervonden, een zekere mate van geestelijke troost heeft gevoeld, of begunstigd is met een getuigenis dat hij in de Geliefde is aangenomen. Hij komt niet als een tweesnijdend zwaard om allen te doden die de volle verzekerdheid van het geloof niet genieten, maar toch de kracht van de waarheid in hun hart gevoeld hebben. Hij zegt tegen zulke mensen niet: „Gij hebt geen deel daaraan.” Veeleer trekt hij hen in de beschermende armen van de eeuwige barmhartigheid, moedigt hij hen aan om door te gaan en steeds meer te leren kennen van dat inwendig getuigenis dat alleen hen kan bemoedigen in uren van duisternis en nood en hen kan ondersteunen op het sterfbed, en maakt hij hen in staat zonder twijfelmoedigheid en vrees door het donkere dal van de schaduw des doods te gaan.

Ps. 5:1

Aan de lezer…

Hoe smartelijk is het eerlijk te moeten zeggen dat u de volle verzekerdheid van het geloof niet hebt! Twijfelt u vaak of u wel een kind van God bent, en durft u niet vrijmoedig te verklaren dat de Geest met uw geest getuigt? Wees dan niet bang dat deze tekst u afsnijdt. Hij komt niet als een tweesnijdend zwaard tot hen die de kracht van de waarheid in hun hart gevoeld hebben.

Denk eens terug. Was er niet een uur waarin een dienaar van God uw ziel zo beschreef dat u het niet kon tegenspreken? Werd uw hart toen niet vertederd, en kon u zich niet weerhouden de God van alle barmhartigheden te loven? U bent daarna weer laag gevallen, maar dat lieflijke getuigenis was niet vals. Zulke mensen trekt dit woord in de armen van de eeuwige barmhartigheid, en Hij Die toen uw Vader en hemelse Vriend was, is dat nog steeds.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

365 Dagen Met Philpot

13 augustus 365 dagen met Philpot

Genees mij

Genees mij, Heere! zo zal ik genezen worden; behoud mij, zo zal ik behouden worden, want Gij zijt mijn lof.
Jeremia 17:14

Wat is de grote zorg van elke levende ziel? Is dat niet haar behoudenis? Als zijn ziel behouden wordt, wat kan hem dan nog deren? En als zijn ziel niet behouden wordt, wat kan hem dan baten? „Wat baat het een mens, zo hij de gehele wereld gewint, en lijdt schade zijner ziel? Of wat zal een mens geven tot lossing van zijn ziel?” (Matth. 16:26). Welke beproeving, welke verzoeking, welke moeilijkheden en welke oefeningen mij op mijn weg ook belegeren: als ik uiteindelijk in de hemel kom, waarom zouden al die moeilijkheden mij dan met zorg vervullen? Als ik me uiteindelijk baad in rivieren van eindeloze gelukzaligheid, wat stellen alle zorgen, narigheden, moeilijkheden, verwarringen, beproevingen en smarten van dit leven dan voor?

„Behoud mij,” roept de Kerk daarom uit, „zo zal ik behouden worden.” Betekenen deze woorden niet dat men de hoop op zelfbehoud heeft opgegeven? Als ik alles kan doen wat nodig is om mijn ziel te behouden, als ik door een verlangen, een gebed, een wens of het gebruik van mijn eigen vrije wil alles kan doen wat mogelijk is om mijn eigen ziel te behouden, dan kan ik de woorden van de tekst niet eerlijk uitspreken. Maar dat kan ik wel als ik tot dit innerlijke besef ben gekomen: wat ik ook doe en wat ik ook wil, ik kan mijn ziel wat de verlossing betreft geen stap dichter bij de hemel brengen, en ik ben volkomen hulpeloos in alle goddelijke zaken. Als het de Heere echter behaagt mijn ziel levend te maken door de gezegende werking van Zijn Geest, dan komt misschien niet letterlijk, maar in ieder geval in wezen de tekst naar voren: „Behoud mij, o Heere, zo zal ik behouden worden!”

Lezen: Jeremia 31:18-25

Aan de lezer…

Wanneer u eens nagaat wat uw grote zorg is, wat vindt u dan? Zijn het de narigheden en moeilijkheden van deze dag, of is het de vraag of uw ziel behouden wordt? Wat zou het u baten als u de hele wereld won en schade leed aan uw ziel? En als zij behouden wordt, wat kan u dan nog deren? Alles wat u nu belegert, is klein naast die ene zaak.

Misschien hebt u al lang geprobeerd uzelf een stap dichter bij de hemel te brengen, met gebeden, wensen en goede voornemens, en bent u moe geworden. Weet dan dat dit hulpeloos worden geen verlies is. Pas als de hoop op zelfbehoud is opgegeven, kunt u eerlijk met de Kerk uitroepen: „Behoud mij, o Heere, zo zal ik behouden worden!” Dat roepen werkt Zijn Geest in een ziel die Hij levend maakt; en wie Hij behoudt, die is behouden.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

Door Baca's Vallei

13 augustus Door Baca’s vallei

En Ik zal u een nieuw hart geven, en zal een nieuwe geest geven in het binnenste van u; en Ik zal het stenen hart uit uw vlees wegnemen en zal u een vlesen hart geven.
Ezechiël 36:26

Deze „nieuwe geest” is een verbroken geest, een zachtmoedige, tedere geest, en wordt daarom een vlesen hart genoemd. Het is het tegenovergestelde van een stenen hart: het rotsachtige, verstokte, ongevoelige, onboetvaardige hart van iemand die dood is in de zonden of dood in de belijdenis. En hoe wordt dit zachtmoedige, berouwvolle hart geschonken? „Ik zal Mijn Geest geven binnen in u.” Dezelfde Goddelijke waarheid wordt voorgesteld in de dierbare belofte: „En over het huis van David en over de inwoners van Jeruzalem zal Ik uitstorten de Geest der genade en der gebeden, en zij zullen Mij aanschouwen, Die zij doorstoken hebben, en zij zullen over Hem rouwklagen, gelijk men bitterlijk kermt over een eerstgeborene.”

Maar wat is het directe gevolg van de uitstorting van de Geest der genade en der gebeden? Een opzien naar Hem, Die zij doorstoken hebben; een rouwklagen over Hem, zoals men rouwklaagt over een enige zoon; een bitter kermen, zoals men kermt over een eerstgeborene. Dit is evangelisch berouw, dat onderscheiden is van wettisch berouw; een Goddelijke droefheid, die een onberouwelijke bekering tot zaligheid werkt, onderscheiden van de droefheid van de wereld, die de dood werkt. Deze twee soorten berouw moeten zorgvuldig van elkaar onderscheiden worden, hoewel zij helaas vaak worden verward.

Kaïn, Ezau, Saul, Achab en Judas hadden allemaal berouw, maar hun berouw was het knagen van een natuurlijk geweten en niet de Goddelijke droefheid van een verbroken hart en een verslagen geest. Zij sidderden voor God als een vertoornde Rechter en smolten niet in droefheid voor Hem als een vergevende Vader. Zij haatten hun zonden niet en verlieten ze niet; zij hadden de heiligheid niet lief en zochten haar niet. Kaïn ging uit van het aangezicht van de Heere; Ezau beraamde Jakobs dood; Saul raadpleegde de waarzegster van Endor; Achab zette de brave Micha in de gevangenis; en Judas verhing zichzelf. Hoe verschilt dit valse berouw van een verworpene van het berouw van een kind van God: van de ware droefheid over de zonde, het Goddelijk berouw en het heilig rouwklagen, die voortvloeien uit de werkingen van de gezegende Geest!

Dit rouwklagen ontspringt niet aan een besef van de toorn van God, geopenbaard in een gebroken wet, maar vindt zijn oorsprong in Zijn genade in een gezegend Evangelie: in een geloofsgezicht op het lijden van Christus in de hof en aan het kruis, in een openbaring van vergevende liefde. En het gaat altijd samen met walging en afkeer van zichzelf, een vrijmoedige belijdenis van de zonden en het verzaken ervan, met hartelijke, oprechte en ernstige smekingen om voor alle kwaad bewaard te mogen worden, en met een heilig verlangen om te leven tot lof en heerlijkheid van God.

Aan de lezer…

Dat woord over een nieuw hart doet u misschien vragen of uw berouw over uw zonden wel het juiste is. Het is een ernstige vraag, want er is een berouw dat niet meer is dan het knagen van een natuurlijk geweten, een sidderen voor God als een vertoornde Rechter. Velen hadden zulk berouw en gingen toch uit van het aangezicht van de Heere. Onderzoek uzelf daarom eerlijk, maar onderzoek ook waar uw droefheid vandaan komt.

Het ware rouwklagen ontspringt aan het opzien naar Hem, Die doorstoken is. Smelt uw hart soms, niet uit vrees voor de wet, maar bij een gezicht op het lijden van Christus in de hof en aan het kruis, en op Zijn vergevende liefde? Walgt u dan van uzelf, en verlangt u bewaard te worden voor alle kwaad en te leven tot Gods eer? Dat is geen stenen hart meer. Dat is het vlesen hart dat Hij beloofd heeft te geven, en het werk van Zijn Geest binnen in u.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina