Nieuw verschenenHet gesprek van een gelovige met zijn zielPreken · 5 dagen geleden
Joseph Charles Philpot J.C. Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun

Korenaren

 

 

Vandaag

Korenaren Uit De Volle Oogst

13 april Korenaren uit de volle oogst

Maar nu, Christus is opgewekt uit de doden: en is de Eersteling geworden dergenen, die ontslapen zijn. Want dewijl de dood door een mens is, zo is ook de opstanding der doden door een Mens. Want gelijk ze allen in Adam sterven, alzo zullen zij ook in Christus allen levend gemaakt worden.
1 Korinthe 15:20, 21, 22

De opgestane Christus is de eersteling van die onafzienbare oogst van gestorvenen en begravenen, van wie het stoffelijk overschot nog rust in het stille stof. Hij zal nog gevolgd worden door allen die in Hem sterven, totdat allen in de grote morgen van de opstanding opgewekt zullen worden. Het beeld is dat van de garve van de eerstelingen, die voor het aangezicht van de Heere werd bewogen voordat de oogst mocht worden binnengehaald (Leviticus 23:10, 11). Het offeren van deze beweegschoof was de toewijding van de hele oogst aan de Heere, en tegelijk het duidelijkste onderpand dat de oogst helemaal rijp was voor de sikkel van de maaier.

De eersteling vertegenwoordigt de hele oogst, zoals Christus de Vertegenwoordiger is van Zijn heiligen. Het offeren ervan heiligde alles wat nog niet geoogst was, zoals Christus de nog niet binnengehaalde oogst van de begraven doden aan God heiligde en wijdde. En het brengen van de garve in de tabernakel was het eerste binnenbrengen van de oogst daarin, zoals Christus, Die als eersteling van de oogst de hemel binnenging, daardoor de toegang verzekert van de lichamen van de heiligen tot de woningen die voor hen bereid waren vóór de grondlegging van de wereld.

Zo bood Christus, toen Hij uit de doden opstond, Zichzelf aan de Heere aan als de eerste vrucht van de grote oogst die nog niet was binnengehaald. Daardoor wijdde Hij die hele oogst aan God en droeg Hij haar aan Hem op. Zoals Hij toen uit de doden opstond, zo zullen alle ontslapen heiligen op de jongste dag opstaan, want Zijn opstanding is de eersteling, het onderpand en de verzekering van de hunne.

Dit is de dag, de roem der dagen,
die Isrels God geheiligd heeft.
Laat ons verheugd, van zorg ontslagen,
Hem roemen, die ons blijdschap geeft.

Ps. 118:12

Aan de lezer…

Deze woorden zijn voor wie wel eens aan een graf gestaan heeft en gevoeld heeft hoe zwaar het stille stof op het hart kan liggen. Misschien kent u dat ook. De dood is door een mens gekomen, en wij dragen allen dat vonnis in Adam met ons mee. Daar valt niets aan te verbloemen. Maar zie op die ene garve, voor het aangezicht van de Heere bewogen: Christus is opgewekt uit de doden, en Hij is niet alleen opgestaan.

Zijn opstanding is het onderpand dat de hele oogst eens binnengehaald zal worden. Wie in Hem ontslapen zijn, liggen niet vergeten; zij zijn aan God gewijd en wachten op de grote morgen. En voor u, die nog strijdt en vreest, is dit de vraag: bent u in Hem? Hebt u uw hoop alleen gesteld op Hem, Die als de Eersteling de hemel is binnengegaan? Dan is de woning ook voor u bereid, en zal de dood niet het laatste woord hebben. Verheug u dan, al is het met tranen, in Hem Die leeft.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

365 Dagen Met Philpot

13 april 365 dagen met Philpot

Christus’ opstanding

Opdat ik Hem kenne, en de kracht Zijner opstanding.
Filippensen 3:10

Wat een levend kind van God graag wil ondervinden, is de kracht van de opstanding. Hij is in het verborgene en werkelijk samen met Christus levend gemaakt bij en in Zijn opwekking uit de doden. Nu verlangt hij de geestelijke kracht van die opwekking in zijn eigen ziel te ervaren, zodat hij kan opstaan uit de banden van de dood, die hem zo vaak stevig en strak vasthouden. Deze uitoefening van de kracht van Christus, die de ziel levend maakt, vernieuwt en bevrijdt, is zo buitengewoon groot dat de apostel haar vergelijkt met de almachtige kracht die God aanwendde om Jezus uit de doden op te wekken.

Want hoewel de gelovige werkelijk en wezenlijk samen met Christus levend werd gemaakt toen Hij uit de doden opstond, en al uit het graf van dood en zonde is opgestaan door deze kracht die hem doet herleven en voor God levend maakt, zinkt hij toch vaak terug in het duistere graf van vleselijkheid en doodsheid. Daarom verlangt hij dat er grote kracht in zijn ziel wordt uitgeoefend, de kracht van Christus’ opstanding. Want hij heeft dezelfde almachtige kracht nodig die Jezus uit de doden opwekte, om hem opnieuw op te wekken tot geloof, hoop en liefde. De opstanding van Jezus, en zijn deel daaraan als een levend gemaakt lid van Zijn lichaam, is de verzekering dat hij weer gezegend zal worden met deze vernieuwende, opwekkende genade.

Maar o, die kracht die hij af en toe in zijn binnenste in de ziel voelt komen, zoals de kracht van God in het graf van Christus kwam en Hem uit de doden opwekte! En door het ervaren van die kracht met Christus op te staan tot het licht, het leven, de vrijheid en de liefde: dat is wat het betekent het Koninkrijk van God te bezitten, dat niet alleen gelegen is „in kracht”, maar in „rechtvaardigheid, en vrede, en blijdschap, door de Heilige Geest” (1 Kor. 4:20; Rom. 14:17).

Lezen: Filippensen 3:1-16

Aan de lezer…

Is het ook uw verlangen, lezer, wat deze bede uitspreekt: „Opdat ik Hem kenne, en de kracht Zijner opstanding”? Niet alleen van Hem te weten, maar Hem te kennen; niet alleen de leer van de opstanding te belijden, maar haar kracht in uw eigen ziel te ervaren. Wie dat begeert, heeft al iets van het leven ontvangen. Een dode ziel verlangt niet naar de kracht van een opgestane Heiland.

Voelt u zich vaak gebonden, koud en dof, alsof de banden van de dood u weer strak vasthouden? Wanhoop dan niet. Hij Die uit het graf opstond, kan ook in uw graf komen, zoals de kracht van God in Zijn graf kwam en Hem opwekte. En wanneer Hij dat doet, al is het maar af en toe, dan leert u wat het Koninkrijk van God is: geen zaak van woorden, maar van kracht, van rechtvaardigheid, vrede en blijdschap door de Heilige Geest. Blijf daarom om die kracht vragen.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

Door Baca's Vallei

13 april Door Baca’s vallei

Maar de dwazen sterven door gebrek aan verstand.
Spreuken 10:21

Er is zo’n nauw verband tussen de ware wijsheid, die „de wetenschap der heiligen” wordt genoemd (Spreuken 30:3), en de vreze des Heeren, en zo’n nauw verband tussen de zonde en de vervreemding van God, dat Gods kinderen wijzen worden genoemd en de zondaren dwazen. En dat niet alleen in het Oude Testament, waar dit in het boek Spreuken telkens voorkomt, maar ook in het Nieuwe Testament.

Veel kinderen van God staan wat wantrouwig tegenover kennis, omdat zij het grote onderscheid niet zien tussen de geestelijke, bevindelijke kennis waarvoor zij opkomen, en de kennis die men hoofdkennis noemt. Zij begrijpen dat iemand een goedgevuld hoofd kan hebben, maar daarbij een leeg hart. Iemand kan alle verborgenheden en alle wetenschap weten, en toch niets zijn (1 Cor. 13:2). Sommigen van deze belijders die zoveel weten, hebben het laagste karakter en kunnen de ware kerk in beroering brengen. Daarom staan zij die de Heere in waarheid vrezen, niet alleen wantrouwig tegenover hun persoon, maar ook tegenover alle kennis die zij naar voren brengen.

Maar vraag het volk van God eens of zij vreemd zijn aan Goddelijk onderwijs. Zij hebben de zalving van de Heilige, waardoor zij alle dingen weten (1 Joh. 2:20). Zij kennen de waarheid voor zichzelf, en de waarheid maakt hen vrij (Joh. 8:32). Vraag hun eens of zij niet alle dingen schade en drek achten om de uitnemendheid van de kennis van Christus Jezus, onze Heere, en of hun hart niet begerig naar Hem uitgaat om Hem te kennen en de kracht van Zijn opstanding en de gemeenschap van Zijn lijden.

Vraag hun of er niet een kennis van de zaligheid is door de vergeving van de zonden (Lukas 1:77); een kennis van de heerlijkheid van God in het aangezicht van Jezus Christus (2 Cor. 4:6); een vervuld worden met de kennis van Zijn wil (Col. 1:9); een wassen in de kennis van God (Col. 1:10); een opwassen in de genade en kennis van onze Heere en Zaligmaker Jezus Christus (2 Petr. 3:18). Vraag de kinderen van God of er niet zo’n kennis bestaat, en of deze kennis niet de kern en het merg, de inhoud van de wezenlijke godzaligheid is; en zij zullen als uit één mond zeggen: „Zo is het.”

Aan de lezer…

Bent u misschien bang voor kennis, omdat u gezien hebt hoe iemand een goedgevuld hoofd kan hebben en toch een leeg hart? Die vrees is niet zonder grond, want men kan alle verborgenheden en alle wetenschap weten en toch niets zijn. Maar laat die vrees u niet afhouden van de kennis waar het werkelijk om gaat: de kennis van Christus Jezus, de Heere, door de zalving van de Heilige.

Vraag uw eigen hart eens: gaat er in u een begeerte uit om Hem te kennen en de kracht van Zijn opstanding? Hebt u iets geleerd van de kennis van de zaligheid door de vergeving van de zonden? Dat is geen hoofdkennis; dat is de kern en het merg van de wezenlijke godzaligheid. Een dwaas sterft door gebrek aan verstand, maar wie zo onderwezen wordt, kent de waarheid voor zichzelf, en de waarheid maakt hem vrij. Bid dan om op te wassen in de genade en kennis van onze Heere en Zaligmaker.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina