Nieuw verschenenHet gesprek van een gelovige met zijn zielPreken · gisteren
Joseph Charles Philpot J.C. Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun

Korenaren

 

 

Vandaag

Korenaren Uit De Volle Oogst

13 december Korenaren uit de volle oogst

En geheiligd zijnde, is Hij allen, die Hem gehoorzaam zijn, een oorzaak der eeuwige zaligheid geworden.
Hebreeën 5:9

Door Zijn lijden in de hof en aan het kruis werd de Heere Jezus geheiligd. Maar wat voor heiliging was dit? Het is heel duidelijk dat dit niet betekent dat onze Heere door dat lijden in de hof en aan het kruis geheiligd werd als de Zoon van God, en ook niet als de Zoon des mensen. Hij was immers al eerder geheiligd, omdat Hij volmaakt heilig was in Zijn eeuwige Godheid en ook bekleed was met alle heiligheid waartoe Zijn geheiligde mensheid in staat was. Aan Zijn Godheid hoefde geen heiliging te worden toegevoegd; daar was zij niet vatbaar voor. Ook aan Zijn mensheid hoefde geen heiliging te worden toegevoegd; zij was „iets heiligs” in vereniging met de eeuwige Godheid.

Maar Hij moest als Hogepriester geheiligd worden. Door Zijn lijden werd Hij op bijzondere wijze tot het Priesterschap gewijd. Dat komt overeen met Zijn eigen woorden: „En Ik heilig Mijzelf voor hen” (Joh. 17:19); dat is: „Ik wijd Mijzelf om hun Hogepriester te zijn.” De twee voornaamste taken van de Hogepriester waren: offers brengen en Voorspraak zijn. Het offer kwam eerst, en het lijden van onze Heere in de hof en aan het kruis was een deel van dit offer. Daarom werd Hij „door lijden geheiligd”. Dat wil zeggen: door Zijn lijden, het vergieten van Zijn bloed en Zijn dood werd Hij gewijd om het andere deel van de priesterlijke dienst te vervullen, dat Hij nu volbrengt.

Aäron werd gewijd door het offer van een stier of een ram, waarvan het bloed niet alleen aan de voet van het altaar werd uitgegoten en erop gesprenkeld, maar ook aan zijn rechteroor, zijn hand en zijn voet werd gebracht. Zo werd ook zijn grote en heerlijke Tegenbeeld gewijd door Zijn eigen offer en het vergieten van Zijn bloed aan het kruis. En zo geheiligd werd Hij de oorzaak van de eeuwige zaligheid voor allen die Hem gehoorzamen.

Looft, looft de Heer, gij zijne legerscharen,
wier lust het is, op zijne wenk te staren!
Dat hemel, aard’ en zee en berg en dal,
hoe ver men ook zijn schepter ziet regeren,
nu zijne naam en grote deugden eren,
en gij, mijn ziel, loof gij Hem bovenal!

Psalm 103:11

Aan de lezer…

Soms is het goed stil te staan bij de weg die de Heere Jezus moest gaan om uw Hogepriester te zijn. Hij was volmaakt heilig, in Zijn Godheid en in Zijn mensheid; daaraan hoefde niets te worden toegevoegd. En toch werd Hij door lijden geheiligd, gewijd door Zijn eigen offer en het vergieten van Zijn bloed aan het kruis, opdat Hij voor Zijn volk zou kunnen staan.

Ziet u uzelf als onrein en onwaardig om voor God te verschijnen? Dan is dit een woord voor u. U hoeft geen offer mee te brengen, want het offer is gebracht en het bloed is vergoten. Hij Die eens in de hof en aan het kruis leed, volbrengt nu het andere deel van Zijn dienst als Voorspraak. Zo is Hij de oorzaak van de eeuwige zaligheid geworden voor allen die Hem gehoorzaam zijn. Zie dan op Hem, en loof Hem bovenal.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

365 Dagen Met Philpot

13 december 365 dagen met Philpot

Gerechtigheden en sterkte

Men zal van Mij zeggen: Gewisselijk, in de HEERE zijn gerechtigheden en sterkte; tot Hem zal men komen.
Jesaja 45:24

Waarom komen we tot de Heere Jezus Christus? Omdat de gezegende Geest in ons werkt zoals het Hem behaagt. Hij maakt het ons mogelijk om te komen, onder Zijn gezegend onderwijs, Zijn leiding en Zijn werken. Hoe komen we? Alsof we zelf enige goedheid, gerechtigheid of heiligheid bezitten? Als we komen met onze eigen goedheid, heiligheid, vroomheid of godsdienst, komen we niet op de juiste manier. De Heere zal dat niet van ons ontvangen, het niet aanzien en niet aanvaarden.

We moeten komen zonder onze eigen gerechtigheid; al onze gerechtigheid moet voor ons blootgelegd zijn en als vuile vodden op ons geweten gelegd. We moeten schuldig komen, met een last van schuld op ons geweten die we niet kunnen wegnemen, genoeg schuld om onze ziel in de hel te doen verzinken. We moeten komen terwijl we de last van onze overtredingen voelen: dat we ons te buiten zijn gegaan, dat onze zonden zo talrijk zijn als de sterren aan de hemel, en dat ze zo zijn dat niets dan alleen Gods genade zulke stakkers kan vergeven. We moeten overtuigd komen, in het besef dat niets anders in de hemel of op aarde onze ziel kan baten.

We moeten komen zoals Esther, toen ze naar de koning ging: „Wanneer ik dan omkom, zo kom ik om” (Est. 4:16). Ik moet naar Hem toe gaan, al sterf ik. Dit is de toestand van hen die komen: ze hebben niets om voor Hem neer te leggen, en ze komen om uit Zijn volheid te ontvangen wat Hij wil schenken.

Gods kinderen komen tot Hem, aangevochten door duizend angsten en twijfels of ze wel door Hem aanvaard zullen worden, of de heilige, rechtvaardige en gezegende Jezus hun wel een medelijdende blik kan schenken. Ze denken dat ze misschien wel ontvangen zouden worden als ze beter en heiliger waren, of hun leven zouden beteren en iets konden aanbieden dat Zijn aanvaarding waard is. Maar naar Hem toe gaan, vol met alles wat in Zijn heilige en zuivere ogen verfoeilijk is, daar lijkt hun natuur van te walgen. En toch worden zij er noodzakelijk toe gedwongen, omdat ze nergens anders heen kunnen en er niemand anders is op wie ze kunnen zien.

Lezen: Esther 4

Aan de lezer…

Arme zondaar, houdt u zich terug van Christus, omdat u meent eerst beter en heiliger te moeten worden? Denkt u dat Hij u zal ontvangen zodra u iets kunt aanbieden dat Zijn aanvaarding waard is? Zo denken velen van Gods kinderen, maar het is een strik. Wie met zijn eigen goedheid of vroomheid komt, komt niet op de juiste manier.

Kom dan zoals u bent: schuldig, met een last op uw geweten die u niet kunt wegnemen, met al uw gerechtigheid als vuile vodden. Kom zoals Esther naar de koning ging: „Wanneer ik dan omkom, zo kom ik om.” Walgt uw natuur ervan om zo te komen, en hebt u toch nergens anders heen te gaan en niemand anders om op te zien? Dan is dat geen teken dat u verworpen bent, maar dat de gezegende Geest u leert komen, om uit Zijn volheid te ontvangen wat Hij wil schenken.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

Door Baca's Vallei

13 december Door Baca’s vallei

Daarna toonde hij mij Jozua, de hogepriester, staande voor het aangezicht van de Engel des Heeren; en de satan stond aan zijn rechterhand om hem te wederstaan.
Zacharia 3:1

Het is het doel van satan om hen die veilig in zijn handen zijn, gerust te houden; en ook de Heere vindt het niet gepast hun rust te verstoren. Maar aan de andere kant: waar satan merkt dat er een werk van de genade begonnen is, waar hij soms de ogen met tranen gevuld ziet, waar hij de zuchten hoort opstijgen uit het berouwvolle hart, waar hij merkt dat de knieën in het verborgen gebogen worden, waar zijn oplettende oor vaak de smartelijke belijdenis hoort van zonden, zwakheden en afdwalingen voor Gods aangezicht — want uit deze waarnemingen hebben wij reden om te geloven dat satan nog in bekwaamheid toeneemt — waar hij dit verborgen werk in de ziel bemerkt, daar koelt hij zijn helse nijd, razend van toorn en vervuld van boosheid, op de voorwerpen van Gods liefde.

Soms probeert hij hen in de zonde te verstrikken, soms komt hij met verzoekingen bij hen; soms hitst hij hun ellendige hart op tot een vreselijke opstand; soms werkt hij op hun natuurlijke ongeloof, en soms plaagt hij hen met grenzeloze twijfels en vrezen over de vraag of zij wel waarachtig en oprecht zijn voor het hartdoorzoekende oog van God. Zo worden zij die geen werk van de genade in hun hart hebben, met vrede gelaten en zijn zij vrij van twijfel en vrees. Maar zij in wie God werkt, worden geoefend en bemoeilijkt in hun gemoed, en kunnen vaak niet geloven dat zij het volk zijn waarin God een welbehagen heeft.

De diepten van de schijnheiligheid van de mens, de ontstellende afstand die een belijdenis kan afleggen, het bedrog van het vleselijke gemoed, de strikken die voor de onbedachtzame voet worden uitgespreid, het vreselijke gevaar om op het laatst toch bedrogen uit te komen: al deze dingen bezorgen hen die dood zijn in de zonden geen zorg. Als zij hun natuurlijke geweten kunnen bevredigen en iets kunnen doen om een vluchtige overtuiging tot bedaren te brengen, zijn zij blij bedrogen te worden.

Maar aan de andere kant: wie in de vreze Gods een teder geweten heeft, weet wat een ontzaglijke zaak het is om als een schijnheilige voor God te staan, een leugen in zijn rechterhand te hebben en door de vorst van de duisternis bedrogen te worden. Daarom moet hij beproefd en geoefend worden in zijn gemoed, totdat het God behaagt met kracht door Zijn mond in de ziel te spreken en hem zeker te maken van zijn deel aan Christus, door Zijn liefde in zijn hart uit te storten. Hij moet vaak heen en weer geschud worden, om de eenvoudige reden dat hij nergens tevreden in kan rusten dan alleen in de persoonlijke bekendmakingen van de genade van God.

Aan de lezer…

Het kan zijn dat u heen en weer geschud wordt door twijfels en vrezen of het met u wel waarachtig is. Kunt u vaak niet geloven dat u behoort tot het volk waarin God een welbehagen heeft? Kijk dan eens om u heen: wie dood is in de zonden, wordt met rust gelaten en is blij bedrogen te worden. Dat u zo bestreden wordt, kan juist zijn omdat de vijand merkt dat er in u een werk van de genade begonnen is.

Uw tranen in het verborgen, uw zuchten, uw smartelijke belijdenis voor Gods aangezicht zijn hem niet ontgaan, maar zij zijn ook de Heere niet ontgaan. U kunt niet tevreden rusten in een vluchtige gerustheid; u moet het uit Zijn eigen mond horen. Wacht dan op Hem, totdat het Hem behaagt met kracht in uw ziel te spreken, u zeker te maken van uw deel aan Christus en Zijn liefde in uw hart uit te storten.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina