Nieuw verschenenHet gesprek van een gelovige met zijn zielPreken · 5 dagen geleden
Joseph Charles Philpot J.C. Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun

Korenaren

 

 

Vandaag

Korenaren Uit De Volle Oogst

12 maart Korenaren uit de volle oogst

Gij zijt toch in het midden van ons, o Heere! en wij zijn naar Uw Naam genoemd, en verlaat ons niet.
Jeremia 14:9

Als de Heere ooit in onze ziel is geweest om daar iets van Zijn goedheid en barmhartigheid te laten ervaren, dan kunnen wij ons op deze woorden beroepen: „Gij zijt toch in het midden van ons, o Heere!” Als Hij ooit uw gebeden heeft verhoord, is Hij met u. Als Hij u ooit een belofte heeft gegeven, is Hij met u. Als Hij ooit met Zijn vinger uw hart heeft aangeraakt, is Hij met u. Als Hij u ooit met een glimlach heeft begunstigd, is Hij met u.

Misschien vindt u, wanneer u de loop van uw ervaringen nagaat, dat Hij soms als een vreemdeling in het land is, als een reiziger die afslaat om er een nacht te blijven, of zelfs als iemand die u niet schijnt te kennen, als een sterke man die niet kan verlossen. Toch spoort elk teken ten goede u aan om u aan Hem vast te klampen, Hem te omvatten en Zijn voeten te grijpen, zoals de Sunamitische de voeten van Elisa vastgreep en zich niet liet wegsturen. Want met alles wat u bent en geweest bent, kunt u niet anders dan voelen dat u Hem innig liefhebt. En u hebt een goede hoop, zo niet een goed getuigenis, dat Hij u liefheeft.

Kunt u, zou ik willen vragen, niet soms naar Hem opzien, Hem in het aangezicht zien en zeggen: „Heere! Gij weet alle dingen. Gij weet dat ik U liefheb. En hoewel mijn afschuwelijke zonden U soms een vreemdeling voor mij gemaakt hebben, toch weet U dat ik in het binnenste van mijn hart, in het diepste mijner ziel U liefheb”? Als u de Heere zo durft aan te zien en Zijn oog, dat de harten doorzoekt, durft aan te roepen, en als u kunt zeggen dat u Hem liefhebt, wees er dan van verzekerd dat Hij u liefheeft. Want het Woord der waarheid verklaart: „Wij hebben Hem lief, omdat Hij ons eerst heeft liefgehad.”

’t Is trouw, al wat Hij ooit beval.
Het staat op recht en waarheid pal
als op onwrikb’re steunpilaren.
Hij is het Die verlossing zond
aan al Zijn volk. Hij zal ’t verbond
met hen in eeuwigheid bewaren.

Psalm 111:5

Aan de lezer…

U die de Heere soms ervaart als een vreemdeling, als een reiziger die maar een nacht blijft, of alsof Hij u niet schijnt te kennen: ik ken die ervaring. Maar kijk eens terug. Heeft de Heere ooit uw gebed verhoord, u een belofte gegeven, uw hart met Zijn vinger aangeraakt? Dan is Hij met u geweest, en dan mag u pleiten: „Gij zijt toch in het midden van ons, o Heere! verlaat ons niet.”

Elk teken ten goede is een aansporing om u aan Hem vast te klampen en niet los te laten. En kunt u, met al uw zonden, toch tot Hem opzien en zeggen: „Heere, Gij weet alle dingen, Gij weet dat ik U liefheb”? Wees dan niet bang dat die liefde uit uzelf is opgekomen. Het Woord der waarheid verklaart: „Wij hebben Hem lief, omdat Hij ons eerst heeft liefgehad.” Uw liefde tot Hem is het spoor van Zijn liefde tot u.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

365 Dagen Met Philpot

12 maart 365 dagen met Philpot

Het gebed van Salomo

Als de hemel zal gesloten zijn, dat er geen regen is, omdat zij tegen U gezondigd zullen hebben; en zij in deze plaats bidden, en Uw Naam belijden, en van hun zonden zich bekeren zullen, als Gij hen geplaagd zult hebben, hoor Gij dan uit de hemel, en vergeef de zonden Uwer knechten en van Uw volk Israël.
2 Kronieken 6:26-27

De ergste staat waarin we kunnen verkeren, is dor te zijn en het niet te voelen: droog, slap en verdord te zijn en ons daar geen zorgen over te maken; niet te kreunen en niet te zuchten, hoewel de hemel gesloten is; geen brandend verlangen te hebben, hoewel dauw en regen worden tegengehouden. Zo’n toestand van de ziel is „nabij de dood” (Fil. 2:30). De eerste stap naar herstel is daarom dat we de droogte voelen.

Zo is het in de schepping. Hoe voelt alles wat leeft het uitblijven van regen en dauw! Hoe kijken plant en bloem, ja, de hele levende natuur, hemelwaarts in afwachting van de regenbuien! Zelfs de ruwe aarde, de levenloze kluiten, lijken te dorsten naar de flessen van de hemel. Hoeveel te meer waar er leven in de ziel is, waar de genade van God woont.

Om deze verdorde toestand te doorbreken moeten we om te beginnen belijden, bidden, smeken, zoeken en verlangen. Zoals Salomo zegt: „En als zij in deze plaats bidden”, dat is: in de tempel, het voorbeeld en zinnebeeld van de Heere Jezus Christus, „en Uw Naam belijden” (1 Kon. 8:35); dat wil zeggen: Uw recht en Uw gerechtigheid belijden, dat U de regen achterhoudt; „en van hun zonden zich bekeren”: hun afgoden verwerpen, hun rechteroog uitrukken, hun rechterarm afhakken, zich afkeren van hun zonden en die verachten en verafschuwen omdat ze verfoeilijk zijn in Gods ogen; „als Gij hen geplaagd zult hebben”; „dan”, wanneer U hen zover gebracht en dit door Uw genade in hun ziel gewerkt hebt, „hoor Gij dan uit de hemel”.

Hiermee wordt door deze ijzeren poorten heen gebroken. „En vergeef de zonden Uwer knechten”, die de hemel gesloten hadden, die de oorzaak waren dat regen en dauw werden achtergehouden. „Als Gij hun zult geleerd hebben de goeden weg”, de enige weg van gehoorzaamheid, „in dewelke zij wandelen zullen”; wanneer U deze genadige vruchten in hun ziel hebt voortgebracht, „geef” dan in Uw tedere barmhartigheid „regen op Uw land, dat Gij Uw volk tot een erfenis gegeven hebt”. Bedauw en bevochtig dan hun ziel en overgiet haar met de overvloedige regen van Uw genade.

Lezen: Leviticus 26:27-46

Aan de lezer…

Misschien zegt u, lezer: „Ik ben zo dor, en ik voel het zelfs nauwelijks meer.” Weet dan dat juist dit besef al een begin van herstel kan zijn. De ergste staat is dor te zijn en het niet te voelen, niet te zuchten, niet te kreunen. Maar als u met plant en bloem hemelwaarts kijkt en naar de regen dorst, dan is er leven, hoe zwak ook.

Laat dat dorsten u dan op de knieën brengen. Belijd Zijn gerechtigheid, dat Hij de regen achterhoudt; keer u af van wat in Zijn ogen verfoeilijk is; en bid in de tempel, dat is: zie alleen op de Heere Jezus Christus. Zo worden ijzeren poorten doorbroken. Hij Die u de goede weg leert, belooft ook regen op Zijn land. Wacht dan op Hem, totdat Hij uw verdorde ziel bedauwt en overgiet met de overvloedige regen van Zijn genade.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

Door Baca's Vallei

12 maart Door Baca’s vallei

Die in duisternis en schaduw des doods zaten.
Psalm 107:10

Wat is het licht toch kostbaar: het licht van het leven, het licht van Gods vriendelijk aangezicht, van het heerlijk Evangelie, van het aangezicht van Jezus! Waarlijk, het licht is zoet en het is goed voor de ogen de zon te zien. Maar voor wie? Voor hen die in duisternis en schaduw des doods zitten. Hoe begroeten zulke mensen de eerste stralen van het licht!

Stel u voor dat u schipbreuk had geleden en ’s nachts op een rots was geworpen. Wat zou u de eerste stralen van het morgenlicht verwelkomen, die u konden laten zien waar u was; en wat een hoop op uiteindelijke verlossing zouden ze in u wekken! Zo is het ook, bij vergelijking, wanneer een ziel in gevaar verkeert en daarbij ook nog in duisternis. Hoe begroet zo’n schipbreukelinge de eerste lichtstraal, waarin zij de weg mag zien om te ontkomen van de hel naar de hemel. Hoe zoet is het haar enig goddelijk licht in haar gemoed te ervaren, en door een invallende lichtstraal te mogen zien in de goedheid en barmhartigheid, genade en heerlijkheid van de dierbare Jezus. Hoe meer wij van de duisternis kennen, hoe meer wij het licht zullen prijzen.

Veel hoge belijders verachten dit alles en merken erbij op dat wij een gebouw optrekken dat steunt op gevoelens en gemoedsgestalten, en dat wij daarom van onze bevinding een Christus maken. Arme mensen! Hun licht is geen duit waard, en het is te vrezen dat het maar een vlam van hun eigen vuur is, een licht dat hen nooit in de hemel zal brengen. Maar waarom verachten zij het? Omdat zij nooit in duisternis of schaduw des doods zitten. Wat moeten wij dan naar waarheid van hun licht denken? Het is een dwaallichtje, een gaslamp, een meteoor, een vallende ster, wat dan ook, behalve de Opgang uit de hoogte of de Zon der gerechtigheid.

Maar het volk van de Heere kan het niet doen met een gaslamp of een dwaallichtje. Zij moeten Jezus hebben. Zij moeten Zijn bloed op hun consciëntie gesprengd hebben, Zijn genade in hun hart, Zijn tegenwoordigheid in hun ziel. Zij moeten zoete ontdekkingen hebben van Zijn Persoon en werk, de influisteringen van Zijn liefde, de aanraking van Zijn vinger, het lachen van Zijn aangezicht. Zij moeten Jezus voor zichzelf hebben. „Geef mij Jezus, of ik sterf!” is wat zij voelen.

Maar wat drijft hen ertoe met hun ernstige zuchten en smekingen voor de dag te komen? Zij zijn in duisternis en schaduw des doods. Waren zij daar niet in, dan zouden zij tevreden zijn te blijven zoals ze van nature waren, dat is: onwetend en dood. Maar omdat zij hun staat beseffen, zien zij uit naar de stralen van het licht. En wanneer die in hun ziel doorbreken, dan kunnen zij het prijzen, omdat het van God komt en tot God leidt.

Aan de lezer…

Soms zit u in duisternis en schaduw des doods, en lijkt het of er geen ster meer aan uw hemel staat. Dan bent u juist degene voor wie het licht zo kostbaar is. Wie nooit in het donker zat, kan het licht verachten en tevreden zijn met een dwaallichtje of een vlam van eigen vuur. Maar u ziet, als een schipbreukeling die ’s nachts op de rots ligt, uit naar de eerste straal van de morgen, die u de weg wijst om te ontkomen.

Schaam u dan niet voor uw zuchten en smekingen. Het is juist uw duisternis die u doet uitroepen: „Geef mij Jezus, of ik sterf!” Geen gaslamp kan u helpen; u moet Zijn bloed op uw consciëntie hebben, Zijn genade in uw hart, het lachen van Zijn aangezicht. Hoe meer u van de duisternis kent, hoe meer u het licht zult prijzen wanneer het doorbreekt. Want dat licht komt van God en leidt tot God.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina