Nieuw verschenenHet gesprek van een gelovige met zijn zielPreken · 5 dagen geleden
Joseph Charles Philpot J.C. Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun

Korenaren

 

 

Vandaag

Korenaren Uit De Volle Oogst

12 februari Korenaren uit de volle oogst

In Dewelke wij de verlossing hebben door Zijn bloed, namelijk de vergeving der zonden.
Kolossenzen 1:14

Van alle geestelijke zegeningen die door de kracht van God aan de ziel bekendgemaakt worden, is de zekerheid van verlossing door de vergeving van de zonden het moeilijkst te verkrijgen, en, als zij eenmaal verkregen is, het meest te waarderen. Hoeveel arme, beproefde, bekommerde en benauwde zielen zuchten en roepen op dit ogenblik om de openbaring van deze ene zegen! Zij weten het wel, sommigen door de droevige ervaring van vele jaren van slavernij en zwoegen, hoe moeilijk het is om de vergeving aan het hart bezegeld te krijgen.

Niet dat het voor God werkelijk moeilijk is om nu te vergeven, dat wil zeggen in een merkbare openbaring. Want het is al gebeurd aan en voor alle uitverkorenen van God: „En Hij heeft u, als gij dood waart in de misdaden, en in de voorhuid uws vleses, mede levend gemaakt met Hem, al uw misdaden u vergevende” (Kolossenzen 2:13). En opnieuw: „In Wie wij hebben” (niet „zullen hebben”, maar „hebben”, dat is: nu hebben) „de verlossing door Zijn bloed, de vergeving van de zonden.”

Ook al is iemand niet in staat die vergeving voor zichzelf te begrijpen, haar zich toe te eigenen als een persoonlijke zegen, en in zijn hart en geweten verzekerd te zijn van de vergeving van al zijn zonden, toch zijn aan iedere levendgemaakte ziel al haar overtredingen vergeven: de vroegere, de tegenwoordige en de toekomstige. Het is een van de geestelijke zegeningen waarmee hij gezegend is, al gezegend is in de hemelse plaatsen, in Jezus Christus.

Welzalig hij, wiens zonden zijn vergeven,
die van de straf voor eeuwig is ontheven,
wiens wanbedrijf, waardoor hij was bevlekt,
voor ’t heilig oog des Heeren is bedekt.
Welzalig is de mens, wie ’t mag gebeuren
dat God, naar recht, hem niet wil schuldig keuren
en die in ’t vroom en ongeveinsd gemoed
geen snood bedrog, maar blank’ oprechtheid voedt.

Ps. 32:1

Aan de lezer…

Hier is een woord voor wie al lang zucht om die ene zegen: de vergeving van de zonden aan het hart bezegeld. Misschien zijn het jaren van slavernij en zwoegen geweest, van roepen zonder antwoord, en vreest u soms dat het voor u nooit zal komen. Ik weet hoe moeilijk deze zegen te verkrijgen is en hoe kostbaar hij is wanneer hij komt. Dit woord spreekt u niet naar de mond, maar wijst u wel op een kostbare tekst.

Want er staat niet: in Wie wij zullen hebben, maar: in Wie wij hebben de verlossing door Zijn bloed, de vergeving van de zonden. Het moeilijke ligt niet aan Gods kant; bij Hem is het gebeurd. Kunt u het zich nog niet toe-eigenen, dan is de zaak zelf daarom niet minder waar voor iedere levendgemaakte ziel. Blijf dan zuchten en roepen, maar met deze hoop: Hij heeft verlossing teweeggebracht door Zijn bloed, en Hij zal het op Zijn tijd ook aan uw geweten bekendmaken.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

365 Dagen Met Philpot

12 februari 365 dagen met Philpot

De Doorbreker

De Doorbreker zal voor hun aangezicht optrekken; zij zullen doorbreken, en door de poort gaan, en door dezelve uittrekken. En hun Koning zal voor hun aangezicht heengaan; en de Heere in hun spits.
Micha 2:13

We lezen dat de Heere „een deur der hoop in het dal Achor” zal openen; dat wil zeggen: Hij opent de poort, en als Hij die opent, gaan zij erdoor. Maar wat betekent „door de poort gaan” in geestelijke zin? Als de Heere bijvoorbeeld niet aan de ziel verschijnt, is de poort gesloten. Het geloof gaat dan niet uit naar de Heere, en er komt geen antwoord van Hem. Er is dan geen blik op Zijn heerlijkheid, zoals Jakob die in Bethel had toen hij zei: „Dit is niet dan een huis Gods, en dit is de poort des hemels” (Gen. 28:17).

Waardoor zag hij dat dit de poort van de hemel was? Doordat hij in zijn droom, toen hij stenen tot hoofdkussen had genomen, een ladder zag met engelen die erlangs op- en neerklommen. Hij keek omhoog en zag waar de ladder was vastgemaakt. Toen zag hij de hemel opengaan.

Dat zag ook Stefanus toen het woedende volk op hem afstormde en hem stenigde. Hij zei: „Ziet, ik zie de hemelen geopend, en de Zoon des mensen, staande ter rechterhand Gods” (Hand. 7:56). Hij kreeg in zijn ziel een blik op de hemel, op de heerlijkheid en zaligheid ervan. Terwijl zijn ogen omhoogkeken, zag hij het, en de liefde van zijn hart ging ernaar uit.

Zo is het ook met Gods volk. Deze poort is vaak dicht; ze kunnen niet opzien, of als ze het doen, zien ze niets wat hen kan troosten. Maar wanneer het God behaagt hen voor te gaan en de poort van de hemel te openen, zien ze op en zien ze wat God in hun ziel wil openbaren. Dan „gaan ze door de poort”. En de moeilijkheden, beproevingen, verzoekingen en oefeningen die als gesloten poorten op hun pad lagen, worden weggenomen wanneer de Doorbreker voor hen verschijnt.

Lezen: Genesis 28:1-17

Aan de lezer…

Herkent u dit? De hemel lijkt voor u gesloten. Gaat uw geloof niet uit, komt er geen antwoord, en ziet u, als u al opkijkt, niets wat u kan troosten? U bent niet de eerste. Gods volk kent vaak zulke dagen, waarin de poort dicht lijkt en hun ogen nergens anders heen kunnen dan naar de grond.

Maar denk aan de man die zijn hoofd op een steen legde en toch de ladder zag die tot de hemel reikte. Denk aan de getuige die, terwijl de stenen vielen, zei: „Ziet, ik zie de hemelen geopend.” Het is de Heere Die de poort opent, en Hij kan het doen in een woestijn, in een nacht, in de bitterste nood. Belooft Hij niet zelfs een deur der hoop in het dal Achor? Wacht dan op Hem; als Hij voorgaat, gaat u door de poort.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

Door Baca's Vallei

12 februari Door Baca’s vallei

Ik trok hen met mensenzelen, met touwen der liefde.
Hosea 11:4

Wanneer God Zijn volk tot Zich trekt, gebeurt dat niet op een mechanische manier. Zij worden getrokken, niet met ijzeren koorden, maar met mensenzelen. Deze gedachte rust op „gewaarworden met gevoel”: op iets menselijks, iets teders, op een zachte, vriendelijke aanraking. Het is dus niet alsof God een ijzeren arm om Zijn volk sloeg om hen naar Zijn borst te trekken, of zij nu wilden komen of niet. Dat zou geen genade zijn, en ook geen werk van de Geest aan het hart.

God handelt niet zo, als door mechanische kracht. Daarom lezen wij: „Uw volk zal zeer gewillig zijn op de dag Uwer heirkracht” (Psalm 110:3). Hij raakt met Zijn genadevinger het hart aan, zoals bij de mannen van het leger die met Saul meegingen, wier hart God had aangeraakt (1 Sam. 10:26). Hij deelt hun ziel zowel geloof als gevoel mee. Hij doet het hart smelten, maakt het teder en vernedert het door het besef van Zijn goedertierenheid en genade; want het is Zijn goedheid, bevindelijk beseft en ervaren, die tot bekering leidt.

Als u ooit een verborgen en geheiligde trekking naar de hemel in uw ziel hebt opgemerkt, dan kwam die niet door dwang of geweld, of door een mechanische noodzaak. Het was een arm van medelijden en barmhartigheid die uw hart omving, uw binnenste aanraakte en u naar Gods boezem trok. Het was die Goddelijke aanraking waarover in het Hooglied van Salomo gesproken wordt: „Mijn Liefste stak Zijn hand in het gat der deur en mijn ingewand werd beroerd om Zijnentwil.” Het was een blik op Zijn goedertierenheid, barmhartigheid en liefde in het aangezicht van de Middelaar, met iets van Zijn medelijden en ontferming jegens u dat in uw geest neerdruppelde, wat uw hart week maakte, verbrak en deed smelten. U werd niet voortgedreven met zweep en gesel, maar zacht getrokken met mensenzelen, die een tedere gewaarwording in u teweegbrachten en diep in uw ziel doordrongen.

En waarom zo? Omdat onze gezegende Heere en Middelaar mens is, de Mens Christus Jezus: de Man Die in de hof kreunde en zuchtte, de Man Die aan het kruis hing, de Man Die in het graf lag, en Die nu de Man is aan de rechterhand van God de Vader, de Godmens. Want het is door Zijn mens-zijn dat wij tot God getrokken worden. Zijn bloed was het bloed van de mensheid, Zijn lijden het lijden van de mensheid, Zijn offer het offer van de mensheid, Zijn dood de dood van de mensheid. Wanneer deze dingen met Goddelijke kracht ontsloten worden, vormen zij om zo te zeggen een middel waardoor wij tot God getrokken worden, zonder schrik en zonder ontsteltenis, omdat God Zich in Christus openbaart als geheel en al liefde.

Aan de lezer…

Hebt u ooit een zachte trekking in uw ziel gevoeld, die u naar de Heere uitdreef? Dan was het geen dwang of ijzeren arm, maar een arm van medelijden en barmhartigheid die uw hart omving. „Ik trok hen met mensenzelen, met touwen der liefde.” Zo werkt de Heere: Hij raakt het hart aan met Zijn genadevinger, doet het smelten en week worden door een besef van Zijn goedertierenheid, en zo wordt de ziel gewillig.

Misschien voelt u zich nu koud en ver weg, en durft u nauwelijks te hopen dat Hij u nog zal trekken. Zie dan op de Man Jezus Christus, Die in de hof zuchtte, aan het kruis hing en in het graf lag, en Die nu aan de rechterhand van God is. Door Zijn mens-zijn mag een zondaar tot God naderen zonder schrik, want God openbaart Zich in Hem als geheel en al liefde. Vraag Hem dan of Hij u opnieuw met touwen der liefde tot Zich wil trekken.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina