February 12
In Dewelke wij de verlossing hebben door Zijn bloed, namelijk de vergeving der zonden.
Kolossenzen 1:14
Van alle geestelijke zegeningen die door de macht Gods aan de ziel worden kenbaar gemaakt, is de wetenschap van redding door de vergeving der zonden het moeilijkst te verkrijgen, en, eenmaal verkregen zijnde, het meest te waarderen. Hoeveel arme beproefde, geprangde, benauwde zielen zuchten en roepen op dit ogenblik om de openbaring van deze éne zegen. Deze weten het wel, en sommige door de droevige ervaring van vele jaren slavernij en arbeid, hoe moeilijk het is de vergiffenis aan het hart bezegeld te zien.
Niet dat het van Gods zijde waarlijk moeilijk is nu te vergeven, dat is in een kennelijke openbaring; want het is reeds geschied aan en voor al de uitverkorenen Gods: „En Hij heeft u, als gij dood waart in de misdaden, en in de voorhuid uws vleses, mede levend gemaakt met Hem, al uw misdaden u vergevende” (Kolossenzen 2:13); en wederom: „In Wie wij hebben” (niet „zullen hebben”, maar „hebben”, dat is nu hebben) „de verlossing door Zijn bloed, de vergeving van de zonden.”
Ofschoon hij niet in staat is haar voor zichzelf te begrijpen, haar zich toe te eigenen als een persoonlijke zegen, en in zijn hart en geweten verzekerd te zijn van de vergeving van al zijn zonden, toch zijn aan iedere levendgemaakte ziel al haar overtredingen, vroegere, tegenwoordige en toekomende, vergeven. Het is een van de geestelijke zegeningen waarmee hij gezegend is, reeds gezegend is in hemelse plaatsen, in Jezus Christus.
Welzalig hij, wiens zonden zijn vergeven,
die van de straf voor eeuwig is ontheven,
wiens wanbedrijf, waardoor hij was bevlekt,
voor ’t heilig oog des Heeren is bedekt.
Welzalig is de mens, wie ’t mag gebeuren
dat God, naar recht, hem niet wil schuldig keuren
en die in ’t vroom en ongeveinsd gemoed
geen snood bedrog, maar blank’ oprechtheid voedt.
Ps. 32:1
Aan de lezer…
Hier is een woord voor wie al lang zucht om die ene zegen: de vergeving van de zonden aan het hart bezegeld. Misschien zijn het jaren van slavernij en arbeid geweest, van roepen zonder antwoord, en vreest u soms dat het voor u nooit zal komen. Ik weet hoe moeilijk deze zegen te verkrijgen is en hoe kostbaar hij is wanneer hij komt. Hij spreekt u niet naar de mond, maar hij wijst u wel op een kostelijk woord.
Want er staat niet: in Wie wij zullen hebben, maar: in Wie wij hebben de verlossing door Zijn bloed, de vergeving der zonden. Het moeilijke ligt niet aan Gods zijde; bij Hem is het geschied. Kunt u het u nog niet toe-eigenen, dan is de zaak zelf daarom niet minder waar voor iedere levendgemaakte ziel. Blijf dan zuchten en roepen, maar met deze hoop: Hij heeft verlossing teweeggebracht door Zijn bloed, en Hij zal het in Zijn tijd ook aan uw geweten bekendmaken.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
In Dewelke wij de verlossing hebben door Zijn bloed, namelijk de vergeving der zonden.
Kolossenzen 1:14
Van alle geestelijke zegeningen die door de kracht van God aan de ziel bekendgemaakt worden, is de zekerheid van verlossing door de vergeving van de zonden het moeilijkst te verkrijgen, en, als zij eenmaal verkregen is, het meest te waarderen. Hoeveel arme, beproefde, bekommerde en benauwde zielen zuchten en roepen op dit ogenblik om de openbaring van deze ene zegen! Zij weten het wel, sommigen door de droevige ervaring van vele jaren van slavernij en zwoegen, hoe moeilijk het is om de vergeving aan het hart bezegeld te krijgen.
Niet dat het voor God werkelijk moeilijk is om nu te vergeven, dat wil zeggen in een merkbare openbaring. Want het is al gebeurd aan en voor alle uitverkorenen van God: „En Hij heeft u, als gij dood waart in de misdaden, en in de voorhuid uws vleses, mede levend gemaakt met Hem, al uw misdaden u vergevende” (Kolossenzen 2:13). En opnieuw: „In Wie wij hebben” (niet „zullen hebben”, maar „hebben”, dat is: nu hebben) „de verlossing door Zijn bloed, de vergeving van de zonden.”
Ook al is iemand niet in staat die vergeving voor zichzelf te begrijpen, haar zich toe te eigenen als een persoonlijke zegen, en in zijn hart en geweten verzekerd te zijn van de vergeving van al zijn zonden, toch zijn aan iedere levendgemaakte ziel al haar overtredingen vergeven: de vroegere, de tegenwoordige en de toekomstige. Het is een van de geestelijke zegeningen waarmee hij gezegend is, al gezegend is in de hemelse plaatsen, in Jezus Christus.
Welzalig hij, wiens zonden zijn vergeven,
die van de straf voor eeuwig is ontheven,
wiens wanbedrijf, waardoor hij was bevlekt,
voor ’t heilig oog des Heeren is bedekt.
Welzalig is de mens, wie ’t mag gebeuren
dat God, naar recht, hem niet wil schuldig keuren
en die in ’t vroom en ongeveinsd gemoed
geen snood bedrog, maar blank’ oprechtheid voedt.
Ps. 32:1
Aan de lezer…
Hier is een woord voor wie al lang zucht om die ene zegen: de vergeving van de zonden aan het hart bezegeld. Misschien zijn het jaren van slavernij en zwoegen geweest, van roepen zonder antwoord, en vreest u soms dat het voor u nooit zal komen. Ik weet hoe moeilijk deze zegen te verkrijgen is en hoe kostbaar hij is wanneer hij komt. Dit woord spreekt u niet naar de mond, maar wijst u wel op een kostbare tekst.
Want er staat niet: in Wie wij zullen hebben, maar: in Wie wij hebben de verlossing door Zijn bloed, de vergeving van de zonden. Het moeilijke ligt niet aan Gods kant; bij Hem is het gebeurd. Kunt u het zich nog niet toe-eigenen, dan is de zaak zelf daarom niet minder waar voor iedere levendgemaakte ziel. Blijf dan zuchten en roepen, maar met deze hoop: Hij heeft verlossing teweeggebracht door Zijn bloed, en Hij zal het op Zijn tijd ook aan uw geweten bekendmaken.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
In Whom we have redemption through His blood, even the forgiveness of sins.
Colossians 1:14
Of all spiritual blessings made known to the soul by the power of God “a knowledge of salvation by the remission of sins” is the hardest to be obtained, and most prized when acquired. How many poor tried, exercised, distressed souls are at this very moment sighing and crying for the manifestation of this one blessing. These well know, and some of them by the painful experience of many years’ hard bondage and travail, how hard it is to get forgiveness sealed on their heart.
Not that it is really hard on the part of God now to forgive, that is, in experimental manifestation; for it is already done to and for all the elect of God—“And you, being dead in your sins and the uncircumcision of your flesh, hath He quickened together with Him, having forgiven you all trespasses” (Colossians 2:13); and again, “In Whom we have” (not “shall have,” but “have,” that is, now have) “redemption through His blood, the forgiveness of sins.”
Though he may not be able to lay hold of it for himself, appropriate it as a personal blessing, and feel sweetly and blessedly assured, in his own heart and conscience, of the forgiveness of all his sins; yet every quickened soul is really forgiven all his trespasses, past, present, and to come. It is one of the spiritual blessings with which he has been blessed, already blessed, in heavenly places in Christ Jesus.
To the reader…
Here is a word for those who have long been sighing for that one blessing: the forgiveness of sins sealed upon the heart. Perhaps there have been years of bondage and travail, of crying without an answer, and you sometimes fear it will never come for you. I know how hard this blessing is to obtain and how precious it is when it comes. This word does not flatter you, but it does point you to a precious text.
For it does not say: in Whom we shall have, but: in Whom we have redemption through His blood, the forgiveness of sins. The difficulty does not lie on God’s side; with Him it has been done. If you cannot yet appropriate it for yourself, the thing itself is no less true for every quickened soul. Go on sighing and crying, then, but with this hope: He has accomplished redemption through His blood, and in His time He will make it known to your conscience as well.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
En el cual tenemos redención por Su sangre, la remisión de pecados.
Colosenses 1:14
De todas las bendiciones espirituales dadas a conocer al alma por el poder de Dios, “el conocimiento de salud para remisión de pecados” es la más difícil de obtener y la más apreciada cuando se alcanza. ¡Cuántas pobres almas probadas, ejercitadas y angustiadas están en este mismo momento suspirando y clamando por la manifestación de esta única bendición! Estas saben bien, y algunas de ellas por la dolorosa experiencia de muchos años de dura servidumbre y trabajo, cuán difícil es obtener el perdón sellado en su corazón.
No que sea realmente difícil de parte de Dios perdonar ahora, es decir, en manifestación experimental; porque ya está hecho a favor de todos los escogidos de Dios: “Y a vosotros, estando muertos en pecados y en la incircuncisión de vuestra carne, os vivificó juntamente con Él, perdonándoos todos los pecados” (Colosenses 2:13); y otra vez: “En el cual tenemos” (no “tendremos”, sino “tenemos”, es decir, tenemos ahora) “redención por Su sangre, la remisión de pecados”.
Aunque quizá no pueda echar mano de ello para sí mismo, apropiárselo como bendición personal, y sentirse dulce y bienaventuradamente seguro, en su propio corazón y conciencia, del perdón de todos sus pecados, con todo, toda alma vivificada tiene realmente perdonadas todas sus transgresiones, pasadas, presentes y futuras. Es una de las bendiciones espirituales con que ha sido bendecida, ya bendecida, en lugares celestiales en Cristo Jesús.
Al lector…
He aquí una palabra para los que llevan mucho tiempo suspirando por esa única bendición: el perdón de los pecados sellado en el corazón. Quizá hayan sido años de servidumbre y trabajo, de clamar sin respuesta, y a veces teme usted que para usted nunca llegará. Sé cuán difícil es obtener esta bendición y cuán preciosa es cuando llega. Esta palabra no le adula, pero sí le señala un texto precioso.
Porque no dice: en el cual tendremos, sino: en el cual tenemos redención por Su sangre, la remisión de pecados. La dificultad no está del lado de Dios; con Él ya está hecho. Si usted todavía no puede apropiárselo, la cosa en sí no es menos cierta para toda alma vivificada. Siga, pues, suspirando y clamando, pero con esta esperanza: Él ha consumado la redención por Su sangre, y a Su tiempo la dará a conocer también a su conciencia.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl