Nieuw verschenenHet gesprek van een gelovige met zijn zielPreken · vandaag
Joseph Charles Philpot J.C. Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun

Korenaren

 

 

Vandaag

Korenaren Uit De Volle Oogst

12 oktober Korenaren uit de volle oogst

Maar wij die des daags zijn, laat ons nuchteren zijn, aangedaan hebbende het borstwapen des geloofs en der liefde, en tot een helm, de hope der zaligheid.
1 Thessalonicensen 5:8

Nuchterheid in de godsdienst is een gezegende gave en genade. In ons allerheiligst geloof is geen plaats voor lichtzinnigheid. De dingen die tot onze vrede dienen, zijn ernstige, gewichtige zaken. Als zij in enige mate zwaar en krachtig op onze ziel drukken, zullen zij de lichtzinnigheid wegnemen waarin de vleselijke gezindheid zich uit. Maar nuchterheid vraagt niet alleen dat alle ongepaste lichtzinnigheid in woorden en gedrag ontbreekt, maar ook dat er in de dingen van God geen wilde uitspattingen van de verbeelding zijn. Zij kenmerkt dus die „geest ener gezonde ziel”, die de apostel de gave van God noemt.

Het is waar: de levende godzaligheid heeft haar verborgenheden, haar openbaringen en getuigenissen, haar geestelijke en bovennatuurlijke ontdekkingen en werkingen. Maar die komen allemaal door het Woord der Waarheid. Dat Woord is eenvoudig, krachtig en kernachtig, en staat even ver af van alles wat ingebeeld, wild of vluchtig is als het licht van de duisternis. Ook die ontdekkingen en werkingen zijn krachtig, zoals het Woord der Waarheid zelf, waardoor zij, door de kracht van de Geest, tot stand worden gebracht en gewekt. Twijfelt iemand hieraan, laat hij dan in een ernstig ogenblik de laatste gesprekken van de gezegende Heere met Zijn discipelen lezen. Hoe eenvoudig, hoe kernachtig zijn die woorden!

Moeten dan ook niet het geloof dat deze woorden van genade en waarheid ontvangt, aanneemt en zich daarmee verenigt, de hoop die vast ligt in de beloften die erin uitgedrukt worden, en de liefde die de genadige en verheerlijkte Persoon omvat van Hem Die ze sprak, eenvoudig en vast zijn? Welke plaats is er dan in zo’n geloof, zo’n hoop en zo’n liefde voor opgewonden verbeelding, wilde berekeningen en een valse vergeestelijking van de Schrift, meer dan in het Woord van de Heere zelf?

Houd ons gemoed voor U bereid,
opdat het blij Uw komst verbeid’,
daar ’t in een stil vertrouwen leeft,
dat Gij ons onze schuld vergeeft.

Avondzang, vers 4

Aan de lezer…

Als u eerlijk bent: weegt de zaak van uw eeuwige vrede werkelijk op uw ziel? Waar de dingen van God zwaar en krachtig op het hart drukken, daar maakt de lichtzinnigheid plaats voor ernst. Maar wacht u ook voor het andere uiterste: voor een opgewonden verbeelding en wilde gedachten die zich voor geestelijk uitgeven. De ware godzaligheid heeft haar verborgenheden en ontdekkingen, maar zij komen door het Woord der Waarheid, en dat is eenvoudig, krachtig en kernachtig.

Lees dan in een stil ogenblik de laatste woorden van de Heere tot Zijn discipelen, en merk op hoe eenvoudig en vast zij zijn. Zo’n geloof, zo’n hoop en zo’n liefde werkt de Geest door dat Woord. Wees nuchter, u die des daags bent; trek het borstwapen van het geloof en de liefde aan en zet de hoop der zaligheid als een helm op. Zo mag u in een stil vertrouwen leven en blij Zijn komst verwachten.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

365 Dagen Met Philpot

12 oktober 365 dagen met Philpot

Evangelische voorschriften

Looft de HEERE, roept Zijn Naam aan.
1 Kronieken 16:8

Jakob keerde onder merkwaardige omstandigheden naar zijn geboorteland terug (Gen. 32). Hoewel hij een kind van God was, was zijn verraad tegenover zijn broer Ezau niet ongemerkt aan de Heere voorbijgegaan en niet onbestraft gebleven. Nee, juist daarom, omdat hij een kind was, werd hij bestraft. En niet alleen dat: precies hetzelfde verraad dat hij zijn broer Ezau had aangedaan, werd hem dubbel en dwars in zijn eigen borst terugbetaald. De Heere liet toe dat Laban hem op zijn gevoeligste punt bedroog en hem bovendien voortdurend onderdrukte en bedroog. Na twintig jaar ontkomt hij op bevel van de Heere aan de harde onderdrukking van Laban en gaat hij op weg naar het land van zijn voorvaderen en zijn verwanten (Gen. 31:3).

Maar nadat hij op wonderbaarlijke wijze is gered van de wraak van Laban en de grenzen van Kanaän nadert, hoort hij tot zijn ontzetting dat zijn broer Ezau met vierhonderd man in de buurt is. De herinnering aan zijn vroegere verraad flitste door zijn geweten en vervulde hem onmiddellijk met de diepste angst en schrik dat zijn terecht kwade broer hem zou aanvallen, weerloos als hij was, en „de moeder met de zonen zou slaan”. Maar wat deed Jakob toen? Hij deed wat elk kind van God in zulke omstandigheden moet doen. Hij gaat en worstelt met de Heere.

We lezen dat hij „alleen gelaten was”. Hij liet niemand aanwezig zijn toen hij zijn ziel voor God uitstortte. Zo „keerde” Hizkia „zijn aangezicht om naar de wand”, toen hij het doodvonnis in zijn geweten voelde (Jes. 38:2). Zo stond Nehemia in stilte achter de koning, toen hij in het verborgen smeekte ten behoeve van Jeruzalem (Neh. 2:4). Zo lag Mozes aan de voeten van de Heere op het strand van de Rode Zee, toen hij lucht gaf aan het gekerm van zijn ziel, ongehoord door mensenoren. Zo verliet ook Hanna haar man en haar rivaal om in afzondering en verdriet haar ziel voor de Heere uit te storten (1 Sam. 1:9, 10, 15).

En zo „ging” de Man van smarten in de dagen van Zijn vlees „uit naar de berg om te bidden, en Hij bleef de nacht over in het gebed tot God” (Luk. 6:12). En Hij heeft, alleen en verlaten in de sombere hof van Gethsémané, „gebeden en smekingen tot Dengene, Die Hem uit de dood kon verlossen, met sterke roeping en tranen geofferd hebbende, en verhoord zijnde uit de vreze” (Hebr. 5:7). Wat zijn dat zoete en bemoedigende voorbeelden, die levende zielen kunnen volgen!

Lezen: Genesis 32:9-32

Aan de lezer…

Ziet u, lezer, uw eigen Ezau naderen, met vierhonderd man achter zich? Komen oude zonden u weer voor de geest, en vreest u dat de gevolgen ervan u nu zullen treffen, terwijl u geheel weerloos staat? Zoek dan niet eerst de mensen, maar ga zoals Jakob alleen heen en worstel met de Heere. Hij laat zulke angsten niet zonder doel over Zijn kinderen komen; juist omdat u een kind bent, laat Hij u niet ongemoeid.

Zie hoe Hizkia zijn aangezicht naar de wand keerde, hoe Hanna haar ziel uitstortte in afzondering en verdriet, hoe Nehemia in stilte zuchtte. En zie bovenal op de Man van smarten, Die de nacht in het gebed tot God doorbracht en in Gethsémané met sterke roeping en tranen gebeden heeft. Hij kent de eenzame plaats van het gebed. Zoek die plaats op en stort uw ziel voor Hem uit. Hij is een God Die verhoort.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

Door Baca's Vallei

12 oktober Door Baca’s vallei

Ik zal hem met langheid der dagen verzadigen; en Ik zal hem Mijn heil doen zien.
Psalm 91:16

Het is niet het aantal jaren dat ons bereid maakt om te sterven. Het is niet zo dat iemand meer tevreden zal zijn naarmate hij langer leeft. In geen geval. Wat kan de belofte dan betekenen? Wel, dat de Heere Zijn volk tot berusting zal brengen, of zij nu lang of kort leven. God haalt Zijn kinderen op elke leeftijd thuis, en Hij maakt hen daaronder stil. Hij brengt hen altijd op de plaats waar zij zien en ervaren dat dit leven leeg en ijdel is, en dat het beter, veel beter is om in Zijn tegenwoordigheid te leven.

U kunt gekweld worden door de gedachte aan de dood, in banden gaan door de vrees voor de dood en bij uzelf zeggen: „Hoe zal het mij dan gaan?” Ik zal het u zeggen. Als u een kind van God bent, dan geloof ik vast dat u niet onwillig of afkerig zult zijn op de dag van Gods heirkracht. U zult gewillig zijn uw geest in Zijn handen te bevelen; u zult gewillig zijn om met Christus te zijn, wat verreweg het beste is. Nu kunt u misschien niet gewillig zijn. Als u een onrijpe appel zou plukken, zou u enige weerstand ondervinden; maar is het een rijpe appel, dan valt hij van de boom, hoe zacht u hem ook aanraakt.

U zult als een korenhoop op zijn tijd worden binnengehaald. Een boer haalt zijn koren immers niet binnen tenzij het volkomen rijp is. Zou u dan denken dat de Heere Zijn koren in Zijn schuur zal brengen als het daarvoor ongeschikt is, als het niet rijp is? Wij geloven het niet. Die gedachte zij ver van ons, zoals zij ook ver van de Heere is. „Ik zal hem met langheid der dagen verzadigen, en Ik zal hem Mijn heil doen zien.”

Ach ja, Gods kind zal het nooit zien tenzij de Heere het hem toont; maar de Heere zál het hem tonen. Hij zegt dat Hij het zal doen: „Ik zal hem Mijn heil doen zien.” Wat kan hij meer nodig hebben? Alles wat hij nodig kan hebben, alles wat hij op zijn reis door deze woestijn nodig heeft, is daarin aanwezig. Is daar geen genoegzaamheid? Is daar niet datgene waaraan hij werkelijk genoeg heeft? Als deze belofte de mijne en de uwe is, en als zij aan u en aan mij vervuld wordt, wat kunnen wij dan nog meer nodig hebben?

Aan de lezer…

Gaat u in banden door de vrees voor de dood? Vraagt u zich in stille uren af: „Hoe zal het mij dan gaan?” Wees niet bang omdat u nu nog niet gewillig bent. Een onrijpe appel houdt zich aan de tak vast, maar de Heere weet Zijn tijd. Hij brengt Zijn koren niet in de schuur voordat het rijp is. Hij zal het hart van Zijn kind zo leren dat dit leven leeg en ijdel is, dat het op Zijn dag gewillig zal zijn zijn geest in Zijn handen te bevelen.

Lang of kort, de jaren zijn in Zijn hand. Maar dit heeft Hij beloofd: „Ik zal hem Mijn heil doen zien.” Zou u dan nog iets meer nodig hebben? Alles wat u op de reis door deze woestijn nodig hebt, ligt in dat heil besloten. Vraag Hem daarom niet in de eerste plaats om een lang leven, maar dat Hij u Zijn heil laat zien; dan is het goed, wanneer Hij u ook thuishaalt.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina