vandaag verschenen
Het gesprek van een gelovige met zijn ziel
Een uitleg van Psalm 42:12 als gesprek tussen David en zijn ziel: waarom de ziel terneergeslagen en onrustig is, waarom ze op God moet hopen en hoe die hoop uitloopt…
6 dagen geleden verschenen
Het woord van Gods genade
Een uitleg van Handelingen 20:32: Paulus beveelt de oudsten van Efeze aan God en aan het woord van Zijn genade. Alleen dat woord, door de Geest toegepast, bouwt de ziel…
11 dagen geleden verschenen
Schatten in de duisternis
Uitleg van Jesaja 45:2,3 voor Gods kinderen: de Heere gaat voor hen uit, maakt kromme wegen recht, verbreekt koperen deuren en ijzeren grendels, geeft verborgen schatten en leert hen zo…
2 weken geleden verschenen
Verkrijgen en verliezen
Naar Prediker 3:6: een levende ziel verkrijgt geestelijke dingen, van kennis van God en van zichzelf tot geloof en vergeving, maar verliest ook haar eigen gerechtigheid en kracht. De preek…
Het schudden van wat gemaakt is en de vastheid van wat gegeven is
Over Hebreeën 12:27,28: wat gemaakt is, wordt geschud en weggenomen, wat God geeft blijft. Het Koninkrijk dat niet bewogen kan worden wordt door geloof ontvangen, door genade vastgehouden en draagt…
Korenaren Uit De Volle Oogst
Maar wij die des daags zijn, laat ons nuchteren zijn, aangedaan hebbende het borstwapen des geloofs en der liefde, en tot een helm, de hope der zaligheid.
1 Thessalonicensen 5:8
Nuchterheid in de godsdienst is een zegenrijke gave en genade. In ons allerheiligst geloof is geen plaats voor lichtzinnigheid. De zaken die onze vrede aangaan, zijn ernstige, gewichtige zaken, en zo zij enigermate zwaar en krachtig op onze ziel wegen, zullen zij die lichtzinnigheid wegnemen die de uitdrukking is der vleselijke gezindheid. Maar nuchterheid vereist niet alleen het niet aanwezig zijn van alle ongepaste lichtzinnigheid in woorden en gedrag, maar ook van alle wilde werkingen der verbeelding in de dingen Gods. Zij kenmerkt dus die „geest ener gezonde ziel”, welke de apostel noemt de gave Gods.
Levende godzaligheid heeft, het is waar, haar verborgenheden; haar openbaringen en getuigenissen; haar geestelijke en bovennatuurlijke ontdekkingen en werkingen; maar deze alle komen door het Woord der Waarheid, hetwelk eenvoudig, krachtig en kernachtig is, en even ver verwijderd van alles wat denkbeeldig, wild of vluchtig is, als het licht is van de duisternis; en krachtig zijn als het Woord der Waarheid zelf, door welks tussenkomst, door de kracht des Geestes, die daden worden volbracht en opgewekt. Zo iemand hieraan twijfelt, laat hem dan in een ernstig ogenblik de laatste gesprekken lezen van de gezegende Heere met Zijn discipelen. Hoe eenvoudig, hoe kernachtig zijn die woorden!
Moet dan ook niet het geloof, hetwelk ontvangt, aanneemt en met deze woorden van genade en waarheid samenstelt de hoop, die vast ligt in de beloften daarin uitgedrukt, de liefde, welke de genadige en verheerlijkte Persoon omvat van Hem, Die ze sprak, eenvoudig en vast zijn? Welke plaats is er dan in zulk een geloof, zulk een hoop en zulk een liefde voor opgewonden verbeelding, wilde berekeningen en valse vergeestelijking der Schrift, meer dan in het Woord des Heeren zelf?
Houd ons gemoed voor U bereid,
opdat het blij Uw komst verbeid’,
daar ’t in een stil vertrouwen leeft,
dat Gij ons onze schuld vergeeft.
Avondzang, vers 4
Aan de lezer…
Als u eerlijk bent: weegt de zaak van uw eeuwige vrede werkelijk op uw ziel? Waar de dingen Gods zwaar en krachtig op het hart drukken, daar maakt de lichtzinnigheid plaats voor ernst. Maar wacht u ook voor het andere uiterste: voor een opgewonden verbeelding en wilde gedachten, die zich voor geestelijk uitgeven. De ware godzaligheid heeft haar verborgenheden en ontdekkingen, maar zij komen door het Woord der Waarheid, en dat is eenvoudig, krachtig en kernachtig.
Lees dan in een stil ogenblik de laatste woorden van de Heere tot Zijn discipelen, en merk op hoe eenvoudig en vast zij zijn. Zulk een geloof, zulk een hoop en zulk een liefde werkt de Geest door dat Woord. Wees nuchter, u die des daags bent; trek het borstwapen des geloofs en der liefde aan en zet de hoop der zaligheid als een helm op. Zo mag u in een stil vertrouwen leven en blij Zijn komst verbeiden.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Maar wij die des daags zijn, laat ons nuchteren zijn, aangedaan hebbende het borstwapen des geloofs en der liefde, en tot een helm, de hope der zaligheid.
1 Thessalonicensen 5:8
Nuchterheid in de godsdienst is een gezegende gave en genade. In ons allerheiligst geloof is geen plaats voor lichtzinnigheid. De dingen die tot onze vrede dienen, zijn ernstige, gewichtige zaken. Als zij in enige mate zwaar en krachtig op onze ziel drukken, zullen zij de lichtzinnigheid wegnemen waarin de vleselijke gezindheid zich uit. Maar nuchterheid vraagt niet alleen dat alle ongepaste lichtzinnigheid in woorden en gedrag ontbreekt, maar ook dat er in de dingen van God geen wilde uitspattingen van de verbeelding zijn. Zij kenmerkt dus die „geest ener gezonde ziel”, die de apostel de gave van God noemt.
Het is waar: de levende godzaligheid heeft haar verborgenheden, haar openbaringen en getuigenissen, haar geestelijke en bovennatuurlijke ontdekkingen en werkingen. Maar die komen allemaal door het Woord der Waarheid. Dat Woord is eenvoudig, krachtig en kernachtig, en staat even ver af van alles wat ingebeeld, wild of vluchtig is als het licht van de duisternis. Ook die ontdekkingen en werkingen zijn krachtig, zoals het Woord der Waarheid zelf, waardoor zij, door de kracht van de Geest, tot stand worden gebracht en gewekt. Twijfelt iemand hieraan, laat hij dan in een ernstig ogenblik de laatste gesprekken van de gezegende Heere met Zijn discipelen lezen. Hoe eenvoudig, hoe kernachtig zijn die woorden!
Moeten dan ook niet het geloof dat deze woorden van genade en waarheid ontvangt, aanneemt en zich daarmee verenigt, de hoop die vast ligt in de beloften die erin uitgedrukt worden, en de liefde die de genadige en verheerlijkte Persoon omvat van Hem Die ze sprak, eenvoudig en vast zijn? Welke plaats is er dan in zo’n geloof, zo’n hoop en zo’n liefde voor opgewonden verbeelding, wilde berekeningen en een valse vergeestelijking van de Schrift, meer dan in het Woord van de Heere zelf?
Houd ons gemoed voor U bereid,
opdat het blij Uw komst verbeid’,
daar ’t in een stil vertrouwen leeft,
dat Gij ons onze schuld vergeeft.
Avondzang, vers 4
Aan de lezer…
Als u eerlijk bent: weegt de zaak van uw eeuwige vrede werkelijk op uw ziel? Waar de dingen van God zwaar en krachtig op het hart drukken, daar maakt de lichtzinnigheid plaats voor ernst. Maar wacht u ook voor het andere uiterste: voor een opgewonden verbeelding en wilde gedachten die zich voor geestelijk uitgeven. De ware godzaligheid heeft haar verborgenheden en ontdekkingen, maar zij komen door het Woord der Waarheid, en dat is eenvoudig, krachtig en kernachtig.
Lees dan in een stil ogenblik de laatste woorden van de Heere tot Zijn discipelen, en merk op hoe eenvoudig en vast zij zijn. Zo’n geloof, zo’n hoop en zo’n liefde werkt de Geest door dat Woord. Wees nuchter, u die des daags bent; trek het borstwapen van het geloof en de liefde aan en zet de hoop der zaligheid als een helm op. Zo mag u in een stil vertrouwen leven en blij Zijn komst verwachten.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
But let us, who are of the day, be sober, putting on the breastplate of faith and love; and for an helmet, the hope of salvation.
1 Thessalonians 5:8
Sobriety in religion is a blessed gift and grace. In our most holy faith there is no room for lightness. The things which concern our peace are solemn, weighty matters, and if they lie with any degree of weight and power on our spirit, they will subdue that levity which is the very breath of the carnal mind.
But sobriety implies not merely the absence of all unbecoming levity in speech and conduct, but the absence also of all wild, visionary imaginations in the things of God. It denotes, therefore, that “spirit of a sound mind” which the Apostle says is the gift of God. Vital godliness, it is true, has its mysteries, its revelations and manifestations, its spiritual and supernatural discoveries and operations; but all these come through the Word of truth, which is simple, weighty and solid, and as far removed from everything visionary or imaginative, wild or flighty, as light is from darkness; and therefore every act of faith, or of hope, or of love, will be as simple, solid, and weighty as the Word of truth itself, through the medium of which, by the power of the Spirit, they are produced and called forth.
If any doubt this, let them read in some solemn moment the last discourses of our blessed Lord with His disciples. How simple, how solid, how weighty are these discourses. Must not, then, the faith which receives, believes, and is mixed with these words of grace and truth, the hope which anchors in the promises there spoken, the love which embraces the gracious and glorious Person of Him Who spoke them, be simple and solid too? What room is there in such a faith, hope, and love for visionary ideas, wild speculations, and false spiritualizations of Scripture, any more than there is in the words of the Lord Himself?
To the reader…
If you are honest: does the matter of your eternal peace truly weigh upon your soul? Where the things of God press heavily and powerfully on the heart, lightness gives way to seriousness. But beware also of the other extreme: an excited imagination and wild thoughts that pass themselves off as spiritual. True godliness has its mysteries and discoveries, but they come through the Word of truth, and that is simple, weighty, and solid.
In a quiet moment, then, read the last words of the Lord to His disciples, and notice how simple and solid they are. Such faith, such hope, and such love the Spirit works through that Word. Be sober, you who are of the day; put on the breastplate of faith and love, and for an helmet the hope of salvation. So you may live in quiet trust and joyfully look for His coming.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Mas nosotros, que somos del día, estemos sobrios, vestidos de cota de fe y de caridad, y la esperanza de salud por yelmo.
1 Tesalonicenses 5:8
La sobriedad en la religión es un don y una gracia benditos. En nuestra santísima fe no hay lugar para la liviandad. Las cosas que tocan a nuestra paz son asuntos solemnes y de peso, y si descansan con algún grado de peso y poder sobre nuestro espíritu, sujetarán esa ligereza que es el mismo aliento de la mente carnal.
Pero la sobriedad implica no solo la ausencia de toda ligereza indecorosa en el hablar y en la conducta, sino también la ausencia de toda imaginación desenfrenada y fantasiosa en las cosas de Dios. Denota, por tanto, ese “espíritu de templanza” que el apóstol dice que es don de Dios. La piedad vital, es cierto, tiene sus misterios, sus revelaciones y manifestaciones, sus descubrimientos y operaciones espirituales y sobrenaturales; pero todos ellos vienen por medio de la Palabra de verdad, que es sencilla, de peso y sólida, y tan alejada de todo lo fantasioso o imaginario, desenfrenado o veleidoso, como la luz lo está de las tinieblas; y por eso todo acto de fe, de esperanza o de amor será tan sencillo, sólido y de peso como la misma Palabra de verdad, por medio de la cual, por el poder del Espíritu, son producidos y suscitados.
Si alguno lo duda, lea en algún momento solemne los últimos discursos de nuestro bendito Señor con Sus discípulos. ¡Qué sencillos, qué sólidos, qué llenos de peso son estos discursos! ¿No han de ser, pues, también sencillos y sólidos la fe que recibe estas palabras de gracia y de verdad, que las cree y se mezcla con ellas, la esperanza que echa el ancla en las promesas allí dichas, y el amor que abraza la Persona llena de gracia y gloriosa de Aquel que las dijo? ¿Qué lugar hay en tal fe, esperanza y amor para ideas fantasiosas, especulaciones desenfrenadas y falsas espiritualizaciones de la Escritura, más que el que hay en las palabras del Señor mismo?
Al lector…
Si es usted sincero: ¿pesa de veras sobre su alma el asunto de su paz eterna? Donde las cosas de Dios oprimen el corazón con peso y poder, la liviandad cede ante la seriedad. Pero guárdese también del otro extremo: una imaginación exaltada y pensamientos desenfrenados que se hacen pasar por espirituales. La verdadera piedad tiene sus misterios y descubrimientos, pero vienen por medio de la Palabra de verdad, y esta es sencilla, de peso y sólida.
En un momento tranquilo, pues, lea las últimas palabras del Señor a Sus discípulos, y note cuán sencillas y sólidas son. Tal fe, tal esperanza y tal amor obra el Espíritu por medio de esa Palabra. Esté sobrio, usted que es del día; vístase de la cota de fe y de caridad, y de la esperanza de salud por yelmo. Así podrá vivir en tranquila confianza y esperar con gozo Su venida.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl
365 Dagen Met Philpot
Evangelische voorschriften
Looft de HEERE, roept Zijn Naam aan.
1 Kronieken 16:8
Jakob keerde naar zijn geboorteland terug onder merkwaardige omstandigheden (Gen. 32). Hoewel hij een kind van God was, was zijn verraad jegens zijn broer Ezau niet ongemerkt aan de Heere voorbijgegaan en niet onbestraft gelaten. Nee, juist om die reden, omdat hij een kind was, onderging hij bestraffing. En dat niet alleen, maar precies hetzelfde verraad dat hij zijn broer Ezau had aangedaan, werd hem dubbel en dwars terugbetaald in zijn eigen borst, doordat de Heere Laban toestond hem te bedriegen op zijn gevoeligste punt, en hem bovendien voortdurend onderdrukte en bedroog. Na een periode van twintig jaar ontkomt hij op bevel van de Heere aan de harde onderdrukking van Laban en gaat hij op weg om naar het land van zijn voorvaderen en zijn verwanten terug te keren (Gen. 31:3).
Maar nadat hij op wonderbaarlijke wijze is gered van de wraak van Laban en dichter bij de grenzen van Kanaän komt, komt hij tot zijn ontzetting te weten dat zijn broer Ezau dichtbij is met vierhonderd man. De herinnering aan zijn vroegere verraad, die door zijn geweten flitste, vulde hem onmiddellijk met de diepste angst en schrik dat zijn terecht kwade broer hem zou aanvallen, geheel weerloos als hij was, en „de moeder met de zonen zou slaan”. Maar wat was Jakobs redmiddel? Hij deed wat elk kind van God onder dergelijke omstandigheden moet doen. Hij gaat en worstelt met de Heere.
We lezen dat hij „alleen gelaten was”. Hij stond niemand toe aanwezig te zijn toen hij zijn ziel voor God uitstortte. Zo „keerde” Hizkia „zijn aangezicht om naar de wand”, toen het doodsvonnis in zijn geweten voelbaar was (Jes. 38:2). Zo stond Nehemia in stilte achter de koning, toen hij een verborgen smeekbede ten behoeve van Jeruzalem aanhief (Neh. 2:4). Zo lag Mozes aan de voeten van de Heere op het strand van de Rode Zee, toen hij lucht gaf aan het gekerm van zijn ziel, onopgemerkt door mensenoren. Zo ook verliet Hanna haar echtgenoot en haar rivaal om haar ziel voor de Heere uit te storten in afzondering en verdriet (1 Sam. 1:9, 10, 15).
En zo, in de dagen van Zijn vlees, „ging” de Man van smarten „uit naar de berg om te bidden, en Hij bleef de nacht over in het gebed tot God” (Luk. 6:12); en Die, alleen en verlaten in de sombere hof van Gethsemané, „gebeden en smekingen tot Dengene, Die Hem uit de dood kon verlossen, met sterke roeping en tranen geofferd hebbende, en verhoord zijnde uit de vreze” (Hebr. 5:7). Zoete en bemoedigende voorbeelden, die levende zielen kunnen volgen!
Lezen: Genesis 32:9-32
Aan de lezer…
Ziet u, lezer, uw eigen Ezau naderen, met vierhonderd man achter zich? Komen oude zonden u weer voor de geest, en vreest u dat de gevolgen ervan u nu zullen treffen, terwijl u geheel weerloos staat? Zoek dan niet eerst de mensen, maar ga als Jakob alleen heen en worstel met de Heere. Hij laat zulke angsten niet zonder doel over Zijn kinderen komen; het is juist omdat u een kind bent, dat Hij u niet ongemoeid laat.
Zie hoe Hizkia zijn aangezicht naar de wand keerde, hoe Hanna haar ziel uitstortte in afzondering en verdriet, hoe Nehemia in stilte zuchtte. En zie bovenal op de Man van smarten, Die de nacht in het gebed tot God doorbracht en in Gethsemané met sterke roeping en tranen gebeden heeft. Hij kent de eenzame plaats van het gebed. Zoek die plaats op en stort uw ziel voor Hem uit. Hij is een God, Die verhoort.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Looft de HEERE, roept Zijn Naam aan.
1 Kronieken 16:8
Jakob keerde onder merkwaardige omstandigheden naar zijn geboorteland terug (Gen. 32). Hoewel hij een kind van God was, was zijn verraad tegenover zijn broer Ezau niet ongemerkt aan de Heere voorbijgegaan en niet onbestraft gebleven. Nee, juist daarom, omdat hij een kind was, werd hij bestraft. En niet alleen dat: precies hetzelfde verraad dat hij zijn broer Ezau had aangedaan, werd hem dubbel en dwars in zijn eigen borst terugbetaald. De Heere liet toe dat Laban hem op zijn gevoeligste punt bedroog en hem bovendien voortdurend onderdrukte en bedroog. Na twintig jaar ontkomt hij op bevel van de Heere aan de harde onderdrukking van Laban en gaat hij op weg naar het land van zijn voorvaderen en zijn verwanten (Gen. 31:3).
Maar nadat hij op wonderbaarlijke wijze is gered van de wraak van Laban en de grenzen van Kanaän nadert, hoort hij tot zijn ontzetting dat zijn broer Ezau met vierhonderd man in de buurt is. De herinnering aan zijn vroegere verraad flitste door zijn geweten en vervulde hem onmiddellijk met de diepste angst en schrik dat zijn terecht kwade broer hem zou aanvallen, weerloos als hij was, en „de moeder met de zonen zou slaan”. Maar wat deed Jakob toen? Hij deed wat elk kind van God in zulke omstandigheden moet doen. Hij gaat en worstelt met de Heere.
We lezen dat hij „alleen gelaten was”. Hij liet niemand aanwezig zijn toen hij zijn ziel voor God uitstortte. Zo „keerde” Hizkia „zijn aangezicht om naar de wand”, toen hij het doodvonnis in zijn geweten voelde (Jes. 38:2). Zo stond Nehemia in stilte achter de koning, toen hij in het verborgen smeekte ten behoeve van Jeruzalem (Neh. 2:4). Zo lag Mozes aan de voeten van de Heere op het strand van de Rode Zee, toen hij lucht gaf aan het gekerm van zijn ziel, ongehoord door mensenoren. Zo verliet ook Hanna haar man en haar rivaal om in afzondering en verdriet haar ziel voor de Heere uit te storten (1 Sam. 1:9, 10, 15).
En zo „ging” de Man van smarten in de dagen van Zijn vlees „uit naar de berg om te bidden, en Hij bleef de nacht over in het gebed tot God” (Luk. 6:12). En Hij heeft, alleen en verlaten in de sombere hof van Gethsémané, „gebeden en smekingen tot Dengene, Die Hem uit de dood kon verlossen, met sterke roeping en tranen geofferd hebbende, en verhoord zijnde uit de vreze” (Hebr. 5:7). Wat zijn dat zoete en bemoedigende voorbeelden, die levende zielen kunnen volgen!
Lezen: Genesis 32:9-32
Aan de lezer…
Ziet u, lezer, uw eigen Ezau naderen, met vierhonderd man achter zich? Komen oude zonden u weer voor de geest, en vreest u dat de gevolgen ervan u nu zullen treffen, terwijl u geheel weerloos staat? Zoek dan niet eerst de mensen, maar ga zoals Jakob alleen heen en worstel met de Heere. Hij laat zulke angsten niet zonder doel over Zijn kinderen komen; juist omdat u een kind bent, laat Hij u niet ongemoeid.
Zie hoe Hizkia zijn aangezicht naar de wand keerde, hoe Hanna haar ziel uitstortte in afzondering en verdriet, hoe Nehemia in stilte zuchtte. En zie bovenal op de Man van smarten, Die de nacht in het gebed tot God doorbracht en in Gethsémané met sterke roeping en tranen gebeden heeft. Hij kent de eenzame plaats van het gebed. Zoek die plaats op en stort uw ziel voor Hem uit. Hij is een God Die verhoort.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Give thanks unto the LORD, call upon His name.
1 Chronicles 16:8
Jacob returned to his native land under remarkable circumstances (Gen. 32). Though he was a child of God, his treachery towards his brother Esau had not passed unnoticed by the Lord, nor had it gone unpunished. No, it was for this very reason, because he was a child, that he was chastened. And not only so: the very same treachery he had practised on his brother Esau was paid back into his own bosom twice over. The Lord permitted Laban to deceive him in his tenderest point, and moreover to oppress and deceive him continually. After twenty years, at the Lord’s command, he escapes from the hard oppression of Laban and sets out for the land of his fathers and his kindred (Gen. 31:3).
But having been wonderfully delivered from the vengeance of Laban and drawing near to the borders of Canaan, he hears to his dismay that his brother Esau is nearby with four hundred men. The memory of his former treachery flashed across his conscience and at once filled him with the deepest fear and dread that his justly angry brother would fall upon him, defenceless as he was, and “smite the mother with the children”. But what did Jacob do then? He did what every child of God must do in such circumstances. He goes and wrestles with the Lord.
We read that he “was left alone”. He let no one be present when he poured out his soul before God. So Hezekiah “turned his face toward the wall”, when he felt the sentence of death in his conscience (Isa. 38:2). So Nehemiah stood silently before the king, when he made secret supplication on behalf of Jerusalem (Neh. 2:4). So Moses lay at the feet of the Lord on the shore of the Red Sea, when he gave vent to the groaning of his soul, unheard by human ears. So too Hannah left her husband and her rival to pour out her soul before the Lord in solitude and sorrow (1 Sam. 1:9, 10, 15).
And so the Man of sorrows, in the days of His flesh, “went out into a mountain to pray, and continued all night in prayer to God” (Luke 6:12). And, alone and forsaken in the gloomy garden of Gethsemane, He “offered up prayers and supplications with strong crying and tears unto Him that was able to save Him from death, and was heard in that He feared” (Heb. 5:7). What sweet and encouraging examples these are, which living souls may follow!
Reading: Genesis 32:9-32
To the reader…
Do you see, reader, your own Esau approaching, with four hundred men behind him? Do old sins come back to mind, and do you fear that their consequences will now overtake you, while you stand quite defenceless? Then do not seek men first, but go alone like Jacob and wrestle with the Lord. He does not let such fears come upon His children without a purpose; it is just because you are a child that He does not leave you alone.
See how Hezekiah turned his face toward the wall, how Hannah poured out her soul in solitude and sorrow, how Nehemiah sighed in silence. And above all, look to the Man of sorrows, Who spent the night in prayer to God and in Gethsemane prayed with strong crying and tears. He knows the lonely place of prayer. Seek out that place and pour out your soul before Him. He is a God Who hears.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Confesad a Jehová, invocad Su nombre.
1 Crónicas 16:8
Jacob volvió a su tierra natal en circunstancias notables (Génesis 32). Aunque era hijo de Dios, su engaño a su hermano Esaú no había pasado inadvertido para el Señor, ni había quedado sin castigo. No, fue precisamente por esta razón, porque era un hijo, por lo que fue castigado. Y no solo eso: el mismo engaño que había practicado con su hermano Esaú le fue devuelto doblemente en su propio seno. El Señor permitió que Labán le engañara en su punto más sensible, y además que le oprimiera y engañara continuamente. Después de veinte años, por mandato del Señor, escapa de la dura opresión de Labán y parte hacia la tierra de sus padres y de su parentela (Génesis 31:3).
Pero habiendo sido librado maravillosamente de la venganza de Labán y acercándose a las fronteras de Canaán, oye con espanto que su hermano Esaú está cerca con cuatrocientos hombres. El recuerdo de su antiguo engaño cruzó como un relámpago su conciencia y al instante le llenó del más hondo temor y pavor de que su hermano, justamente airado, cayera sobre él, indefenso como estaba, y “hiriera a la madre con los hijos”. Pero ¿qué hizo Jacob entonces? Hizo lo que todo hijo de Dios debe hacer en tales circunstancias. Va y lucha con el Señor.
Leemos que “quedóse Jacob solo”. No dejó que nadie estuviera presente cuando derramaba su alma delante de Dios. Así Ezequías “volvió su rostro a la pared”, cuando sintió en su conciencia la sentencia de muerte (Isaías 38:2). Así Nehemías estaba en silencio delante del rey, cuando hacía súplica secreta en favor de Jerusalén (Nehemías 2:4). Así Moisés yacía a los pies del Señor a la orilla del mar Rojo, cuando daba salida al gemido de su alma, sin que lo oyeran oídos humanos. Así también Ana dejó a su marido y a su rival para derramar su alma delante del Señor en soledad y tristeza (1 Samuel 1:9, 10, 15).
Y así el Varón de dolores, en los días de Su carne, “fue al monte a orar, y pasó la noche orando a Dios” (Lucas 6:12). Y, solo y abandonado en el sombrío huerto de Getsemaní, “ofreciendo ruegos y súplicas con gran clamor y lágrimas al que Le podía librar de la muerte, fue oído por Su reverencial miedo” (Hebreos 5:7). ¡Qué ejemplos tan dulces y alentadores son estos, que las almas vivientes pueden seguir!
Lectura: Génesis 32:9-32
Al lector…
¿Ve usted, lector, acercarse a su propio Esaú, con cuatrocientos hombres tras él? ¿Le vienen a la memoria viejos pecados, y teme que sus consecuencias le alcancen ahora, mientras está del todo indefenso? Entonces no busque primero a los hombres, sino vaya a solas como Jacob y luche con el Señor. Él no deja venir tales temores sobre Sus hijos sin propósito; es precisamente porque usted es un hijo por lo que no le deja solo.
Vea cómo Ezequías volvió su rostro a la pared, cómo Ana derramó su alma en soledad y tristeza, cómo Nehemías suspiró en silencio. Y sobre todo, mire al Varón de dolores, que pasó la noche orando a Dios y en Getsemaní oró con gran clamor y lágrimas. Él conoce el lugar solitario de la oración. Busque ese lugar y derrame su alma delante de Él. Él es un Dios que oye.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl
Door Baca's Vallei
Ik zal hem met langheid der dagen verzadigen; en Ik zal hem Mijn heil doen zien.
Psalm 91:16
Het is niet in de veelheid der jaren dat wij bereid zullen zijn om te sterven. Het is niet: hoe langer iemand leeft, hoe vergenoegder hij zal zijn. In geen geval. Wat kan de belofte beduiden? Wel, dat de Heere Zijn volk zal doen berusten, hetzij zij lang of kort leven. God haalt Zijn kinderen thuis op elke leeftijd en daaronder doet Hij hen stil zijn. Hij brengt hen altijd op die plaats waar zij zien en ondervinden dat dit leven ledig en ijdel is, en dat het beter en veel beter is om te leven in Zijn tegenwoordigheid.
Gij moogt gekweld worden door de gedachte aan de dood, in banden gaan door de vrees des doods en bij uzelf zeggen: „Hoe zal het mij dan gaan?” Ik zal het u zeggen. Indien gij een kind van God zijt, dan geloof ik vast dat gij niet onwillig of afkerig zijn zult op de dag van Gods heirkracht. Gij zult gewillig zijn uw geest te bevelen in Zijn handen; gij zult gewillig zijn met Christus te zijn, hetgeen verreweg het beste is. Gij kunt nu wel niet gewillig zijn. Indien gij een onrijpe appel zoudt afplukken, dan zoudt gij enige tegenstand ontmoeten; maar laat het een rijpe appel zijn, hoe zacht gij hem ook aanraakt, hij zal van de boom afvallen.
Gij zult als een hoop koren te zijner tijd opgevoerd worden. Immers zal een landbouwer zijn koren niet verzamelen, tenzij het volkomen rijp is; en zoudt gij denken dat de Heere Zijn koren in Zijn schuur brengen zal als het daarvoor ongeschikt, als het niet rijp is? Wij geloven het niet. Zij die gedachte verre van ons, gelijk zij ook verre van de Heere is. „Ik zal hem met langheid der dagen verzadigen, en Ik zal hem Mijn heil doen zien.”
Ach ja, Gods kind zal nooit zien, tenzij de Heere het hem toont; maar de Heere zal het hem tonen. Hij zegt dat Hij zal: „Ik zal hem Mijn heil doen zien.” Wat kan hij meer behoeven? Al hetgeen hij nodig kan hebben, al wat hij op zijn reis door deze woestijn behoeft, is er. Is er niet een genoegzaamheid? Is er niet datgene waaraan hij waarlijk genoeg heeft? Indien deze belofte de mijne en de uwe is, en als zij aan u en aan mij wordt vervuld, wat kunnen wij dan nog meer nodig hebben?
Aan de lezer…
Gaat u, lezer, in banden door de vrees des doods? Vraagt u zich in stille uren af: „Hoe zal het mij dan gaan?” Wees niet bevreesd dat u nu nog niet gewillig bent. Een onrijpe appel houdt zich aan de tak vast, maar de Heere weet Zijn tijd. Hij brengt Zijn koren niet in de schuur voordat het rijp is, en Hij zal het hart van Zijn kind zo leren dat dit leven ledig en ijdel is, dat het op Zijn dag gewillig zal zijn zijn geest in Zijn handen te bevelen.
Lang of kort, de jaren zijn in Zijn hand. Maar dit heeft Hij beloofd: „Ik zal hem Mijn heil doen zien.” Zou u dan nog iets meer behoeven? Al wat u op de reis door deze woestijn nodig hebt, ligt in dat heil besloten. Vraag Hem daarom niet in de eerste plaats om een lang leven, maar dat Hij u Zijn heil doe zien; dan is het goed, wanneer Hij u ook thuishaalt.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Ik zal hem met langheid der dagen verzadigen; en Ik zal hem Mijn heil doen zien.
Psalm 91:16
Het is niet het aantal jaren dat ons bereid maakt om te sterven. Het is niet zo dat iemand meer tevreden zal zijn naarmate hij langer leeft. In geen geval. Wat kan de belofte dan betekenen? Wel, dat de Heere Zijn volk tot berusting zal brengen, of zij nu lang of kort leven. God haalt Zijn kinderen op elke leeftijd thuis, en Hij maakt hen daaronder stil. Hij brengt hen altijd op de plaats waar zij zien en ervaren dat dit leven leeg en ijdel is, en dat het beter, veel beter is om in Zijn tegenwoordigheid te leven.
U kunt gekweld worden door de gedachte aan de dood, in banden gaan door de vrees voor de dood en bij uzelf zeggen: „Hoe zal het mij dan gaan?” Ik zal het u zeggen. Als u een kind van God bent, dan geloof ik vast dat u niet onwillig of afkerig zult zijn op de dag van Gods heirkracht. U zult gewillig zijn uw geest in Zijn handen te bevelen; u zult gewillig zijn om met Christus te zijn, wat verreweg het beste is. Nu kunt u misschien niet gewillig zijn. Als u een onrijpe appel zou plukken, zou u enige weerstand ondervinden; maar is het een rijpe appel, dan valt hij van de boom, hoe zacht u hem ook aanraakt.
U zult als een korenhoop op zijn tijd worden binnengehaald. Een boer haalt zijn koren immers niet binnen tenzij het volkomen rijp is. Zou u dan denken dat de Heere Zijn koren in Zijn schuur zal brengen als het daarvoor ongeschikt is, als het niet rijp is? Wij geloven het niet. Die gedachte zij ver van ons, zoals zij ook ver van de Heere is. „Ik zal hem met langheid der dagen verzadigen, en Ik zal hem Mijn heil doen zien.”
Ach ja, Gods kind zal het nooit zien tenzij de Heere het hem toont; maar de Heere zál het hem tonen. Hij zegt dat Hij het zal doen: „Ik zal hem Mijn heil doen zien.” Wat kan hij meer nodig hebben? Alles wat hij nodig kan hebben, alles wat hij op zijn reis door deze woestijn nodig heeft, is daarin aanwezig. Is daar geen genoegzaamheid? Is daar niet datgene waaraan hij werkelijk genoeg heeft? Als deze belofte de mijne en de uwe is, en als zij aan u en aan mij vervuld wordt, wat kunnen wij dan nog meer nodig hebben?
Aan de lezer…
Gaat u in banden door de vrees voor de dood? Vraagt u zich in stille uren af: „Hoe zal het mij dan gaan?” Wees niet bang omdat u nu nog niet gewillig bent. Een onrijpe appel houdt zich aan de tak vast, maar de Heere weet Zijn tijd. Hij brengt Zijn koren niet in de schuur voordat het rijp is. Hij zal het hart van Zijn kind zo leren dat dit leven leeg en ijdel is, dat het op Zijn dag gewillig zal zijn zijn geest in Zijn handen te bevelen.
Lang of kort, de jaren zijn in Zijn hand. Maar dit heeft Hij beloofd: „Ik zal hem Mijn heil doen zien.” Zou u dan nog iets meer nodig hebben? Alles wat u op de reis door deze woestijn nodig hebt, ligt in dat heil besloten. Vraag Hem daarom niet in de eerste plaats om een lang leven, maar dat Hij u Zijn heil laat zien; dan is het goed, wanneer Hij u ook thuishaalt.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
With long life will I satisfy him, and shew him My salvation.
Psalm 91:16
It is not in the number of our years that we shall find preparedness for death. It is not the longer a man lives the more will he be satisfied. No such thing. Then what can the promise mean? Why, that God will satisfy His people with their length of life, whether long or short. God takes His children home at all ages, and He always satisfies them. He always brings them to see and feel that this life is empty and vain, and that it is better, far better, to live in His presence. You may be harassed by the thoughts of death, and be in bondage through the fears of death; and you may be saying, “How will it be with me then?” I will tell you.
If you are a child of God, I firmly believe you will not be removed unwillingly and reluctantly, but you will be willing in the day of the Lord’s power. You will be willing to breathe out your soul into His dear hands, to Whom you will commend your spirit; you will be willing to be with Christ, which is far better. You may not now be willing. If you pluck at an unripe apple, it resists the touch, but let it be fully ripe, how little, how slight a touch will cause it to drop from the tree.
You shall be gathered as a shock of corn in its season. Why, a farmer will not gather in his grain until it is fully ripe; and do you think the Lord will gather His grain into His heavenly garner and it be in an unfit and unripe state? We cannot think it. Be that thought far from us, as it is far from the Lord.
“With long life will I satisfy him, and show him My salvation.” Ah! the soul will never see it unless the Lord shows it him; but the Lord will show it him. He says He will. “I will show him My salvation.” What can he want more? All that he may want, all that he may need in his journey through this wilderness is there. Is there not a sufficiency? Is there not that which he feels is enough? If these promises be mine, be yours, and if they be fulfilled to you and to me, what more can we possibly want?
To the reader…
Are you in bondage through the fear of death? Do you wonder in quiet hours, “How will it be with me then?” Do not be afraid because you are not yet willing now. An unripe apple clings to the branch, but the Lord knows His time. He does not bring His corn into the barn before it is ripe. He will so teach the heart of His child that this life is empty and vain, that in His day it will be willing to commit its spirit into His hands.
Long or short, the years are in His hand. But this He has promised: “I will shew him My salvation.” Would you then need anything more? Everything you need on the journey through this wilderness is contained in that salvation. Do not ask Him, then, first of all for a long life, but that He will show you His salvation; then all is well, whenever He also takes you home.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Saciarélo de larga vida, y mostraréle Mi salud.
Salmo 91:16
No es en el número de nuestros años donde hallaremos la preparación para la muerte. No es que cuanto más vive un hombre, más satisfecho quedará. Nada de eso. ¿Qué puede significar entonces la promesa? Pues que Dios saciará a Su pueblo con la duración de su vida, sea larga o corta. Dios lleva a Sus hijos a casa a todas las edades, y siempre los sacia. Siempre los lleva a ver y sentir que esta vida es vacía y vana, y que es mejor, mucho mejor, vivir en Su presencia. Usted puede estar atormentado por pensamientos de muerte y estar en servidumbre por el temor de la muerte; y quizá esté diciendo: “¿Cómo será conmigo entonces?” Yo se lo diré.
Si usted es un hijo de Dios, creo firmemente que no será quitado de aquí contra su voluntad y a regañadientes, sino que estará dispuesto en el día del poder del Señor. Estará dispuesto a exhalar su alma en Sus amadas manos, a Quien encomendará su espíritu; estará dispuesto a estar con Cristo, lo cual es mucho mejor. Puede que ahora no esté dispuesto. Si tira de una manzana verde, resiste al tirón; pero cuando está bien madura, ¡qué poco, qué ligero toque basta para que caiga del árbol!
Usted será recogido como el montón de trigo que se coge a su tiempo. Pues bien, un labrador no recoge su grano hasta que está bien maduro; ¿y piensa usted que el Señor recogerá Su grano en Su granero celestial estando en un estado inadecuado e inmaduro? No podemos pensarlo. Lejos esté de nosotros tal pensamiento, como lejos está del Señor.
“Saciarélo de larga vida, y mostraréle Mi salud.” ¡Ah! el alma nunca la verá a menos que el Señor se la muestre; pero el Señor se la mostrará. Él dice que lo hará: “Mostraréle Mi salud.” ¿Qué más puede desear? Todo lo que pueda desear, todo lo que pueda necesitar en su viaje por este desierto, está allí. ¿No hay en ello suficiencia? ¿No hay allí lo que él siente que le basta? Si estas promesas son mías, si son suyas, y si se cumplen en usted y en mí, ¿qué más podemos desear?
Al lector…
¿Está usted en servidumbre por el temor de la muerte? ¿Se pregunta en horas tranquilas: “¿Cómo será conmigo entonces?” No tema porque ahora todavía no esté dispuesto. Una manzana verde se aferra a la rama, pero el Señor conoce Su tiempo. Él no lleva Su trigo al granero antes de que esté maduro. Enseñará de tal modo al corazón de Su hijo que esta vida es vacía y vana, que en Su día estará dispuesto a encomendar su espíritu en Sus manos.
Largos o cortos, los años están en Su mano. Pero esto ha prometido: “Mostraréle Mi salud.” ¿Necesitaría usted entonces algo más? Todo lo que necesita en el viaje por este desierto está contenido en esa salvación. No le pida, pues, ante todo una larga vida, sino que le muestre Su salvación; entonces todo está bien, cuando quiera que Él le lleve también a casa.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl