Nieuw verschenenHet gesprek van een gelovige met zijn zielPreken · 4 dagen geleden
Joseph Charles Philpot J.C. Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun

Korenaren

 

 

Vandaag

Korenaren Uit De Volle Oogst

10 september Korenaren uit de volle oogst

En stromen op het droge.
Jesaja 44:3

Hoe vaak voelt de ziel die uit God geboren en door God onderwezen is, dat zij zelf „deze droge grond” is! Zij zou graag vruchtbaar zijn in elk goed woord en werk. Zij zou inwendig graag versierd zijn met elke genade van de Geest, en uitwendig met elke goede en Goddelijke genade van de Geest. Laat niemand denken dat het kind van God zorgeloos is over, of onverschillig staat tegenover, enige inwendige of uitwendige vrucht. Er is niets te heilig, te hemels, te geestelijk of te genadig, of het kind van de genade zou het inwendig willen ervaren of uitwendig willen voortbrengen. Maar het voelt dat het niet in staat is door eigen werk de vruchten voort te brengen waarnaar het verlangt.

Een dorre akker zou net zo goed in een vruchtbare tuin veranderen zonder door mensenhanden bewerkt of door de regen van de hemel gedrenkt te zijn, als een ziel die haar eigen dorheid kent en voelt, uit eigen kracht vruchten van gerechtigheid zou kunnen voortbrengen. Maar de Heere, Die de begeerte van het hart kent en het inwendige treuren over zijn dorheid, heeft in de tekst een zoete en genadige belofte gegeven: „Ik zal stromen gieten op het droge.” Eén regenbui zou niet genoeg zijn. De droge grond zou de paar druppels van een zomerbui snel opzuigen.

Er moeten stromen komen, hetzij uit de hemel, hetzij uit de beken van die rivier die de stad van God verblijdt, om die grote verandering teweeg te brengen. Die „stromen” zijn: de beloften in de ziel, de liefde van God in het hart uitgestort, de openbaringen van Christus en Zijn verzoenend bloed, de stroom van de genade die even overvloedig is als de menigte van de zonden, en de vrede die als een rivier in de verslagen geest vloeit.

Want God, de Heer, zo goed, zo mild,
is ’t alle tijd een zon en schild.
Hij zal genaad’ en ere geven.
Hij zal hun ’t goede niet in nood
onthouden, zelfs niet in de dood,
die in oprechtheid voor Hem leven.
Welzalig, Heer, die op U bouwt
en zich geheel aan U vertrouwt!

Ps. 84:6

Aan de lezer…

Hier staat een woord voor wie zichzelf als droge grond voelt. Zou u graag vruchtbaar zijn in elk goed woord en werk, maar ziet u in uw hart niets dan dorheid? Een dorre akker wordt geen vruchtbare tuin uit eigen kracht, en zo kunt ook u geen vruchten van gerechtigheid voortbrengen door uw eigen werk. Maar dat u over die dorheid treurt, is geen teken dat God u vergeten heeft; Hij kent juist die begeerte en dat inwendige treuren.

Voor zulke mensen heeft Hij een zoete en genadige belofte gegeven: „Ik zal stromen gieten op het droge.” Niet één regenbui, maar stromen: de liefde van God in het hart uitgestort, de openbaringen van Christus en Zijn verzoenend bloed, de genade even overvloedig als de menigte van de zonden. Wacht dan op Hem met een verslagen geest, want Hij zal het goede niet onthouden aan wie in oprechtheid voor Hem leven.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

365 Dagen Met Philpot

10 september 365 dagen met Philpot

Leren wat nut is

Alzo zegt de Heere, uw Verlosser, de Heilige Israëls: Ik ben de Heere, uw God, Die u leert, wat nut is, Die u leidt op de weg die gij gaan moet.
Jesaja 48:17

Als we Gods kinderen zijn, zal Zijn onderwijs ons tot nut zijn. Soms zal Hij ons bezoekingen en verzoekingen toezenden, en ons zo onderwijzen door middel van onze eigen vijanden, die ons onze fouten laten zien waar onze vrienden dat niet doen. In alles zullen we onderwezen worden. Dit is nu het grote verschil tussen een kind van God en een kind van de boze. Alles wat een kind van God doormaakt, is hem tot nut en ten goede, en alles wat een kind van satan doormaakt, is hem ten kwade. Door alles wordt de een met zegeningen overladen, en door alles wordt de ander met vloeken overladen. Wat is het dan een zegen de hoop te hebben dat we op de goede weg zijn, en dat de Heere ons onderwijst tot ons nut!

Ik wil dat u die God vreest, deze zaak goed in uw hart overweegt. Zeg niet: „Ik weet dit en dat; ik heb vele jaren lang een beginselvaste belijdenis; ik ben zuiver op het punt van de uitverkiezing; ik ben lid van een rechtzinnige kerk; ik luister naar die en die predikant.” Maar kijk liever hiernaar: „Wat heeft mijn godsdienst met me gedaan? Wat heeft mijn belijdenis tot stand gebracht in mijn hart?” Laat ik mijn ogen eens op dit ene richten. Laat ik mijn aandacht van al het andere afhouden en er zo nauwkeurig naar kijken als een bankbediende naar een watermerk: wat heb ik geleerd tot mijn eigen nut? Draag ik Schriftuurlijke kenmerken dat ik een van hen ben die God onderwijst?

Als dat zo is, ben ik een van Gods kinderen, want „al uw kinderen zullen van de Heere geleerd zijn, en de vrede uwer kinderen zal groot zijn” (Jes. 54:13). Maar als we niets van dit nuttige onderwijs in ons kunnen ontdekken, moeten we op onze hele belijdenis schrijven: „Tekel; gij zijt in weegschalen gewogen; en gij zijt te licht bevonden” (Dan. 5:27).

Lezen: Efeze 4:17-32

Aan de lezer…

Herkent u dit? Een stille vraag in het hart: wat heeft uw godsdienst met u gedaan? Het is mogelijk een zuivere belijdenis te hebben, rechtzinnig te zijn in de leer van de uitverkiezing en trouw onder een goede prediking te zitten, en toch op de weegschaal te licht bevonden te worden. Zie daarom niet op wat u weet, maar richt uw oog, zo nauwkeurig als een bankbediende op een watermerk, op de vraag wat u van de Heere geleerd hebt tot uw eigen nut.

Ontdekt u dat Hij u ook door bezoekingen en verzoekingen, ja door uw vijanden, uw fouten heeft laten zien? Dat is geen teken dat Hij u verlaten heeft, maar van Zijn onderwijs, want voor een kind van God moet alles tot nut zijn. Merkt u bij dat onderzoek dat u arm en leeg bent, vlucht dan tot Hem Die belooft: „al uw kinderen zullen van de Heere geleerd zijn.” Bij Hem is vrede, en die vrede zal groot zijn.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

Door Baca's Vallei

10 september Door Baca’s vallei

Maar in alle deze zijn wij meer dan overwinnaars, door Hem, Die ons liefgehad heeft.
Romeinen 8:37

Wie niets kent van zijn eigen hart, van zijn eigen zwakheden, van zijn eigen broosheid, van zijn eigen inwendige of uitwendige afwijkingen en afkerigheden, weet niets van het geheim van de overvloedige genade. Hij weet niets van het geheim van het verzoenend bloed en niets van het inwendig getuigenis van de Geest. Hij kan dat ook niet weten. Want in dezelfde mate als wij van onszelf ontledigd worden, in al de verschillende vormen daarvan, worden wij vervuld uit de volheid van Hem, Die alles in allen is.

Misschien is het (ik spreek persoonlijk tot een arm, beproefd kind van God) uw dagelijkse smart en uw voortdurende onrust dat u zo snel overwonnen wordt. Uw gesteldheid, uw begeerten, uw hoogmoed, uw wereldsgezindheid, uw vleselijk, verdorven hart krijgen steeds weer de overhand. En daaruit trekt u soms bittere conclusies. U overlegt in het diepst van uw ziel: „Kan ik een kind van God zijn en aldus gesteld? Wat bewijs of merkteken heb ik dat ik in de gunst van God verkeer, daar ik zo gemakkelijk, zo voortdurend overwonnen word?” Ik vraag u nu om op het einde te letten. Wat zijn de gevolgen van deze nederlagen? Let erop, want het is een vaste waarheid, en een die wij heel moeilijk leren: wij moeten overwonnen worden om te kunnen overwinnen.

Wij hebben geen uitrusting met een bepaalde kracht, waaraan dagelijks iets wordt toegevoegd en die wekelijks groeit, zodat wij op die manier de overwinning zouden behalen door ons eigen overleggen en onze eigen kracht. Zo’n voorgewende heiligheid mag zich vertonen in een evangelisch kleedje en mag mooi ogen, maar zij verbergt slechts de verrotheid van het vlees. Let er echter op dat wij, om de overwinning te behalen, onze zwakheid moeten kennen. En die kunnen wij alleen kennen door haar bevindelijk te ervaren in ons geweten. Wij kunnen dat niet van anderen leren; wij moeten het leren in onze eigen ziel, en dat vaak op een smartelijke manier.

Maar dit smartelijk besef in een teder geweten leidt een mens nederig en geloviger naar de Heere van het leven en de heerlijkheid, om uit Zijn volheid bediend te worden. Zo leidt elke nederlaag ten slotte tot de overwinning en verzekert ons daarvan. De apostel zegt: „In alle deze zijn wij meer dan overwinnaars.” Hoe? Door onze besluiten, door onze wijsheid? Nee, door Hem, Die ons heeft liefgehad. Er is dus geen andere weg om te overwinnen dan door de kracht die Jezus in onze zwakheid volbrengt.

Aan de lezer…

Arm, beproefd kind van God, is het uw dagelijkse smart dat u zo snel overwonnen wordt? Zegt u in het diepst van uw ziel: „Kan ik een kind van God zijn als het zo met mij gesteld is?” Trek daaruit geen bittere conclusie. Het is een vaste waarheid, die wij heel moeilijk leren, dat wij overwonnen moeten worden om te kunnen overwinnen. Wie zijn eigen hart en broosheid niet kent, weet ook niets van het geheim van de overvloedige genade.

Geen voorgewende heiligheid en geen eigen kracht zullen u ooit staande houden. Maar elke nederlaag die u ontledigt, drijft u nederiger en geloviger naar de Heere van het leven, om uit Zijn volheid bediend te worden. Zie dan niet op uw besluiten of uw wijsheid. In alle deze bent u meer dan overwinnaar, niet door uzelf, maar door Hem, Die u liefgehad heeft, en Wiens kracht in uw zwakheid volbracht wordt.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina