10 de septiembre
En stromen op het droge.
Jesaja 44:3
Hoe dikwijls gevoelt de ziel, uit God geboren en door God onderwezen, dat zij zelf „deze droge grond” is! Zij zou gaarne vruchtbaar zijn in elk goed woord en werk; zij wenste inwendig versierd te zijn met elke genade des Geestes, en met elke goede en Goddelijke genade des Geestes uitwendig. Dat niemand gelove dat het kind van God zorgeloos is omtrent, of onverschillig voor enige inwendige of uitwendige vrucht. Er is niets te heilig, te hemels, te geestelijk of te genadig, dat het kind der genade niet inwendig zou wensen te ervaren of uitwendig voort te brengen. Maar het gevoelt dat het niet in staat is door eigen werk die vruchten voort te brengen die het verlangt.
Even goed zou een dorre akker veranderd worden in een vruchtbare tuin, zonder door eens mensen hand bebouwd of door de regen des hemels gedrenkt te zijn, als een ziel die haar eigen dorheid kent en gevoelt, door eigen kracht vruchten der gerechtigheid zou kunnen voortbrengen. Maar de Heere, Die de begeerte des harten en deszelfs inwendig treuren over zijn dorheid kent, heeft in de tekst een zoete en genadige belofte gegeven: „Ik zal stromen gieten op het droge.” Een enkele regenbui zou niet genoeg zijn. De droge grond zou spoedig enige weinige droppels van de zomerregen inzwelgen.
Er moeten stromen komen, of van de hemel, of van de stromen dier rivier die de stad Gods verblijdt, om die grote verandering teweeg te brengen. Die „stromen” zijn: de beloften in de ziel; de liefde Gods in het hart uitgestort; de openbaringen van Christus en Zijn zoenbloed; de stroom der genade even overvloedig over de menigte zonden, en het vloeien des vredes als een rivier in de verslagen geest.
Want God, de Heer, zo goed, zo mild,
is ’t alle tijd een zon en schild.
Hij zal genaad’ en ere geven.
Hij zal hun ’t goede niet in nood
onthouden, zelfs niet in de dood,
die in oprechtheid voor Hem leven.
Welzalig, Heer, die op U bouwt
en zich geheel aan U vertrouwt!
Ps. 84:6
Aan de lezer…
Hier staat een woord voor wie zichzelf als droge grond gevoelt. Zou u gaarne vruchtbaar zijn in elk goed woord en werk, en ziet u in uw hart niets dan dorheid? Een dorre akker wordt geen vruchtbare tuin uit eigen kracht, en zo kunt ook u geen vruchten der gerechtigheid voortbrengen door uw eigen werk. Maar dat u over die dorheid treurt, is geen teken dat God u vergeten heeft; Hij kent juist die begeerte en dat inwendig treuren.
Voor zulken heeft Hij een zoete en genadige belofte gegeven: „Ik zal stromen gieten op het droge.” Geen enkele regenbui, maar stromen: de liefde Gods in het hart uitgestort, de openbaringen van Christus en Zijn zoenbloed, de genade even overvloedig over de menigte zonden. Wacht dan op Hem met een verslagen geest, want Hij zal het goede niet onthouden aan wie in oprechtheid voor Hem leven.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
En stromen op het droge.
Jesaja 44:3
Hoe vaak voelt de ziel die uit God geboren en door God onderwezen is, dat zij zelf „deze droge grond” is! Zij zou graag vruchtbaar zijn in elk goed woord en werk. Zij zou inwendig graag versierd zijn met elke genade van de Geest, en uitwendig met elke goede en Goddelijke genade van de Geest. Laat niemand denken dat het kind van God zorgeloos is over, of onverschillig staat tegenover, enige inwendige of uitwendige vrucht. Er is niets te heilig, te hemels, te geestelijk of te genadig, of het kind van de genade zou het inwendig willen ervaren of uitwendig willen voortbrengen. Maar het voelt dat het niet in staat is door eigen werk de vruchten voort te brengen waarnaar het verlangt.
Een dorre akker zou net zo goed in een vruchtbare tuin veranderen zonder door mensenhanden bewerkt of door de regen van de hemel gedrenkt te zijn, als een ziel die haar eigen dorheid kent en voelt, uit eigen kracht vruchten van gerechtigheid zou kunnen voortbrengen. Maar de Heere, Die de begeerte van het hart kent en het inwendige treuren over zijn dorheid, heeft in de tekst een zoete en genadige belofte gegeven: „Ik zal stromen gieten op het droge.” Eén regenbui zou niet genoeg zijn. De droge grond zou de paar druppels van een zomerbui snel opzuigen.
Er moeten stromen komen, hetzij uit de hemel, hetzij uit de beken van die rivier die de stad van God verblijdt, om die grote verandering teweeg te brengen. Die „stromen” zijn: de beloften in de ziel, de liefde van God in het hart uitgestort, de openbaringen van Christus en Zijn verzoenend bloed, de stroom van de genade die even overvloedig is als de menigte van de zonden, en de vrede die als een rivier in de verslagen geest vloeit.
Want God, de Heer, zo goed, zo mild,
is ’t alle tijd een zon en schild.
Hij zal genaad’ en ere geven.
Hij zal hun ’t goede niet in nood
onthouden, zelfs niet in de dood,
die in oprechtheid voor Hem leven.
Welzalig, Heer, die op U bouwt
en zich geheel aan U vertrouwt!
Ps. 84:6
Aan de lezer…
Hier staat een woord voor wie zichzelf als droge grond voelt. Zou u graag vruchtbaar zijn in elk goed woord en werk, maar ziet u in uw hart niets dan dorheid? Een dorre akker wordt geen vruchtbare tuin uit eigen kracht, en zo kunt ook u geen vruchten van gerechtigheid voortbrengen door uw eigen werk. Maar dat u over die dorheid treurt, is geen teken dat God u vergeten heeft; Hij kent juist die begeerte en dat inwendige treuren.
Voor zulke mensen heeft Hij een zoete en genadige belofte gegeven: „Ik zal stromen gieten op het droge.” Niet één regenbui, maar stromen: de liefde van God in het hart uitgestort, de openbaringen van Christus en Zijn verzoenend bloed, de genade even overvloedig als de menigte van de zonden. Wacht dan op Hem met een verslagen geest, want Hij zal het goede niet onthouden aan wie in oprechtheid voor Hem leven.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
And floods upon the dry ground.
Isaiah 44:3
How often does the soul, born and taught of God, feel that it is this “dry ground!” It would gladly be fruitful in every good word and work; it would be adorned with every grace of the Spirit within, and with every good and godly fruit without. Let no one think that the child of God is careless or indifferent either as to inward or outward fruit. There is nothing too holy, too heavenly, too spiritual, or too gracious which the child of grace would not desire inwardly to experience and outwardly produce.
But he feels that he cannot by any exertion of his own produce this fruitfulness after which he sighs. As well might a barren field convert itself into a fruitful garden without being tilled by human hand or without rain from the sky, as a soul that feels and knows its own barrenness produce by its own exertions a crop of the fruits of righteousness.
But the Lord that knows the desire of the heart, and its inward mourning over its own barrenness, has given in the text a sweet and gracious promise, “I will pour floods upon the dry ground.” A partial shower would not be enough. The dry ground would soon absorb only a few drops of summer rain. Floods must come, either from the skies or from the streams of that river which makes glad the city of God, to produce this mighty change. These “floods” are the promises poured into the soul, the love of God shed abroad in the heart, the manifestations of Christ and of His atoning blood, the inflowings of grace as super-abounding over all the aboundings of sin, and the flowing of peace as a river into the contrite spirit.
To the reader…
Here is a word for anyone who feels himself to be dry ground. Would you gladly be fruitful in every good word and work, yet see nothing in your heart but barrenness? A barren field does not become a fruitful garden by its own strength, and neither can you bring forth the fruits of righteousness by your own efforts. But that you mourn over this barrenness is no sign that God has forgotten you; He knows that very desire and that inward mourning.
For such as these He has given a sweet and gracious promise: “I will pour floods upon the dry ground.” Not a single shower, but floods: the love of God shed abroad in the heart, the manifestations of Christ and His atoning blood, grace as abundant as the multitude of sins. Wait upon Him, then, with a contrite spirit, for He will withhold no good thing from them that walk uprightly before Him.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Y ríos sobre la tierra árida.
Isaías 44:3
¡Cuántas veces siente el alma, nacida y enseñada por Dios, que es esta “tierra árida”! Gustosamente sería fructífera en toda buena palabra y obra; quisiera estar adornada con toda gracia del Espíritu por dentro, y con todo fruto bueno y piadoso por fuera. Nadie piense que el hijo de Dios es descuidado o indiferente en cuanto al fruto interior o exterior. No hay nada demasiado santo, demasiado celestial, demasiado espiritual ni demasiado lleno de gracia que el hijo de la gracia no desee experimentar por dentro y producir por fuera.
Pero siente que no puede, por ningún esfuerzo propio, producir esta fecundidad por la cual suspira. Tanto podría un campo estéril convertirse a sí mismo en un huerto fructífero sin ser labrado por mano humana ni recibir lluvia del cielo, como un alma que siente y conoce su propia esterilidad producir por sus propios esfuerzos una cosecha de frutos de justicia.
Pero el Señor, que conoce el deseo del corazón y su lamento interior por su propia esterilidad, ha dado en el texto una promesa dulce y llena de gracia: “Derramaré ríos sobre la tierra árida.” Un chaparrón parcial no bastaría. La tierra seca pronto absorbería unas pocas gotas de lluvia de verano. Tienen que venir ríos, ya sea de los cielos o de las corrientes de aquel río que alegra la ciudad de Dios, para producir este poderoso cambio. Estos “ríos” son las promesas derramadas en el alma, el amor de Dios derramado en el corazón, las manifestaciones de Cristo y de Su sangre expiatoria, los influjos de la gracia que sobreabunda por encima de toda la abundancia del pecado, y la paz que fluye como un río en el espíritu contrito.
Al lector…
He aquí una palabra para cualquiera que se siente tierra árida. ¿Quisiera usted ser fructífero en toda buena palabra y obra, y sin embargo no ve en su corazón sino esterilidad? Un campo estéril no se convierte en un huerto fructífero por su propia fuerza, y tampoco puede usted producir los frutos de justicia por sus propios esfuerzos. Pero que usted se lamente por esta esterilidad no es señal de que Dios le haya olvidado; Él conoce precisamente ese deseo y ese lamento interior.
Para los tales ha dado una promesa dulce y llena de gracia: “Derramaré ríos sobre la tierra árida.” No un solo chaparrón, sino ríos: el amor de Dios derramado en el corazón, las manifestaciones de Cristo y de Su sangre expiatoria, una gracia tan abundante como la multitud de los pecados. Espere, pues, en Él con espíritu contrito, porque no quitará el bien a los que en integridad andan delante de Él.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl