Nieuw verschenenHet gesprek van een gelovige met zijn zielPreken · 5 dagen geleden
Joseph Charles Philpot J.C. Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun

Korenaren

 

 

Vandaag

Korenaren Uit De Volle Oogst

1 maart Korenaren uit de volle oogst

En onze Heere Jezus Christus Zelf, en onze God en Vader, Die ons heeft liefgehad, en gegeven heeft een eeuwige vertroosting, en goede hope in genade, vertrooste uwe harten, en versterke u in alle goede woorden en werken.
2 Thessalonicenzen 2:16-17

Wanneer het de Heere behaagt een belofte te geven, een woord van bemoediging in het hart te storten of een nodiging tot het hart te richten, dan geeft Hij daarbij vertroosting. Het troost het neergeslagen hart; het spreekt vrede tot een schuldig geweten. En deze troost is een „eeuwige vertroosting.” Want zij vloeit uit geen mindere bron dan de eeuwige liefde van God. Zij mondt altijd uit in een eeuwige oceaan van oneindige vreugde. Elke bekendmaking dat wij horen bij het verbond van Gods eeuwige liefde, is een onschatbare zegen, want de Heere geeft zo’n bekendmaking alleen als een zeker onderpand, als een voorsmaak van de eeuwige zaligheid. Hij kan niet teleurstellen of misleiden. Eens gezegend, voor altijd gezegend.

Het is waar: wij kunnen lange tijd achtereen de vertroosting missen, en zelfs in de diepste diepte van duisternis en beschaming vallen, zodat wij bijna al onze getuigenissen verliezen. Maar het fundament van God staat vast: „De Heere kent degenen, die de Zijnen zijn.” De rivier van de eeuwige liefde lijkt soms voorbij te stromen zonder ons hart te bereiken, omdat de oevers zo hoog zijn en de stroom buiten het zicht ligt. Maar als zij ooit onze zielen besproeid heeft, zal zij eens „wateren zijn van eeuwige vreugde, om in te baden.”

Geen vader sloeg met groter mededogen
op teder kroost ooit zijn ontfermend’ ogen,
dan Isrels Heer op ieder die Hem vreest.
Hij weet wat van zijn maaksel zij te wachten,
hoe zwak van moed, hoe klein wij zijn van krachten
en dat wij stof van jongs af zijn geweest.

Ps. 103:7

Aan de lezer…

Kent u een woord van de Heere dat ooit uw neergeslagen hart opbeurde en vrede sprak tot uw schuldig geweten? En lijkt het nu alsof die troost ver weg is, alsof de rivier van Zijn liefde aan u voorbijstroomt zonder u te bereiken? Ik verzwijg niet dat wij lang de vertroosting kunnen missen en in diepe duisternis kunnen vallen, zodat wij bijna al onze getuigenissen kwijt lijken te zijn.

Maar de troost die God geeft, heet een „eeuwige vertroosting”, omdat zij voortvloeit uit Zijn eeuwige liefde. Hij kan niet teleurstellen of misleiden; wat Hij geeft, geeft Hij als een onderpand van de zaligheid. Het fundament van God staat vast: „De Heere kent degenen, die de Zijnen zijn.” Als die stroom uw ziel ooit heeft besproeid, dan zal hij voor u eens worden tot wateren van eeuwige vreugde. Hij weet hoe zwak wij zijn; houd daarom vast aan wat Hij u gegeven heeft.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

365 Dagen Met Philpot

1 maart 365 dagen met Philpot

Zaligmaken dat verloren was

Want de Zoon des mensen is gekomen, om te zoeken en zalig te maken, dat verloren was.
Lukas 19:10

In het Nieuwe Testament zien we het farizeïsme in volle omvang aan het werk, en wel in enkele van de laagste schepsels die ooit geleefd hebben, duivels in hun vijandschap tegen de geliefde Zoon van God. Deze haat is tijdens het leven van de Heere vaak losgebarsten, voordat hij zichzelf in Zijn bloed uitdoofde. En wat bracht die vijandschap vooral naar buiten? Het zien van genade en barmhartigheid, wanneer een zondaar verlost werd.

Toen de genadige en gezegende Heere Zacheüs, de oversteste van de tollenaars, naar beneden riep uit de boom waarin hij dacht veilig te zitten, en Zichzelf bij hem te gast nodigde, wat wakkerde dat de vijandschap aan in het farizese hart! „O,” riepen ze, met alle hoogmoed van hun schijnheiligheid, „Hij heeft Zichzelf uitgenodigd — heb je ooit zoiets meegemaakt?” En toch liet Zacheüs, ondanks al hun gemor, zien wat de kracht van God kan doen. Hij liet zien dat de genade in het hart van een zondaar uiteindelijk in één ogenblik duizendmaal meer tot stand kon brengen dan al hun farizeïsme in jaren had bewerkt. Neem al deze Farizeeërs samen: was er één die ooit de helft had gedaan, of had willen doen, van wat Zacheüs door de genade van God kon doen?

„Zie,” zegt hij, „de helft van mijn goederen, Heere, geef ik de armen” (Farizeeërs gaven nog geen tiende of honderdste deel); „en indien ik iemand iets door bedrog ontvreemd heb” (en ongetwijfeld had hij veel van zijn vermogen zo verkregen), „dat geef ik vierdubbel weder.” Doordrongen en overweldigd door de overvloedige genade van de Heere zou hij zich tot op het bot hebben uitgekleed. Het genadige antwoord van de gezegende Verlosser was: „Heden is dezen huize zaligheid geschied, nademaal ook deze” — die verachte tollenaar, die verafschuwde zondaar — „een zoon van Abraham is,” een kind van God, dat deel heeft aan het eeuwige verbond. Toen openbaarde Hij, Die de sleutel van David heeft (Openb. 3:7), de sleutel die het mechaniek van dit ingewikkelde maar hemelse slot opent: „Want de Zoon des mensen is gekomen, om te zoeken en zalig te maken, dat verloren was.”

Lezen: Lukas 19:1-10

Aan de lezer…

Kent u dat? U voelt zich een verachte zondaar, iemand bij wie niemand zou verwachten dat de Heere er binnen wilde gaan. Denk dan aan die tollenaar in de boom. Hij werd geroepen, en de Heere nodigde Zichzelf bij hem uit, tot ergernis van wie zich beter achtten. Genade gaat niet naar wie het verdient, maar naar wie verloren is.

En zie wat die genade in één ogenblik deed: wat jaren van uiterlijke vroomheid niet konden, deed de liefde van Christus in een hart dat overweldigd werd. Laat u daarom niet tegenhouden door wat anderen van u denken, of door wat u van uzelf weet. Hier ligt de sleutel die het slot openmaakt: „Want de Zoon des mensen is gekomen, om te zoeken en zalig te maken, dat verloren was.” Bent u verloren, dan bent u juist iemand die Hij zoekt.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

Door Baca's Vallei

1 maart Door Baca’s vallei

De gemeente Gods, welke Hij verkregen heeft door Zijn eigen bloed.
Handelingen 20:28

De verzoening voor de zonden staat of valt met de Godheid van Christus. Als wij Zijn Godheid loochenen, moeten wij de verzoening loochenen. Want welke waarde kan er liggen in het bloed van een gewoon mens, zodat God omwille daarvan zonden zou vergeven? Dat zien de socinianen duidelijk in, en daarom loochenen zij de verzoening helemaal. Maar als er geen verzoening is, geen offer, geen zoenoffer voor de zonde, waar moeten wij dan heen zien voor vergeving en vrede? Waar wij onze ogen ook heen wenden, daar is vertwijfeling, en wij mogen dan wel de taal van de gevallen engel tot de onze maken:

Ik ellendige, waarheen zal ik vlièn?
Oneindige toorn en wanhoop, mitsdien
De hel, is mijn deel; ’k ben mijzelf een hel.
En in deez’ ellend’ dreigt mij daarbij nog wel
Een zwaarder en dieper; dan is deze nog klein
En schijnt deze hel mij een hemel te zijn.

Maar wanneer wij met het oog van het geloof de Zoon van God de wet zien gehoorzamen, en zien hoe Hij door Zijn doen en sterven, door Zijn arbeid en lijden, aan de geschonden gerechtigheid van de Allerhoogste een offer voor de zonde opoffert, dan zien wij zo’n heerlijkheid en zo’n waarde doorstralen in iedere gedachte, ieder woord en iedere daad van Zijn lijdende mensheid, dat wij Hem omhelzen. En wij omhelzen Hem in alles wat Hij is en heeft, met elke begeerte en genegenheid van onze wedergeboren ziel. Hier ligt heel onze godsdienst; heel ons geloof, onze hoop en onze liefde stromen hierheen en zijn als het ware gericht en gevestigd op Jezus Christus, en Die gekruisigd.

En zonder een zeker deel daaraan in ons hart en in ons geweten hebben wij geen godsdienst die die naam waard is. Er is niets wat ons redt of heiligt, niets wat ons bevrijdt van de schuld, de onreinheid, de liefde, de kracht en de praktijk van de zonde, niets wat ons ondersteunt in het leven of vertroost in het sterven, of wat geldt voor de eeuwigheid, dan dit offer.

De weg waarlangs wij komen tot de kennis van en het geloof in de Godheid van Christus, is dan allereerst dat wij behoefte voelen aan alles wat Hij is als Zaligmaker, en wel als een volkomen Zaligmaker. En daarna dat wij door de gezegende Geest een openbaring van Hem in onze ziel ontvangen. Wanneer Hij zo geopenbaard en nabijgebracht is, zien wij met het oog van het geloof Zijn zuivere en volkomen mensheid en Zijn eeuwige Godheid; en wij zien deze twee onderscheiden naturen verenigd, maar niet vermengd, in onze heerlijke Persoon, Immanuël, God met ons. Totdat wij zo begunstigd worden, kunnen wij de Godheid van Christus wel in de Schrift zien en er in zoverre in geloven, maar wij hebben niet het toe-eigenend geloof waardoor wij met Thomas kunnen zeggen: „Mijn Heere en mijn God!”

Aan de lezer…

Vandaag wordt u gevraagd waar u heen ziet voor vergeving en vrede. Als het bloed van Christus het bloed van een gewoon mens was, zou er voor een schuldige ziel nergens hoop zijn, en waar u uw ogen ook heen wendde, zou u alleen vertwijfeling vinden. Maar de gemeente is verkregen door Gods eigen bloed. Daarom heeft dat offer zo’n waarde dat het geen enkele zonde te zwaar laat zijn.

Hoe komt een ziel tot die kennis? Eerst door te voelen dat zij een volkomen Zaligmaker nodig heeft, en dan doordat de Geest Hem in het hart openbaart. Voelt u dat gebrek? Dan bent u op de weg. Bid dat de Heere Zichzelf zo nabijbrengt dat u niet alleen in de Schrift leest dat Hij God is, maar met Thomas mag uitroepen: „Mijn Heere en mijn God!”

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina