gisteren verschenen
Het gesprek van een gelovige met zijn ziel
Een uitleg van Psalm 42:12 als gesprek tussen David en zijn ziel: waarom de ziel terneergeslagen en onrustig is, waarom ze op God moet hopen en hoe die hoop uitloopt…
8 dagen geleden verschenen
Het woord van Gods genade
Een uitleg van Handelingen 20:32: Paulus beveelt de oudsten van Efeze aan God en aan het woord van Zijn genade. Alleen dat woord, door de Geest toegepast, bouwt de ziel…
13 dagen geleden verschenen
Schatten in de duisternis
Uitleg van Jesaja 45:2,3 voor Gods kinderen: de Heere gaat voor hen uit, maakt kromme wegen recht, verbreekt koperen deuren en ijzeren grendels, geeft verborgen schatten en leert hen zo…
3 weken geleden verschenen
Verkrijgen en verliezen
Naar Prediker 3:6: een levende ziel verkrijgt geestelijke dingen, van kennis van God en van zichzelf tot geloof en vergeving, maar verliest ook haar eigen gerechtigheid en kracht. De preek…
Het schudden van wat gemaakt is en de vastheid van wat gegeven is
Over Hebreeën 12:27,28: wat gemaakt is, wordt geschud en weggenomen, wat God geeft blijft. Het Koninkrijk dat niet bewogen kan worden wordt door geloof ontvangen, door genade vastgehouden en draagt…
Korenaren Uit De Volle Oogst
Daarom dan ook, alzo wij zo groot een wolk der getuigen rondom ons hebben liggende, laat ons afleggen alle last, en de zonde, die ons lichtelijk omringt, en laat ons met lijdzaamheid lopen de loopbaan, die ons voorgesteld is.
Hebreeën 12:1
Elk vurig verlangen uwer ziel naar de Heere Jezus Christus; elke inwendige beweging des geloofs, der hoop en der liefde in Zijn gezegende Naam; elk gevoel uwer ellende als een arme, verloren zondaar, waardoor gij de toekomende toorn ontvliedt; elk ontvlieden uit de wereld en uit de zonde, als gold het uw leven; iedere verzuchting van uw hart tot God, opdat Hij u barmhartig zij en u zegene; al de innerlijke werkingen van het gelovig hart in zijn worstelen om zaligheid, als de prijs onzer hoge roeping, worden uitgedrukt door het beeld: „de loopbaan lopende, die ons is voorgesteld.” De christen ziet en gevoelt dat er een prijs te behalen is, welke is het eeuwige leven; een overwinning te behalen, welke is de overwinning over dood en hel; en hij ziet als de zekere gevolgen, zo die overwinning niet behaald wordt, een eeuwigheid van ellende. Daarom ziet hij, laten anderen denken en zeggen wat zij willen, dat hij lopen moet, al staan allen stil; dat hij strijden moet, al worden allen overwonnen.
Maar om dit of een deel ervan te doen, moet een mens het leven Gods in zijn ziel hebben. De wedloop beginnen, is door Goddelijke genade en kracht; om hem voort te zetten, moet hij steeds overvloedig geholpen worden uit de volheid van een Verbondshoofd; en om in staat te zijn tot het einde te volharden, moet de kracht van Christus steeds in zijn zwakheid volbracht worden. Maar hij overwint; hij is meer dan overwinnaar geworden door Hem, Die hem liefhad. Jezus heeft hem verzekerd dat hij niet zal verslagen worden; want de wedloop is niet voor de snelloper, noch de strijd der helden, maar de kreupele behaalt de prijs; en dat niet door kracht of geweld, maar door Mijn Geest, zegt de Heere der heirscharen.
Ik hef mijn handen naar den hogen.
Mijn ziel is voor uw alziend’ ogen,
gelijk een dor, een dorstig land,
dat sedert lang ligt uit te drogen
verkwijnend in die doodse stand.
Ps. 143:6
Aan de lezer…
Wanneer u innerlijke werkingen kent als een vurig verlangen naar de Heere Jezus Christus, een zucht tot God of Hij u barmhartig wil zijn, een gevoel van uw ellende als een arme, verloren zondaar, veracht ze dan niet als te gering. Dat is het lopen in de loopbaan die u is voorgesteld. U ziet een prijs voor u, het eeuwige leven, en u weet dat u lopen moet, al staan allen stil.
Maar wellicht voelt u zich veel meer een kreupele dan een snelloper. Wees dan getroost: de wedloop is niet voor de snelle. Het beginnen is door Goddelijke genade, het voortgaan door hulp uit de volheid van het Verbondshoofd, en het volharden doordat Christus’ kracht in uw zwakheid volbracht wordt. Niet door kracht of geweld, maar door Zijn Geest. Zo zult u meer dan overwinnaar zijn door Hem, Die u liefhad.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Daarom dan ook, alzo wij zo groot een wolk der getuigen rondom ons hebben liggende, laat ons afleggen alle last, en de zonde, die ons lichtelijk omringt, en laat ons met lijdzaamheid lopen de loopbaan, die ons voorgesteld is.
Hebreeën 12:1
Elk vurig verlangen van uw ziel naar de Heere Jezus Christus; elke innerlijke beweging van geloof, hoop en liefde in Zijn gezegende Naam; elk besef van uw ellende als een arme, verloren zondaar, waardoor u de toekomende toorn ontvlucht; elke vlucht uit de wereld en uit de zonde, omdat het om uw leven gaat; iedere zucht van uw hart tot God, dat Hij u barmhartig wil zijn en u wil zegenen; alle innerlijke werkingen van het gelovige hart in zijn worstelen om de zaligheid, als de prijs van onze hoge roeping: dat alles wordt uitgedrukt in het beeld „de loopbaan lopende, die ons is voorgesteld.” De christen ziet en voelt dat er een prijs te behalen is, namelijk het eeuwige leven, en een overwinning te behalen, namelijk de overwinning over dood en hel. En hij ziet als het zekere gevolg, als die overwinning niet behaald wordt, een eeuwigheid van ellende. Daarom ziet hij, wat anderen ook denken en zeggen, dat hij moet lopen, al staan allen stil, en dat hij moet strijden, al worden allen overwonnen.
Maar om dit of ook maar een deel ervan te doen, moet een mens het leven van God in zijn ziel hebben. De wedloop beginnen gebeurt door Goddelijke genade en kracht. Om hem voort te zetten, moet hij steeds overvloedig geholpen worden uit de volheid van een Verbondshoofd. En om tot het einde te kunnen volharden, moet de kracht van Christus steeds in zijn zwakheid volbracht worden. Maar hij overwint; hij is meer dan overwinnaar geworden door Hem Die hem liefhad. Jezus heeft hem verzekerd dat hij niet verslagen zal worden. Want de wedloop is niet voor de snelle loper, en de strijd niet voor de helden, maar de kreupele behaalt de prijs; en dat niet door kracht of geweld, maar door Mijn Geest, zegt de Heere der heirscharen.
Ik hef mijn handen naar den hogen.
Mijn ziel is voor uw alziend’ ogen,
gelijk een dor, een dorstig land,
dat sedert lang ligt uit te drogen
verkwijnend in die doodse stand.
Ps. 143:6
Aan de lezer…
Wanneer u innerlijke werkingen kent als een vurig verlangen naar de Heere Jezus Christus, een zucht tot God of Hij u barmhartig wil zijn, een besef van uw ellende als een arme, verloren zondaar, veracht ze dan niet als te gering. Dat is het lopen in de loopbaan die u is voorgesteld. U ziet een prijs voor u, het eeuwige leven, en u weet dat u moet lopen, al staan allen stil.
Maar misschien voelt u zich veel meer een kreupele dan een snelle loper. Wees dan getroost: de wedloop is niet voor de snelle. Het beginnen is door Goddelijke genade, het voortgaan door hulp uit de volheid van het Verbondshoofd, en het volharden doordat Christus’ kracht in uw zwakheid volbracht wordt. Niet door kracht of geweld, maar door Zijn Geest. Zo zult u meer dan overwinnaar zijn door Hem Die u liefhad.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Wherefore seeing we also are compassed about with so great a cloud of witnesses, let us lay aside every weight, and the sin which doth so easily beset us, and let us run with patience the race that is set before us.
Hebrews 12:1
Every fervent desire of your soul after the Lord Jesus Christ; every inward movement of faith, and hope, and love toward His blessed Name; every sense of your misery and danger as a poor, guilty, lost, condemned sinner, whereby you flee from the wrath to come; every escaping out of the world and out of sin for your very life, with every breathing of your heart into the bosom of God, that He would have mercy upon you and bless you—all these inward acts of the believing heart in its striving after salvation as a felt, enjoyed reality, as the prize of our high calling, are pointed out by the emblem—“running the race set before us.”
The Christian sees and feels that there is a prize to be obtained, which is eternal life; a victory to be gained, which is victory over death and hell; and he sees the certain consequences if this prize is not obtained, this victory not won—an eternity of misery. He sees, therefore, let others think and say what they may, he must run if all others stand still, he must fight if all others are overcome. But to do this or any part of this a man must have the life of God in his soul.
To begin to run is of divine grace and power; to keep on he must have continual supplies communicated out of the fullness of a covenant Head; and to be enabled to persevere to the end so as to win the prize, he must have the strength of Christ continually made perfect in his weakness. But he does win; he is made more than conqueror through Him Who loved him. Jesus has engaged that he shall not be defeated; for the race is not to the swift nor the battle to the strong; but the lame take the prey; and not by might nor by power, but by My Spirit, says the Lord of hosts.
To the reader…
When you know inward workings such as a fervent desire after the Lord Jesus Christ, a sigh to God that He would have mercy upon you, a sense of your misery as a poor, lost sinner, do not despise them as too small. That is running the race that is set before you. You see a prize before you, eternal life, and you know that you must run, even if all others stand still.
But perhaps you feel yourself far more a lame man than a swift runner. Then take comfort: the race is not to the swift. To begin is by divine grace, to keep on is by supplies from the fullness of the covenant Head, and to persevere is by Christ’s strength being made perfect in your weakness. Not by might, nor by power, but by His Spirit. So you will be more than conqueror through Him Who loved you.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Por tanto nosotros también, teniendo en derredor nuestro una tan grande nube de testigos, dejando todo el peso del pecado que nos rodea, corramos con paciencia la carrera que nos es propuesta.
Hebreos 12:1
Todo deseo ferviente de su alma por el Señor Jesucristo; todo movimiento interior de fe, de esperanza y de amor hacia Su bendito Nombre; todo sentir de su miseria y peligro como pecador pobre, culpable, perdido y condenado, por el cual usted huye de la ira venidera; todo escapar del mundo y del pecado como quien huye por su vida, con todo suspiro de su corazón al seno de Dios para que tenga misericordia de usted y le bendiga: todos estos actos interiores del corazón creyente en su esfuerzo por la salvación como realidad sentida y gozada, como el premio de nuestra soberana vocación, son señalados por la figura de “correr la carrera que nos es propuesta”.
El cristiano ve y siente que hay un premio que obtener, que es la vida eterna; una victoria que ganar, que es la victoria sobre la muerte y el infierno; y ve las consecuencias seguras si no obtiene este premio ni gana esta victoria: una eternidad de miseria. Ve, por tanto, piensen y digan otros lo que quieran, que él tiene que correr aunque todos los demás se queden quietos, que tiene que pelear aunque todos los demás sean vencidos. Pero para hacer esto, o cualquier parte de ello, un hombre tiene que tener la vida de Dios en su alma.
Comenzar a correr es obra de la gracia y el poder divinos; para seguir corriendo necesita provisiones continuas comunicadas de la plenitud de una Cabeza del pacto; y para ser capacitado a perseverar hasta el fin de modo que gane el premio, necesita que la fuerza de Cristo se perfeccione continuamente en su debilidad. Pero sí gana; es hecho más que vencedor por medio de Aquel que le amó. Jesús se ha comprometido a que no sea derrotado; porque ni es de los ligeros la carrera, ni la guerra de los fuertes; sino que los cojos arrebatan presa; y no con ejército, ni con fuerza, sino con Mi Espíritu, ha dicho Jehová de los ejércitos.
Al lector…
Cuando usted conoce obras interiores como un deseo ferviente por el Señor Jesucristo, un suspiro a Dios para que tenga misericordia de usted, un sentir de su miseria como pecador pobre y perdido, no las menosprecie como demasiado pequeñas. Eso es correr la carrera que le es propuesta. Usted ve un premio delante de sí, la vida eterna, y sabe que tiene que correr, aunque todos los demás se queden quietos.
Pero quizá se siente mucho más cojo que corredor ligero. Entonces consuélese: no es de los ligeros la carrera. Comenzar es por la gracia divina, seguir es por las provisiones de la plenitud de la Cabeza del pacto, y perseverar es porque la fuerza de Cristo se perfecciona en su debilidad. No con ejército, ni con fuerza, sino con Su Espíritu. Así será usted más que vencedor por medio de Aquel que le amó.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl
365 Dagen Met Philpot
Zie mij aan
Zie mij aan, wees mij genadig, naar het recht aan degenen, die Uw Naam beminnen.
Psalm 119:132
Zie eens of u iets van de ervaring van Psalm 119 in uw ziel terugvindt. Het maakt niet uit wat men over u zegt, noch wat men tegen u zegt; nee, zelfs niet wat uw eigen hart in uw eigen borst zegt. Maar kunt u in alle eerlijkheid, eenvoud en godzalige oprechtheid Davids gevoelens en Davids gebed in uw hart vinden? Als dit zo is, heeft God u tot een gelovige gemaakt. Als dit zo is, is Davids God uw God; en zo zeker als David in de heerlijkheid is, zo zeker zult u ook in de heerlijkheid zijn.
Maar wat betreft een godsdienst die niets van deze zaken weet, geen zuchten, noch uitroepen, noch ademtochten, noch gekerm, noch verlangens, noch wegsmelten, noch verzachtingen, die geen wroeging voelt, geen tederheid, geen godzalige smart, geen verlangen God te behagen, geen angst Hem te ergeren: weg ermee! Gooi hem in de rivier! Begraaf hem in de eerste de beste mestvaalt die u tegenkomt! Hoe sneller hij uit de weg is geruimd, des te beter.
Godsdienst zonder hemels onderricht en de verborgen handelingen van de Geest; zonder de geest van gebed in het gemoed; zonder zuchten naar de Heere; zonder verlangen om Zijn liefde te ervaren en iets van Zijn genade en goedheid te ervaren; dergelijke godsdienst is bedrog en misleiding. Hij begint in het vlees, en hij eindigt in het vlees. Het is het enige waartoe een mens in staat is, en aangezien de Heere zegt dat „vlees en bloed het Koninkrijk Gods niet beërven kunnen” (1 Kor. 15:50), kan vleselijke godsdienst dat dus niet. „Het vlees is niet nut. De woorden, die Ik tot u spreek,” zei de Heere, „zijn geest en zijn leven” (Joh. 6:63).
Maar als er onder u zijn die iets weten van deze vruchten in uw ziel, waar iets van deze ervaring in uw hart door de Geest van God is geschetst, bent u veilig, hoewel u het misschien zelf niet inziet; u bent veilig, hoewel uw hart wellicht soms beeft en angstig is. Want de Heere, Die met het werk is begonnen, gaat ermee door en vervolmaakt het, zal u tevreden stellen met een heerlijke openbaring van Zijn genade en liefde en u uiteindelijk eeuwig zegenen met de heerlijkheid.
Lezen: Lukas 18:1-14
Aan de lezer…
Soms vindt u iets van Davids gebed in uw eigen hart terug: „Zie mij aan, wees mij genadig.” Vraag niet eerst wat anderen van u zeggen, en zelfs niet wat uw eigen bange hart u voorhoudt. Vraag alleen of er in eenvoud en oprechtheid een zucht naar de Heere in u leeft, een verlangen om Hem te behagen, een vrees om Hem te ergeren, een tederheid over uw zonde. Een godsdienst die dat niet kent, begint en eindigt in het vlees, en vlees en bloed beërven het Koninkrijk Gods niet.
Maar zijn deze vruchten, hoe zwak ook, in uw ziel geschetst door de Geest van God, dan bent u veilig, al ziet u het zelf niet en al beeft uw hart. Het is Zijn werk en niet het uwe. Hij, Die het begonnen heeft, zet het voort en zal het vervolmaken; Hij zal u eens tevreden stellen met een heerlijke openbaring van Zijn genade en liefde. Houd dan aan met roepen, want Davids God is uw God.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Zie mij aan, wees mij genadig, naar het recht aan degenen, die Uw Naam beminnen.
Psalm 119:132
Ga eens na of u iets van de bevinding van Psalm 119 in uw ziel terugvindt. Het doet er niet toe wat men over u zegt of wat men tegen u zegt, nee, zelfs niet wat uw eigen hart in uw binnenste zegt. Maar kunt u in alle eerlijkheid, eenvoud en godvrezende oprechtheid Davids gevoelens en Davids gebed in uw hart vinden? Als dat zo is, heeft God u tot een gelovige gemaakt. Als dat zo is, is Davids God uw God, en zo zeker als David in de heerlijkheid is, zo zeker zult u ook in de heerlijkheid zijn.
Maar een godsdienst die niets van deze dingen weet, geen zuchten, geen roepen, geen hijgen, geen kermen, geen verlangens, geen wegsmelten en geen vertedering, die geen berouw voelt, geen tederheid, geen goddelijke droefheid, geen verlangen om God te behagen en geen vrees om Hem te ergeren: weg ermee! Gooi hem in de rivier! Begraaf hem op de eerste de beste mesthoop die u tegenkomt! Hoe eerder hij uit de weg geruimd is, hoe beter.
Godsdienst zonder hemels onderwijs en de verborgen werkingen van de Geest, zonder de geest van het gebed in het hart, zonder zuchten naar de Heere, zonder verlangen om Zijn liefde te ervaren en iets van Zijn genade en goedheid te ervaren: zo’n godsdienst is bedrog en misleiding. Hij begint in het vlees en eindigt in het vlees. Het is het enige waartoe een mens in staat is, en omdat de Heere zegt dat „vlees en bloed het Koninkrijk Gods niet beërven kunnen” (1 Kor. 15:50), kan vleselijke godsdienst dat dus ook niet. „Het vlees is niet nut. De woorden, die Ik tot u spreek,” zei de Heere, „zijn geest en zijn leven” (Joh. 6:63).
Maar als er onder u zijn die iets van deze vruchten in hun ziel kennen, bij wie de Geest van God iets van deze bevinding in het hart heeft getekend, dan bent u veilig, ook al ziet u het zelf misschien niet. U bent veilig, ook al beeft uw hart misschien soms en is het angstig. Want de Heere, Die het werk begonnen is, zet het voort en voltooit het. Hij zal u verzadigen met een heerlijke openbaring van Zijn genade en liefde, en u ten slotte voor eeuwig zegenen met de heerlijkheid.
Lezen: Lukas 18:1-14
Aan de lezer…
Soms vindt u iets van Davids gebed in uw eigen hart terug: „Zie mij aan, wees mij genadig.” Vraag niet eerst wat anderen van u zeggen, en zelfs niet wat uw eigen bange hart u voorhoudt. Vraag alleen of er in eenvoud en oprechtheid een zucht naar de Heere in u leeft, een verlangen om Hem te behagen, een vrees om Hem te ergeren, een tederheid over uw zonde. Een godsdienst die dat niet kent, begint en eindigt in het vlees, en vlees en bloed beërven het Koninkrijk Gods niet.
Maar zijn deze vruchten, hoe zwak ook, door de Geest van God in uw ziel getekend, dan bent u veilig, ook al ziet u het zelf niet en ook al beeft uw hart. Het is Zijn werk en niet het uwe. Hij Die het begonnen is, zet het voort en zal het voltooien; Hij zal u eens verzadigen met een heerlijke openbaring van Zijn genade en liefde. Blijf dan roepen, want Davids God is uw God.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Look Thou upon me, and be merciful unto me, as Thou usest to do unto those that love Thy name.
Psalm 119:132
Examine whether you find anything of the experience of the 119th Psalm in your soul. It matters not what men say of you or what they say against you; no, nor even what your own heart says within you. But can you, in all honesty, simplicity and godly sincerity, find David’s feelings and David’s prayer in your heart? If so, God has made you a believer. If so, David’s God is your God, and as surely as David is in glory, so surely will you be in glory too.
But a religion that knows nothing of these things, no sighing, no crying, no panting, no groaning, no longing, no melting and no softening, that feels no repentance, no tenderness, no godly sorrow, no desire to please God and no fear of offending Him: away with it! Throw it into the river! Bury it on the first dunghill you come to! The sooner it is out of the way, the better.
Religion without heavenly teaching and the secret operations of the Spirit, without the spirit of prayer in the heart, without sighing after the Lord, without longing to experience His love and to taste something of His grace and goodness: such a religion is deceit and delusion. It begins in the flesh and it ends in the flesh. It is all that man is capable of, and since the Lord says that “flesh and blood cannot inherit the kingdom of God” (1 Cor. 15:50), neither can fleshly religion. “The flesh profiteth nothing: the words that I speak unto you,” said the Lord, “they are spirit, and they are life” (John 6:63).
But if there are any among you who know something of these fruits in their souls, in whose hearts the Spirit of God has traced something of this experience, you are safe, though perhaps you cannot see it yourself. You are safe, though your heart may at times tremble and be afraid. For the Lord, Who has begun the work, carries it on and completes it. He will satisfy you with a blessed manifestation of His grace and love, and at last bless you with glory for ever.
Reading: Luke 18:1-14
To the reader…
Sometimes you find something of David’s prayer in your own heart: “Look Thou upon me, and be merciful unto me.” Do not first ask what others say of you, nor even what your own fearful heart holds before you. Ask only whether, in simplicity and sincerity, there lives in you a sigh after the Lord, a desire to please Him, a fear of offending Him, a tenderness over your sin. A religion that knows nothing of this begins and ends in the flesh, and flesh and blood cannot inherit the kingdom of God.
But if these fruits, however weak, have been traced in your soul by the Spirit of God, you are safe, even though you cannot see it yourself and even though your heart trembles. It is His work and not yours. He Who began it carries it on and will complete it; He will one day satisfy you with a blessed manifestation of His grace and love. Keep on crying, then, for David’s God is your God.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Mírame, y ten misericordia de mí, como acostumbras con los que aman Tu Nombre.
Salmo 119:132
Examine si halla en su alma algo de la experiencia del Salmo 119. No importa lo que los hombres digan de usted o lo que digan contra usted; no, ni siquiera lo que su propio corazón diga dentro de usted. Pero ¿puede hallar en su corazón, con toda sinceridad, sencillez y sinceridad piadosa, los sentimientos de David y la oración de David? Si es así, Dios le ha hecho creyente. Si es así, el Dios de David es su Dios, y tan cierto como que David está en la gloria, tan cierto estará usted también en la gloria.
Pero una religión que nada sabe de estas cosas, ni suspirar, ni clamar, ni jadear, ni gemir, ni anhelar, ni derretirse, ni ablandarse; que no siente arrepentimiento, ni ternura, ni tristeza según Dios, ni deseo de agradar a Dios, ni temor de ofenderle: ¡fuera con ella! ¡Arrójela al río! ¡Entiérrela en el primer muladar que encuentre! Cuanto antes desaparezca, mejor.
La religión sin enseñanza celestial y sin las operaciones secretas del Espíritu, sin el espíritu de oración en el corazón, sin suspirar por el Señor, sin anhelar experimentar Su amor y gustar algo de Su gracia y bondad: tal religión es engaño e ilusión. Comienza en la carne y termina en la carne. Es todo aquello de lo que el hombre es capaz, y puesto que el Señor dice que “la carne y la sangre no pueden heredar el reino de Dios” (1 Corintios 15:50), tampoco puede heredarlo la religión carnal. “La carne nada aprovecha: las palabras que Yo os he hablado”, dijo el Señor, “son espíritu y son vida” (Juan 6:63).
Pero si hay entre ustedes algunos que saben algo de estos frutos en su alma, en cuyo corazón el Espíritu de Dios ha trazado algo de esta experiencia, están seguros, aunque quizá no puedan verlo ustedes mismos. Están seguros, aunque su corazón a veces tiemble y tenga miedo. Porque el Señor, que ha comenzado la obra, la lleva adelante y la perfecciona. Él les saciará con una bendita manifestación de Su gracia y Su amor, y al fin les bendecirá con gloria para siempre.
Lectura: Lucas 18:1-14
Al lector…
A veces halla en su propio corazón algo de la oración de David: “Mírame, y ten misericordia de mí.” No pregunte primero lo que otros dicen de usted, ni siquiera lo que su corazón temeroso le pone delante. Pregunte solo si, con sencillez y sinceridad, vive en usted un suspiro por el Señor, un deseo de agradarle, un temor de ofenderle, una ternura por su pecado. Una religión que nada sabe de esto comienza y termina en la carne, y la carne y la sangre no pueden heredar el reino de Dios.
Pero si estos frutos, por débiles que sean, han sido trazados en su alma por el Espíritu de Dios, está seguro, aunque no pueda verlo usted mismo y aunque su corazón tiemble. Es obra Suya y no suya. Aquel que la comenzó la lleva adelante y la perfeccionará; un día le saciará con una bendita manifestación de Su gracia y Su amor. Siga clamando, pues, porque el Dios de David es su Dios.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl
Door Baca's Vallei
De hoge ogen der mensen zullen vernederd worden en de hoogheid der mannen zal nedergebogen worden; en de Heere alleen zal in die dag verheven zijn.
Jesaja 2:11
Op welke wijze brengt de Heere tot vernedering? Door de mens te ontdekken wat hij is; door de diepte van de val te openen; door hem te doen gevoelen en beseffen wat een onrein en schuldig schepsel hij is voor de genadestoel; door hem in stukken te breken; door hem te doden en in de laagte te brengen; door hem van zichzelf te doen walgen in stof en as. Was dit niet de weg die de Heere hield met de heiligen van ouds?
Hoe vernederde Hij Jesaja? Was het niet door enige ontdekking van Zijn Goddelijke majesteit, hetwelk hem deed uitroepen: „Ik ben een man van onreine lippen!”? Hoe vernederde Hij Daniël? Was het niet door Zich te openbaren in Zijn almachtige klaarheid, zodat zijn sierlijkheid veranderde in verderving? Hoe vernederde Hij Hiskia? Door hem te leggen op het ziekbed en door zijn zonden en ongerechtigheden met gewicht en kracht op zijn consciëntie te binden. Geen van deze mannen had de vernedering van zichzelf.
Hoe vernederde de Heere Job? Door hem te brengen in de zeef van de satan, en hem, terwijl de duivel hem in zijn hand als een zeef heen en weer bewoog, te ontdekken aan de hoogmoed, de gemelijkheid en de eigengerechtigheid van zijn vleselijk gemoed. Er zijn er velen die het niet dragen kunnen dat hun kwaal wordt aangeraakt. Zij kunnen het niet dragen dat het verderf des harten geopenbaard wordt. Maar hoe zou een mens de ware vernedering kunnen hebben, dan alleen door een kennis van zichzelf?
Hoe kan ik vernederd zijn, dan alleen in die weg waarin ik mijzelf leer kennen als in een staat verkerende die mij met schaamte en schande overdekt, en die mij een walg en afkeer van mijzelf doet hebben voor de ogen van een hartdoorzoekend God? Hoe meer het derhalve de Majesteit des hemels behaagt Zich in al Zijn Goddelijke reinheid in mijn consciëntie te ontsluiten, hoe dieper ontdekking ik heb van mijn gevallen en schuldige staat. En hoe meer mijn hart zal vernederd zijn, hoe ik mij zal verootmoedigen en mijzelf verfoeien in stof en as.
Aan de lezer…
U die ervan schrikt wanneer de Heere u uw eigen hart ontdekt, die zich onrein en schuldig voelt voor de genadestoel en van uzelf walgt in stof en as: denk niet dat de Heere u verlaten heeft. Dit is juist de weg die Hij met Zijn heiligen van ouds hield. Jesaja riep uit dat hij een man van onreine lippen was; Daniëls sierlijkheid veranderde in verderving; Hiskia lag op het ziekbed met zijn zonden op zijn consciëntie gebonden; Job werd gezift. Geen van hen had die vernedering uit zichzelf.
Velen kunnen het niet dragen dat hun kwaal wordt aangeraakt, maar hoe zou een mens ooit waarlijk vernederd worden zonder zichzelf te leren kennen? Het licht dat u zo pijnlijk uw gevallen staat toont, is het licht van Zijn Goddelijke reinheid in uw consciëntie. Zo legt Hij de hoogheid van de mens neer, opdat de Heere alleen verheven zij. Buig dan in het stof; het is dezelfde weg waarlangs Hij al Zijn heiligen geleid heeft.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
De hoge ogen der mensen zullen vernederd worden en de hoogheid der mannen zal nedergebogen worden; en de Heere alleen zal in die dag verheven zijn.
Jesaja 2:11
Hoe brengt de Heere tot vernedering? Door de mens te laten zien wat hij is; door de diepte van de val te openen; door hem te laten voelen en beseffen wat een onrein en schuldig schepsel hij is voor de genadetroon; door hem in stukken te breken; door hem te doden en laag te leggen; door hem van zichzelf te laten walgen in stof en as. Was dit niet de weg die de Heere ging met de heiligen van vroeger?
Hoe vernederde Hij Jesaja? Was het niet door hem iets te laten zien van Zijn Goddelijke majesteit, zodat hij uitriep: „Ik ben een man van onreine lippen!”? Hoe vernederde Hij Daniël? Was het niet door Zich te openbaren in Zijn almachtige luister, zodat zijn sierlijkheid veranderde in verderving? Hoe vernederde Hij Hiskia? Door hem op het ziekbed te leggen en zijn zonden en ongerechtigheden met gewicht en kracht op zijn geweten te binden. Geen van deze mannen bracht die vernedering uit zichzelf voort.
Hoe vernederde de Heere Job? Door hem in de zeef van satan te brengen, en hem, terwijl de duivel hem als in een zeef heen en weer schudde, de hoogmoed, de knorrigheid en de eigengerechtigheid van zijn vleselijk gemoed te laten zien. Er zijn er velen die het niet kunnen verdragen dat hun kwaal wordt aangeraakt. Zij kunnen het niet verdragen dat het bederf van het hart wordt blootgelegd. Maar hoe zou een mens werkelijk vernederd kunnen worden, anders dan door kennis van zichzelf?
Hoe kan ik vernederd worden, anders dan op de weg waarop ik mijzelf leer kennen als iemand die in een staat verkeert die mij met schaamte en schande bedekt, en die mij een walg en afkeer van mijzelf geeft voor de ogen van een God Die het hart doorzoekt? Hoe meer het de Majesteit van de hemel daarom behaagt Zich in al Zijn Goddelijke reinheid in mijn geweten te openbaren, hoe dieper ik mijn gevallen en schuldige staat ontdek. En hoe meer mijn hart dan vernederd zal zijn, hoe meer ik mij zal verootmoedigen en mijzelf verfoeien in stof en as.
Aan de lezer…
U die ervan schrikt wanneer de Heere u uw eigen hart laat zien, die zich onrein en schuldig voelt voor de genadetroon en van uzelf walgt in stof en as: denk niet dat de Heere u verlaten heeft. Dit is juist de weg die Hij met Zijn heiligen van vroeger ging. Jesaja riep uit dat hij een man van onreine lippen was; Daniëls sierlijkheid veranderde in verderving; Hiskia lag op het ziekbed met zijn zonden op zijn geweten gebonden; Job werd gezift. Geen van hen bracht die vernedering uit zichzelf voort.
Velen kunnen het niet verdragen dat hun kwaal wordt aangeraakt, maar hoe zou een mens ooit werkelijk vernederd worden zonder zichzelf te leren kennen? Het licht dat u zo pijnlijk uw gevallen staat laat zien, is het licht van Zijn Goddelijke reinheid in uw geweten. Zo buigt Hij de hoogheid van de mens neer, zodat de Heere alleen verheven is. Buig dan in het stof; het is dezelfde weg waarlangs Hij al Zijn heiligen geleid heeft.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
The lofty looks of man shall be humbled, and the haughtiness of men shall be bowed down, and the LORD alone shall be exalted in that day.
Isaiah 2:11
How does the Lord humble? By discovering to man what he is; by opening up the depth of his fall; by making him feel what a vile and guilty wretch he is before the footstool of mercy; by breaking him to pieces; by slaughtering and laying him low; by making him abhor himself in dust and ashes. Was not that the way the Lord took with the saints of old? How did He humble Isaiah? Was it not by some discovery of His divine Majesty, to make him cry, “I am a man of unclean lips!”
How did He humble Daniel? Was it not by manifesting Himself in His almighty purity, and turning Daniel’s loveliness into corruption? How did He humble Hezekiah? By laying him upon a sick-bed, and laying his sins and iniquities with weight and power upon his conscience. None of these men produced humility in themselves. How did the Lord humble Job? By sifting him in Satan’s sieve, and discovering as that riddle moved to and fro in Satan’s hands the pride, peevishness, and self-righteousness of his carnal mind.
There are many who cannot bear to hear the malady touched upon. They cannot bear to hear the corruptions of the heart even hinted at. But what real humility can a man have except through a knowledge of himself? How can I be humbled except I feel that in myself which covers me with shame and confusion of face, and makes me loathe and abhor myself before the eyes of a heart-searching God? Therefore the more the glorious majesty of heaven is pleased to unfold itself in all its divine purity in my conscience, and the deeper discovery I have of what I am as a fallen wretch, a guilty sinner, the more will my heart be humbled, the more shall I be lowly and abased, the more shall I loathe myself in dust and ashes.
To the reader…
You who are alarmed when the Lord shows you your own heart, who feel unclean and guilty before the throne of grace and loathe yourself in dust and ashes: do not think that the Lord has forsaken you. This is the very way He took with His saints of old. Isaiah cried out that he was a man of unclean lips; Daniel’s comeliness was turned into corruption; Hezekiah lay on his sick-bed with his sins bound upon his conscience; Job was sifted. None of them brought forth that humbling out of himself.
Many cannot bear to have their malady touched, but how could anyone ever be truly humbled without coming to know himself? The light that shows you so painfully your fallen state is the light of His divine purity in your conscience. So He bows down the haughtiness of man, that the Lord alone may be exalted. Bow, then, in the dust; it is the same way along which He has led all His saints.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
La altivez de los ojos del hombre será abatida, y la soberbia de los hombres será humillada: y Jehová solo será ensalzado en aquel día.
Isaías 2:11
¿Cómo humilla el Señor? Descubriendo al hombre lo que él es; abriéndole la profundidad de su caída; haciéndole sentir qué miserable vil y culpable es delante del estrado de la misericordia; quebrantándole en pedazos; matándole y abatiéndole; haciéndole aborrecerse a sí mismo en el polvo y la ceniza. ¿No fue ese el camino que el Señor siguió con los santos de la antigüedad? ¿Cómo humilló a Isaías? ¿No fue por algún descubrimiento de Su divina Majestad, que le hizo clamar: “¡Soy hombre inmundo de labios!”?
¿Cómo humilló a Daniel? ¿No fue manifestándose en Su pureza todopoderosa y convirtiendo la hermosura de Daniel en corrupción? ¿Cómo humilló a Ezequías? Poniéndole en un lecho de enfermedad y cargando sus pecados e iniquidades con peso y poder sobre su conciencia. Ninguno de estos hombres produjo humildad en sí mismo. ¿Cómo humilló el Señor a Job? Zarandeándole en la criba de Satanás, y descubriendo, mientras esa criba se movía de un lado a otro en las manos de Satanás, el orgullo, la irritabilidad y la propia justicia de su mente carnal.
Hay muchos que no pueden soportar que se toque la enfermedad. No pueden soportar que se insinúen siquiera las corrupciones del corazón. Pero ¿qué humildad verdadera puede tener un hombre sino por medio del conocimiento de sí mismo? ¿Cómo puedo yo ser humillado si no siento en mí mismo aquello que me cubre de vergüenza y confusión de rostro, y me hace aborrecerme y detestarme ante los ojos de un Dios que escudriña los corazones? Por tanto, cuanto más le place a la gloriosa majestad del cielo desplegarse en toda su pureza divina en mi conciencia, y cuanto más profundo es el descubrimiento que tengo de lo que soy como miserable caído, como pecador culpable, tanto más será humillado mi corazón, tanto más humilde y abatido estaré, tanto más me aborreceré en el polvo y la ceniza.
Al lector…
Usted que se alarma cuando el Señor le muestra su propio corazón, que se siente inmundo y culpable ante el trono de la gracia y se aborrece en el polvo y la ceniza: no piense que el Señor le ha abandonado. Este es precisamente el camino que siguió con Sus santos de la antigüedad. Isaías clamó que era hombre inmundo de labios; la hermosura de Daniel se convirtió en corrupción; Ezequías yacía en su lecho de enfermedad con sus pecados atados a su conciencia; Job fue zarandeado. Ninguno de ellos produjo esa humillación por sí mismo.
Muchos no pueden soportar que se toque su enfermedad, pero ¿cómo podría alguien ser verdaderamente humillado sin llegar a conocerse a sí mismo? La luz que le muestra tan dolorosamente su estado caído es la luz de Su pureza divina en su conciencia. Así abate Él la soberbia del hombre, para que solo el Señor sea ensalzado. Inclínese, pues, en el polvo; es el mismo camino por el que Él ha guiado a todos Sus santos.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl