Nieuw verschenenHet gesprek van een gelovige met zijn zielPreken · gisteren
Joseph Charles Philpot J.C. Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun

Korenaren

 

 

Vandaag

Korenaren Uit De Volle Oogst

1 oktober Korenaren uit de volle oogst

Daarom dan ook, alzo wij zo groot een wolk der getuigen rondom ons hebben liggende, laat ons afleggen alle last, en de zonde, die ons lichtelijk omringt, en laat ons met lijdzaamheid lopen de loopbaan, die ons voorgesteld is.
Hebreeën 12:1

Elk vurig verlangen van uw ziel naar de Heere Jezus Christus; elke innerlijke beweging van geloof, hoop en liefde in Zijn gezegende Naam; elk besef van uw ellende als een arme, verloren zondaar, waardoor u de toekomende toorn ontvlucht; elke vlucht uit de wereld en uit de zonde, omdat het om uw leven gaat; iedere zucht van uw hart tot God, dat Hij u barmhartig wil zijn en u wil zegenen; alle innerlijke werkingen van het gelovige hart in zijn worstelen om de zaligheid, als de prijs van onze hoge roeping: dat alles wordt uitgedrukt in het beeld „de loopbaan lopende, die ons is voorgesteld.” De christen ziet en voelt dat er een prijs te behalen is, namelijk het eeuwige leven, en een overwinning te behalen, namelijk de overwinning over dood en hel. En hij ziet als het zekere gevolg, als die overwinning niet behaald wordt, een eeuwigheid van ellende. Daarom ziet hij, wat anderen ook denken en zeggen, dat hij moet lopen, al staan allen stil, en dat hij moet strijden, al worden allen overwonnen.

Maar om dit of ook maar een deel ervan te doen, moet een mens het leven van God in zijn ziel hebben. De wedloop beginnen gebeurt door Goddelijke genade en kracht. Om hem voort te zetten, moet hij steeds overvloedig geholpen worden uit de volheid van een Verbondshoofd. En om tot het einde te kunnen volharden, moet de kracht van Christus steeds in zijn zwakheid volbracht worden. Maar hij overwint; hij is meer dan overwinnaar geworden door Hem Die hem liefhad. Jezus heeft hem verzekerd dat hij niet verslagen zal worden. Want de wedloop is niet voor de snelle loper, en de strijd niet voor de helden, maar de kreupele behaalt de prijs; en dat niet door kracht of geweld, maar door Mijn Geest, zegt de Heere der heirscharen.

Ik hef mijn handen naar den hogen.
Mijn ziel is voor uw alziend’ ogen,
gelijk een dor, een dorstig land,
dat sedert lang ligt uit te drogen
verkwijnend in die doodse stand.

Ps. 143:6

Aan de lezer…

Wanneer u innerlijke werkingen kent als een vurig verlangen naar de Heere Jezus Christus, een zucht tot God of Hij u barmhartig wil zijn, een besef van uw ellende als een arme, verloren zondaar, veracht ze dan niet als te gering. Dat is het lopen in de loopbaan die u is voorgesteld. U ziet een prijs voor u, het eeuwige leven, en u weet dat u moet lopen, al staan allen stil.

Maar misschien voelt u zich veel meer een kreupele dan een snelle loper. Wees dan getroost: de wedloop is niet voor de snelle. Het beginnen is door Goddelijke genade, het voortgaan door hulp uit de volheid van het Verbondshoofd, en het volharden doordat Christus’ kracht in uw zwakheid volbracht wordt. Niet door kracht of geweld, maar door Zijn Geest. Zo zult u meer dan overwinnaar zijn door Hem Die u liefhad.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

365 Dagen Met Philpot

1 oktober 365 dagen met Philpot

Zie mij aan

Zie mij aan, wees mij genadig, naar het recht aan degenen, die Uw Naam beminnen.
Psalm 119:132

Ga eens na of u iets van de bevinding van Psalm 119 in uw ziel terugvindt. Het doet er niet toe wat men over u zegt of wat men tegen u zegt, nee, zelfs niet wat uw eigen hart in uw binnenste zegt. Maar kunt u in alle eerlijkheid, eenvoud en godvrezende oprechtheid Davids gevoelens en Davids gebed in uw hart vinden? Als dat zo is, heeft God u tot een gelovige gemaakt. Als dat zo is, is Davids God uw God, en zo zeker als David in de heerlijkheid is, zo zeker zult u ook in de heerlijkheid zijn.

Maar een godsdienst die niets van deze dingen weet, geen zuchten, geen roepen, geen hijgen, geen kermen, geen verlangens, geen wegsmelten en geen vertedering, die geen berouw voelt, geen tederheid, geen goddelijke droefheid, geen verlangen om God te behagen en geen vrees om Hem te ergeren: weg ermee! Gooi hem in de rivier! Begraaf hem op de eerste de beste mesthoop die u tegenkomt! Hoe eerder hij uit de weg geruimd is, hoe beter.

Godsdienst zonder hemels onderwijs en de verborgen werkingen van de Geest, zonder de geest van het gebed in het hart, zonder zuchten naar de Heere, zonder verlangen om Zijn liefde te ervaren en iets van Zijn genade en goedheid te ervaren: zo’n godsdienst is bedrog en misleiding. Hij begint in het vlees en eindigt in het vlees. Het is het enige waartoe een mens in staat is, en omdat de Heere zegt dat „vlees en bloed het Koninkrijk Gods niet beërven kunnen” (1 Kor. 15:50), kan vleselijke godsdienst dat dus ook niet. „Het vlees is niet nut. De woorden, die Ik tot u spreek,” zei de Heere, „zijn geest en zijn leven” (Joh. 6:63).

Maar als er onder u zijn die iets van deze vruchten in hun ziel kennen, bij wie de Geest van God iets van deze bevinding in het hart heeft getekend, dan bent u veilig, ook al ziet u het zelf misschien niet. U bent veilig, ook al beeft uw hart misschien soms en is het angstig. Want de Heere, Die het werk begonnen is, zet het voort en voltooit het. Hij zal u verzadigen met een heerlijke openbaring van Zijn genade en liefde, en u ten slotte voor eeuwig zegenen met de heerlijkheid.

Lezen: Lukas 18:1-14

Aan de lezer…

Soms vindt u iets van Davids gebed in uw eigen hart terug: „Zie mij aan, wees mij genadig.” Vraag niet eerst wat anderen van u zeggen, en zelfs niet wat uw eigen bange hart u voorhoudt. Vraag alleen of er in eenvoud en oprechtheid een zucht naar de Heere in u leeft, een verlangen om Hem te behagen, een vrees om Hem te ergeren, een tederheid over uw zonde. Een godsdienst die dat niet kent, begint en eindigt in het vlees, en vlees en bloed beërven het Koninkrijk Gods niet.

Maar zijn deze vruchten, hoe zwak ook, door de Geest van God in uw ziel getekend, dan bent u veilig, ook al ziet u het zelf niet en ook al beeft uw hart. Het is Zijn werk en niet het uwe. Hij Die het begonnen is, zet het voort en zal het voltooien; Hij zal u eens verzadigen met een heerlijke openbaring van Zijn genade en liefde. Blijf dan roepen, want Davids God is uw God.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

Door Baca's Vallei

1 oktober Door Baca’s vallei

De hoge ogen der mensen zullen vernederd worden en de hoogheid der mannen zal nedergebogen worden; en de Heere alleen zal in die dag verheven zijn.
Jesaja 2:11

Hoe brengt de Heere tot vernedering? Door de mens te laten zien wat hij is; door de diepte van de val te openen; door hem te laten voelen en beseffen wat een onrein en schuldig schepsel hij is voor de genadetroon; door hem in stukken te breken; door hem te doden en laag te leggen; door hem van zichzelf te laten walgen in stof en as. Was dit niet de weg die de Heere ging met de heiligen van vroeger?

Hoe vernederde Hij Jesaja? Was het niet door hem iets te laten zien van Zijn Goddelijke majesteit, zodat hij uitriep: „Ik ben een man van onreine lippen!”? Hoe vernederde Hij Daniël? Was het niet door Zich te openbaren in Zijn almachtige luister, zodat zijn sierlijkheid veranderde in verderving? Hoe vernederde Hij Hiskia? Door hem op het ziekbed te leggen en zijn zonden en ongerechtigheden met gewicht en kracht op zijn geweten te binden. Geen van deze mannen bracht die vernedering uit zichzelf voort.

Hoe vernederde de Heere Job? Door hem in de zeef van satan te brengen, en hem, terwijl de duivel hem als in een zeef heen en weer schudde, de hoogmoed, de knorrigheid en de eigengerechtigheid van zijn vleselijk gemoed te laten zien. Er zijn er velen die het niet kunnen verdragen dat hun kwaal wordt aangeraakt. Zij kunnen het niet verdragen dat het bederf van het hart wordt blootgelegd. Maar hoe zou een mens werkelijk vernederd kunnen worden, anders dan door kennis van zichzelf?

Hoe kan ik vernederd worden, anders dan op de weg waarop ik mijzelf leer kennen als iemand die in een staat verkeert die mij met schaamte en schande bedekt, en die mij een walg en afkeer van mijzelf geeft voor de ogen van een God Die het hart doorzoekt? Hoe meer het de Majesteit van de hemel daarom behaagt Zich in al Zijn Goddelijke reinheid in mijn geweten te openbaren, hoe dieper ik mijn gevallen en schuldige staat ontdek. En hoe meer mijn hart dan vernederd zal zijn, hoe meer ik mij zal verootmoedigen en mijzelf verfoeien in stof en as.

Aan de lezer…

U die ervan schrikt wanneer de Heere u uw eigen hart laat zien, die zich onrein en schuldig voelt voor de genadetroon en van uzelf walgt in stof en as: denk niet dat de Heere u verlaten heeft. Dit is juist de weg die Hij met Zijn heiligen van vroeger ging. Jesaja riep uit dat hij een man van onreine lippen was; Daniëls sierlijkheid veranderde in verderving; Hiskia lag op het ziekbed met zijn zonden op zijn geweten gebonden; Job werd gezift. Geen van hen bracht die vernedering uit zichzelf voort.

Velen kunnen het niet verdragen dat hun kwaal wordt aangeraakt, maar hoe zou een mens ooit werkelijk vernederd worden zonder zichzelf te leren kennen? Het licht dat u zo pijnlijk uw gevallen staat laat zien, is het licht van Zijn Goddelijke reinheid in uw geweten. Zo buigt Hij de hoogheid van de mens neer, zodat de Heere alleen verheven is. Buig dan in het stof; het is dezelfde weg waarlangs Hij al Zijn heiligen geleid heeft.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina