Nieuw verschenenHet woord van Gods genadePreken · 6 dagen geleden
Joseph Charles Philpot J.C. Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun

365 dagen met Philpot

8 januari

Leer mij Uw paden

Vandaag

3 min. lezen

Want Gij zijt de God mijns heils; U verwacht ik de ganse dag.
Psalm 25:5

Zolang we niet geloven, of twijfelen en vrezen of de Heere genadige bedoelingen met ons heeft, blijft onze mond gesloten. Dan kunnen we niet vrijmoedig met Zijn goedgunstige Majesteit omgaan en hebben we niet de kracht Hem om enige zegen te vragen. Maar wanneer het Hem behaagt in de ziel een getuigenis te wekken dat wij deel hebben aan Zijn verlossing, wordt zij daardoor aangespoord Hem om andere zegeningen te vragen, en op een godvruchtige manier vrijmoedig gebruik te maken van Zijn goddelijke Majesteit. Ja, hoe meer Hij geeft, hoe meer de ziel wordt aangemoedigd nog meer te vragen. Zegt Hij niet Zelf: „Doe uw mond wijd open, en Ik zal hem vervullen” (Ps. 81:11)? Hoe meer bewijs de ziel dus heeft van haar deel aan Gods grote verlossing, hoe meer zij de Heere om zegen op zegen kan vragen, want zij voelt een heilige vrijheid om Hem te vragen ze bekend te maken.

Dit kan in de ogen van sommigen aanmatigend lijken, maar de Heere wordt niet toornig wanneer er in een kinderlijke geest gebruik wordt gemaakt van heilige vrijheid. Hij is niet beledigd, maar eerder verheugd wanneer Hij ziet dat Zijn kind naar Hem toe komt en Hem smeekt om die gunsten die Hij zo graag wil verlenen.

Als u ouder bent, ziet u niet graag dat uw kleintjes hun handen voor hun gezicht doen zodat u hen niet ziet, of dat ze zich verstoppen als u binnenkomt. Dat zou betekenen dat er iets mis was met u of met hen. Maar wanneer de kinderen met een gezicht vol vreugde en met ogen die stralen van genegenheid naar hun ouders toe komen, betekent dat dan niet dat de ouders van de kinderen houden en de kinderen van de ouders? Menig hardwerkend man voelt, wanneer hij moe thuiskomt, het eerste straaltje vreugde van de dag als zijn kinderen op zijn knie gaan zitten, of als zijn vrouw hem met een liefdevolle glimlach begroet. Zo wordt genegenheid over en weer getoond.

Zo is het ook in de genade. Wanneer we liefde voor de Heere voelen, kunnen we naar Hem toe gaan en Hem onze behoeften bekendmaken, om zo te zeggen op Zijn knie gaan zitten en ons hoofd aan Zijn borst leggen. Wanneer de ziel dit voorrecht heeft gekregen, gaat het hart open, zodat het kan zeggen: „Gij zijt de God mijns heils” (Ps. 25:5).

Lezen: Psalm 8:1

Aan de lezer…

Komt u, lezer, met de handen voor uw gezicht tot de Heere, als een kind dat zich verstopt wanneer zijn vader binnenkomt? Zolang wij twijfelen of Hij genadige bedoelingen met ons heeft, blijft onze mond gesloten en durven wij Hem weinig te vragen. Dat is een droeve toestand, en toch kennen velen van Gods kinderen haar maar al te goed.

Maar zie hoe het anders wordt wanneer Hij in de ziel een getuigenis wekt dat u deel hebt aan Zijn verlossing. Dan gaat het hart open en mag het zeggen: „Gij zijt de God mijns heils.” Dan is het geen aanmatiging, maar kinderlijke vrijheid om Hem zegen op zegen te vragen; Hij zegt immers Zelf: „Doe uw mond wijd open, en Ik zal hem vervullen.” De Heere wordt daarover niet toornig, maar verheugd. Vraag Hem dan om dat getuigenis, zodat u als een kind uw hoofd aan Zijn borst mag leggen.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl