Nieuw verschenenHet woord van Gods genadePreken · 5 dagen geleden
Joseph Charles Philpot Bevindelijke geschriften & prediking

Door Baca’s vallei

7 maart

Vandaag

3 min. lezen

Schoon van gelegenheid, een vreugde der ganse aarde is de berg Sion, aan de zijden van het Noorden; de stad des groten Konings.
Psalm 48:3

Wij hebben wel eens gedacht dat velen niet goed begrijpen waarom Sion zinnebeeldig de koninklijke troon van Jezus voorstelt. De berg Sion was letterlijk een steile heuvel van de stad Jeruzalem, zo steil en ontoegankelijk dat de kinderen Israëls er geslachten lang geen bezit van konden nemen. Hij bleef als een klein Gibraltar in de handen van de Jebusieten, de oorspronkelijke bewoners van die plaats. „Maar de kinderen van Juda konden de Jebusieten, inwoners van Jeruzalem, niet verdrijven; alzo woonden de Jebusieten bij de kinderen van Juda te Jeruzalem, tot deze dag toe”, Jozua 15:63.

Maar toen David tot koning over Israël gezalfd was en hij zeven jaar en zes maanden in Hebron geregeerd had, richtte hij zijn oog op Jeruzalem, als een betere hoofdstad en een meer geschikte zetel voor zijn uitgestrekte koninkrijk. Maar zolang de heuvel Sion bezet was door de oorlogszuchtige Jebusieten, wilden zij ook hun gezag over het lagere deel van de stad behouden. Zijn eerste stap was daarom om met Gods hulp de Jebusieten uit hun vesting te verdrijven. Maar dit bolwerk was door natuur en kunst zo sterk gemaakt, dat zij met al zijn pogingen om het in te nemen spotten. Zij zetten de blinde en de lamme soldaten van het garnizoen op de wallen; wij zouden hen de afgedankte invaliden van het leger noemen. Zij konden dus zien noch lopen, en toch achtten zij hen ruim voldoende om Davids pogingen tot inname te verijdelen, 2 Sam. 5:6-8.

Joab echter, die een beloning in het vooruitzicht had, want hij zou Davids overste worden, beklom de heuvel, sloeg de lammen en de blinden op de muur en de Jebusieten achter de muur, en nam de begeerde plaats in bezit, 1 Kron. 11:6. Daar woonde David voortaan als haar overwinnaar, als in een kasteel; daar vestigde hij zijn koninklijk huis en van daaruit zwaaide hij zijn scepter over heel Israël, van Dan tot Berseba toe. Haar naam was zeer veelzeggend, want die betekent letterlijk „zonnig”, of „waarop de zon schijnt”, omdat zij op het zuiden lag en zich koesterde in de stralen van de warme zon.

Zo werd de zonnige heuvel Sion, als een heuvel van overwinning en als de koninklijke zetel van David, een passend zinnebeeld van de troon van Jezus in het hof daarboven, rechtmatig veroverd, Openb. 3:21. Daar is nu Zijn koninklijk paleis en daar regeert Hij als de gezalfde Koning van hemel en aarde. Zo stelt de berg Sion niet het kruis voor, maar de kroon; niet de wet, maar het Evangelie; niet de oorlog, maar de overwinning.

Aan de lezer…

Deze woorden over de berg Sion vragen u: waarheen richt u uw ogen? Misschien ziet u vooral uw eigen strijd, de vijanden die nog op de muren staan en die spotten met al uw pogingen. Maar zie eens naar de berg Sion. Wat geslachten lang onneembaar leek, werd ingenomen, en daar vestigde de koning zijn troon. Zo heeft ook de Heere Jezus overwonnen, en regeert Hij nu als de gezalfde Koning van hemel en aarde.

Sion betekent „zonnig”, een heuvel die zich koestert in de warme stralen van het zuiden. Zo is het Evangelie: het stelt niet de wet maar de genade voor, niet de oorlog maar de overwinning, niet het kruis alleen maar de kroon. Hebt u koude en donkere dagen? Zoek dan de warmte van Zijn troon. „Schoon van gelegenheid, een vreugde der ganse aarde is de berg Sion, aan de zijden van het Noorden; de stad des groten Konings.”

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl