Nieuw verschenenHet woord van Gods genadePreken · 5 dagen geleden
Joseph Charles Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Vandaag

2 min. lezen

En hebt de wereld niet lief, noch hetgeen in de wereld is; zo iemand de wereld liefheeft, de liefde des Vaders is niet in hem.
1 Johannes 2:15

Dit zijn woorden met een ruime betekenis. Zij reiken een hand uit die veel kan omvatten. Zij plaatsen ons als het ware op een hoge berg, zoals die waarop de Heere stond toen Hij door satan verzocht werd, en zeggen tegen ons: „Kijk om u heen: er is niet één van al deze dingen die u mag liefhebben.” Zij nemen ons mee door de straten van een drukke stad en tonen ons etalages vol mooie en sierlijke voorwerpen. Zij wijzen op alle rijkdom en grootsheid van de groten en edelen, en op alles wat het menselijk hart bewondert en liefheeft. Zoals satan onze Heere op de berg de koninkrijken van de wereld voorhield, zo houden ook deze woorden ons alles voor, maar zij zeggen niet, zoals satan: „Dit alles zal ik u geven”, maar: „Dit alles zal ik van u nemen.”

Niets van deze dingen is voor u. U mag niets van al die prachtige nietigheden liefhebben. U mag ze zelfs niet aanraken, ja, er zelfs niet naar kijken, opdat zij u niet verleiden zoals het goud en het Babylonische kleed Achan verleidden, zodat u ze neemt en in uw tent verbergt. Het gebod leidt ons door de wereld zoals een moeder haar kind door een winkel vol speelgoed en sieraden leidt en zegt: „Die dingen mag je niet aanraken.” Zo gaan ook wij met dit bevel door de wereld. En als wij al dat speelgoed en al die sieraden hebben gezien, klinkt het in onze oren: „Raak ze niet aan, geen enkele; ze zijn niet van u; u mag ze niet genieten, zelfs niet begeren.” Zouden de woorden „Hebt de wereld niet lief, noch hetgeen in de wereld is” niet altijd in het oor van Gods kinderen moeten klinken?

’t Rechtvaardig volk zal zich verblijden,
betrouwend op de Heer alleen;
d’oprechten zullen weltevreên,
terwijl zij Hem hun harten wijden,
zijn naam belijden.

Ps. 64:10

Aan de lezer…

Hoe sterk kan de wereld trekken, ook aan uw hart! Haar etalages zijn vol, haar rijkdom en grootsheid lokken, en het hart bewondert zo snel wat voor ogen is. Ik verzwijg niet hoe streng het gebod is: „Hebt de wereld niet lief, noch hetgeen in de wereld is.” Het neemt ons niet maar iets af; het zegt van alles wat glanst: het is niet van u, raak het niet aan, begeer het zelfs niet. Want wie de wereld liefheeft, in hem is de liefde van de Vader niet.

Toch spreekt hier geen harde meester, maar een Vader. Zoals een moeder haar kind aan de hand door een winkel vol speelgoed leidt en zegt: „Dat mag je niet aanraken”, zo leidt de Heere Zijn kinderen door de wereld. Is uw hart nog aan die dingen gebonden? Belijd het Hem eerlijk en vraag om Zijn liefde in uw hart. Want wie die liefde smaakt, laat het speelgoed van de wereld los.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl