4 maart
In het huis Mijns Vaders zijn vele woningen: anderszins zo zoude Ik het u gezegd hebben; Ik ga henen om u plaats te bereiden.
Johannes 14:2
O, konden wij onze ogen maar opheffen naar dat gezegende verblijf, naar die woningen van hemelse gelukzaligheid waar geen verdriet meer zal zijn. Waar de zonde niet meer is, waar de tranen van alle gezichten worden afgewist; waar geen pijn meer is, geen verwoestende ziekte, geen bedroefde ziel, geen twijfel, geen angst, geen duisternis of lijden, maar onvermengd geluk en vreugde. Daar zullen ziel en lichaam lofliederen zingen ter ere van God en het Lam!
En wat nog meer is, wij zullen deze heerlijkheden, die zich voor eeuwig en altijd aan de rechterhand van God bevinden, voor eeuwig genieten. Terwijl onze verbeelding zich uitstrekt tot het hoogste begrip van de nooit eindigende eeuwigheid, duizelen onze gedachten, hoewel het geloof de gezegende waarheid aanvaardt. Ja, in dat gelukkige land zullen de onsterfelijke ziel en het onsterfelijke lichaam hun krachten en vermogens verenigen om in de hoogste mate te genieten van alles wat God heeft weggelegd voor hen die Hem liefhebben.
Getrouwe Heer, Gij wilt mijn goed, mijn God,
mijn erfenis en ’t deel mijns bekers wezen!
Gij onderhoudt gestaag het heuglijk lot,
dat Gij zo mild voor mij hebt uitgelezen.
De schoonste plaats mat Gij met ruime snoeren!
O heerlijk erf, gij kunt mijn ziel vervoeren.
Gij maakt eerlang mij ’t levenspad bekend,
waarvan in druk ’t vooruitzicht mij verheugde.
Uw aangezicht, in gunst tot mij gewend,
schenkt mij in ’t kort verzadiging van vreugde.
De lieflijkheên van ’t zalig hemelleven
zal eeuwiglijk Uw rechterhand mij geven.
Ps. 16:3 en 6
Aan de lezer…
Misschien bent u vandaag moe van het verdriet van dit leven: van ziekte die u verzwakt, van twijfel en angst, van de zonde die u nog steeds aankleeft. Hef dan uw ogen op naar het huis des Vaders, waar vele woningen zijn. Daar is geen zonde meer en geen pijn, geen bedroefde ziel en geen duisternis; daar worden de tranen van alle gezichten afgewist en is er onvermengd geluk.
En hoor Wie dat zegt: „Ik ga henen om u plaats te bereiden.” Het is Christus Zelf Die de plaats bereidt; het hangt niet af van wat u kunt verdienen. Uw gedachten mogen duizelen bij de gedachte aan de eeuwigheid, het geloof mag die gezegende waarheid toch aannemen. Laat het u sterken voor de weg die nog voor u ligt: wat God weggelegd heeft voor hen die Hem liefhebben, zal ziel en lichaam eens ten volle genieten, eeuwig.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
In het huis Mijns Vaders zijn vele woningen: anderszins zo zoude Ik het u gezegd hebben; Ik ga henen om u plaats te bereiden.
Johannes 14:2
Konden wij onze ogen maar opheffen naar dat gezegende verblijf, naar die woningen van hemelse gelukzaligheid waar geen verdriet meer zal zijn! Daar is de zonde niet meer en worden de tranen van alle gezichten afgewist. Daar is geen pijn meer, geen slopende ziekte, geen bedroefde ziel, geen twijfel, geen angst, geen duisternis of lijden, maar onvermengd geluk en vreugde. Daar zullen ziel en lichaam lofliederen zingen ter ere van God en het Lam!
En wat nog meer is: wij zullen deze heerlijkheden, die voor eeuwig en altijd aan de rechterhand van God zijn, eeuwig genieten. Wanneer onze verbeelding zich uitstrekt naar het hoogste begrip van de nooit eindigende eeuwigheid, duizelen onze gedachten, al aanvaardt het geloof die gezegende waarheid wel. Ja, in dat gelukkige land zullen de onsterfelijke ziel en het onsterfelijke lichaam hun krachten en vermogens verenigen om in de hoogste mate te genieten van alles wat God heeft weggelegd voor hen die Hem liefhebben.
Getrouwe Heer, Gij wilt mijn goed, mijn God,
mijn erfenis en ’t deel mijns bekers wezen!
Gij onderhoudt gestaag het heuglijk lot,
dat Gij zo mild voor mij hebt uitgelezen.
De schoonste plaats mat Gij met ruime snoeren!
O heerlijk erf, gij kunt mijn ziel vervoeren.
Gij maakt eerlang mij ’t levenspad bekend,
waarvan in druk ’t vooruitzicht mij verheugde.
Uw aangezicht, in gunst tot mij gewend,
schenkt mij in ’t kort verzadiging van vreugde.
De lieflijkheên van ’t zalig hemelleven
zal eeuwiglijk Uw rechterhand mij geven.
Ps. 16:3 en 6
Aan de lezer…
Misschien bent u vandaag moe van het verdriet van dit leven: van ziekte die u verzwakt, van twijfel en angst, van de zonde die u nog altijd aankleeft. Hef dan uw ogen op naar het huis van de Vader, waar vele woningen zijn. Daar is geen zonde meer en geen pijn, geen bedroefde ziel en geen duisternis. Daar worden de tranen van alle gezichten afgewist en is er onvermengd geluk.
En hoor Wie dat zegt: „Ik ga henen om u plaats te bereiden.” Het is Christus Zelf Die de plaats bereidt; het hangt niet af van wat u kunt verdienen. Uw gedachten mogen duizelen bij de gedachte aan de eeuwigheid, toch mag het geloof die gezegende waarheid aannemen. Laat het u sterken voor de weg die nog voor u ligt: wat God heeft weggelegd voor hen die Hem liefhebben, zullen ziel en lichaam eens ten volle genieten, voor eeuwig.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
In My Father’s house are many mansions: if it were not so, I would have told you. I go to prepare a place for you.
John 14:2
O that we could lift our eyes to those blest abodes, those mansions of heavenly bliss, where no sorrow intrudes, where sin is unknown, where tears are wiped from off all faces, where there is no languishing body, no wasting sickness, no pining soul, no doubt, fear, darkness or distress; but one unmingled scene of happiness and pleasure, and the whole soul and body are engaged in singing the praises of God and the Lamb! And what crowns the whole, there is the eternal enjoyment of those pleasures which are at the right hand of God for evermore. But how lost are we in the contemplation of these things; and though our imagination may seem to stretch itself beyond the utmost conception of the mind, into the countless ages of a never-ending eternity, yet are we baffled with the thought, though faith embraces the blessed truth. But in that happy land, the immortal soul and the immortal body will combine their powers and faculties to enjoy to the uttermost all that God has prepared for those that love Him.
To the reader…
Perhaps today you are weary of the sorrows of this life: of sickness that weakens you, of doubt and fear, of the sin that still clings to you. Then lift up your eyes to the Father’s house, where there are many mansions. There is no more sin and no pain there, no grieving soul and no darkness. There tears are wiped from all faces, and there is unmingled happiness.
And hear Who says it: “I go to prepare a place for you.” It is Christ Himself Who prepares the place; it does not depend on what you can earn. Your thoughts may reel at the thought of eternity, yet faith may lay hold of that blessed truth. Let it strengthen you for the road that still lies before you: what God has prepared for those who love Him, soul and body shall one day fully enjoy, for ever.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
En la casa de Mi Padre muchas moradas hay: de otra manera os lo hubiera dicho: voy, pues, a preparar lugar para vosotros.
Juan 14:2
¡Oh, si pudiéramos alzar nuestros ojos a aquellas benditas moradas, aquellas mansiones de dicha celestial, donde no entra el dolor, donde el pecado es desconocido, donde las lágrimas son enjugadas de todos los rostros, donde no hay cuerpo que languidezca, ni enfermedad que consuma, ni alma que se aflija, ni duda, temor, oscuridad o angustia; sino una sola escena, sin mezcla, de felicidad y deleite, y el alma y el cuerpo enteros se ocupan en cantar las alabanzas de Dios y del Cordero! Y lo que corona todo, allí está el goce eterno de aquellos deleites que hay a la diestra de Dios para siempre. Pero ¡cuán perdidos quedamos en la contemplación de estas cosas! Y aunque nuestra imaginación parezca extenderse más allá de la máxima concepción de la mente, hacia las incontables edades de una eternidad sin fin, quedamos desconcertados ante el pensamiento, aunque la fe abrace la bendita verdad. Pero en aquella tierra dichosa, el alma inmortal y el cuerpo inmortal unirán sus potencias y facultades para gozar hasta lo sumo de todo lo que Dios ha preparado para aquellos que Le aman.
Al lector…
Quizá hoy esté usted cansado de las penas de esta vida: de la enfermedad que le debilita, de la duda y el temor, del pecado que todavía se le adhiere. Alce entonces los ojos a la casa del Padre, donde hay muchas moradas. Allí ya no hay pecado ni dolor, ni alma afligida ni oscuridad. Allí las lágrimas son enjugadas de todos los rostros, y hay felicidad sin mezcla.
Y oiga Quién lo dice: “Voy, pues, a preparar lugar para vosotros”. Es Cristo mismo Quien prepara el lugar; no depende de lo que usted pueda merecer. Sus pensamientos pueden aturdirse ante la idea de la eternidad, pero la fe puede asirse de esa bendita verdad. Que ello le fortalezca para el camino que aún tiene por delante: lo que Dios ha preparado para aquellos que Le aman, el alma y el cuerpo lo gozarán un día plenamente, para siempre.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl