Nieuw verschenenHet woord van Gods genadePreken · 6 dagen geleden
Joseph Charles Philpot J.C. Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun

Door Baca’s vallei

30 juli

Vandaag

3 min. lezen

Het kermen der nooddruftigen.
Psalm 12:6

Het onderscheidende kenmerk en de onderscheidende gestalte van een nooddruftige ziel is dat zij vol noden is. Dag aan dag heeft zij er behoefte aan dat Goddelijke werkelijkheden aan haar geopenbaard worden, en om de zoete stem van de genade in haar hart te horen. Dat is de stem van Gods mond, die zegt dat zij een aangenomen kind is en dat zij als het ware mag baden in de zoete bekendmaking van Gods liefde en genade. Zij gelooft dat het merg van alle ware godsdienst en levende godzaligheid bestaat in het vervullen van haar behoeften. Daarom kan zij dus niet tevreden zijn met haar huidige noodtoestand en die voor de ware godsdienst houden.

Als zij in twijfel en vrees verkeert, of door zware verzoekingen heen moet worstelen en bittere dingen tegen zichzelf moet schrijven, dan kan zij niet zeggen: dit is godsdienst. Wat zij nodig heeft, is iets anders dan wat zij voelt, zelfs al heeft zij vroeger de gezegende getuigenissen en openbaringen ontvangen dat zij een van de kinderen van de Heere is. En uit zielsbevinding ben ik er vast van overtuigd dat niets anders dan de toepassing van de hemelse zegeningen aan de ziel een mens die deel heeft aan het leven van God, voldoening kan schenken.

Daarom lezen wij van de nooddruftige dat hij kermt of zucht: „Om de verwoesting der ellendigen, om het kermen der nooddruftigen.” Hij zucht naar God en kermt in het binnenste van zijn gemoed om het verheffen van het licht van Gods aangezicht. Hij zucht onder het gewicht van het ongeloof, onder de last van zijn trouweloosheid, onder de kracht van de verzoeking, onder de ellende van zijn hart, onder de vleselijkheid van zijn gemoed, onder de onvruchtbaarheid van zijn leven, en onder zijn domheid, onverschilligheid, onreinheid en verdorvenheid. Hij zucht tot de Heere onder de last van deze dingen, die als lood op zijn geweten liggen.

En hij smeekt de Heere of Hij maar het licht van Zijn aangezicht over hem wil verheffen, of Hij maar een zoet blijk van Zijn gunst in zijn ziel wil laten neerdruppelen, en of het Hem behaagt maar één woordje tot zijn ziel te spreken. Of Hij verlossing wil brengen en hem wil stellen in het licht, het leven, de vrijheid en de vrede van het heerlijk Evangelie van de zalige God.

Aan de lezer…

Zucht u, lezer, onder de last van ongeloof, onder de kracht van de verzoeking, onder de vleselijkheid en onvruchtbaarheid van uw eigen hart? Liggen deze dingen als lood op uw geweten, en kunt u niet tevreden zijn met wat u vroeger ontving? Dan hoort u bij de nooddruftigen, en het kermen van de nooddruftigen is de Heere niet onbekend.

Het is geen teken van een dood hart dat u vol noden bent, maar van een levende ziel die niet zonder Gods zoete stem van genade kan. Niets anders dan de toepassing van hemelse zegeningen zal u voldoening geven, en dat is goed. Kerm dan voort voor Zijn aangezicht en smeek of Hij het licht van Zijn aangezicht over u wil verheffen, en één woordje tot uw ziel wil spreken. Hij Die het zuchten van de ellendigen hoort, kan u stellen in de vrijheid en de vrede van het heerlijk Evangelie.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl