29 augustus
Want wij zijn Zijn maaksel, geschapen in Christus Jezus tot goede werken, welke God voorbereid heeft, opdat wij in dezelve zouden wandelen.
Efeze 2:10
Goede werken, in de rechte zin genomen, komen voort uit de inwendige bewerking van de genade Gods. „Of maakt de boom goed en zijn vrucht goed” (Matth. 12:33). Hij werkt allereerst in ons het willen om goed te doen, en dan verleent Hij de kracht daartoe. „Want het is God, Die in u werkt, beide het willen en het werken, naar Zijn welbehagen” (Fil. 2:13). Onder de bewerking van Zijn Geest worden wij veranderd door de vernieuwing onzes gemoeds, opdat wij mogen beproeven welke de goede en welbehagelijke en volmaakte wil Gods zij (Rom. 12:2); en wanneer deze wil wordt nagespeurd om die te kennen en te betrachten, volgen daaruit de goede werken als vrucht.
Al deze handelingen der liefde en toegenegenheid, van vriendschap, sympathie en vrijgevigheid tegenover des Heeren volk; alle voorbeelden van zelfverloochening en bereidwilligheid om liever te lijden dan kwaad te doen; alle bewijzen van belangeloze begeerten om zoveel mogelijk goed te doen, voor zover onze middelen, onze stand en de omstandigheden van het leven dit toelaten; alle streven om de oprechtheid van onze wandel in burgerlijke aangelegenheden en ons vertrouwen te handhaven; al het consciëntieus vasthouden aan ons gegeven woord, zelfs al leidt dit tot onze schade; alle christelijke vervulling van de geboden plichten en van de maatschappelijke betrekking van man en vader, vrouw en moeder, die de Schrift in één woord samenvat; al deze werken, welke bijna alle mensen onverdeeld als goed bestempelen, zijn inderdaad en waarlijk goed wanneer ze in het hart, op de lippen en in het leven door de kracht Gods gewrocht worden.
Aan de lezer…
U die met droefheid op uw werken ziet en er zo weinig goeds in vindt, mag weten dat ware goede werken niet uit onze eigen boom groeien. Het is God, Die in ons werkt beide het willen en het werken naar Zijn welbehagen. Eerst maakt Hij de boom goed, en dan wordt ook de vrucht goed. Wij zijn Zijn maaksel, en wat Hij in het hart werkt, komt op de lippen en in het leven openbaar.
Zoek het daarom niet in uw eigen voornemens, maar vraag Hem om de vernieuwing van uw gemoed, opdat u Zijn goede wil mag kennen en betrachten. Zo wordt een eenvoudige daad van liefde jegens des Heeren volk, een woord dat u trouw houdt al kost het u schade, een geringe dienst in uw eigen huis, waarlijk een goed werk, omdat het door Zijn kracht in u gewrocht is.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Want wij zijn Zijn maaksel, geschapen in Christus Jezus tot goede werken, welke God voorbereid heeft, opdat wij in dezelve zouden wandelen.
Efeze 2:10
Goede werken, in de juiste zin genomen, komen voort uit de inwendige werking van de genade van God. „Of maakt de boom goed en zijn vrucht goed” (Matth. 12:33). Hij werkt eerst in ons het willen om goed te doen, en dan geeft Hij de kracht daartoe. „Want het is God, Die in u werkt, beide het willen en het werken, naar Zijn welbehagen” (Fil. 2:13). Onder de werking van Zijn Geest worden wij veranderd door de vernieuwing van ons gemoed, zodat wij mogen beproeven wat de goede en welbehaaglijke en volmaakte wil van God is (Rom. 12:2). En wanneer men deze wil naspeurt om die te kennen en te doen, volgen daaruit de goede werken als vrucht.
Al die daden van liefde en genegenheid, van vriendschap, medeleven en vrijgevigheid tegenover het volk van de Heere; alle voorbeelden van zelfverloochening en van de bereidheid om liever te lijden dan kwaad te doen; alle bewijzen van een onbaatzuchtig verlangen om zoveel mogelijk goed te doen, voor zover onze middelen, onze positie en de omstandigheden van het leven dat toelaten; al het streven om de oprechtheid van onze wandel in maatschappelijke zaken en ons vertrouwen hoog te houden; al het gewetensvol vasthouden aan ons gegeven woord, zelfs als dat tot onze schade leidt; alle christelijke vervulling van de opgedragen plichten en van de maatschappelijke verhouding van man en vader, vrouw en moeder, die de Schrift in één woord samenvat: al deze werken, die bijna alle mensen eensgezind goed noemen, zijn werkelijk en waarachtig goed wanneer ze in het hart, op de lippen en in het leven door de kracht van God gewerkt worden.
Aan de lezer…
U die met droefheid naar uw werken kijkt en er zo weinig goeds in vindt, mag weten dat echte goede werken niet aan onze eigen boom groeien. Het is God, Die in ons werkt beide het willen en het werken naar Zijn welbehagen. Eerst maakt Hij de boom goed, en dan wordt ook de vrucht goed. Wij zijn Zijn maaksel, en wat Hij in het hart werkt, wordt op de lippen en in het leven openbaar.
Zoek het daarom niet in uw eigen voornemens, maar vraag Hem om de vernieuwing van uw gemoed, zodat u Zijn goede wil mag kennen en doen. Zo wordt een eenvoudige daad van liefde tegenover het volk van de Heere, een woord dat u trouw nakomt al kost het u schade, of een kleine dienst in uw eigen huis, werkelijk een goed werk, omdat het door Zijn kracht in u gewerkt is.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
“For we are his workmanship, created in Christ Jesus unto good works, which God hath before ordained that we should walk in them.”
Ephesians 2:10
Good works, properly so called, spring out of the inward operation of God’s grace. By making the tree good He makes the fruit good (Matt. 12:33). He works in us first the will to do that which is good, and then He gives us the power. He thus works in us both to will and to do of His good pleasure (Phil. 2:13). Under the operations of His grace we are transformed by the renewing of our mind to prove what is that good, and acceptable, and perfect will of God (Romans 12:2); and as this will is sought after to be known and done, good works follow as the necessary fruit.
All those acts of love and affection, of kindness, sympathy, and liberality towards the Lord’s people; all those instances of self-denial and willingness rather to suffer than to do wrong; all those proofs of unselfish desire to do all the good we can according to our means, position, and circumstances of life; all that striving after and maintaining integrity and uprightness of conduct in all matters of business and trust; all that strict and scrupulous adherence to our word, even to our own injury; all that Christian fulfillment of our relative duties, and the social relationships of husband and father, wife and mother, which the Scripture has enjoined—in a word, all those works which by almost unanimous consent are called “good” by men, are only really and truly good as wrought in the heart, lip, and life by the power of God.
To the reader…
You who look at your works with sorrow and find so little good in them may know that truly good works do not grow on our own tree. It is God Who works in us both to will and to do of His good pleasure. First He makes the tree good, and then the fruit becomes good as well. We are His workmanship, and what He works in the heart becomes manifest on the lips and in the life.
Do not look for it, therefore, in your own resolutions, but ask Him for the renewing of your mind, so that you may know and do His good will. In this way a simple act of love toward the Lord’s people, a word you faithfully keep even when it costs you loss, or a small service in your own home, becomes truly a good work, because it has been wrought in you by His power.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Porque somos hechura Suya, criados en Cristo Jesús para buenas obras, las cuales Dios preparó para que anduviésemos en ellas.
Efesios 2:10
Las buenas obras, propiamente dichas, brotan de la operación interior de la gracia de Dios. Haciendo bueno el árbol, Él hace bueno el fruto (Mat. 12:33). Obra en nosotros primero el querer lo que es bueno, y luego nos da el poder. Así obra en nosotros tanto el querer como el hacer, por Su buena voluntad (Fil. 2:13). Bajo las operaciones de Su gracia somos transformados por la renovación de nuestro entendimiento, para que experimentemos cuál sea la buena voluntad de Dios, agradable y perfecta (Romanos 12:2); y a medida que se procura conocer y hacer esta voluntad, las buenas obras siguen como su fruto necesario.
Todos aquellos actos de amor y afecto, de bondad, simpatía y liberalidad hacia el pueblo del Señor; todos aquellos ejemplos de abnegación y de disposición a sufrir antes que a hacer el mal; todas aquellas pruebas de un deseo desinteresado de hacer todo el bien que podamos según nuestros medios, posición y circunstancias de la vida; todo aquel esfuerzo por alcanzar y mantener integridad y rectitud de conducta en todos los asuntos de negocios y de confianza; toda aquella estricta y escrupulosa fidelidad a nuestra palabra, aun en perjuicio propio; todo aquel cumplimiento cristiano de nuestros deberes recíprocos y de las relaciones sociales de esposo y padre, esposa y madre, que la Escritura ha ordenado; en una palabra, todas aquellas obras que, casi por consentimiento unánime, los hombres llaman “buenas”, solo son real y verdaderamente buenas en cuanto son obradas en el corazón, los labios y la vida por el poder de Dios.
Al lector…
Usted que mira sus obras con tristeza y halla tan poco bien en ellas, puede saber que las obras verdaderamente buenas no crecen en nuestro propio árbol. Es Dios quien obra en nosotros tanto el querer como el hacer, por Su buena voluntad. Primero hace bueno el árbol, y entonces el fruto se hace bueno también. Somos hechura Suya, y lo que Él obra en el corazón se hace manifiesto en los labios y en la vida.
No lo busque, por tanto, en sus propios propósitos, sino pídale la renovación de su entendimiento, para que pueda conocer y hacer Su buena voluntad. De este modo, un sencillo acto de amor hacia el pueblo del Señor, una palabra que usted cumple fielmente aun cuando le cuesta pérdida, o un pequeño servicio en su propio hogar, se convierte verdaderamente en una buena obra, porque ha sido obrada en usted por Su poder.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl