Nieuw verschenenHet woord van Gods genadePreken · 5 dagen geleden
Joseph Charles Philpot Bevindelijke geschriften & prediking

Door Baca’s vallei

25 mei

Vandaag

4 min. lezen

Ontwaak, Noordenwind! en kom, Gij Zuidenwind! doorwaai mijn hof, dat zijn specerijen uitvloeien. O, dat mijn Liefste tot Zijn hof kwame, en ate zijn edele vruchten.
Hooglied 4:16

De meesten van ons zijn zo vastgebonden door de ketenen van de tijd en van het zintuiglijke, door de zorgen van dit leven en onze dagelijkse bezigheden, door de zwakheid van onze aardse tabernakel, de afleidende zorgen van een gezin en de ellendige vleselijkheid en zinnelijkheid van onze gevallen natuur, dat we op zijn best maar een arm, slepend, stervend leven leiden. We kunnen geen genoegen vinden in de wereld, en kunnen ons ook niet met een goed geweten mengen in haar lusten en vermaken. Velen van ons zijn arme, neergeslagen, moedeloze schepselen onder allerlei beproevingen en verdrukkingen. We hebben een dagelijks kruis en verkeren voortdurend onder de plaag van ons eigen hart; we krijgen maar weinig troost onder Gods volk of onder de uitwendige middelen van de genade. We kennen onszelf genoeg om te beseffen dat er in ons geen goed woont, en dat we noch hulp of hoop van onszelf kunnen verwachten. Daarom kunnen we ook niet rekenen op een effener pad, op een beter, wijzer, heiliger hart, of erop dat we morgen in staat zullen zijn te doen wat we vandaag niet kunnen. Zoals dan de vermoeide rust zoekt, de hongerige voedsel, de dorstige drinken en de zieke gezondheid, zo strekken we ons hart en onze armen uit, om de Heere Jezus Christus te mogen omhelzen en de ware vereniging en gemeenschap met Hem te mogen genieten.

Van Hem komen zowel het gebed als het antwoord, zowel de honger als het voedsel, zowel de begeerte als de boom des levens. Hij ontdekt het kwaad en de vuilheid van de zonde, opdat we verzoening zouden zoeken in Zijn bloedende wonden en doorstoken zijde. Hij maakt ons bekend met onze naaktheid en schande, en dat we daardoor blootstaan aan de toorn van God, opdat we ons zouden verbergen onder het kleed van Zijn gerechtigheid. Hij giet gal en alsem in de hoogste vermaken van de wereld, opdat we geen zoetheid zouden vinden dan in en van Hem. Hij onthoudt ons lange tijd het geestelijk voedsel, opdat we een kruimel zouden leren waarderen. Daarom laat Hij ons lang wachten, want dat maakt één woordje uit Zijn mond zo overdierbaar. Hij wil ons hele hart en niets minder, en als wij dat niet kunnen geven, dan neemt Hij het met één van Zijn ogen, met een keten van Zijn hals. Als we Hem liefhebben, is het omdat Hij ons eerst heeft liefgehad. En als we gemeenschap met Hem zoeken, is het omdat Hij Zich aan ons wil openbaren, zoals Hij dat niet doet aan de wereld.

Willen we zien wat de Heilige Geest geopenbaard heeft over de aard van deze gemeenschap, dan vinden we dat duidelijk en bevindelijk ontvouwd in het Hooglied van Salomo. Van het eerste vers van dit boek, „Hij kusse mij met de kussen Zijns monds”, tot de laatst uitgesproken begeerte van de liefhebbende bruid, „Kom haastelijk, mijn Liefste! en wees Gij gelijk een ree, of gelijk een welp der herten op de bergen der specerijen”, is alles één lied van liefde. Alles is een Goddelijke openbaring van de gemeenschap die op aarde wordt onderhouden tussen Christus en de kerk. Zij komt op uit de woestijn, lieflijk leunend op haar Liefste, terwijl Zijn linkerhand onder haar hoofd is en Zijn rechterhand haar ondersteunt. Zij zegt: „Zie mij niet aan, dat ik zwartachtig ben.” Maar Hij antwoordt: „Geheel zijt gij schoon, Mijn vriendin, en er is geen gebrek aan u.” Het ene ogenblik zegt ze: „Ik zocht des nachts op mijn leger, maar vond Hem niet”, en dan roept zij weer uit: „Toen ik een weinigje van hen weggegaan was, vond ik Hem, Die mijn ziel liefheeft. Ik hield Hem vast en liet Hem niet gaan, totdat ik Hem in mijner moeders huis gebracht had en in de binnenste kamer dergene die mij gebaard heeft.”

Komen en gaan, zuchten en zingen, nietige verontschuldigingen en snijdende tegenwerpingen, klachten over zichzelf en lofprijzingen voor Hem, het ademen van de liefde en de vlammen van de jaloersheid, de tedere genegenheden van een maagdelijk hart en het welgevallig omhelzen door een koninklijke Bruidegom: dit alles is de bevinding van de kerk wanneer zij gemeenschap met Christus zoekt en beoefent, zoals in dit Goddelijke boek beschreven is.

Aan de lezer…

Deze woorden zijn voor wie dat arme, slepende leven leidt, vastgebonden door de zorgen van elke dag, onder een dagelijks kruis en de plaag van het eigen hart. Leeft u ook zo? Weet u dat er in u geen goed woont en dat u morgen niet meer zult kunnen dan vandaag? Wanhoop dan niet om die armoede. Zoals de vermoeide rust zoekt en de hongerige voedsel, zo mag ook uw hart zich uitstrekken naar de Heere Jezus Christus, om Hem te omhelzen en gemeenschap met Hem te genieten.

Want van Hem komen zowel het gebed als het antwoord, zowel de honger als het voedsel. Laat Hij u lang wachten, dan is het opdat één woordje uit Zijn mond u zo overdierbaar zou worden. Zegt u met de bruid: „Zie mij niet aan, dat ik zwartachtig ben”, Hij heeft een ander antwoord. Bid dan maar: „Ontwaak, Noordenwind! en kom, Gij Zuidenwind!” Zoekt u Hem, dan is het omdat Hij u eerst heeft liefgehad.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl