Jozef is een vruchtbare tak, een vruchtbare tak aan een fontein.
Genesis 49:22
Er is een zin uit Gods mond opgetekend door de profeet Hosea, die ons laat zien wat de bron van alle echte vruchtbaarheid is: „Uw vrucht is uit Mij” (niet uit u) „gevonden” (Hosea 14:9). En er is nog een zin opgeschreven door dezelfde geïnspireerde pen, waarin God over Efraïm zegt: „Efraïm brengt weder vrucht voor zich” (Hosea 10:1). Efraïm zelf was de bron van al de ogenschijnlijke vruchten die aan zijn tak groeiden, en aangezien hij vrucht voor zichzelf droeg, verachtte God die en wees die af. Hier worden we gewezen op de verborgen bron van evangelievruchten. „Jozef is een vruchtbare tak, een vruchtbare tak aan een fontein.”
In een oosters klimaat, en zelfs tot op zekere hoogte in ons eigen vochtige klimaat, kunnen bomen, struiken of bloemen niet groeien tenzij ze voortdurend worden bevochtigd. In het Oosten heeft met name de wijnstok een bron die nooit opdroogt nodig om in leven te blijven, hem te doen bloeien en vrucht voort te doen brengen. Derhalve ontsprong Jozefs vruchtbaarheid aan deze bron, dat hij „bij een fontein” geplant was. En wat was deze bron? Wat zei de Heere tegen de Samaritaanse vrouw? „Het water, dat Ik hem zal geven, zal in hem worden een fontein van water, springende tot in het eeuwige leven” (Joh. 4:14).
U weet heel goed dat de werkzaamheden en invloeden van de Heilige Geest in de Heilige Schrift telkens weer worden vergeleken met water. „En op de laatste dag, zijnde de grote dag van het feest, stond Jezus en riep, zeggende: Zo iemand dorst, die kome tot Mij en drinke. Die in Mij gelooft, gelijkerwijs de Schrift zegt, stromen des levenden waters zullen uit zijn buik vloeien. En dit zeide Hij van de Geest” (Joh. 7:37-39). En elders: „Ik zal water gieten op de dorstigen, en stromen op het droge; Ik zal Mijn Geest op uw zaad gieten, en Mijn zegen op uw nakomelingen” (Jes. 44:3).
Lezen: Johannes 4:1-14
Aan de lezer…
Misschien hebt u zich nooit afgevraagd waar uw vruchten vandaan komen. Het is een onderzoekende vraag, want er is een vruchtdragen dat God veracht. „Efraïm brengt weder vrucht voor zich.” Hoeveel ijver, hoeveel godsdienstigheid kan er niet zijn die uit onszelf opkomt en naar onszelf terugkeert! Zulke vrucht moge er schoon uitzien, de Heere wijst haar af.
Maar hoor ook de andere stem: „Uw vrucht is uit Mij gevonden.” Daarin ligt de troost voor een dorre ziel. U hoeft de vrucht niet uit uw eigen hart te persen; u mag geplant staan bij de fontein. De Heere sprak tot de Samaritaanse vrouw van een water dat in de mens wordt een fontein, springende tot in het eeuwige leven, en Hij riep op het feest: „Zo iemand dorst, die kome tot Mij en drinke.” Bent u dorstig? Dan geldt die nodiging u. Hij giet water op de dorstigen en stromen op het droge.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Jozef is een vruchtbare tak, een vruchtbare tak aan een fontein.
Genesis 49:22
Er is een zin uit Gods mond die de profeet Hosea heeft opgetekend, en die ons laat zien wat de bron is van alle echte vruchtbaarheid: „Uw vrucht is uit Mij” (niet uit u) „gevonden” (Hosea 14:9). En er is nog een zin, opgeschreven door dezelfde geïnspireerde pen, waarin God over Efraïm zegt: „Efraïm brengt weder vrucht voor zich” (Hosea 10:1). Efraïm zelf was de bron van alle schijnbare vruchten die aan zijn tak groeiden. Omdat hij vrucht voor zichzelf droeg, verachtte God die en wees Hij die af. Hier worden we gewezen op de verborgen bron van de vruchten van het evangelie: „Jozef is een vruchtbare tak, een vruchtbare tak aan een fontein.”
In een oosters klimaat, en tot op zekere hoogte zelfs in ons eigen vochtige klimaat, kunnen bomen, struiken of bloemen niet groeien als ze niet voortdurend bevochtigd worden. Vooral de wijnstok heeft in het Oosten een bron nodig die nooit opdroogt, om in leven te blijven, te bloeien en vrucht voort te brengen. Daarom kwam Jozefs vruchtbaarheid hieruit voort, dat hij „bij een fontein” geplant was. En wat was deze bron? Wat zei de Heere tegen de Samaritaanse vrouw? „Het water, dat Ik hem zal geven, zal in hem worden een fontein van water, springende tot in het eeuwige leven” (Joh. 4:14).
U weet heel goed dat de werkingen en invloeden van de Heilige Geest in de Heilige Schrift telkens weer met water worden vergeleken. „En op de laatste dag, zijnde de grote dag van het feest, stond Jezus en riep, zeggende: Zo iemand dorst, die kome tot Mij en drinke. Die in Mij gelooft, gelijkerwijs de Schrift zegt, stromen des levenden waters zullen uit zijn buik vloeien. En dit zeide Hij van de Geest” (Joh. 7:37-39). En elders: „Ik zal water gieten op de dorstigen, en stromen op het droge; Ik zal Mijn Geest op uw zaad gieten, en Mijn zegen op uw nakomelingen” (Jes. 44:3).
Lezen: Johannes 4:1-14
Aan de lezer…
Misschien hebt u zich nooit afgevraagd waar uw vruchten vandaan komen. Het is een onderzoekende vraag, want er is een vruchtdragen dat God veracht. „Efraïm brengt weder vrucht voor zich.” Hoeveel ijver en hoeveel godsdienstigheid kan er niet zijn die uit onszelf opkomt en naar onszelf terugkeert! Zulke vrucht mag er mooi uitzien, de Heere wijst haar af.
Maar luister ook naar de andere stem: „Uw vrucht is uit Mij gevonden.” Daarin ligt de troost voor een dorre ziel. U hoeft de vrucht niet uit uw eigen hart te persen; u mag geplant staan bij de fontein. De Heere sprak tegen de Samaritaanse vrouw over een water dat in de mens een fontein wordt, springende tot in het eeuwige leven, en Hij riep op het feest: „Zo iemand dorst, die kome tot Mij en drinke.” Bent u dorstig? Dan geldt die nodiging ook u. Hij giet water op de dorstigen en stromen op het droge.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Joseph is a fruitful bough, even a fruitful bough by a well.
Genesis 49:22
There is a saying from God’s mouth recorded by the prophet Hosea which shows us the source of all true fruitfulness: “From Me” (not from thee) “is thy fruit found” (Hos. 14:8). And there is another saying, written by the same inspired pen, in which God says of Ephraim, “he bringeth forth fruit unto himself” (Hos. 10:1). Ephraim himself was the source of all the apparent fruit that grew on his branch. Because he bore fruit unto himself, God despised and rejected it. Here we are pointed to the hidden source of gospel fruit: “Joseph is a fruitful bough, even a fruitful bough by a well.”
In an Eastern climate, and to some extent even in our own moist climate, trees, shrubs or flowers cannot grow unless they are continually watered. The vine especially needs in the East a spring that never runs dry, to keep it alive, to make it flourish and to bring forth fruit. Joseph’s fruitfulness therefore came from this, that he was planted “by a well.” And what was this well? What did the Lord say to the woman of Samaria? “The water that I shall give him shall be in him a well of water springing up into everlasting life” (John 4:14).
You know very well that the operations and influences of the Holy Ghost are again and again compared to water in the Holy Scriptures. “In the last day, that great day of the feast, Jesus stood and cried, saying, If any man thirst, let him come unto Me, and drink. He that believeth on Me, as the scripture hath said, out of his belly shall flow rivers of living water. (But this spake He of the Spirit)” (John 7:37-39). And elsewhere: “I will pour water upon him that is thirsty, and floods upon the dry ground: I will pour My Spirit upon thy seed, and My blessing upon thine offspring” (Isa. 44:3).
Reading: John 4:1-14
To the reader…
Perhaps you have never asked yourself where your fruits come from. It is a searching question, for there is a fruit-bearing that God despises. Ephraim “bringeth forth fruit unto himself.” How much zeal and how much religiousness there may be that rises out of ourselves and returns to ourselves! Such fruit may look fair, but the Lord rejects it.
But listen also to the other voice: “From Me is thy fruit found.” Therein lies the comfort for a barren soul. You need not press the fruit out of your own heart; you may stand planted by the well. The Lord spoke to the woman of Samaria of a water that becomes in a man a well of water springing up into everlasting life, and He cried at the feast, “If any man thirst, let him come unto Me, and drink.” Are you thirsty? Then that invitation is for you too. He pours water upon him that is thirsty, and floods upon the dry ground.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Ramo fructífero José, ramo fructífero junto a fuente.
Génesis 49:22
Hay un dicho de la boca de Dios registrado por el profeta Oseas que nos muestra la fuente de toda verdadera fecundidad: “De Mí” (no de ti) “será hallado tu fruto” (Os. 14:8). Y hay otro dicho, escrito por la misma pluma inspirada, en el cual Dios dice de Efraín: “haciendo fruto para sí” (Os. 10:1). Efraín mismo era la fuente de todo el fruto aparente que crecía en su rama. Porque llevaba fruto para sí, Dios lo despreció y lo rechazó. Aquí se nos señala la fuente escondida del fruto del evangelio: “Ramo fructífero José, ramo fructífero junto a fuente”.
En un clima oriental, y hasta cierto punto aun en nuestro propio clima húmedo, los árboles, arbustos o flores no pueden crecer a menos que sean regados continuamente. La vid, especialmente, necesita en el Oriente un manantial que nunca se seque, para mantenerla viva, hacerla florecer y producir fruto. La fecundidad de José procedía, pues, de que estaba plantado “junto a fuente”. ¿Y qué era esta fuente? ¿Qué dijo el Señor a la mujer de Samaria? “El agua que Yo le daré, será en él una fuente de agua que salte para vida eterna” (Jn. 4:14).
Usted sabe muy bien que las operaciones e influencias del Espíritu Santo son comparadas una y otra vez al agua en las Santas Escrituras. “Mas en el postrer día grande de la fiesta, Jesús se ponía en pie y clamaba, diciendo: Si alguno tiene sed, venga a Mí y beba. El que cree en Mí, como dice la Escritura, ríos de agua viva correrán de su vientre. (Y esto dijo del Espíritu)” (Jn. 7:37-39). Y en otro lugar: “Porque Yo derramaré aguas sobre el secadal, y ríos sobre la tierra árida: Mi Espíritu derramaré sobre tu generación, y Mi bendición sobre tus renuevos” (Is. 44:3).
Lectura: Juan 4:1-14
Al lector…
Quizá nunca se ha preguntado de dónde vienen sus frutos. Es una pregunta escudriñadora, porque hay un llevar fruto que Dios desprecia. Efraín hacía “fruto para sí”. ¡Cuánto celo y cuánta religiosidad puede haber que nace de nosotros mismos y vuelve a nosotros mismos! Tal fruto puede parecer hermoso, pero el Señor lo rechaza.
Pero escuche también la otra voz: “De Mí será hallado tu fruto”. Ahí está el consuelo para un alma estéril. No necesita exprimir el fruto de su propio corazón; puede estar plantado junto a la fuente. El Señor habló a la mujer de Samaria de un agua que llega a ser en el hombre una fuente de agua que salta para vida eterna, y clamó en la fiesta: “Si alguno tiene sed, venga a Mí y beba”. ¿Tiene usted sed? Entonces esa invitación es también para usted. Él derrama aguas sobre el sediento, y ríos sobre la tierra árida.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl