Nieuw verschenenHet woord van Gods genadePreken · 6 dagen geleden
Joseph Charles Philpot J.C. Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun
Vandaag

3 min. lezen

Dat gij in die tijd waart zonder Christus, vervreemd van het burgerschap Israëls, en vreemdelingen van de verbonden der belofte, geen hoop hebbende, en zonder God in de wereld.
Efeze 2:12

De apostel zegt hier tegen de Efeziërs dat zij in hun natuurlijke staat, voordat het leven in hen was gewekt en zij levend gemaakt waren voor God, „zonder Christus” waren. Dat wil zeggen: zonder bewuste vereniging en gemeenschap met Hem. Hoewel zij naar het voornemen van God en door hun eeuwige verkiezing in Christus leden waren van Zijn verborgen lichaam, waren zij nog niet door de Geest in Christus gedoopt om levende leden te worden van Zijn geestelijk lichaam, de Kerk (1 Kor. 12:13). Daarom hadden zij Christus nog niet „aangedaan” (Galaten 3:27). En zoals zij waren, zo waren ook wij.

Wij waren in onze vroegere dagen „zonder Christus”. Hij had geen plaats in onze gedachten. Wij wisten niets van Zijn Persoon, Zijn werk, Zijn bloed en rechtvaardigmaking, Zijn schoonheid en volzaligheid, Zijn genade en heerlijkheid. Hij was voor ons als een scheut uit een dorre aarde, en in onze ogen had Hij gedaante noch heerlijkheid. Zijn Naam was misschien wel op onze lippen, maar Zijn Geest en genade waren niet in ons hart. En als het nu anders met ons is, als er enig geloof in Hem, enige hoop op Hem of enige liefde tot Hem in ons is, dan is het de genade die dat alles gewerkt heeft.

Laten wij nooit vergeten wat wij waren voordat wij door de genade geroepen werden. Laat de herinnering aan onze zonden en aan onze hele levensweg bitter voor ons zijn, zodat wij de rijkdom van de soevereine genade, die zich over ons in onze diepgevallen staat heeft neergebogen, op waarde leren schatten en groot maken. Het Paaslam moest met bittere saus gegeten worden. De herinnering aan de slavernij in Egypte moet altijd samengaan met de vreugde over de vrijheid van het Evangelie, en de goddelijke smart over de zonde met het eten van het lichaam van Christus.

Wij hebben God op ’t hoogst misdaan,
wij zijn van ’t heilspoor afgegaan,
Ja, wij en onze vaad’ren tevens,
verzuimend’ alle trouw en plicht.

Ps. 106:4

Aan de lezer…

Er zijn tijden die u niet mag vergeten, zoals de tijd toen u „zonder Christus” leefde. Toen was Zijn Naam misschien op uw lippen, maar waren Zijn Geest en genade niet in uw hart. Toen was Hij voor u een scheut uit een dorre aarde, zonder gedaante of heerlijkheid. Vergeet het niet. Laat die herinnering bitter voor u zijn, niet om u neer te drukken, maar zodat u de rijkdom van de soevereine genade des te meer leert waarderen.

Is er nu enig geloof in Hem, enige hoop op Hem, enige liefde tot Hem, al is het klein en zwak? Dan is het de genade die dat gewerkt heeft, en niet uzelf. Het Paaslam werd met bittere saus gegeten; zo gaan ook bij ons de smart over de zonde en de vreugde over de verlossing samen. En is het nog niet anders met u, leeft u nog zonder Hem, roep dan tot Hem, want Hij buigt Zich neer naar wie diep gevallen zijn.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl