Nieuw verschenenHet woord van Gods genadePreken · 6 dagen geleden
Joseph Charles Philpot J.C. Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun

365 dagen met Philpot

22 mei

Christus’ hemelvaart

Vandaag

3 min. lezen

Gij zijt opgevaren in de hoogte; Gij hebt de gevangenis gevankelijk gevoerd; Gij hebt gaven genomen om uit te delen onder de mensen; ja ook de wederhorigen, om bij U te wonen.
Psalm 68:19

De dood! O, wat houdt de angst voor de dood het tere geweten van Gods kinderen soms gevangen! Er zijn sommige belijders die voorwenden altijd boven de angst voor de dood te staan. Maar ik vrees dat dit zelfvertrouwen in de meeste gevallen meer lijkt op de vermetelheid van menige misdadiger die voor de gevangenispoort gehangen zal worden, dan op de heerlijke vrede die de Heere soms aan Zijn beproefde kinderen geeft. Dit hoogmoedige zelfvertrouwen komt niet voort uit enig goddelijk getuigenis dat door de kracht van God in hun geweten is gekomen; dat is iets anders. Bij velen is het een gevoelloze roekeloosheid die op de letter van de wet berust, de vrucht van onwetendheid en zinnelijke onverschilligheid, en niet het levende vertrouwen van het geloof. Daarom ontspringt het, hoewel het een andere vorm aanneemt, aan dezelfde bron als het zogenaamde vertrouwen van de misdadiger.

Gods kinderen zijn ertoe gebracht te voelen wat de eeuwigheid is, hoe heilig en rechtvaardig de God is met Wie ze te maken hebben, en dat ze duizend hellen verdiend hebben. Zij beseffen vaak op pijnlijke wijze, vooral wanneer hun tabernakel zwak is, wat het betekent om heel diep weg te zinken onder de angst voor de dood. Wanneer alles donker is van binnen en somber van buiten; wanneer ze hun kenmerken niet zien; wanneer er geen heerlijk getuigenis is van hun recht op het bloed en de liefde van het Lam; wanneer ongeloof en ontrouw alles lijken te zijn wat ze hebben; wanneer hun gezin en hun omstandigheden hun allemaal voor ogen komen en de duivel als een zondvloed opkomt om hen met duizend verschrikkingen te overweldigen, dan houdt de dood, de wrede dood, hen in droeve gevangenschap vast.

Welnu, de Heere van het leven en van de heerlijkheid heeft „de gevangenis gevangen genomen”. Hij „heeft de dood te niet gedaan, en het leven en de onverderfelijkheid aan het licht gebracht door het Evangelie” (2 Tim. 1:10). Daarom spreekt de Heilige Schrift niet van Gods kinderen die sterven, maar van hen „die ontslapen”. Zo staat er over Stefanus geschreven dat „hij ontsliep”, hoewel hij gehavend en verpletterd door stenen stierf (Hand. 7:60).

Lezen: Handelingen 7:44-60

Aan de lezer…

Misschien, lezer, houdt de angst voor de dood u gevangen. U beseft iets van de eeuwigheid en van de heiligheid van God, u ziet uw kenmerken niet, het is donker van binnen en somber van buiten. Schaam u daar niet voor tegenover de vermetelen die beweren nergens bang voor te zijn. Een teer geweten dat beeft, is beter dan een gevoelloos hart dat lacht.

Maar blijf niet bij uw vrees staan. De Heere van het leven en van de heerlijkheid heeft de gevangenis gevankelijk gevoerd. Hij heeft de dood tenietgedaan en het leven en de onverderfelijkheid aan het licht gebracht door het Evangelie. Daarom spreekt de Schrift van de Zijnen niet als stervenden, maar als ontslapenen. Zucht dan tot Hem om een getuigenis in uw geweten. Hij Die de dood overwon, kan ook uw angst voor de dood overwinnen.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl