Nieuw verschenenHet gesprek van een gelovige met zijn zielPreken · vandaag
Joseph Charles Philpot J.C. Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun

365 dagen met Philpot

22 december

De menselijke natuur van Christus

Vandaag

2 min. lezen

Als Ik u voorbijging, zag Ik u.
Ezechiël 16:6,8

De hopeloze, rampzalige en hulpeloze toestand van de Kerk door de zondeval, en het grote mededogen van de gezegende Heere als haar Verbondshoofd en Bruidegom, worden prachtig beschreven door de profeet Ezechiël. Hij vergelijkt haar met een arm, in de steek gelaten kindje dat op de dag van haar geboorte vanwege de walgelijkheid van haar ziel op het vlakke veld was weggeworpen. Geen oog had medelijden met haar, geen hand werd uitgestoken om haar op enige wijze te verzorgen of haar voedsel, warmte of bescherming te geven. Aan haar lot overgelaten om te sterven, zou zij zeker in een onpeilbare diepte van eeuwige smart zijn weggezonken, als niet Hij Die „zeer barmhartig is en een Ontfermer” (Jak. 5:11) medelijden met haar had gehad, als niet Hij Wiens liefde alle verstand te boven gaat haar had liefgehad.

Maar juist in dit uur van haar nood kwam Hij voorbij, en het werd een tijd der minne. Want Hij spreidde Zijn vleugel over haar uit, zwoer haar, kwam met haar in een verbond, en zij werd de Zijne (Ez. 16). Maar voordat zij in Zijn armen gesloten kon worden, moest Hij Zelf al haar vuil afwassen in de fontein van Zijn eigen bloed. Hij moest haar zalven met de olie van Zijn genade en de verkwikkende, heiligende invloeden van de Heilige Geest, en haar bekleden met gestikt werk, namelijk de gerechtigheid die Hij voor haar bewerkte door Zijn eigen actieve en lijdende gehoorzaamheid. Dat zijn de drie zegeningen waarover de apostel spreekt als het tegenwoordige deel van de heiligen van God: „En dit waart gij sommigen; maar gij zijt afgewassen, maar gij zijt geheiligd, maar gij zijt gerechtvaardigd, in de Naam van de Heere Jezus, en door de Geest onzes Gods” (Ezech. 16:5-10; 1 Kor. 6:11).

Lezen: Ezechiël 16:1-14

Aan de lezer…

Dat woord „Ik zag u” geldt het arme kind, weggeworpen op het vlakke veld, zonder oog dat medelijden had en zonder hand die zich uitstrekte. Herkent u uzelf daarin? Misschien voelt u uw walgelijkheid zo diep dat u denkt dat er voor iemand als u geen hulp meer is. Maar zie, juist in het uur van de nood kwam Hij voorbij. Hij wachtte niet tot zij zichzelf gereinigd had; Hij zag haar zoals zij was, en het werd een tijd der minne.

Zo handelt Hij Die zeer barmhartig is en een Ontfermer. Hij wast af in de fontein van Zijn eigen bloed, Hij zalft met de olie van Zijn genade, en Hij bekleedt met een gerechtigheid die Hij Zelf heeft bewerkt. Kom dan met al uw vuil tot Hem, niet om eerst uzelf te verbeteren, maar om afgewassen, geheiligd en gerechtvaardigd te worden in de Naam van de Heere Jezus. Hij Wiens liefde alle verstand te boven gaat, zal ook u niet voorbijgaan zonder om te zien.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl