Nieuw verschenenHet woord van Gods genadePreken · 6 dagen geleden
Joseph Charles Philpot J.C. Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun

365 dagen met Philpot

21 december

De menselijke natuur van Christus

Vandaag

3 min. lezen

Want in Hem woont al de volheid der Godheid lichamelijk.
Kolossensen 2:9

Het is van eeuwigheid het voornemen van de Vader geweest om Zijn geliefde Zoon te verheerlijken. Zowel in het plan als in de uitvoering ervan heeft Hij getoond hoe diep Zijn oneindige wijsheid, macht en liefde zijn. De eeuwige Zoon van God zou in Zijn goddelijke Persoon het vlees en bloed van de kinderen innig en onverbrekelijk met Zich verenigen, zodat Hij in die hoedanigheid de rijkdom van de allerhoogste genade, de hoogten en diepten van de eeuwige liefde en de volheid van de ongeschapen heerlijkheid van een Drie-enige HEERE zichtbaar kon maken. Dat is van eeuwigheid het vaste plan en het vaste doel geweest van de grote en heerlijke, door Zichzelf bestaande IK BEN. En de hele schepping, de voorzienigheid en alle gebeurtenissen en omstandigheden in tijd en ruimte waren oorspronkelijk erop gericht dit oorspronkelijke plan ten uitvoer te brengen.

De schepping, met al haar wonderen van macht en wijsheid, was niet nodig voor het geluk of de heerlijkheid van de zelfbestaande HEERE. Vader, Zoon en Heilige Geest hadden van eeuwigheid die heilige, innige gemeenschap en onderlinge omgang met elkaar, die wederzijdse liefde en onuitsprekelijke vriendschap van drie onderscheiden Personen en toch maar één God, waaraan de schepping niets kon toevoegen en niets kon afdoen. De tijd, met al zijn gebeurtenissen, is maar een ogenblik; de ruimte, met al haar afmetingen, is maar een stip vergeleken met het bestaan van een God Die de eeuwigheid bewoont en daarmee alle tijd en alle ruimte vult.

Dat een zelfbestaande God meer dan genoeg heeft aan Zijn eigen geluk en Zijn eigen heerlijkheid, is voor een gelovig hart een waarheid die even vanzelfsprekend is als het bestaan van God Zelf. Maar het behaagde de heilige Drie-enige HEERE dat Zijn hemelse heerlijkheid naar buiten geopenbaard zou worden. Dat moest tot stand komen door de menswording van de Zoon van God, de tweede Persoon van de heilige Drie-eenheid.

Lezen: Kolossensen 2:1-15

Aan de lezer…

U die zich soms zo klein en nietig voelt dat u zich afvraagt of de grote God wel aan u kan denken, bedenk dit: Hij Die de eeuwigheid bewoont, Die alle tijd en alle ruimte vult, had uw aanbidding niet nodig om gelukkig te zijn. Vader, Zoon en Heilige Geest waren van eeuwigheid volkomen in Zichzelf. En toch behaagde het Hem Zijn heerlijkheid naar buiten te openbaren, en dat niet op afstand, maar in het vlees en bloed van de kinderen.

Zie dan op Hem in Wie al de volheid der Godheid lichamelijk woont. Daar is de toegang voor een arme zondaar: niet een God Die in onbereikbaar licht verborgen blijft, maar de Zoon Die onze natuur heeft aangenomen. Is uw hart leeg, uw wijsheid kort en uw kracht op? In Hem is volheid, genoeg voor een eeuwigheid. Het was van eeuwigheid het voornemen van de Vader om Zijn geliefde Zoon te verheerlijken; wie dan arm en leeg tot die Zoon komt, gaat de weg die God Zelf gebaand heeft.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl