Nieuw verschenenHet woord van Gods genadePreken · 6 dagen geleden
Joseph Charles Philpot J.C. Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun

Door Baca’s vallei

13 januari

Vandaag

4 min. lezen

De Heere zegene u.
Numeri 6:24

De sleutel tot de woorden „De Heere zegene u” is, geloof ik, te vinden in Efeze 1:3: „Gezegend zij de God en Vader onzes Heeren Jezus Christus, Die ons gezegend heeft met alle geestelijke zegeningen in de hemel in Christus.” Want de zegeningen waarom in onze tekst gebeden wordt, lijken in hoofdzaak geestelijke zegeningen te zijn. Niet dat wij gering moeten denken over tijdelijke zegeningen. Het zijn zegeningen uit de linkerhand, al zijn het misschien geen genadeweldaden uit de rechterhand. Het zijn toch gaven waarvoor wij op aarde dankbaar behoren te zijn, al brengen zij ons niet in de hemel. Het zijn voorzieningen voor het vergankelijke lichaam, maar geen voedsel voor de onsterfelijke ziel.

Gezondheid, kracht en zoveel wereldse goederen dat wij ons hoofd boven water kunnen houden en dat wij in staat zijn niemand iets schuldig te zijn dan liefde, zijn dat geen zegeningen? Kinderen hebben die opgroeien tot troost van hun ouders; een vriendelijke en toegenegen levensgezellin, goede en trouwe vrienden, een eerbare naam, een kleine voorraad voor hen die ons lief en dierbaar zijn, zodat hun tranen om ons niet dubbel bitter vergoten worden, door armoede aan de ene en afhankelijkheid aan de andere kant: wie zal durven ontkennen dat dit zegeningen zijn waarvoor God te prijzen is? Met het oog van het geloof bezien, komen de zegeningen in de voorzienigheid uit de hemel neer, bevochtigd door genade.

En toch, hoeveel tekort, ja oneindig tekort schieten deze tijdelijke zegeningen, die door het gebruik vergaan, bij de geestelijke zegeningen, die de eeuwigheid zullen doorstaan. Een overtuigend bewijs daarvan krijgen wij wanneer wij verwaardigd worden met een zekere mate van geloof tot de troon van de genade te naderen. Dan richten de begeerten van het hart zich helemaal op geestelijke zegeningen, en is het oog van de ziel geheel en alleen daarop gericht, zodat er in het hart nauwelijks plaats overblijft om iets anders te vragen.

Maar let op de persoonlijke vorm van de zegen die gevraagd wordt. De Heere zegene u. Dit woord staat in het enkelvoud; niet u in het meervoud. Toch richtte de hogepriester, wanneer hij de zegen uitsprak, zijn oog niet op één persoon, en richtte hij zijn woorden ook niet tot één persoon. Hij sprak de zegen uit over de hele vergadering van het volk Israël, en toch waren de woorden zo gevormd alsof de zegen voor ieder persoonlijk bedoeld was. Zo zijn Gods zegeningen: persoonlijk, voor ieder.

Begenadigde zielen zeggen wel eens, wanneer zij het Woord met enige vrucht of kracht gehoord hebben: „Het was allemaal voor mij.” Goed, het was allemaal voor u; maar was u de enige „mij” in de vergadering? Kon er niet iemand naast u gezeten hebben die ook zei: „Het was allemaal voor mij”? Denk niet dat één alleen gezegend wordt, met uitsluiting van alle anderen. Er is genoeg voor ieder en genoeg voor allen. Maar soms heeft de genade van God, wanneer zij in het hart gebracht wordt, zo’n toe-eigenende kracht, dat het lijkt alsof het Woord bedoeld is voor mij, en dan ook voor mij alleen.

Maar zo groot is de rijkdom van de Goddelijke barmhartigheid, de rijkdom van Zijn genade en heerlijkheid, dat wanneer de een een deel ontvangt, dit de ander niet uitsluit. Het is niet zoals in een gewoon burgergezin, waar ieder volgend kind de erfenis van de andere kinderen kleiner maakt. Als daar de wens van de volwassenen vervuld zou kunnen worden, zou de oudste wel tegen de pasgeborene zeggen: „Wij hebben u niet nodig, gij kleine rover! Waarom zijt gij gekomen om uit te roepen: Samen delen?” De hemelse erfenis wordt niet kleiner, hoewel er zovelen zijn die eraan deel mogen hebben. Als dat wel zo was, dan zou God Zelf minder worden, want God is hun erfenis, en in God is genoeg om miljoenen uitverkoren engelen en tienduizenden verloste zondaren te bevredigen. Afgunst hoeft er in de zaken van God niet te zijn; die is uitgesloten door de vrijheid, volheid en rijkdom van de liefde van God.

Aan de lezer…

Wat een zegen ligt er in dit woord: „De Heere zegene u.” Dat woord werd over heel het volk uitgesproken, en toch zo alsof het voor ieder persoonlijk bedoeld was. Zo spreekt de Heere ook nu. Denkt u dat de zegen wel voor anderen is, maar niet voor u? Het is niet zoals in een gezin waar ieder nieuw kind de erfenis van de anderen kleiner maakt. Er is genoeg voor iedereen, want God Zelf is de erfenis van de Zijnen.

Dank Hem voor de zegeningen voor het lichaam, voor gezondheid, brood en de mensen die u lief zijn. Maar laat uw hart daar niet blijven staan. Vraag om de geestelijke zegeningen in Christus, die de eeuwigheid doorstaan. Misgun een ander niets, en sluit uzelf ook niet buiten. Wie als een arme tot de troon van de genade nadert, mag weten dat die rijkdom door u niet minder wordt.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl