Nieuw verschenenHet woord van Gods genadePreken · 6 dagen geleden
Joseph Charles Philpot J.C. Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun
Vandaag

3 min. lezen

Ik heb wel gehoord, dat zich Efraïm beklaagt.
Jeremia 31:18

Het geestelijke besef van zonde is onmisbaar voor het besef van de zaligheid. Altijd moet het besef van de ziekte voorafgaan en de ziel voorbereiden om het geneesmiddel gelovig te ontvangen en het met gepaste eerbied te vrezen. Waar God Zijn Zoon met kracht wil openbaren, waar Hij het Evangelie tot een „blijde boodschap” wil maken, daar laat Hij de ziel de last van de zonde voelen en eronder zuchten. En ik ben ervan overtuigd dat wie gebukt gaat onder de last van de zonde, ook vol klachten is.

De Bijbel noemt honderden klachten van Gods volk dat gebukt ging onder de last van de zonde. „Mijn etterbuilen stinken; zij zijn vervuld vanwege mijn dwaasheid,” roept de een. „Ik ben krom geworden; ik ben uitermate zeer neergebogen; ik ga de ganse dag in het zwart” (Psalm 38:6, 7). „Mijn ziel,” roept een ander, „is der tegenheden zat, en mijn leven raakt tot aan het graf” (Psalm 88:4). Een derde kermt: „Hij heeft mij geleid en gevoerd in de duisternis, en niet in het licht” (Klaagl. 3:2).

Een levend mens moet in zulke omstandigheden wel klagen. Hij kan de last niet dragen zonder over de zwaarte ervan te klagen. Hij kan de pijl niet in zijn geweten voelen steken zonder van pijn te kermen. Hij kan de worm niet voelen knagen aan de bron van zijn leven zonder te klagen over zijn venijnige beet. Hij kan niet voelen dat God toornig op hem is zonder bitter te klagen dat de Heere zijn vijand is.

Geestelijk klagen is een bewijs van geestelijk leven, en God erkent het ook als zodanig. „Ik heb wel gehoord, dat zich Efraïm beklaagt.” Het bewijst dat hij reden heeft om te treuren, dat er iets is waarvan de last hem doet klagen. Het bewijst dat de zonde zich aan hem vertoond heeft in al haar hatelijkheid en boosheid, en dat zij een bekommernis en een smart voor zijn ziel is. Het bewijst dat hij de zonde niet als iets zoets onder zijn tong kan laten verdwijnen, maar dat zij ontdekt is door het alziende oog van God en gestraft door Zijn straffende hand.

’k Wil mijn misdaan, die U tergen,
niet verbergen,
ik bedek voor U die niet.
’k Ben vanwege al mijn zonden,
die mij wonden,
vol van kommer en verdriet.

Ps. 38:18

Aan de lezer…

Klaagt u, lezer, onder de last van uw zonden, en schaamt u zich soms over al uw zuchten en kermen? Denkt u dat een waar kind van God niet zo bedrukt zou mogen zijn? Hoor dan wat de Heere zegt: „Ik heb wel gehoord, dat zich Efraïm beklaagt.” Hij heeft het gehoord. Geen zucht van een verbroken hart gaat aan Hem voorbij.

Geestelijk klagen is een bewijs van geestelijk leven. Een dode voelt geen last, en wie de zonde als iets zoets onder zijn tong bewaart, kermt niet. Maar waar de pijl in het geweten steekt, daar heeft God de zonde in haar hatelijkheid ontdekt, en dat doet Hij om de ziel voor te bereiden op het geneesmiddel. Het besef van de ziekte gaat vooraf aan het besef van de zaligheid. Laat uw klacht dan uitgaan naar Hem Die hoort; voor zulke mensen maakt Hij het Evangelie tot een blijde boodschap.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl