Nieuw verschenenHet woord van Gods genadePreken · 5 dagen geleden
Joseph Charles Philpot Bevindelijke geschriften & prediking

Door Baca’s vallei

12 maart

Vandaag

3 min. lezen

Die in duisternis en schaduw des doods zaten.
Psalm 107:10

Wat is het licht toch kostbaar: het licht van het leven, het licht van Gods vriendelijk aangezicht, van het heerlijk Evangelie, van het aangezicht van Jezus! Waarlijk, het licht is zoet en het is goed voor de ogen de zon te zien. Maar voor wie? Voor hen die in duisternis en schaduw des doods zitten. Hoe begroeten zulke mensen de eerste stralen van het licht!

Stel u voor dat u schipbreuk had geleden en ’s nachts op een rots was geworpen. Wat zou u de eerste stralen van het morgenlicht verwelkomen, die u konden laten zien waar u was; en wat een hoop op uiteindelijke verlossing zouden ze in u wekken! Zo is het ook, bij vergelijking, wanneer een ziel in gevaar verkeert en daarbij ook nog in duisternis. Hoe begroet zo’n schipbreukelinge de eerste lichtstraal, waarin zij de weg mag zien om te ontkomen van de hel naar de hemel. Hoe zoet is het haar enig goddelijk licht in haar gemoed te ervaren, en door een invallende lichtstraal te mogen zien in de goedheid en barmhartigheid, genade en heerlijkheid van de dierbare Jezus. Hoe meer wij van de duisternis kennen, hoe meer wij het licht zullen prijzen.

Veel hoge belijders verachten dit alles en merken erbij op dat wij een gebouw optrekken dat steunt op gevoelens en gemoedsgestalten, en dat wij daarom van onze bevinding een Christus maken. Arme mensen! Hun licht is geen duit waard, en het is te vrezen dat het maar een vlam van hun eigen vuur is, een licht dat hen nooit in de hemel zal brengen. Maar waarom verachten zij het? Omdat zij nooit in duisternis of schaduw des doods zitten. Wat moeten wij dan naar waarheid van hun licht denken? Het is een dwaallichtje, een gaslamp, een meteoor, een vallende ster, wat dan ook, behalve de Opgang uit de hoogte of de Zon der gerechtigheid.

Maar het volk van de Heere kan het niet doen met een gaslamp of een dwaallichtje. Zij moeten Jezus hebben. Zij moeten Zijn bloed op hun consciëntie gesprengd hebben, Zijn genade in hun hart, Zijn tegenwoordigheid in hun ziel. Zij moeten zoete ontdekkingen hebben van Zijn Persoon en werk, de influisteringen van Zijn liefde, de aanraking van Zijn vinger, het lachen van Zijn aangezicht. Zij moeten Jezus voor zichzelf hebben. „Geef mij Jezus, of ik sterf!” is wat zij voelen.

Maar wat drijft hen ertoe met hun ernstige zuchten en smekingen voor de dag te komen? Zij zijn in duisternis en schaduw des doods. Waren zij daar niet in, dan zouden zij tevreden zijn te blijven zoals ze van nature waren, dat is: onwetend en dood. Maar omdat zij hun staat beseffen, zien zij uit naar de stralen van het licht. En wanneer die in hun ziel doorbreken, dan kunnen zij het prijzen, omdat het van God komt en tot God leidt.

Aan de lezer…

Soms zit u in duisternis en schaduw des doods, en lijkt het of er geen ster meer aan uw hemel staat. Dan bent u juist degene voor wie het licht zo kostbaar is. Wie nooit in het donker zat, kan het licht verachten en tevreden zijn met een dwaallichtje of een vlam van eigen vuur. Maar u ziet, als een schipbreukeling die ’s nachts op de rots ligt, uit naar de eerste straal van de morgen, die u de weg wijst om te ontkomen.

Schaam u dan niet voor uw zuchten en smekingen. Het is juist uw duisternis die u doet uitroepen: „Geef mij Jezus, of ik sterf!” Geen gaslamp kan u helpen; u moet Zijn bloed op uw consciëntie hebben, Zijn genade in uw hart, het lachen van Zijn aangezicht. Hoe meer u van de duisternis kent, hoe meer u het licht zult prijzen wanneer het doorbreekt. Want dat licht komt van God en leidt tot God.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl