12 januari
Maar wij zijn schuldig altijd Gode te danken over u, broeders, die van de Heere bemind zijt, dat u God van den beginne verkoren heeft tot zaligheid, in heiligmaking des geestes en geloof der waarheid.
2 Thess. 2:13
Er is zowel een mededeling van gerechtigheid als een toerekening van gerechtigheid, en de mededeling daarvan is het schenken van een Goddelijke natuur aan de ziel. Heb ik een greintje heiligheid in mijzelf? Neen. Kunnen al de mensen in de wereld met inspanning van al hun krachten één greintje geestelijke heiligheid in hun hart verwekken? Niet één! Indien alle predikanten in de wereld zich verenigden met de bedoeling één greintje heiligheid in iemands ziel voort te brengen, zij zouden zich daarmee wel tot in de eeuwigheid kunnen bezighouden. Maar zij zouden door hun prediking net zo min heiligheid kunnen voortbrengen, als dat ze daardoor een klomp goud zouden kunnen scheppen.
Maar omdat door een genadige daad van God de Vader Jezus voor Zijn volk tot heiligmaking is geworden, deelt Hij een zekere mate van Zijn eigen heiligheid aan hen mede. Hij werkt in hen het willen en het werken naar Zijn welbehagen. Hij zendt de Heilige Geest, Die in hen heilige begeerten verwekt. In één woord, Hij schenkt hun een volkomen heilige natuur, die daarom de heiligheid bemint en gemeenschap oefent met een heilig God: een hemelse, geestelijke en Goddelijke natuur, die zich in eeuwige dingen verlustigt en zich daarin verheugt, als zijnde zoet en aangenaam. Het moge inderdaad in geringe mate zo zijn, dat men dikwijls verontrust en geschud wordt – en hij die erin delen mag, weet dat – omdat men er zo weinig van heeft; toch heeft men er juist genoeg van om te weten wat het is.
Heeft uw ziel nooit eens gevoeld, of voelt zij soms nog niet een zekere mate van heiligheid, die naar God uitgaat? En dit niettegenstaande dat gij u hebt leren kennen als een besmette ellendeling, in wiens hart zich bij tijden elke ongerechtigheid en elke vorm van onkiesheid en verderf openbaren, die maar al te dikwijls hun sporen op uw zinnelijke geest achterlaten. Gevoelt gij nooit een uitademing van uw ziel in de boezem van een heilig God? Hemelse begeerten, zuivere genegenheden, eenvoudigheid van het oog, eenvoud in uw wensen, een hart dat verlangt om Jezus in de geest, in beeld en gelijkenis gelijkvormig te zijn? Dit is een heiligheid, zoals de Heere des levens en der heerlijkheid uit Zijn volheid mededeelt aan Zijn arm en nooddruftig volk.
Aan de lezer…
Ziet u in uw hart, lezer, niets dan besmetting, ongerechtigheid en verderf? Bent u verontrust omdat u zo weinig heiligheid in uzelf vindt? Dan staat u niet alleen; geen mens kan ook maar één greintje heiligheid in zijn eigen ziel verwekken. Heiligheid is geen vrucht van onze inspanning, maar een gave die de Heere uit Zijn volheid mededeelt aan Zijn arm en nooddruftig volk.
Maar vraag uzelf eens eerlijk af: gevoelt u nooit een uitgaan van uw ziel naar een heilig God? Een verlangen naar zuiverheid, een hart dat ernaar uitziet Jezus gelijkvormig te zijn? Dat verlangen is niet uit uzelf. Het is een kenmerk van die nieuwe natuur die Hij schenkt. Is het maar weinig, het is genoeg om te weten wat het is. Ga er dan mee naar Hem, Die voor de Zijnen tot heiligmaking geworden is.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Maar wij zijn schuldig altijd Gode te danken over u, broeders, die van de Heere bemind zijt, dat u God van den beginne verkoren heeft tot zaligheid, in heiligmaking des geestes en geloof der waarheid.
2 Thess. 2:13
Er is zowel een mededeling van gerechtigheid als een toerekening van gerechtigheid, en de mededeling daarvan is het schenken van een Goddelijke natuur aan de ziel. Heb ik een greintje heiligheid in mijzelf? Nee. Kunnen alle mensen in de wereld met inspanning van al hun krachten één greintje geestelijke heiligheid in hun hart verwekken? Niet één! Als alle predikanten in de wereld zich zouden verenigen met het doel om één greintje heiligheid in iemands ziel voort te brengen, dan zouden zij zich daar tot in eeuwigheid mee bezig kunnen houden. Maar zij zouden door hun prediking net zo min heiligheid kunnen voortbrengen als dat zij daardoor een klomp goud zouden kunnen scheppen.
Maar omdat Jezus door een genadige daad van God de Vader voor Zijn volk tot heiligmaking is geworden, deelt Hij hun een zekere mate van Zijn eigen heiligheid mee. Hij werkt in hen het willen en het werken naar Zijn welbehagen. Hij zendt de Heilige Geest, Die in hen heilige begeerten wekt. In één woord: Hij schenkt hun een volkomen heilige natuur, die daarom de heiligheid liefheeft en gemeenschap oefent met een heilig God. Het is een hemelse, geestelijke en Goddelijke natuur, die zich verlustigt in eeuwige dingen en zich daarin verheugt, omdat ze zoet en aangenaam zijn. Het mag inderdaad maar in geringe mate zijn, zodat men vaak verontrust en geschud wordt – en wie eraan deel mag hebben, weet dat – omdat men er zo weinig van heeft; toch heeft men er juist genoeg van om te weten wat het is.
Heeft uw ziel nooit eens een zekere mate van heiligheid gevoeld, of voelt zij die soms nog niet, die naar God uitgaat? En dat terwijl u uzelf hebt leren kennen als een besmette ellendeling, in wiens hart zich bij tijden elke ongerechtigheid en elke vorm van onreinheid en verderf openbaart, die maar al te vaak hun sporen in uw zinnelijke geest achterlaten. Voelt u nooit dat uw ziel zich uitademt in de boezem van een heilig God? Hemelse begeerten, zuivere genegenheden, eenvoud van het oog, eenvoud in uw wensen, een hart dat ernaar verlangt om in geest, beeld en gelijkenis aan Jezus gelijkvormig te zijn? Dat is de heiligheid die de Heere van het leven en van de heerlijkheid uit Zijn volheid meedeelt aan Zijn arm en nooddruftig volk.
Aan de lezer…
Ziet u in uw hart, lezer, niets dan besmetting, ongerechtigheid en verderf? Bent u verontrust omdat u zo weinig heiligheid in uzelf vindt? Dan staat u niet alleen; geen mens kan ook maar één greintje heiligheid in zijn eigen ziel verwekken. Heiligheid is geen vrucht van onze inspanning, maar een gave die de Heere uit Zijn volheid meedeelt aan Zijn arm en nooddruftig volk.
Maar vraag uzelf eens eerlijk af: voelt u nooit dat uw ziel uitgaat naar een heilig God? Een verlangen naar zuiverheid, een hart dat ernaar uitziet om aan Jezus gelijkvormig te zijn? Dat verlangen komt niet uit uzelf. Het is een kenmerk van de nieuwe natuur die Hij schenkt. Is het maar weinig, het is genoeg om te weten wat het is. Ga er dan mee naar Hem, Die voor de Zijnen tot heiligmaking geworden is.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
But we are bound to give thanks alway to God for you, brethren beloved of the Lord, because God hath from the beginning chosen you to salvation through sanctification of the Spirit and belief of the truth.
2 Thessalonians 2:13
There is the impartation of righteousness, as well as the imputation of it; and the impartation of it is the communication of a divine nature to the soul. Have I one grain of holiness in myself? Not one. Can all the men in the world, by all their united exertions, raise up a grain of spiritual holiness in their hearts? Not an atom, with all their efforts. If all the preachers in the world were to unite together for the purpose of working a grain of holiness in one man’s soul, they might strive to all eternity—they could no more by their preaching create holiness, than by their preaching they could create a lump of gold.
But because, by a gracious act of God the Father, Jesus is made unto His people sanctification, He imparts a measure of His own holiness to them. He works in them to will and to do of His own good pleasure; He sends the Holy Spirit, to raise up holy desires—in a word, He communicates a nature perfectly holy, which therefore loves holiness, and has communion with a holy God; a heavenly, spiritual, and divine nature, which bathes in eternal things as its element, and enjoys spiritual things as sweet and precious. It may indeed be small in measure; and he that has it is often exercised and troubled because he has so little of it; yet he has enough just to know what it is.
Has not your soul, though you feel to be a defiled wretch, though every iniquity is at times working in your heart, though every worm of obscenity and corruption is too often trailing its filthy slime upon your carnal mind—has it not felt, does it not sometimes feel, a measure of holiness Godwards? Do you never feel a breathing forth of your soul into the bosom of a holy God? Heavenly desires, pure affections, singleness of eye, simplicity of purpose, a heart that longs to have the mind, image, and likeness of Jesus stamped upon it—this is a holiness such as the Lord of life and glory imparts out of His fullness to His poor and needy family.
To the reader…
Do you see nothing in your heart, dear reader, but defilement, iniquity and corruption? Are you troubled because you find so little holiness in yourself? Then you are not alone; no one can raise up even a single grain of holiness in his own soul. Holiness is not the fruit of our exertion, but a gift which the Lord imparts out of His fullness to His poor and needy people.
But ask yourself honestly: do you never feel your soul going out to a holy God? A longing for purity, a heart that yearns to be conformed to Jesus? That longing does not come from yourself. It is a mark of the new nature that He gives. Though it be but little, it is enough to know what it is. Take it, then, to Him Who has been made sanctification for His own.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Mas nosotros debemos siempre dar gracias a Dios por vosotros, hermanos amados del Señor, de que Dios os haya escogido desde el principio para salud, por la santificación del Espíritu y fe de la verdad.
2 Tesalonicenses 2:13
Existe la impartición de la justicia, así como su imputación; y su impartición es la comunicación de una naturaleza divina al alma. ¿Tengo yo un grano de santidad en mí mismo? Ni uno. ¿Pueden todos los hombres del mundo, con todos sus esfuerzos unidos, levantar un grano de santidad espiritual en sus corazones? Ni un átomo, con todos sus esfuerzos. Si todos los predicadores del mundo se unieran con el propósito de producir un grano de santidad en el alma de un solo hombre, podrían esforzarse por toda la eternidad; no podrían crear santidad con su predicación más de lo que podrían crear con su predicación un pedazo de oro.
Pero porque, por un acto de gracia de Dios el Padre, Jesús es hecho santificación para Su pueblo, Él les imparte una medida de Su propia santidad. Obra en ellos así el querer como el hacer, por Su buena voluntad; envía al Espíritu Santo para despertar deseos santos; en una palabra, comunica una naturaleza perfectamente santa, que por eso ama la santidad y tiene comunión con un Dios santo; una naturaleza celestial, espiritual y divina, que se baña en las cosas eternas como en su elemento y goza de las cosas espirituales como dulces y preciosas. Puede ser, en verdad, pequeña en medida; y el que la tiene a menudo está ejercitado y turbado porque tiene tan poco de ella; sin embargo, tiene lo suficiente para saber lo que es.
Aunque usted se sienta un miserable contaminado, aunque toda iniquidad obre a veces en su corazón, aunque todo gusano de inmundicia y corrupción arrastre con demasiada frecuencia su baba sucia sobre su mente carnal, ¿no ha sentido su alma, no siente a veces, una medida de santidad hacia Dios? ¿No siente nunca que su alma se exhala hacia el seno de un Dios santo? Deseos celestiales, afectos puros, un ojo sencillo, sencillez de propósito, un corazón que anhela tener impresos la mente, la imagen y la semejanza de Jesús: esta es una santidad tal como la que el Señor de la vida y de la gloria imparte de Su plenitud a Su familia pobre y necesitada.
Al lector…
¿No ve usted en su corazón, querido lector, nada más que contaminación, iniquidad y corrupción? ¿Está turbado porque halla tan poca santidad en sí mismo? Entonces no está solo; nadie puede levantar ni un solo grano de santidad en su propia alma. La santidad no es fruto de nuestro esfuerzo, sino un don que el Señor imparte de Su plenitud a Su pueblo pobre y necesitado.
Pero pregúntese con sinceridad: ¿no siente nunca que su alma sale hacia un Dios santo? ¿Un anhelo de pureza, un corazón que desea ser conformado a Jesús? Ese anhelo no viene de usted mismo. Es una señal de la nueva naturaleza que Él da. Aunque sea poco, basta para saber lo que es. Llévelo, pues, a Aquel que ha sido hecho santificación para los Suyos.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl