Nieuw verschenenHet woord van Gods genadePreken · 6 dagen geleden
Joseph Charles Philpot J.C. Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun

Door Baca’s vallei

10 januari

Vandaag

3 min. lezen

Loof de Heere, mijn ziel, en al wat binnen in mij is Zijn heilige Naam.
Psalm 103:1

Zoals de Zoon de Vader heeft verheerlijkt, en de Vader de Zoon, zo is er een volk waarin beiden, de Vader en de Zoon, verheerlijkt zullen worden. Daarom zegt Hij: „En Ik heb hun de heerlijkheid gegeven, die Gij Mij gegeven hebt, opdat zij één zijn, gelijk Wij één zijn” (Joh. 17:22). En opnieuw: „Al het Mijne is Uwe, en het Uwe is Mijne, en Ik ben in hen verheerlijkt.” Wanneer dan Gods goedheid en genade in het aangezicht van Jezus Christus geopenbaard worden aan Zijn volk, dat Hij Zich gevormd heeft om Zijn lof te vertellen, dan brengen zij Hem van hun kant Zijn heerlijkheid toe. Maar hoe gebeurt dat? Door Zijn heilige Naam te loven en te prijzen voor de bewijzen van Zijn goedheid en genade die aan hun ziel bewezen zijn.

Wij zien dus in wat voor gezegende kring deze heerlijkheid rondgaat. De Vader verheerlijkt de Zoon; de Zoon verheerlijkt de Vader; beiden zijn verenigd in het verheerlijken van Zijn uitverkoren en verlost volk; en dat volk verheerlijkt zowel de Vader als de Zoon, door Hun de heerlijkheid te geven die zij Zijn Naam schuldig zijn. Daarom lezen wij: „dat de heidenen God verheerlijken voor Zijn genade”. Maar hoe? „Weest vrolijk, gij heidenen, met Zijn volk!” (Rom. 15:9-11).

Dit wordt heel mooi ontvouwd in Psalm 103. Hij begint met God te loven en te prijzen. „Loof de Heere, o mijn ziel! en al wat binnen in mij is Zijn heilige Naam. Loof de Heere, mijn ziel! en vergeet geen van Zijn weldaden.” Waarom wekte David zijn ziel op om de Heere te loven, en wendde hij zich zelfs tot alle vermogens van zijn ziel om die samen Zijn heilige Naam te laten loven? Waarom vermaande hij zijn ziel om geen van Gods weldaden te vergeten, maar ze steeds in herinnering te houden? Om deze reden: dat hij God een schatting van dankbare lof zou mogen geven.

Daardoor wordt God verheerlijkt, want wie dank offert, zal Hem eren. Wij kunnen aan Zijn heerlijkheid niets toevoegen, want Zijn heerlijkheid is boven de hemelen. Zij is oneindig, eeuwig, onuitsprekelijk. Daarom kan geen schepsel Hem iets geven of ontnemen; maar Hij staat arme aardwormen toe Hem te verheerlijken door het offer van dankbaarheid en lofzegging. Maar dit kunnen wij alleen doen door te geloven in Zijn geliefde Zoon, uit Wiens volheid wij genade voor genade ontvangen. En dit kunnen wij doen door het loven en prijzen van Zijn heilige Naam voor de bewijzen van Zijn goedheid, genade en liefde, die door Zijn eigen Goddelijke kracht in onze ziel gewerkt zijn.

Aan de lezer…

Kind van God, voelt u zich te gering en te arm om God te verheerlijken? U kunt aan Zijn heerlijkheid niets toevoegen; zij is boven de hemelen. En toch staat Hij arme aardwormen toe Hem te eren met het offer van dankbaarheid. Hij vraagt geen grote daden van u, maar een hart dat Zijn weldaden niet vergeet.

Ga dan eens na wat de Heere aan uw ziel bewezen heeft: een woord dat u staande hield, een gebed dat verhoord werd, een ogenblik waarin Christus u dierbaar werd. Laat het niet wegzinken in vergetelheid. En lijkt uw hart koud en stom, vraag dan of Hij Zelf Zijn goedheid in uw ziel wil werken, want uit de volheid van Zijn Zoon ontvangt u genade voor genade. Dan zult u met de psalmdichter zeggen: „Loof de Heere, mijn ziel, en al wat binnen in mij is Zijn heilige Naam.”

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl