November 4
Hij verheft de geringe uit het stof, en de nooddruftige verhoogt Hij uit de drek, om te doen zitten bij de vorsten, dat Hij ze de stoel der ere doe beërven.
1 Samuel 2:8
Een mens kan nooit de hemel bereiken, zo hij niet reist naar de hemel, naar Sion, langs de weg die God Zijn volk heeft aangewezen om die te gaan. Het is zelfbedrog, zo wij menen naar de hemel te gaan, wanneer wij niets van Goddelijke lering in de ziel hebben ervaren. Maar zo wij iets van Goddelijke lering verstaan, weten wij wat het is arm en nooddruftig te zijn; weten wij min of meer wat het is, onze mond in het stof te steken. Maar velen vergissen zich zo in de weg naar de hemel. De gewone weg is een ladder op te richten die van de aarde tot aan de hemel reikt, zo langzamerhand naar boven te klimmen en eindelijk in de woningen Gods binnen te gaan.
Maar dat is de weg niet van Gods volk. Zij moeten benedenwaarts, steeds benedenwaarts, opdat zij opwaarts mogen worden gericht. Het is met hen niet: „Op, op, op”, om de muren des hemels te bestormen. Elke schrede opwaarts, zodanig in eigen kracht gedaan, is een schrede benedenwaarts; maar daarentegen is iedere schrede benedenwaarts, in eigen kracht, benedenwaarts in de diepte der armoede, benedenwaarts in het gevoel van ellende, benedenwaarts met onrust der ziel en het kermen van een gebroken hart — elke zodanige schrede benedenwaarts in eigen kracht is inderdaad een schrede opwaarts in Christus. Er is geen belofte vóórdat wij de bodem bereikt hebben.
„Hij verheft de geringe uit het stof.” Maar hoe? Hij doet het op eenmaal. De Heere heft Zijn volk niet langzaam op, hen in staat stellende met handen en voeten opwaarts te kruipen; maar als Hij de arme uit het stof opheft, geeft Hij hem een glimlach die, om zo te zeggen, de bodem van zijn hart bereikt; en die glimlach heeft zulk een wonderdadige kracht, zulk een optrekkend vermogen, dat hij hem opeens opricht en neerlegt aan de boezem van God. Wanneer de Heere daarom de geringe, de arme opricht, doet Hij dit niet langzaam, stap voor stap, zoals zij benedenwaarts gingen. Misschien waren zij jarenlang op de weg naar beneden; maar in één ogenblik zijn zij opwaarts gevoerd. Door één woord, één glimlach richt de God van alle genade hen op uit de diepste diepte van gevoelde nietigheid en „zet hen bij vorsten, opdat zij de stoel der ere beërven”.
Ps. 19:7
Aan de lezer…
Gaat het met u, waarde lezer, steeds benedenwaarts, dieper in de armoede, dieper in het gevoel van ellende, met onrust in de ziel en het kermen van een gebroken hart? Misschien hebt u eens gemeend dat u langzaam naar boven zou klimmen, en nu schijnt alles tegen u. Dat is een smartelijke weg, en het is geen schande dat u er onder zucht.
Toch is dit de weg van Gods volk. Geen ladder van eigen kracht brengt u in de woningen Gods, maar de Heere verheft de geringe uit het stof. En Hij doet het niet stap voor stap, maar met één woord, één glimlach die de bodem van uw hart bereikt. Al was u jarenlang op weg naar beneden, in één ogenblik kan Hij u oprichten en neerleggen aan Zijn boezem.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Hij verheft de geringe uit het stof, en de nooddruftige verhoogt Hij uit de drek, om te doen zitten bij de vorsten, dat Hij ze de stoel der ere doe beërven.
1 Samuel 2:8
Een mens kan nooit de hemel bereiken als hij niet naar de hemel, naar Sion, reist langs de weg die God Zijn volk heeft aangewezen. Het is zelfbedrog als wij menen naar de hemel te gaan, terwijl wij niets van Goddelijk onderwijs in de ziel hebben ervaren. Maar als wij iets van Goddelijk onderwijs verstaan, weten wij wat het is arm en nooddruftig te zijn. Dan weten wij min of meer wat het is onze mond in het stof te steken. Toch vergissen velen zich zo in de weg naar de hemel. De gewone weg is een ladder op te zetten die van de aarde tot aan de hemel reikt, zo langzamerhand naar boven te klimmen en ten slotte de woningen van God binnen te gaan.
Maar dat is niet de weg van Gods volk. Zij moeten naar beneden, steeds naar beneden, zodat zij omhoog gericht kunnen worden. Bij hen is het niet: „Op, op, op”, om de muren van de hemel te bestormen. Elke stap omhoog die in eigen kracht wordt gezet, is een stap naar beneden. Daartegenover is iedere stap naar beneden wat eigen kracht betreft — naar beneden in de diepte van armoede, naar beneden in het besef van ellende, naar beneden met onrust in de ziel en het kermen van een gebroken hart — werkelijk een stap omhoog in Christus. Er is geen belofte voordat wij de bodem bereikt hebben.
„Hij verheft de geringe uit het stof.” Maar hoe? Hij doet het in één keer. De Heere tilt Zijn volk niet langzaam op, door hen in staat te stellen met handen en voeten omhoog te kruipen. Maar als Hij de arme uit het stof opheft, geeft Hij hem een glimlach die als het ware de bodem van zijn hart bereikt. En die glimlach heeft zo’n wonderlijke kracht, zo’n vermogen om op te trekken, dat hij hem in één keer opricht en aan de boezem van God legt. Wanneer de Heere de geringe, de arme opricht, doet Hij dat daarom niet langzaam, stap voor stap, zoals zij naar beneden gingen.
Misschien waren zij jarenlang op weg naar beneden; maar in één ogenblik zijn zij omhoog gevoerd. Door één woord, één glimlach richt de God van alle genade hen op uit de diepste diepte van gevoelde nietigheid en „zet hen bij vorsten, opdat zij de stoel der ere beërven”.
Ps. 19:7
Aan de lezer…
Gaat het met u steeds verder naar beneden, dieper in de armoede, dieper in het besef van ellende, met onrust in de ziel en het kermen van een gebroken hart? Misschien hebt u eens gedacht dat u langzaam naar boven zou klimmen, en nu lijkt alles tegen u te zijn. Dat is een smartelijke weg, en het is geen schande dat u eronder zucht.
Toch is dit de weg van Gods volk. Geen ladder van eigen kracht brengt u in de woningen van God, maar de Heere verheft de geringe uit het stof. En Hij doet het niet stap voor stap, maar met één woord, één glimlach die de bodem van uw hart bereikt. Al was u jarenlang op weg naar beneden, in één ogenblik kan Hij u oprichten en aan Zijn boezem leggen.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
He raiseth up the poor out of the dust, and lifteth up the beggar from the dunghill, to set them among princes, and to make them inherit the throne of glory.
1 Samuel 2:8
A man can never reach heaven unless he travels heavenwards, Zionwards, in the way that God has marked out for His people to walk in. It is a delusion to think that we are going to heaven unless we know something of divine teaching in the soul. But if we know anything of divine teaching, we know what it is to be poor and needy, we know what it is, more or less, to have our mouth in the dust.
But many people do so mistake the way to heaven. The ordinary way is to set up a ladder to reach from earth to heaven, and progressively clambering up the different rungs, at last to climb up into the abode of God. But that is not the way of God’s people. They have to go down, down, down, that they may be raised up. It is not with them first “up, up, up,” to scale the battlements of heaven. Every such step upwards in SELF is in reality only a step downwards; but, on the other hand, every step downwards in self, downwards into the depths of poverty, downwards into felt misery, downwards into soul-trouble and the real groanings of a broken heart—every such step downwards in self is, in fact, a step upwards in Christ.
Until we get to the very bottom there is no promise. “He raises up the poor out of the dust.” But how? He does it in a moment. The Lord does not raise up His people rung by rung, enabling them to clamber and crawl with their hands and feet to Him. But, when He lifts up the poor out of the dust, He gives them a smile which reaches, so to speak, to the very bottom of their hearts; and that smile has such a miraculous power, such a drawing efficacy, that it lifts them in a moment out of the dust into the very bosom of God.
When, therefore, the Lord raises up the poor out of the dust, He does not lift them up by a gradual process, step by step as they went down. They were, perhaps, many years going down; but they are raised up in a moment. The God of all grace, by one word, or by one smile, lifts them up in a moment out of the lowest depths of felt degradation, “sets them among princes, and makes them inherit the throne of glory.”
To the reader…
Is your way going ever further downwards, deeper into poverty, deeper into a sense of misery, with soul-trouble and the groanings of a broken heart? Perhaps you once thought that you would slowly climb upwards, and now everything seems to be against you. That is a painful way, and there is no shame in sighing under it.
Yet this is the way of God’s people. No ladder of your own strength brings you into the dwelling of God, but the Lord raises up the poor out of the dust. And He does not do it step by step, but with one word, one smile that reaches the bottom of your heart. Even if you were going downwards for many years, in one moment He can raise you up and lay you in His bosom.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Él levanta del polvo al pobre, y al menesteroso ensalza del estiércol, para asentarle con los príncipes; y hará que tengan por heredad asiento de honra.
1 Samuel 2:8
Un hombre nunca podrá llegar al cielo a menos que viaje hacia el cielo, hacia Sion, por el camino que Dios ha trazado para que Su pueblo ande en él. Es un engaño pensar que vamos al cielo a menos que sepamos algo de la enseñanza divina en el alma. Pero si sabemos algo de la enseñanza divina, sabemos lo que es ser pobres y necesitados; sabemos, más o menos, lo que es tener la boca en el polvo.
Pero muchos se equivocan tanto en cuanto al camino del cielo. La manera común es levantar una escalera que llegue de la tierra al cielo y, trepando progresivamente por los distintos peldaños, subir al fin hasta la morada de Dios. Pero ese no es el camino del pueblo de Dios. Ellos tienen que bajar, bajar, bajar, para ser levantados. No es para ellos primero “arriba, arriba, arriba”, para escalar las almenas del cielo. Cada paso semejante hacia arriba en el YO es en realidad solo un paso hacia abajo; pero, por otra parte, cada paso hacia abajo en el yo, hacia abajo a las profundidades de la pobreza, hacia abajo a la miseria sentida, hacia abajo a la angustia del alma y a los verdaderos gemidos de un corazón quebrantado, cada paso semejante hacia abajo en el yo es, de hecho, un paso hacia arriba en Cristo.
Hasta que no llegamos al fondo mismo no hay promesa. “Él levanta del polvo al pobre.” Pero ¿cómo? Lo hace en un momento. El Señor no levanta a Su pueblo peldaño a peldaño, capacitándolos para trepar y arrastrarse con manos y pies hasta Él. Sino que, cuando levanta del polvo al pobre, le da una sonrisa que llega, por así decirlo, hasta el mismo fondo de su corazón; y esa sonrisa tiene un poder tan milagroso, una eficacia de atracción tal, que lo levanta en un momento del polvo hasta el mismo seno de Dios.
Por tanto, cuando el Señor levanta del polvo al pobre, no lo eleva por un proceso gradual, paso a paso, como bajó. Quizá estuvieron muchos años bajando; pero son levantados en un momento. El Dios de toda gracia, con una palabra o con una sonrisa, los levanta en un momento de las más bajas profundidades de la degradación sentida, “para asentarlos con los príncipes; y hace que tengan por heredad asiento de honra”.
Al lector…
¿Va su camino cada vez más hacia abajo, más hondo en la pobreza, más hondo en el sentimiento de la miseria, con angustia del alma y los gemidos de un corazón quebrantado? Quizá usted pensaba antes que subiría lentamente hacia arriba, y ahora todo parece estar en su contra. Es un camino doloroso, y no hay vergüenza en suspirar bajo él.
Sin embargo, este es el camino del pueblo de Dios. Ninguna escalera de su propia fuerza le lleva a la morada de Dios, sino que el Señor levanta del polvo al pobre. Y no lo hace paso a paso, sino con una palabra, con una sonrisa que llega hasta el fondo de su corazón. Aunque usted haya estado bajando durante muchos años, en un momento Él puede levantarle y ponerle en Su seno.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl