25 de agosto
Verkrijgende het einde uws geloofs, namelijk de zaligheid der zielen.
1 Petrus 1:9
Welk een zalig, welk een heerlijk einde is dit; welk een prijs te winnen; welk een overwinning; welk een eindelijke bekroning van alles wat het geloof heeft aangenomen, de hoop heeft verwacht, de liefde heeft omklemd! Welke twijfel en welke vrees het gemoed moge gekweld hebben, welke pijnlijke verzoekingen de ziel mogen hebben bedroefd, welke diepe smart, welke pijnlijke beproevingen, welke zware schuld en welke harde slavernij haar diep hebben doen zinken – zo diep somtijds, als zou zij ze nimmer weder te boven komen –, toch leeft dat geloof, dat een gave en een werk Gods is, door alles heen, en een heerlijk einde is voor haar bereid: de redding der ziel. En wat bevat en betekent dat niet? Bedenk waarvan en waartoe zij gered wordt. Noch het een, noch het ander kan geheel begrepen worden aan deze zijde der eeuwigheid.
Gij moogt een flauwe schets van de hel, een flauwe schets van de hemel gehad hebben; gij moogt iets gesmaakt hebben van de toekomende toorn, iets gesmaakt van de heerlijkheid die zal geopenbaard worden; maar gij hebt van beide slechts weinig gesmaakt. De toorn Gods, de schrik van een schuldig geweten, de angsten der wanhoop, het vallen in de handen van Hem Die een verterend vuur is, moogt gij enigermate gevoeld of gevreesd hebben; maar nooit hebt gij de gehele vreselijke omvang der verschrikkelijke werkelijkheid gekend, want de natuur zou haar niet kunnen verdragen. En zo kunt gij een flauwe schets, een blik, een gevoel, een voorsmaak gehad hebben van de heerlijkheid die zal geopenbaard worden; maar gij hebt nooit iets daarvan genoten, want de natuur kan niet verdragen wat de heiligen genieten in de onmiddellijke nabijheid Gods. Maar zo gij iets hebt gezien en genoten van hetgeen waarvan en waartoe gij verlost zijt, zult gij gedrongen zijn God te danken voor die korrel van dat waar en levend geloof, waarvan het einde zal zijn de zaligheid uwer ziel.
Maar de Heer zal uitkomst geven,
Hij, die ’s daags zijn gunst gebiedt.
’k Zal in dit vertrouwen leven
en dat melden in mijn lied;
’k zal zijn lof zelfs in de nacht
zingen, daar ik Hem verwacht,
en mijn hart, wat mij moog’ treffen,
tot de God mijns levens heffen.
Ps. 42:5
Aan de lezer…
Herkent u dit? Twijfel en vrees hebben uw gemoed gekweld, en zware schuld en harde slavernij hebben u soms zo diep doen zinken dat u meende er nimmer weer boven te komen. Wees er niet beschaamd over; zo is de weg van velen geweest. Maar het geloof dat een gave en een werk Gods is, leeft door alles heen. Het mag klein zijn als een korrel, het wordt niet uitgedoofd, want het is Zijn werk en niet het uwe.
Zie daarom vooruit naar het einde van uw geloof: de zaligheid der ziel. U kent nog slechts een flauwe schets van de toorn waarvan u verlost wordt, en een flauwe voorsmaak van de heerlijkheid waartoe u gered wordt. Maar heeft de Heere u daarvan ook maar iets doen zien en smaken, dan hebt u reden Hem te danken. Hij Die het geloof gaf, zal het ook tot dat heerlijke einde brengen.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Verkrijgende het einde uws geloofs, namelijk de zaligheid der zielen.
1 Petrus 1:9
Wat een zalig, wat een heerlijk einde is dit; wat een prijs om te winnen; wat een overwinning; wat een uiteindelijke bekroning van alles wat het geloof heeft aangenomen, wat de hoop heeft verwacht en wat de liefde heeft omklemd! Welke twijfel en vrees het gemoed ook gekweld mogen hebben, welke pijnlijke verzoekingen de ziel ook bedroefd mogen hebben, welke diepe smart, welke pijnlijke beproevingen, welke zware schuld en welke harde slavernij haar ook diep hebben doen zinken – soms zo diep alsof zij er nooit meer bovenop zou komen –, toch leeft dat geloof, dat een gave en een werk van God is, door alles heen. En er is een heerlijk einde voor haar bereid: de redding van de ziel. En wat houdt dat niet in, en wat betekent dat niet? Bedenk waarvan en waartoe zij gered wordt. Geen van beide kan aan deze zijde van de eeuwigheid volledig begrepen worden.
U hebt misschien een flauwe schets van de hel en een flauwe schets van de hemel gehad; u hebt misschien iets gesmaakt van de toekomende toorn en iets van de heerlijkheid die geopenbaard zal worden; maar van beide hebt u slechts weinig gesmaakt. De toorn van God, de schrik van een schuldig geweten, de angsten van de wanhoop, het vallen in de handen van Hem Die een verterend vuur is: dat hebt u misschien in zekere mate gevoeld of gevreesd. Maar nooit hebt u de volle, vreselijke omvang van die verschrikkelijke werkelijkheid gekend, want de natuur zou haar niet kunnen verdragen. Zo kunt u ook een flauwe schets, een blik, een gevoel, een voorsmaak gehad hebben van de heerlijkheid die geopenbaard zal worden; maar u hebt er nooit iets van genoten, want de natuur kan niet verdragen wat de heiligen genieten in de onmiddellijke nabijheid van God.
Maar als u iets gezien en genoten hebt van dat waarvan en waartoe u verlost bent, dan zult u gedrongen worden God te danken voor die korrel van het ware en levende geloof, waarvan het einde de zaligheid van uw ziel zal zijn.
Maar de Heer zal uitkomst geven,
Hij, die ’s daags zijn gunst gebiedt.
’k Zal in dit vertrouwen leven
en dat melden in mijn lied;
’k zal zijn lof zelfs in de nacht
zingen, daar ik Hem verwacht,
en mijn hart, wat mij moog’ treffen,
tot de God mijns levens heffen.
Ps. 42:5
Aan de lezer…
Herkent u dit? Twijfel en vrees hebben uw gemoed gekweld, en zware schuld en harde slavernij hebben u soms zo diep doen zinken dat u meende er nooit meer bovenop te komen. Schaam u er niet voor; zo is de weg van velen geweest. Maar het geloof dat een gave en een werk van God is, leeft door alles heen. Het mag klein zijn als een korrel, het wordt niet uitgedoofd, want het is Zijn werk en niet het uwe.
Zie daarom vooruit naar het einde van uw geloof: de zaligheid van de ziel. U kent nog slechts een flauwe schets van de toorn waarvan u verlost wordt, en een flauwe voorsmaak van de heerlijkheid waartoe u gered wordt. Maar heeft de Heere u daarvan ook maar iets laten zien en smaken, dan hebt u reden Hem te danken. Hij Die het geloof gaf, zal het ook tot dat heerlijke einde brengen.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Receiving the end of your faith, even the salvation of your souls.
1 Peter 1:9
What a blessed, what a glorious end is this; what a prize to win, what a victory to gain, what a crowning consummation of all that faith has believed, hope expected or love embraced! Whatever doubts and fears may have harassed the mind, whatever sore temptations may have distressed the soul, whatever deep afflictions, painful trials, heavy guilt, and hard bondage may have sunk it low, so low sometimes, as if it never would get over them or rise out of them, still that faith, which is God’s gift and work, lives through all, and there is a blessed end in store for it—the salvation of the soul.
And O, what does this not comprehend and imply? Think of what salvation is from; think of what salvation is unto. Neither the one nor the other can be fully known on this side of eternity. You may have had some glimpses of hell, you may have had some glimpses of heaven; some taste of the wrath to come, some taste of the glory that shall be revealed. But you have had only a small taste of either. The wrath of God, the horrors of a guilty conscience, the terrors of despair, the falling into His hands Who is a consuming fire you may have, in some small measure, felt or feared; but you have never known, for nature could not bear it, the full and terrible extent of those dreadful realities.
And so you may have had glimpses and glances, pledges and foretastes of the glory that shall be revealed; but you have never enjoyed, for nature could not bear it, what saints enjoy in the immediate presence of God. But if you have seen, tasted, handled, felt, and enjoyed a little of what you are saved from, and a little of what you are saved unto, it will make you bless God for having given you even a grain of that true and living faith, the end of which will be the salvation of your soul.
To the reader…
Do you recognise this? Doubts and fears have tormented your mind, and heavy guilt and hard bondage have sometimes sunk you so low that you thought you would never rise again. Do not be ashamed of it; that has been the way of many. But the faith that is God’s gift and work lives through it all. It may be as small as a grain, but it is not put out, for it is His work and not yours.
So look ahead to the end of your faith: the salvation of the soul. You know as yet only a faint outline of the wrath from which you are delivered, and a faint foretaste of the glory to which you are saved. But if the Lord has let you see and taste even a little of it, you have reason to thank Him. He Who gave the faith will also bring it to that glorious end.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Obteniendo el fin de vuestra fe, que es la salud de vuestras almas.
1 Pedro 1:9
¡Qué fin tan bienaventurado, qué fin tan glorioso es este; qué premio que ganar, qué victoria que alcanzar, qué coronamiento de todo lo que la fe ha creído, la esperanza ha esperado o el amor ha abrazado! Cualesquiera dudas y temores que hayan acosado la mente, cualesquiera tentaciones dolorosas que hayan angustiado el alma, cualesquiera aflicciones profundas, pruebas penosas, culpa pesada y dura servidumbre que la hayan hundido, a veces tan hondo como si nunca fuera a superarlas ni a levantarse de ellas, aun así aquella fe, que es don y obra de Dios, vive a través de todo, y le está reservado un fin bienaventurado: la salud del alma.
¡Y oh, qué no abarca e implica esto! Piense de qué nos salva la salvación; piense para qué nos salva. Ni lo uno ni lo otro puede conocerse plenamente de este lado de la eternidad. Puede que usted haya tenido algunos vislumbres del infierno, puede que haya tenido algunos vislumbres del cielo; algún gusto de la ira venidera, algún gusto de la gloria que ha de ser revelada. Pero solo ha tenido un pequeño gusto de una y otra cosa. La ira de Dios, los horrores de una conciencia culpable, los terrores de la desesperación, el caer en las manos de Aquel que es fuego consumidor, puede que en alguna pequeña medida los haya sentido o temido; pero nunca ha conocido, porque la naturaleza no podría soportarlo, el alcance pleno y terrible de esas temibles realidades.
Y así, puede que haya tenido vislumbres y miradas, prendas y anticipos de la gloria que ha de ser revelada; pero nunca ha disfrutado, porque la naturaleza no podría soportarlo, lo que los santos disfrutan en la presencia inmediata de Dios. Pero si ha visto, gustado, palpado, sentido y disfrutado un poco de aquello de lo que es salvo, y un poco de aquello para lo cual es salvo, eso le hará bendecir a Dios por haberle dado aunque sea un grano de aquella fe verdadera y viva, cuyo fin será la salud de su alma.
Al lector…
¿Reconoce usted esto? Dudas y temores han atormentado su mente, y una culpa pesada y una dura servidumbre le han hundido a veces tan hondo que pensó que nunca volvería a levantarse. No se avergüence de ello; ese ha sido el camino de muchos. Pero la fe que es don y obra de Dios vive a través de todo. Puede ser tan pequeña como un grano, pero no se apaga, porque es obra Suya y no suya.
Mire, pues, hacia el fin de su fe: la salud del alma. Todavía solo conoce un débil contorno de la ira de la que es librado, y un débil anticipo de la gloria para la cual es salvo. Pero si el Señor le ha dejado ver y gustar aunque sea un poco de ello, tiene motivo para darle gracias. Aquel que dio la fe la llevará también a ese fin glorioso.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl