September 23
Opdat Hij u bekend maakte, dat de mens niet alleen van het brood leeft, maar van alles, dat uit des Heeren mond uitgaat.
Deuteronomium 8:3
Dit is de grote les die wij moeten leren in onze woestijnreis, namelijk dat de mens niet alleen bij brood leeft, dat is bij die behoeften die de mens in de weg der voorzienigheid nodig heeft. Gode zij dank voor het brood dat Hij ons door Zijn vriendelijke hand toeschikt. Een eerlijk bestaan is een grote genade. In staat gesteld te worden, hetzij door handenarbeid, hetzij door te werken met ons verstand, onze gezinnen te onderhouden in een zekere mate van welstand, al is dit nu niet in grote overvloed, is een grote zegen. Maar God heeft bepaald dat Zijn volk niet bij brood alleen leven zal.
Zij zullen afgezonderd worden van de grote hoop mensen die alleen in een vleselijke weg leven, die geen zorg hebben over dingen die de aardse bezittingen te boven gaan, en bij wie de som van al hun gedachten en overleggingen is: „Wat zullen wij eten, en wat zullen wij drinken, en waarmede zullen wij ons kleden?”, en die nooit eens hoger zien dan hun beurs, hun dagelijkse werkzaamheid, hun zaken, en hoe zij hun huisgezinnen zullen onderhouden. De Heere heeft in het hart van Zijn volk een hoger leven geformeerd, een edeler beginsel, een hogere eetlust dan alleen bij brood te leven. Wij danken Hem voor Zijn voorzienigheid, maar prijzen Hem voor Zijn genade. Wij danken Hem voor ons dagelijks voedsel en kleding, maar deze dingen zijn alleen voor de tijd en bederven in het gebruik; maar Hij heeft ons voorzien van hetgeen voor een eeuwigheid geldt.
Wat bedoelt de Heere dan, waar de ziel op leven moet? „Op alle woord, dat uit des Heeren mond uitgaat.” Maar waar vinden wij deze woorden die uit des Heeren mond uitgaan? In de Schrift; dit is het voedsel der kerk. En meer bijzonder in de Schrift, toegepast aan het hart; in de woorden die het God behaagt door Goddelijke kracht in de ziel af te drukken, die wij uit Zijn dierbare mond ontvangen en die wij met een gelovige hand kunnen aannemen. Dit is het voedsel onzer ziel: de waarheid van God op ons hart toegepast en tot leven en geest gemaakt door Zijn eigen onderwijs en getuigenis.
En zie eens hoe groot en ruim hierin voorzien wordt. Zie door de gehele omtrek van Gods geopenbaarde Woord, en zie welk een voorraad daarin is opgelegd voor de kerk van God. Hoe moest dit ons aanzetten en bemoedigen om de Schrift te onderzoeken en na te speuren als naar verborgen schatten, om ze voortdurend te lezen, te mediteren, te zoeken in te gaan in de bedoeling Gods die daarin geopenbaard is, en er alzo voedsel voor onze ziel in te vinden! Indien wij ten volle overreed waren dat elk woord der Schrift uit Gods mond is voortgekomen en bedoeld is tot voedsel voor onze ziel, hoe zouden wij ze dan hoogachten, lezen en bestuderen!
Aan de lezer…
Weet u waar u van leeft? Dank de Heere voor het brood dat Hij u toeschikt, voor een eerlijk bestaan en voor kleding en voedsel; het is geen geringe genade. Maar zijn uw gedachten en overleggingen ook verder gekomen dan wat u eten en drinken zult? Of voelt u in uw woestijnreis een honger die geen brood stillen kan, een verlangen naar iets wat voor een eeuwigheid geldt?
Dan heeft de Heere in u een hoger leven geformeerd. Voor zulk een ziel ligt er een grote voorraad opgelegd in Zijn geopenbaarde Woord. Lees het, overdenk het, onderzoek het als naar verborgen schatten, en bid dat het God behage een woord met Goddelijke kracht in uw ziel af te drukken. Eén woord uit Zijn dierbare mond, met een gelovige hand aangenomen, is meer voedsel voor uw ziel dan al wat de wereld kan geven.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Opdat Hij u bekend maakte, dat de mens niet alleen van het brood leeft, maar van alles, dat uit des Heeren mond uitgaat.
Deuteronomium 8:3
Dit is de grote les die wij op onze woestijnreis moeten leren: dat de mens niet alleen van brood leeft, dat wil zeggen van de dingen die de mens langs de weg van de voorzienigheid nodig heeft. God zij gedankt voor het brood dat Hij ons met Zijn vriendelijke hand toebedeelt. Een eerlijk bestaan is een grote genade. Het is een grote zegen in staat gesteld te worden, door handenarbeid of door werk met ons verstand, onze gezinnen in een zekere mate van welstand te onderhouden, al is het dan niet in grote overvloed. Maar God heeft bepaald dat Zijn volk niet van brood alleen zal leven.
Zij zullen afgezonderd worden van de grote massa mensen die alleen op een vleselijke manier leven. Die mensen maken zich geen zorgen over dingen die boven aardse bezittingen uitgaan; de som van al hun gedachten en overleggingen is: „Wat zullen wij eten, en wat zullen wij drinken, en waarmede zullen wij ons kleden?” Zij kijken nooit eens verder dan hun beurs, hun dagelijkse werk, hun zaken, en hoe zij hun gezinnen zullen onderhouden. De Heere heeft in het hart van Zijn volk een hoger leven gevormd, een edeler beginsel, een hogere honger dan alleen van brood te leven. Wij danken Hem voor Zijn voorzienigheid, maar prijzen Hem voor Zijn genade. Wij danken Hem voor ons dagelijks voedsel en onze kleding, maar die dingen zijn alleen voor de tijd en vergaan door het gebruik; Hij heeft ons echter voorzien van wat voor eeuwig geldt.
Waarvan moet de ziel dan leven, volgens de Heere? „Op alle woord, dat uit des Heeren mond uitgaat.” Maar waar vinden wij deze woorden die uit de mond van de Heere uitgaan? In de Schrift; dat is het voedsel van de kerk. En in het bijzonder in de Schrift zoals die op het hart wordt toegepast: in de woorden die het God behaagt met Goddelijke kracht in de ziel te drukken, die wij uit Zijn dierbare mond ontvangen en met een gelovige hand kunnen aannemen. Dat is het voedsel van onze ziel: de waarheid van God, op ons hart toegepast en tot leven en geest gemaakt door Zijn eigen onderwijs en getuigenis.
En zie eens hoe groot en ruim hierin voorzien wordt. Kijk rond in heel Gods geopenbaarde Woord, en zie wat een voorraad daarin voor de kerk van God is weggelegd. Hoe zou dit ons moeten aansporen en bemoedigen om de Schrift te onderzoeken en te doorzoeken als naar verborgen schatten! Wij zouden haar voortdurend moeten lezen, overdenken, proberen in te dringen in de bedoeling van God die daarin geopenbaard is, en er zo voedsel voor onze ziel in vinden. Als wij er volkomen van overtuigd waren dat elk woord van de Schrift uit Gods mond is voortgekomen en bedoeld is als voedsel voor onze ziel, hoe hoog zouden wij haar dan achten, en hoe zouden wij haar lezen en bestuderen!
Aan de lezer…
Weet u waar u van leeft? Dank de Heere voor het brood dat Hij u toebedeelt, voor een eerlijk bestaan en voor kleding en voedsel; het is geen geringe genade. Maar zijn uw gedachten en overleggingen ook verder gekomen dan wat u zult eten en drinken? Of voelt u op uw woestijnreis een honger die geen brood kan stillen, een verlangen naar iets wat voor eeuwig geldt?
Dan heeft de Heere in u een hoger leven gevormd. Voor zo’n ziel ligt er een grote voorraad weggelegd in Zijn geopenbaarde Woord. Lees het, overdenk het, onderzoek het als naar verborgen schatten, en bid of het God behaagt een woord met Goddelijke kracht in uw ziel te drukken. Eén woord uit Zijn dierbare mond, met een gelovige hand aangenomen, is meer voedsel voor uw ziel dan alles wat de wereld kan geven.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
And He humbled thee, and suffered thee to hunger, and fed thee with manna, which thou knewest not, neither did thy fathers know; that He might make thee know that man doth not live by bread only, but by every word that proceedeth out of the mouth of the LORD doth man live.
Deuteronomy 8:3
This is the grand lesson which we have to learn in our wilderness journey—“that man does not live by bread alone,” that is, by those providential supplies which relieve our natural necessities. Thanks be to God for any bread that He gives us in His kind and bountiful providence. An honest living is a great mercy. To be enabled by the labor of our hands or by the labor of our brain to maintain our families and bring them up in a degree of comfort, if not abundance, is a great blessing.
But God has determined that His people shall not live by bread alone. They shall be separated from the mass of men who live in this carnal way only; who have no care beyond earthly possessions, and the sum of whose thoughts and desires is, what they shall eat, and what they shall drink, and with what they shall be clothed; who never look beyond the purse, the business, the daily occupation, the safe return, the profitable investment, and how to provide for themselves and their families.
God has planted in the breast of His people a higher life, a nobler principle, a more blessed appetite than to live upon bread alone. We bless Him for His providence, but we love Him for His grace. We thank Him for daily food and clothing, but these mercies are but for time, perishing in their very use, and He has provided us with that which is for eternity. What then does He mean the soul to live upon? “Upon every word that proceeds out of His mouth.”
But where do we find these words that proceed out of the mouth of God? In the Scriptures, which is the food of the Church, and especially in Scripture as applied to the heart, in the words that God is pleased to drop into the soul by a divine power, which we receive from His gracious mouth, and lay hold of with a believing hand. That is the food and nutriment of our soul; the truth of God applied to our heart and made life and spirit to our souls by His own teaching and testimony.
And see how large and ample the supply is. Look through the whole compass of God’s revealed Word, and see in it what a store there is of provision laid up for the Church of God. How this should both stimulate and encourage us to search the Scriptures as for hid treasure, to read them constantly, to meditate upon them, to seek to enter into the mind of God as revealed in them, and thus to find them to be the food of our soul. If we were fully persuaded that every word of the Scripture came out of God’s mouth, and was meant to feed our soul, how much more we would prize it, read, and study it.
To the reader…
Do you know what you live on? Thank the Lord for the bread He gives you, for an honest living and for clothing and food; that is no small mercy. But have your thoughts and desires ever gone further than what you shall eat and drink? Or do you feel, on your wilderness journey, a hunger that no bread can still, a longing for something that lasts for ever?
Then the Lord has formed a higher life in you. For such a soul a great store is laid up in His revealed Word. Read it, meditate on it, search it as for hidden treasure, and pray that it may please God to press a word into your soul with divine power. One word from His precious mouth, received with a believing hand, is more food for your soul than everything the world can give.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Y te afligió, e hizo tener hambre, y te sustentó con maná, comida que no conocías tú, ni tus padres la habían conocido; para hacerte saber que el hombre no vivirá de solo pan, mas de todo lo que sale de la boca de Jehová vivirá el hombre.
Deuteronomio 8:3
Esta es la gran lección que tenemos que aprender en nuestro viaje por el desierto: “que el hombre no vivirá de solo pan”, es decir, de aquellas provisiones de la providencia que alivian nuestras necesidades naturales. Gracias sean dadas a Dios por todo pan que nos da en Su bondadosa y generosa providencia. Un sustento honrado es una gran misericordia. Ser capacitados, por el trabajo de nuestras manos o por el trabajo de nuestra mente, para mantener a nuestras familias y criarlas con cierta comodidad, si no en abundancia, es una gran bendición.
Pero Dios ha determinado que Su pueblo no viva de solo pan. Ha de ser apartado de la masa de los hombres que viven solo de esta manera carnal; que no tienen otro cuidado que las posesiones terrenales, y cuya suma de pensamientos y deseos es qué comerán, qué beberán y con qué se vestirán; que nunca miran más allá del bolsillo, del negocio, de la ocupación diaria, del rendimiento seguro, de la inversión provechosa y de cómo proveer para sí mismos y para sus familias.
Dios ha plantado en el pecho de Su pueblo una vida más alta, un principio más noble, un apetito más bendito que el de vivir de solo pan. Le bendecimos por Su providencia, pero le amamos por Su gracia. Le damos gracias por el alimento y el vestido de cada día, pero estas misericordias son solo para el tiempo y perecen en su mismo uso, y Él nos ha provisto de lo que es para la eternidad. ¿De qué quiere, pues, que viva el alma? “De todo lo que sale de Su boca.”
Pero ¿dónde hallamos estas palabras que salen de la boca de Dios? En las Escrituras, que son el alimento de la Iglesia, y especialmente en la Escritura aplicada al corazón, en las palabras que a Dios le place dejar caer en el alma con poder divino, que recibimos de Su boca llena de gracia y asimos con mano creyente. Ese es el alimento y sustento de nuestra alma: la verdad de Dios aplicada a nuestro corazón y hecha espíritu y vida para nuestra alma por Su propia enseñanza y testimonio.
Y vea cuán grande y abundante es la provisión. Recorra todo el ámbito de la Palabra revelada de Dios, y vea en ella qué despensa de provisiones hay guardada para la Iglesia de Dios. ¡Cómo debería esto estimularnos y animarnos a escudriñar las Escrituras como quien busca tesoros escondidos, a leerlas constantemente, a meditar en ellas, a procurar entrar en la mente de Dios tal como se revela en ellas, y así hallar que son el alimento de nuestra alma! Si estuviéramos plenamente persuadidos de que cada palabra de la Escritura salió de la boca de Dios y está destinada a alimentar nuestra alma, ¡cuánto más la apreciaríamos, la leeríamos y la estudiaríamos!
Al lector…
¿Sabe usted de qué vive? Dé gracias al Señor por el pan que le da, por un sustento honrado y por el vestido y la comida; no es pequeña misericordia. Pero ¿han ido alguna vez sus pensamientos y deseos más allá de qué comerá y qué beberá? ¿O siente, en su viaje por el desierto, un hambre que ningún pan puede saciar, un anhelo de algo que dure para siempre?
Entonces el Señor ha formado en usted una vida más alta. Para tal alma hay una gran despensa guardada en Su Palabra revelada. Léala, medite en ella, escudríñela como quien busca tesoros escondidos, y pida que a Dios le plazca imprimir una palabra en su alma con poder divino. Una sola palabra de Su preciosa boca, recibida con mano creyente, es más alimento para su alma que todo lo que el mundo puede dar.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl