23 de mayo
Die Hij gezworen heeft ons te geven. Dat wij, verlost zijnde uit de hand onzer vijanden, Hem dienen zouden zonder vrees, in heiligheid en gerechtigheid voor Hem, al de dagen onzes levens.
Lukas 1:73, 74, 75
De grote zaak in alle ware godsdienst is om door de gezegende Geest gebracht te worden op die gelukkige plaats waar wij de levende God kunnen dienen, vrij van schuld, dienstbaarheid, donkerheid, twijfel en vrees, die menigmaal onze geest beheersen en de ergste vijanden zijn van de vrede onzer ziel. Doch ofschoon zij zulke vijanden zijn van alle ware vrede en blijdschap, toch worden zij door genade dienstbaar gemaakt tot ons geestelijk goed, om ons te overtuigen vanwaar onze hulp komen moet, om ons geheel te doen afzien van aller schepselen hulp en verwachting en om ons te brengen op de plaats waar de Heere die ziel in genade ontmoet, Zijn liefde in ons hart uitstort en ons brengt tot een dierbare Christus. Wij hebben geen reden de dienstbaarheid, de schuld en de wet te danken, nog minder de zonde en de duivel, voor al hun werk dat zij gedaan hebben, hetwelk de Heere ons ten beste heeft doen gedijen. En toch, zonder enige bevinding van deze dode werken en van de dienstbaarheid en schuld daaruit voortvloeiende, konden wij niet weten wat het was onze consciëntie gereinigd te zien door het bloed der besprenging, om de levende God te dienen. Derhalve zijn er redenen, en wijze redenen, aan de zijde Gods waarom Zijn kinderen aldus zouden gekweld en geplaagd worden.
Het is waar dat het niet de geopenbaarde wil van God is dat Zijn kinderen zo menige van hun dagen in donkerheid, twijfel en vrees zouden doorbrengen. Hij heeft ons een heerlijk Evangelie geschonken; Hij heeft ons in Jezus alles gegeven wat ons kan vertroosten; Hij heeft beloofd Zijn Heilige Geest te zenden om van Christus te getuigen, en heeft Zijn Woord vervuld met beloften en uitnodigingen die gepast zijn voor elke toestand waarin wij ons bevinden. En toch is Zijn verborgen wil en beoging dat wij in deze weg zouden geoefend en beproefd worden, dat wij zouden wandelen in dit pad van duisterheid en bittere droefheid, opdat wij de dierbare vrijheid van het Evangelie te meer zouden waarderen, te meer zouden leren kennen wie Christus is en wat Hij gedaan heeft om ons op te halen uit de diepte van de val, en wij ons te meer schuldenaar zouden weten aan de rijkdom van vrije en soevereine genade, en meer persoonlijk zouden mogen komen in de zegeningen van de Evangelieweldaden, onze ziel door Goddelijke kracht bekendgemaakt.
Aan de lezer…
Het kan zijn dat u al zovele dagen in duisternis, twijfel en vrees hebt doorgebracht, dat u nauwelijks meer gelooft dat het ooit anders kan worden. Het is niet de geopenbaarde wil van God dat Zijn kinderen zo leven. Hij heeft een heerlijk Evangelie gegeven, vol beloften en uitnodigingen voor elke toestand. Hij heeft gezworen Zijn volk te geven dat zij, verlost uit de hand hunner vijanden, Hem zouden dienen zonder vrees, in heiligheid en gerechtigheid, al de dagen huns levens.
En toch zijn die donkere wegen niet tevergeefs. Zij leren u vanwaar uw hulp moet komen; zij doen u afzien van alle schepselen; zij brengen u op de plaats waar de Heere u in genade ontmoet. Wie de dienstbaarheid en de schuld gekend heeft, weet later te beter wat het is de consciëntie gereinigd te zien door het bloed der besprenging. Blijf dan uitzien naar Christus. Uw duisternis is niet het laatste woord; Zijn eed staat vast.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Die Hij gezworen heeft ons te geven. Dat wij, verlost zijnde uit de hand onzer vijanden, Hem dienen zouden zonder vrees, in heiligheid en gerechtigheid voor Hem, al de dagen onzes levens.
Lukas 1:73, 74, 75
De grote zaak in alle ware godsdienst is door de gezegende Geest gebracht te worden op die gelukkige plaats waar we de levende God kunnen dienen, vrij van schuld, dienstbaarheid, duisternis, twijfel en vrees. Die beheersen vaak onze geest en zijn de ergste vijanden van de vrede van onze ziel. Maar hoewel zij zulke vijanden zijn van alle ware vrede en blijdschap, worden zij door genade toch dienstbaar gemaakt aan ons geestelijk welzijn. Zij overtuigen ons waar onze hulp vandaan moet komen, doen ons helemaal afzien van de hulp en verwachting van alle schepselen, en brengen ons op de plaats waar de Heere de ziel in genade ontmoet, Zijn liefde in ons hart uitstort en ons tot een dierbare Christus brengt. We hebben geen reden de dienstbaarheid, de schuld en de wet te danken, en nog minder de zonde en de duivel, voor al het werk dat zij gedaan hebben en dat de Heere ons ten goede heeft laten uitkomen. En toch zouden we zonder enige bevinding van deze dode werken, en van de dienstbaarheid en schuld die daaruit voortvloeien, niet kunnen weten wat het is ons geweten gereinigd te zien door het bloed der besprenging, om de levende God te dienen. Daarom zijn er aan Gods kant redenen, en wijze redenen, waarom Zijn kinderen zo gekweld en geplaagd worden.
Het is waar dat het niet de geopenbaarde wil van God is dat Zijn kinderen zoveel van hun dagen in duisternis, twijfel en vrees doorbrengen. Hij heeft ons een heerlijk Evangelie geschonken. Hij heeft ons in Jezus alles gegeven wat ons kan troosten. Hij heeft beloofd Zijn Heilige Geest te zenden om van Christus te getuigen, en Hij heeft Zijn Woord vervuld met beloften en uitnodigingen die passen bij elke toestand waarin we verkeren. En toch is het Zijn verborgen wil en bedoeling dat we op deze weg geoefend en beproefd worden, en dat we dit pad van duisternis en bittere droefheid gaan. Zo zullen we de dierbare vrijheid van het Evangelie des te meer waarderen en des te meer leren kennen wie Christus is en wat Hij gedaan heeft om ons op te halen uit de diepte van de val. Zo zullen we ook des te meer weten dat we schuldenaar zijn aan de rijkdom van vrije en soevereine genade, en zullen we meer persoonlijk mogen ingaan in de zegeningen van de weldaden van het Evangelie, die door Goddelijke kracht aan onze ziel bekendgemaakt worden.
Aan de lezer…
Het kan zijn dat u al zoveel dagen in duisternis, twijfel en vrees hebt doorgebracht, dat u nauwelijks meer gelooft dat het ooit anders kan worden. Het is niet de geopenbaarde wil van God dat Zijn kinderen zo leven. Hij heeft een heerlijk Evangelie gegeven, vol beloften en uitnodigingen voor elke toestand. Hij heeft gezworen Zijn volk te geven dat zij, verlost uit de hand van hun vijanden, Hem zouden dienen zonder vrees, in heiligheid en gerechtigheid, al de dagen van hun leven.
En toch zijn die donkere wegen niet tevergeefs. Zij leren u waar uw hulp vandaan moet komen; zij doen u afzien van alle schepselen; zij brengen u op de plaats waar de Heere u in genade ontmoet. Wie de dienstbaarheid en de schuld gekend heeft, weet later des te beter wat het is het geweten gereinigd te zien door het bloed der besprenging. Blijf dan uitzien naar Christus. Uw duisternis is niet het laatste woord; Zijn eed staat vast.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
That He would grant unto us, that we being delivered out of the hand of our enemies might serve Him without fear, in holiness and righteousness before Him, all the days of our life.
Luke 1:74–75
The grand point in all true religion is to be brought by the blessed Spirit into that happy spot where we can serve the living God free from that guilt, bondage, darkness, doubt, and fear which often possess our mind, and are the worst enemies of our soul’s peace. But though they are such enemies to all true peace and happiness, yet are they mercifully overruled for our spiritual good, to convince us from whence our help must come, to strip us thoroughly of all creature help and hope, and bring us to the spot where the Lord meets the soul in mercy, sheds abroad His love, and brings near a precious Christ.
We have no reason to thank bondage, guilt and the law, still less sin and Satan, for any work they have done which God has overruled for our good. And yet without some experience of these dead works and the bondage and guilt produced by them, we could not know what it was to have our conscience purged by the blood of sprinkling to serve the living God. There are reasons, therefore, and wise reasons on the part of God, why His children should be thus vexed and plagued.
It is not the ‘revealed’ will of God that His children should spend so many of their days in darkness, doubt, and fear. He has given us a glorious gospel; He has set before us in Jesus everything for our comfort and relief; He has promised to send His Holy Spirit to testify of Christ, and has filled His Word with promises and invitations suited to every case. And yet His ‘secret will and purpose’ are that we should be thus exercised and tried, and walk in this path of darkness and desolation, that we might value more the precious liberty of the gospel, know more of what Christ is, and what He has done to save us from the depths of the fall, be more deeply indebted to the riches of free and sovereign grace, and come more personally into the blessedness of gospel mercies as made known to our soul by a divine power.
To the reader…
It may be that you have already spent so many days in darkness, doubt and fear that you hardly believe any longer that it could ever be different. It is not the revealed will of God that His children should live like this. He has given a glorious gospel, full of promises and invitations for every condition. He has sworn to grant His people that they, being delivered out of the hand of their enemies, should serve Him without fear, in holiness and righteousness, all the days of their life.
And yet those dark ways are not in vain. They teach you where your help must come from; they make you look away from all creatures; they bring you to the place where the Lord meets you in mercy. Whoever has known bondage and guilt knows all the better afterwards what it is to have the conscience purged by the blood of sprinkling. Keep looking out for Christ, then. Your darkness is not the last word; His oath stands firm.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Que sin temor librados de nuestros enemigos, Le serviríamos en santidad y en justicia delante de Él, todos los días nuestros.
Lucas 1:74–75
El gran punto en toda religión verdadera es ser llevados por el bendito Espíritu a ese lugar feliz donde podemos servir al Dios vivo libres de esa culpa, servidumbre, oscuridad, duda y temor que a menudo se apoderan de nuestra mente y son los peores enemigos de la paz de nuestra alma. Pero aunque son tales enemigos de toda verdadera paz y felicidad, son sin embargo misericordiosamente dirigidos para nuestro bien espiritual: para convencernos de dónde ha de venir nuestra ayuda, para despojarnos por completo de toda ayuda y esperanza en la criatura, y para llevarnos al lugar donde el Señor sale al encuentro del alma en misericordia, derrama Su amor y acerca a un Cristo precioso.
No tenemos razón para agradecer a la servidumbre, la culpa y la ley, y menos aún al pecado y a Satanás, ninguna obra que hayan hecho y que Dios haya dirigido para nuestro bien. Y sin embargo, sin alguna experiencia de estas obras muertas y de la servidumbre y la culpa que producen, no podríamos saber lo que es tener la conciencia limpiada por la sangre del esparcimiento para servir al Dios vivo. Hay, pues, razones, y razones sabias por parte de Dios, por las cuales Sus hijos son así afligidos y atormentados.
No es la voluntad “revelada” de Dios que Sus hijos pasen tantos de sus días en oscuridad, duda y temor. Él nos ha dado un evangelio glorioso; ha puesto delante de nosotros en Jesús todo lo necesario para nuestro consuelo y alivio; ha prometido enviar Su Espíritu Santo para dar testimonio de Cristo, y ha llenado Su Palabra de promesas e invitaciones adecuadas a cada caso. Y sin embargo Su “voluntad y propósito secretos” son que seamos así ejercitados y probados, y andemos por esta senda de oscuridad y desolación, para que valoremos más la preciosa libertad del evangelio, conozcamos mejor lo que Cristo es y lo que ha hecho para salvarnos de las profundidades de la caída, estemos más profundamente endeudados con las riquezas de la gracia libre y soberana, y entremos más personalmente en la bienaventuranza de las misericordias del evangelio, tal como son dadas a conocer a nuestra alma por un poder divino.
Al lector…
Puede que haya pasado usted ya tantos días en oscuridad, duda y temor que apenas cree que alguna vez pueda ser distinto. No es la voluntad revelada de Dios que Sus hijos vivan así. Él ha dado un evangelio glorioso, lleno de promesas e invitaciones para toda condición. Ha jurado conceder a Su pueblo que, librados de la mano de sus enemigos, Le sirvan sin temor, en santidad y en justicia, todos los días de su vida.
Y sin embargo, esos caminos oscuros no son en vano. Le enseñan de dónde ha de venir su ayuda; le hacen apartar la mirada de toda criatura; le llevan al lugar donde el Señor le sale al encuentro en misericordia. Quien ha conocido la servidumbre y la culpa sabe tanto mejor después lo que es tener la conciencia limpiada por la sangre del esparcimiento. Siga, pues, buscando con la mirada a Cristo. Su oscuridad no es la última palabra; Su juramento permanece firme.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl