Nieuw verschenenHet gesprek van een gelovige met zijn zielPreken · 2 dagen geleden
Joseph Charles Philpot J.C. Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun

Door Baca’s vallei

23 maart

Vandaag

4 min. lezen

De Heere zal genade en eer geven.
Psalm 84:12

Waar de Heere genade geeft, daar geeft Hij met de genade heerlijkheid. Daarom lezen wij: „En die Hij tevoren verordineerd heeft, dezen heeft Hij ook geroepen; en die Hij geroepen heeft, dezen heeft Hij ook gerechtvaardigd; en die Hij gerechtvaardigd heeft, dezen heeft Hij ook verheerlijkt.” Zo heeft Hij hen al, zelfs terwijl zij hier op aarde zijn, deelgenoten gemaakt van Zijn heerlijkheid, en dat doordat Hij hen deelgenoten maakte van Zijn genade. Want zoals in de knop de bloesem zit en in de bloesem de vrucht, zo zit in de genade de bloesem van de heerlijkheid in de knop. Want genade is begonnen heerlijkheid, en de heerlijkheid volgt op de genade.

Maar wat is heerlijkheid? Gezien als iets toekomstigs, in haar volle voltooiing, is het met Jezus te zijn in het Koninkrijk van eeuwige zegeningen, waar de tranen van alle aangezichten afgewist zullen zijn. Het is Hem te zien zoals Hij is, gelijkvormig te zijn aan Zijn heerlijk beeld en verlost te zijn van alle zonde en smart. Het is volkomen bevrijd te zijn van alle verzoekingen, beproevingen, lasten en ongemakken, en voor eeuwig te wonen in dat zalige land waar geen inwoner zal zeggen: „Ik ben ziek.” Daar wordt niet gevonden: een vermoeid lichaam, een belast geweten, een onrustig gemoed, een uitgeputte en vermoeide geest. Kortom, daar zal men een verheerlijkt lichaam hebben, verenigd met een verheerlijkte ziel, en voor beide, ziel en lichaam, een volkomen blijdschap, heiligheid en zaligheid, zoveel als een onsterfelijke geest kan bevatten en een onsterfelijk lichaam kan verdragen. Daar zal men ten volle verzadigd worden met de liefelijkheden aan Gods rechterhand.

Maar geen mens kan zich voorstellen, en geen tong kan uitspreken, waarin de aard en volkomenheid van deze heerlijkheid bestaat; want geen oog heeft het gezien, geen oor gehoord, en in geen mensenhart is het opgekomen wat God bereid heeft voor hen die Hem liefhebben. Zie, al deze heerlijkheid zal de Heere geven aan hen aan wie Hij hier Zijn genade al geschonken heeft. Hij geeft hun nu genade om hen door deze woeste wereld heen te helpen, door dit tranendal, dit toneel van verzoeking, zonde en smart. En wanneer Hij hen laat aanlanden op het hemelse strand, dan zal Hij hun daar de volheid van de heerlijkheid schenken. Dan zal het gebed en de wil van de Verlosser ten volle vervuld worden: „Vader! Ik wil, dat waar Ik ben, ook die bij Mij zijn, die Gij Mij gegeven hebt; opdat zij Mijn heerlijkheid mogen aanschouwen, die Gij Mij gegeven hebt; want Gij hebt Mij liefgehad vóór de grondlegging der wereld” (Joh. 17:24).

Hun recht op en hun aanspraak op het genieten van deze voorbeschikte erfenis zijn en worden veilig bewaard in de handen van hun Verbondshoofd. Hij zit aan Gods rechterhand en zal hen op hun hele weg bewaren, zodat al hun verzoekingen, vijanden, zonden en droefheden hen niet kunnen verhinderen het strand te bereiken waar zij volgens Gods bepaling veilig zullen landen. Satan mag duizend strikken spannen om hen te vangen; er mag geen dag, nauwelijks een uur voorbijgaan zonder dat zij gekweld worden door de inwonende zonde; duizenden begeerten mogen uit de diepte van hun vleselijk gemoed de kop opsteken, en menige benauwdheid over schuld en onrust door wanhoop mag hen soms helemaal van het eeuwige leven lijken af te snijden; toch zal de Heere, waar Hij genade gegeven heeft, de heerlijkheid schenken.

Want als Hij genade geeft met de linkerhand, geeft Hij heerlijkheid met de rechter. Ja, wij mogen zeggen dat Hij met beide handen op hetzelfde ogenblik genade en heerlijkheid geeft. Want waar genade en heerlijkheid uit hetzelfde liefdevolle hart stromen en geschonken worden door dezelfde liefhebbende Jehovah, daar mag gezegd worden dat ze met beide handen en op één en dezelfde tijd geschonken worden. Een voorproefje van deze heerlijkheid wordt op aarde geschonken in elke ontdekking van Christus, zoals de Heere zegt: „En Ik heb hun de heerlijkheid gegeven, die Gij Mij gegeven hebt.” Al gegeven. En dat deed Hij toen Hij Zijn heerlijkheid openbaarde; „en Zijn discipelen geloofden in Hem” (Joh. 17:22 en 2:11).

Aan de lezer…

Misschien gaat er nauwelijks een uur voorbij zonder dat u gekweld wordt door de inwonende zonde, en lijkt menige benauwdheid u soms helemaal van het eeuwige leven af te snijden. Hoor dan wat hier geschreven staat: de Heere zal genade en eer geven. Waar Hij genade geeft, daar geeft Hij ook heerlijkheid. Zoals in de knop de bloesem zit en in de bloesem de vrucht, zo ligt in de geringste genade al de heerlijkheid besloten.

Hij geeft u nu genade om door dit tranendal heen te komen, door dit toneel van verzoeking, zonde en smart. Uw recht op de erfenis ligt niet in uw eigen hand, maar wordt veilig bewaard in de handen van uw Verbondshoofd aan Gods rechterhand. Satan mag strikken spannen en begeerten mogen de kop opsteken, maar zij zullen u niet verhinderen het strand te bereiken. Wat Zijn linkerhand begon, zal Zijn rechterhand voltooien.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl