Nieuw verschenenHet gesprek van een gelovige met zijn zielPreken · 2 dagen geleden
Joseph Charles Philpot J.C. Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun

Door Baca’s vallei

17 februari

Vandaag

3 min. lezen

En aldaar zal Ik bij u komen, en Ik zal met u spreken van boven het verzoendeksel.
Exodus 25:22

Nadat een kind van God iets genoten heeft van de goedertierenheid en barmhartigheid van God, geopenbaard in het aangezicht van Zijn geliefde Zoon, kan hij de goedertierenheid van de Heere vergeten. Hij kan afdwalen van die uitgelezen weiden van het Evangelie en terechtkomen in een woeste, huilende wildernis, waar spijs noch water is. En toch heeft hij, hoewel hij halfdood is van gebrek, in zichzelf geen kracht om terug te keren. Maar wat heeft hem vooral in deze toestand gebracht? Het verwaarlozen van de troon der genade. En omdat de Heere Zijn volk alleen daar ontmoet, moet er geleidelijk vervreemding van Hem ontstaan. Maar op de bestemde tijd komt de Heere Zijn dwalend schaap zoeken, en de eerste plaats waar Hij het heen brengt, is de troon der genade, met belijdenis van zijn zonden en met het smeken om genade. Trouw aan Zijn eigen Woord wil de Heere hem daar opnieuw ontmoeten.

En o, wat een ontmoeting! Een berouwvolle afkerige en een vergevend God! O, wat een ontmoeting! Een schuldige afwijker, verdronken in zijn tranen, en een liefhebbende Vader, Die hem om de hals valt en hem kust! O, wat een ontmoeting voor een arme, zichzelf veroordelende zondaar, die zich niet diep genoeg kan verootmoedigen over zijn zonden, en die toch overvloedige genade vindt voor zijn afkeringen. Hij ervaart de liefde van God, die als de zon op een aprildag door de wolken heenbreekt en zijn hart doet smelten in berouw en liefde.

Maar dit is niet alles. Het behaagt de Heere soms Zijn geliefde volk de boosheden van hun hart te ontdekken. Dan licht Hij door Zijn Geest en genade het voorhangsel van hoogmoed en eigengerechtigheid op, dat zoveel van ons eigen verderf bedekt, en laat Hij zien wat er werkelijk in ons hart huist. Dat wil zeggen: de peilloze verdorvenheden die zich in onze verdorven natuur schuilhouden, met de vuilheid, de dwaasheid en de onbeschrijfelijke laagheid die in ons bestaan zijn verweven. Dit alles bij elkaar zou ons van de troon der genade wegdrijven. „Kan God hier wonen?” zegt de ziel. „Kan ik de vreze Gods in mijn hart hebben, als er zulke gedachten en overleggingen mijn geest als overstromen en mij met het schuim van de hel schijnen te vervullen?”

En toch wordt de ziel van tijd tot tijd naar de troon der genade getrokken om daar deze zonden te belijden, want zij kan en durft er niet weg te blijven. En God is ook Zijn Woord trouw: „En aldaar zal Ik bij u komen.” Daar openbaart Hij opnieuw een bewijs van Zijn genade en goedheid; en daar toont Hij opnieuw dat Hij, wat de zondaar in zichzelf ook is, trouw blijft aan Zijn eigen belofte.

Aan de lezer…

Soms dwaalt een kind van God af. Bent u afgedwaald? Hebt u de troon der genade verwaarloosd en bevindt u zich nu in een woeste wildernis, waar spijs noch water is, zonder kracht om terug te keren? Of heeft de Heere u de boosheden van uw hart laten zien, zodat u met schrik vraagt: „Kan God hier wonen?” Dan durft u misschien niet meer te komen, omdat u uzelf zo zwart en schuldig ziet.

Hoor dan wat de Heere belooft: „En aldaar zal Ik bij u komen, en Ik zal met u spreken van boven het verzoendeksel.” Daar, en nergens anders, wil Hij Zijn dwalend schaap ontmoeten. Kom dan met uw belijdenis, verdronken in uw tranen; Hij is de liefhebbende Vader, Die de afwijker om de hals valt. Wat u ook in uzelf bent, Hij blijft trouw aan Zijn eigen Woord, en Zijn liefde kan door de wolken heenbreken en uw hart doen smelten.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl