14 de septiembre
Gezegend zij de God en Vader onzes Heeren Jezus Christus, Die ons gezegend heeft met alle geestelijke zegeningen in de hemel in Christus.
Efeze 1:3
Indien gij gezegend zijt met alle geestelijke zegeningen, het is alleen „in Christus” dat gij zo gezegend zijt. Indien gij zijt uitverkoren van vóór de grondlegging der wereld, het was alleen in Christus dat gij verkoren zijt. Hij is ons Verbondshoofd. Hetgeen wij zijn, dat zijn wij in Hem. Er is niets in ons, geen vastigheid. Alles is wankel hier beneden, alles ten opzichte van de mens is onzeker. Bij God is zekerheid, en de vastigheid van Gods oogmerken is onze hoogste en enige ondersteuning.
Dus de leerstelling der uitverkiezing, met het hart aangenomen, verspreidt een heilige zegen over de gehele waarheid van God, want zij geeft daaraan vastigheid. Het is geen droge leerstelling die men van hand tot hand werpt, gelijk een tennisbal; het is geen geloofsartikel dat in kerkartikelen is opgenomen, of een theorie die door godgeleerden naar voren is gebracht. Ook is het niet een bloot onsamenhangend, onzeker denkbeeld, verzameld uit enige duistere en twijfelachtige gedeelten van het Woord van God. Het is geen meteoor, geen schijnsel van een luchtverheveling dat zich beweegt over moerassen en poelen. Het is een vast licht, door de hand Gods in de Schrift geplaatst, gelijk Hij van ouds de lichten in het firmament plaatste om de aarde te verlichten.
Het werpt derhalve zijn stralen over de gehele waarheid van God. Want het is „in Christus” dat Zijn volk is uitverkoren, en daar de uitverkiezing in Christus is, wordt zij beschenen door al de stralen van de Zon der gerechtigheid in bijna iedere Evangeliewaarheid. Er is geen enkele Evangeliewaarheid en geen enkele geestelijke zegen, of de dierbaarheid daarvan is afgeleid uit het verband met de Persoon en het werk van God; en wat bovenal waarheid is, is dat de zaligheid der uitverkiezing vloeit uit het feit dat zij in Christus is.
Maar, zullen enigen zeggen, deze dingen zijn hard om te geloven. Zij zijn zeer hard om te geloven, want ons ongelovig hart vindt het moeilijk iets te geloven dat ons ten goede komt. Wij kunnen de leugens van de duivel met ijver aannemen, wij kunnen een open, gewillig oor lenen aan alles wat ons boze hart ons ingeeft. Maar om de waarheid Gods te geloven en de hand te leggen op haar schoonheid en voortreffelijkheid, haar levendmakende kracht te ondervinden en te leven onder haar opwekkende, versterkende invloed, is een andere zaak. Doch waar blijft het leven van onze godsdienst als deze zaken eruit worden weggenomen?
Neem, zo gij kunt — God zij geloofd, het is boven het bereik van des mensen hand — neem maar weg het kostelijke feit dat God de kerk gezegend heeft met alle geestelijke zegeningen in de hemel in Christus Jezus; waar zou er plaats zijn voor enige zegen om met onze ziel daarop te rusten? Wel, elke zoete belofte die in uw gemoed komt, elke verheffing van Gods vriendelijk aangezicht in tijden van duisternis en wederwaardigheid, elke vrijheid in het gebed, elk opzien tot en ontvangen uit de volheid van Christus, al deze dingen gronden zich op dit doorluchtig feit, namelijk de zegening waarmede God ons gezegend heeft in Christus Jezus. Zodat alles wat wij moeten betrachten, en wij hebben veel te doen, God alleen ons kan bekwamen tot het doen, dat is tot het aannemen van hetgeen God behaagd heeft zo barmhartiglijk te geven. En Hij heeft ons met alle geestelijke zegeningen gezegend in de hemel in Christus Jezus, om de kracht daarvan te ondervinden, de zoetheid te genieten en om voor onszelf, door de verzegeling des Geestes, te weten dat Hij ons gezegend heeft, ja ons, en dat met het leven tot in alle eeuwigheid.
Aan de lezer…
Wanneer u het hard vindt om te geloven dat God u wil zegenen, kijk dan eerlijk naar uw eigen hart. Uw hart neemt de leugens van de vijand zo gretig aan, en houdt de waarheid Gods zo krampachtig op afstand. U bent daarin niet alleen; ons ongelovig hart vindt het altijd moeilijk iets te geloven dat ons ten goede komt. Maar zie dan niet op de wankelheid in uzelf, want hier beneden is alles onzeker. Bij God is zekerheid.
Alles wat een arme ziel aan zegen ontvangt, ligt „in Christus”. Daar is het vaste licht dat niet wegtrekt als een dwaallicht over de moerassen. Elke zoete belofte die in uw gemoed kwam, elke vrijheid in het gebed, elk opzien tot Zijn volheid, rust op die ene grond. Bid dan om de verzegeling des Geestes, opdat u voor uzelf mag weten dat Hij ook u gezegend heeft, ja u, en dat tot in alle eeuwigheid.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Gezegend zij de God en Vader onzes Heeren Jezus Christus, Die ons gezegend heeft met alle geestelijke zegeningen in de hemel in Christus.
Efeze 1:3
Als u gezegend bent met alle geestelijke zegeningen, dan bent u alleen „in Christus” zo gezegend. Als u uitverkoren bent van vóór de grondlegging van de wereld, dan bent u alleen in Christus verkoren. Hij is ons Verbondshoofd. Wat wij zijn, dat zijn wij in Hem. Er is niets in ons, geen vastigheid. Alles is wankel hier beneden; alles wat de mens betreft is onzeker. Bij God is zekerheid, en de vastheid van Gods voornemens is onze hoogste en enige steun.
Daarom verspreidt de leer van de uitverkiezing, als zij met het hart wordt aangenomen, een heilige zegen over heel de waarheid van God, want zij geeft daaraan vastheid. Het is geen droge leerstelling die men van hand tot hand gooit, zoals een tennisbal. Het is geen geloofspunt dat alleen in kerkelijke artikelen is opgenomen, of een theorie die door godgeleerden naar voren is gebracht. Het is ook niet zomaar een losse, onzekere gedachte, bijeengeraapt uit enkele duistere en twijfelachtige gedeelten van het Woord van God. Het is geen meteoor, geen dwaallicht dat zweeft boven moerassen en poelen. Het is een vast licht, door de hand van God in de Schrift geplaatst, zoals Hij vanouds de lichten aan het firmament plaatste om de aarde te verlichten.
Daarom werpt het zijn stralen over heel de waarheid van God. Want Zijn volk is „in Christus” uitverkoren, en omdat de uitverkiezing in Christus is, wordt zij in bijna iedere evangeliewaarheid beschenen door alle stralen van de Zon der gerechtigheid. Er is geen enkele evangeliewaarheid en geen enkele geestelijke zegen waarvan de dierbaarheid niet voortkomt uit het verband met de Persoon en het werk van God. En wat bovenal waar is: de zaligheid van de uitverkiezing vloeit voort uit het feit dat zij in Christus is.
Maar, zullen sommigen zeggen, deze dingen zijn moeilijk te geloven. Ze zijn inderdaad heel moeilijk te geloven, want ons ongelovig hart vindt het moeilijk iets te geloven wat ons ten goede komt. Wij kunnen de leugens van de duivel gretig aannemen; wij kunnen een open, gewillig oor lenen aan alles wat ons boze hart ons ingeeft. Maar de waarheid van God geloven en haar schoonheid en voortreffelijkheid aangrijpen, haar levendmakende kracht ervaren en leven onder haar opwekkende, versterkende invloed, is iets anders. Maar waar blijft het leven van onze godsdienst als deze dingen eruit worden weggenomen?
Neem, als u kunt — God zij geloofd, het ligt buiten het bereik van de hand van een mens — neem maar het kostbare feit weg dat God de kerk gezegend heeft met alle geestelijke zegeningen in de hemel in Christus Jezus. Waar zou er dan nog plaats zijn voor enige zegen waarop onze ziel kan rusten? Elke zoete belofte die in uw gemoed komt, elke keer dat God Zijn vriendelijk aangezicht doet lichten in tijden van duisternis en tegenspoed, elke vrijheid in het gebed, elk opzien tot en ontvangen uit de volheid van Christus: al deze dingen rusten op dit luisterrijke feit, namelijk de zegen waarmee God ons gezegend heeft in Christus Jezus.
Zo kan alleen God ons bekwaam maken voor alles wat wij moeten betrachten — en wij hebben veel te doen —, dat wil zeggen: om aan te nemen wat het God behaagd heeft zo barmhartig te geven. En Hij heeft ons met alle geestelijke zegeningen gezegend in de hemel in Christus Jezus, opdat wij de kracht daarvan ervaren, de zoetheid ervan genieten en voor onszelf, door de verzegeling van de Geest, weten dat Hij ons gezegend heeft, ja ons, en dat met het leven tot in alle eeuwigheid.
Aan de lezer…
Wanneer u het moeilijk vindt om te geloven dat God u wil zegenen, kijk dan eerlijk naar uw eigen hart. Uw hart neemt de leugens van de vijand zo gretig aan, en houdt de waarheid van God zo krampachtig op afstand. U bent daarin niet alleen; ons ongelovig hart vindt het altijd moeilijk iets te geloven wat ons ten goede komt. Maar zie dan niet op de wankelheid in uzelf, want hier beneden is alles onzeker. Bij God is zekerheid.
Alles wat een arme ziel aan zegen ontvangt, ligt „in Christus”. Daar is het vaste licht dat niet wegtrekt als een dwaallicht boven de moerassen. Elke zoete belofte die in uw gemoed kwam, elke vrijheid in het gebed, elk opzien tot Zijn volheid, rust op die ene grond. Bid dan om de verzegeling van de Geest, zodat u voor uzelf mag weten dat Hij ook u gezegend heeft, ja u, en dat tot in alle eeuwigheid.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Blessed be the God and Father of our Lord Jesus Christ, Who hath blessed us with all spiritual blessings in heavenly places in Christ.
Ephesians 1:3
If you are blessed with all spiritual blessings, it is only “in Christ” you are so blessed. If you were chosen before the foundation of the world, it was only “in Christ” that you were chosen. He is our covenant Head. What we are we are only in Him. There is nothing in SELF; no fixedness there. All is fluctuating here below; all is uncertain as regards man. Certainty is with God; and the fixedness of God’s purposes is our grand, our only support.
Thus the doctrine of election received into the heart diffuses a sacred blessedness over the whole truth of God, for it gives stability to it. It is not a dry doctrine which men may toss about from hand to hand like a tennis ball; it is not an article of a creed written down in church articles, or a theory to be argued by divines. Nor is it a mere loose, floating idea gathered from a few dim and doubtful passages of God’s Word. It is no meteor light dancing over morasses and swamps. It is a steady light set by the hand of God in the Scriptures, as He set of old lights in the skies of the heavens to give light upon the earth. It therefore diffuses its rays over the whole of God’s truth.
For it is “in Christ” His people were chosen, and therefore election being in Christ, it is reflected with all the beams of the Sun of righteousness upon every gospel truth. There is not a single gospel truth, or a single spiritual blessing, which does not derive its blessedness from its connection with the Person and work of the Son of God; and what is true of all, is true of this, that the blessedness of election is because it is “in Christ.”
But some may say, “These things are hard to believe.” They are very hard to believe, for our unbelieving heart finds it very hard to believe anything that is for our good. We can believe Satan’s lies with great readiness; we can give an open, willing ear to anything which our evil heart suggests. But to believe God’s truths so as to enter into their beauty and blessedness, to feel their quickening power, and live under their cheering, invigorating influence, this is another matter.
But where is the life of our religion when these things are taken away from it? Take, if you could take—God be praised it is beyond the reach of human hand!—but take away that solemn fact, that God has blessed the Church with all spiritual blessings in heavenly places in Christ Jesus, where would there be room for any blessing to rest upon our soul? Why, any sweet promise that comes rolling into your breast, any lifting up of the light of God’s countenance in seasons of darkness and adversity, any liberty in prayer, any looking up and receiving out of Christ’s fullness; all hang upon this grand point, the blessings with which God has already blessed us in Christ Jesus. So that all we have to do—and it is a great thing to do—God alone can enable us to do it—is to receive what God has been pleased so mercifully to give; and as He has blessed us with all spiritual blessings in heavenly places in Christ Jesus, to feel their power, to enjoy their sweetness, and to know for ourselves by the sealing of the Spirit that He has blessed us, even us, and that with life for evermore.
To the reader…
When you find it hard to believe that God will bless you, look honestly at your own heart. It so eagerly takes in the enemy’s lies, and keeps the truth of God so stubbornly at a distance. You are not alone in this; our unbelieving heart always finds it hard to believe anything that is for our good. But do not look at the unsteadiness in yourself, for all is uncertain here below. Certainty is with God.
Every blessing a poor soul receives lies “in Christ.” There is the steady light that does not drift away like a will-o’-the-wisp over the marshes. Every sweet promise that came into your heart, every liberty in prayer, every looking up to His fullness, rests on that one foundation. Pray, then, for the sealing of the Spirit, so that you may know for yourself that He has blessed you too, yes, even you, and that for evermore.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Bendito el Dios y Padre del Señor nuestro Jesucristo, el cual nos bendijo con toda bendición espiritual en lugares celestiales en Cristo.
Efesios 1:3
Si usted es bendecido con toda bendición espiritual, es solo “en Cristo” que lo es. Si fue escogido antes de la fundación del mundo, fue solo “en Cristo” que fue escogido. Él es nuestra Cabeza del pacto. Lo que somos, lo somos solo en Él. No hay nada en el YO; no hay firmeza allí. Todo es fluctuante aquí abajo; todo es incierto en lo que toca al hombre. La certeza está en Dios; y la firmeza de los propósitos de Dios es nuestro gran, nuestro único sostén.
Así, la doctrina de la elección, recibida en el corazón, difunde una sagrada bienaventuranza sobre toda la verdad de Dios, porque le da estabilidad. No es una doctrina seca que los hombres puedan lanzarse de mano en mano como una pelota de tenis; no es un artículo de un credo escrito en los artículos de una iglesia, ni una teoría para que la discutan los teólogos. Ni es una idea suelta y flotante sacada de unos pocos pasajes oscuros y dudosos de la Palabra de Dios. No es un fuego fatuo que danza sobre ciénagas y pantanos. Es una luz firme puesta por la mano de Dios en las Escrituras, así como antiguamente puso lumbreras en la expansión de los cielos para alumbrar sobre la tierra. Por eso difunde sus rayos sobre toda la verdad de Dios.
Porque fue “en Cristo” que Su pueblo fue escogido, y por tanto, estando la elección en Cristo, se refleja con todos los rayos del Sol de justicia sobre cada verdad del evangelio. No hay una sola verdad del evangelio, ni una sola bendición espiritual, que no derive su bienaventuranza de su relación con la Persona y la obra del Hijo de Dios; y lo que es verdad de todas, es verdad de esta: que la bienaventuranza de la elección se debe a que es “en Cristo”.
Pero algunos dirán: “Estas cosas son difíciles de creer”. Son muy difíciles de creer, porque a nuestro corazón incrédulo le resulta muy difícil creer cualquier cosa que sea para nuestro bien. Podemos creer las mentiras de Satanás con gran prontitud; podemos prestar oído abierto y dispuesto a cualquier cosa que nos sugiera nuestro mal corazón. Pero creer las verdades de Dios de modo que entremos en su belleza y bienaventuranza, sintamos su poder vivificante y vivamos bajo su influencia alentadora y vigorizante, esto es otra cosa.
Pero ¿dónde está la vida de nuestra religión cuando se le quitan estas cosas? Quite usted, si pudiera quitarlo —¡alabado sea Dios, está fuera del alcance de la mano humana!—, pero quite aquel hecho solemne de que Dios ha bendecido a la Iglesia con toda bendición espiritual en lugares celestiales en Cristo Jesús, ¿dónde habría lugar para que alguna bendición reposara sobre nuestra alma? Pues toda dulce promesa que entra rodando en su pecho, todo alzamiento de la luz del rostro de Dios en tiempos de tinieblas y adversidad, toda libertad en la oración, todo mirar hacia arriba y recibir de la plenitud de Cristo, todo depende de este gran punto: las bendiciones con que Dios ya nos ha bendecido en Cristo Jesús. De modo que todo lo que tenemos que hacer —y es gran cosa hacerlo; solo Dios puede capacitarnos para ello— es recibir lo que a Dios le ha placido dar tan misericordiosamente; y, ya que nos ha bendecido con toda bendición espiritual en lugares celestiales en Cristo Jesús, sentir su poder, gozar de su dulzura y saber por nosotros mismos, mediante el sello del Espíritu, que Él nos ha bendecido, sí, a nosotros, y eso con vida para siempre.
Al lector…
Cuando le cuesta creer que Dios quiera bendecirle, mire con sinceridad su propio corazón. Con qué avidez acoge las mentiras del enemigo, y con qué obstinación mantiene a distancia la verdad de Dios. No está usted solo en esto; a nuestro corazón incrédulo siempre le cuesta creer lo que es para nuestro bien. Pero no mire la inestabilidad que hay en usted, porque todo es incierto aquí abajo. La certeza está en Dios.
Toda bendición que recibe un alma pobre está “en Cristo”. Allí está la luz firme que no se desvía como un fuego fatuo sobre las ciénagas. Toda dulce promesa que entró en su corazón, toda libertad en la oración, todo mirar hacia arriba a Su plenitud, descansa sobre ese único fundamento. Pida, pues, el sello del Espíritu, para que sepa por sí mismo que Él le ha bendecido también a usted, sí, a usted, y eso para siempre.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl