13 de mayo
En Ik verordineer u het Koninkrijk, gelijkerwijs Mijn Vader dat Mij verordineerd heeft.
Lukas 22:29
Voor wie is dit Koninkrijk verordineerd? Voor de vermetele, de hoogmoedige, de schijnheilige en de eigengerechtige? Neen, voor dezen niet. „Ik verordineer u.” U, die steeds met Mij geweest zijt in Mijn verdrukking; u, die verzocht en verdrukt wordt; u, die wandelt in het pad van zware beproeving; u, die de voetstappen drukt van een lijdende Jezus; u, die de smartelijke oefening der verzoeking kent, en toch daarin zijt versterkt geworden met kracht in uw ziel om zelfs tot den bloede toe te kunnen tegenstaan, strijdende tegen de zonde, zodat gij daardoor niet wordt weggevoerd, noch erdoor overwonnen zijt geworden.
Welk Koninkrijk is het? Het is hetzelfde Koninkrijk dat de Vader aan Jezus gegeven heeft. „Ik verordineer u het Koninkrijk, gelijk Mijn Vader dat Mij verordineerd heeft.” Nu, wat is het Koninkrijk dat God de Vader Zijn beminde Zoon verordineerd heeft? Is het te zitten op een troon gelijk een aards monarch? Een kroon te dragen en een scepter te zwaaien? „Mijn Koninkrijk,” zei de Heere Jezus, „is niet van deze wereld” (Joh. 18:36).
Het Koninkrijk van de Heere des levens en der heerlijkheid diende om een eind te maken aan de heerschappij der zonde, om de dood te vernietigen en teniet te doen degene die het geweld des doods had, dat is de duivel. Het dient om geestelijke heerschappij te voeren in de harten Zijner uitverkorenen; om te zijn een Koning en Heere in Sion en te heersen over de gewillige genegenheden van Zijn onderdanen. Het is een Koninkrijk der rechtvaardigheid en vrede en blijdschap in de Heilige Geest; een Koninkrijk der genade, door de gezegende Geest opgericht in het hart; een geestelijk Koninkrijk, hetwelk niemand kan zien of er ingaan dan degenen die uit de Geest geboren zijn. Het Koninkrijk is een geestelijk Koninkrijk en bevat een volk dat Hem zien zal gelijk Hij is; een volk dat Hem verheerlijkt, Hem bemint en liefheeft.
Een koninkrijk kan niet hetzelfde zijn voor de souverein en de onderdaan wanneer het een aards en tijdelijk karakter heeft. Als een aards koning zijn koninkrijk zou gaan toedelen aan zijn onderdanen, dan zou het ophouden een koninkrijk te zijn en zou het een republiek worden. Maar zo is het niet met een geestelijk Koninkrijk. Jezus vermindert Zijn genade niet door de mededeling van Zijn genade aan Zijn onderdanen, noch vermindert Hij Zijn blijdschap door de blijdschap in hun harten te schenken; noch ook wordt Zijn heerlijkheid bezoedeld door de mededeling daarvan aan Zijn volk. De zon heeft noch licht, noch warmte verloren door het uitzenden van de talloze miljoenen stralen sinds zij geschapen werd. Zo verliest ook de Zon der gerechtigheid niets van de volheid die in Hem is, door de mededeling van Zijn genade en heerlijkheid. In Hem woont al de volheid der Godheid lichamelijk; Hij is onuitputtelijk.
Nu, dit Koninkrijk, hetwelk Hij verordineert aan Zijn beproefde en aangevochten discipelen, is het Koninkrijk der genade in het hart; het Koninkrijk van God in de ziel, de tegenwoordigheid van Jezus in het hart en de openbaring van dat Koninkrijk waarvan in Daniël 2:44 gesproken wordt, dat het zich verheffen zal op de bouwvallen van alle andere koninkrijken, nadat het deze heeft vermaald en tenietgedaan.
Aan de lezer…
Voor wie is dit Koninkrijk? Niet voor de hoogmoedige en eigengerechtige, maar voor u, beproefde en aangevochten ziel, die de voetstappen van een lijdende Jezus drukt. Lieve lezer, als u in de strijd tegen de zonde staat en u zo zwak voelt, hoor dan wat de Heere zegt: „Ik verordineer u het Koninkrijk, gelijkerwijs Mijn Vader dat Mij verordineerd heeft.” Het is geen aardse troon met kroon en scepter, maar het Koninkrijk der genade in het hart: rechtvaardigheid en vrede en blijdschap in de Heilige Geest.
En vrees niet dat er voor u te weinig overblijft. De zon heeft niets verloren door haar talloze stralen uit te zenden; zo verliest ook de Zon der gerechtigheid niets van Zijn volheid wanneer Hij genade en heerlijkheid aan Zijn volk meedeelt. In Hem woont al de volheid der Godheid lichamelijk. Komt dan met uw armoede tot Hem; Hij is onuitputtelijk, en Zijn Koninkrijk zal blijven wanneer alle andere vergaan zijn.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
En Ik verordineer u het Koninkrijk, gelijkerwijs Mijn Vader dat Mij verordineerd heeft.
Lukas 22:29
Voor wie is dit Koninkrijk verordineerd? Voor de vermetele, de hoogmoedige, de schijnheilige en de eigengerechtige? Nee, niet voor hen. „Ik verordineer u.” U, die steeds met Mij geweest bent in Mijn verdrukking; u, die verzocht en verdrukt wordt; u, die het pad van zware beproeving gaat; u, die de voetstappen drukt van een lijdende Jezus; u, die de smartelijke oefening van de verzoeking kent, en daarin toch met kracht in uw ziel versterkt bent om zelfs tot den bloede toe te kunnen tegenstaan, strijdend tegen de zonde, zodat u er niet door wordt meegesleept en er ook niet door overwonnen bent.
Welk Koninkrijk is het? Het is hetzelfde Koninkrijk dat de Vader aan Jezus gegeven heeft. „Ik verordineer u het Koninkrijk, gelijk Mijn Vader dat Mij verordineerd heeft.” Wat is nu het Koninkrijk dat God de Vader voor Zijn geliefde Zoon verordineerd heeft? Is het op een troon zitten zoals een aards vorst? Een kroon dragen en een scepter zwaaien? „Mijn Koninkrijk,” zei de Heere Jezus, „is niet van deze wereld” (Joh. 18:36).
Het Koninkrijk van de Heere van het leven en van de heerlijkheid diende om een eind te maken aan de heerschappij van de zonde, om de dood te vernietigen en teniet te doen degene die het geweld des doods had, dat is de duivel. Het dient om geestelijke heerschappij te voeren in de harten van Zijn uitverkorenen, om Koning en Heere te zijn in Sion en te heersen over de gewillige genegenheden van Zijn onderdanen. Het is een Koninkrijk van rechtvaardigheid en vrede en blijdschap in de Heilige Geest; een Koninkrijk van genade, door de gezegende Geest in het hart opgericht; een geestelijk Koninkrijk, dat niemand kan zien of binnengaan dan zij die uit de Geest geboren zijn. Het Koninkrijk is een geestelijk Koninkrijk en omvat een volk dat Hem zien zal zoals Hij is, een volk dat Hem verheerlijkt, Hem bemint en liefheeft.
Een koninkrijk kan niet hetzelfde zijn voor de vorst en de onderdaan, wanneer het een aards en tijdelijk karakter heeft. Als een aardse koning zijn koninkrijk onder zijn onderdanen zou gaan verdelen, zou het ophouden een koninkrijk te zijn en zou het een republiek worden. Maar zo is het niet met een geestelijk Koninkrijk. Jezus vermindert Zijn genade niet door die aan Zijn onderdanen mee te delen. Hij vermindert ook Zijn blijdschap niet door blijdschap in hun harten te schenken, en ook Zijn heerlijkheid wordt niet bezoedeld doordat Hij die aan Zijn volk meedeelt. De zon heeft noch licht, noch warmte verloren door het uitzenden van talloze miljoenen stralen sinds zij geschapen werd. Zo verliest ook de Zon der gerechtigheid niets van de volheid die in Hem is, door Zijn genade en heerlijkheid mee te delen. In Hem woont al de volheid der Godheid lichamelijk; Hij is onuitputtelijk.
Dit Koninkrijk nu, dat Hij aan Zijn beproefde en aangevochten discipelen verordineert, is het Koninkrijk van de genade in het hart: het Koninkrijk van God in de ziel, de tegenwoordigheid van Jezus in het hart en de openbaring van dat Koninkrijk waarover in Daniël 2:44 gesproken wordt. Het zal zich verheffen op de puinhopen van alle andere koninkrijken, nadat het die heeft vermaald en tenietgedaan.
Aan de lezer…
Voor wie is dit Koninkrijk? Niet voor de hoogmoedige en eigengerechtige, maar voor u, beproefde en aangevochten ziel, die de voetstappen van een lijdende Jezus drukt. Als u in de strijd tegen de zonde staat en u zo zwak voelt, hoor dan wat de Heere zegt: „Ik verordineer u het Koninkrijk, gelijkerwijs Mijn Vader dat Mij verordineerd heeft.” Het is geen aardse troon met kroon en scepter, maar het Koninkrijk van de genade in het hart: rechtvaardigheid en vrede en blijdschap in de Heilige Geest.
En wees niet bang dat er voor u te weinig overblijft. De zon heeft niets verloren door haar talloze stralen uit te zenden. Zo verliest ook de Zon der gerechtigheid niets van Zijn volheid wanneer Hij genade en heerlijkheid aan Zijn volk meedeelt. In Hem woont al de volheid der Godheid lichamelijk. Kom dan met uw armoede tot Hem. Hij is onuitputtelijk, en Zijn Koninkrijk zal blijven wanneer alle andere vergaan zijn.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
And I appoint unto you a kingdom, as My Father hath appointed unto Me.
Luke 22:29
For whom is this kingdom appointed? For the presumptuous, the proud, the hypocritical, and the self-righteous? No; not for these. “I appoint unto you,” you that “have continued with Me in My temptations;” you that are tempted and exercised; you that walk in the paths of tribulation; you that follow in the print of the footsteps of a suffering Jesus; you that know the painful exercises of temptation, and yet are strengthened with strength in your inner man, to “resist even unto blood, striving against sin,” so as not to be carried away or overwhelmed by it. What kingdom is this? It is the same kingdom that the Father has given to Jesus. “I appoint unto you a kingdom, just as My Father has appointed unto Me.”
Now what is the kingdom which God the Father appointed unto His dear Son? Is it to sit upon a throne like an earthly monarch? To wear a diadem, and carry a scepter? “My kingdom,” said Jesus, “is not of this world” (John 18:36). The kingdom of the Lord of life and glory was to make an end of sin, to abolish death, and “destroy him that had the power of death, that is, the devil;” to reign spiritually in the hearts of His chosen; to be King and Lord in Zion, and to rule over the willing affections of His subjects; a kingdom of righteousness, and peace, and joy in the Holy Spirit; a kingdom of grace set up by the blessed Spirit in the heart; a spiritual kingdom which none can see or enter into but those who are born of the Spirit.
His kingdom is a spiritual kingdom, and consists in having a people to see Him as He is, a people to glorify Him, a people to love Him, and a people for Him to love. A kingdom cannot be the same to sovereign and subject, when it is of an earthly and temporal nature. Were the earthly monarch to impart his kingdom to his subjects, it would cease to be a kingdom, and become a republic. But not so with a spiritual kingdom. Jesus does not diminish His own grace by imparting it to His people, nor lessen His own joy by shedding it abroad in their hearts, nor sully His own glory by communicating of it to them.
The sun has lost no light nor warmth by the countless millions of rays that have issued from it since it was first created. Nor does the glorious Sun of righteousness lose the fullness that is in Him by communicating of His grace and glory. In Him dwells all the fullness of the Godhead bodily, unexhausted and inexhaustible. Then this kingdom which He appoints to His tried and tempted disciples is the kingdom of grace in the heart; the kingdom of God in the soul; the presence of Jesus within; the manifestation of that kingdom which is spoken of in Daniel 2:44, as set up on the ruins of all the other kingdoms, when it has broken them in pieces.
To the reader…
For whom is this kingdom? Not for the proud and self-righteous, but for you, tried and tempted soul, who walk in the footsteps of a suffering Jesus. If you stand in the battle against sin and feel so weak, then hear what the Lord says: “I appoint unto you a kingdom, as My Father hath appointed unto Me.” It is no earthly throne with crown and sceptre, but the kingdom of grace in the heart: righteousness, and peace, and joy in the Holy Ghost.
And do not be afraid that too little will be left for you. The sun has lost nothing by sending out its countless rays. So neither does the Sun of righteousness lose anything of His fullness when He imparts grace and glory to His people. In Him dwells all the fullness of the Godhead bodily. Come to Him, then, with your poverty. He is inexhaustible, and His kingdom will stand when all others have passed away.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Yo pues os ordeno un reino, como Mi Padre Me lo ordenó a Mí.
Lucas 22:29
¿Para quién está ordenado este reino? ¿Para los presuntuosos, los soberbios, los hipócritas y los justos en su propia opinión? No; no para estos. “Yo os ordeno”, a vosotros que “habéis permanecido conMigo en Mis tentaciones”; a vosotros que sois tentados y ejercitados; a vosotros que andáis por las sendas de la tribulación; a vosotros que seguís las huellas de un Jesús sufriente; a vosotros que conocéis los dolorosos ejercicios de la tentación, y sin embargo sois fortalecidos con fuerza en el hombre interior para “resistir hasta la sangre, combatiendo contra el pecado”, de modo que no seáis arrastrados ni abrumados por él. ¿Qué reino es este? Es el mismo reino que el Padre ha dado a Jesús. “Yo os ordeno un reino, como Mi Padre Me lo ordenó a Mí.”
Ahora bien, ¿cuál es el reino que Dios Padre ordenó a Su amado Hijo? ¿Es sentarse en un trono como un monarca terrenal? ¿Llevar una diadema y empuñar un cetro? “Mi reino”, dijo Jesús, “no es de este mundo” (Juan 18:36). El reino del Señor de la vida y de la gloria consistía en acabar con el pecado, abolir la muerte y “destruir al que tenía el imperio de la muerte, es a saber, al diablo”; en reinar espiritualmente en el corazón de Sus escogidos; en ser Rey y Señor en Sion y gobernar sobre los afectos voluntarios de Sus súbditos: un reino de justicia, y paz, y gozo por el Espíritu Santo; un reino de gracia establecido por el bendito Espíritu en el corazón; un reino espiritual que nadie puede ver ni en el que nadie puede entrar sino los nacidos del Espíritu.
Su reino es un reino espiritual, y consiste en tener un pueblo que Le vea como Él es, un pueblo que Le glorifique, un pueblo que Le ame y un pueblo a quien Él ame. Un reino no puede ser lo mismo para el soberano y para el súbdito cuando es de naturaleza terrenal y temporal. Si el monarca terrenal repartiera su reino entre sus súbditos, dejaría de ser un reino y se convertiría en una república. Pero no es así con un reino espiritual. Jesús no disminuye Su propia gracia al impartirla a Su pueblo, ni mengua Su propio gozo al derramarlo en el corazón de ellos, ni empaña Su propia gloria al comunicársela.
El sol no ha perdido luz ni calor por los innumerables millones de rayos que han salido de él desde que fue creado. Tampoco el glorioso Sol de justicia pierde la plenitud que hay en Él al comunicar Su gracia y Su gloria. En Él habita toda la plenitud de la Divinidad corporalmente, sin agotarse e inagotable. Así pues, este reino que Él ordena a Sus discípulos probados y tentados es el reino de la gracia en el corazón; el reino de Dios en el alma; la presencia de Jesús dentro; la manifestación de aquel reino del que se habla en Daniel 2:44, levantado sobre las ruinas de todos los demás reinos, después de haberlos desmenuzado.
Al lector…
¿Para quién es este reino? No para los soberbios y justos en su propia opinión, sino para usted, alma probada y tentada, que anda en las huellas de un Jesús sufriente. Si está usted en la lucha contra el pecado y se siente tan débil, oiga entonces lo que dice el Señor: “Yo pues os ordeno un reino, como Mi Padre Me lo ordenó a Mí.” No es un trono terrenal con corona y cetro, sino el reino de la gracia en el corazón: justicia, y paz, y gozo por el Espíritu Santo.
Y no tema que quede demasiado poco para usted. El sol no ha perdido nada por enviar sus innumerables rayos. Así tampoco el Sol de justicia pierde nada de Su plenitud cuando imparte gracia y gloria a Su pueblo. En Él habita toda la plenitud de la Divinidad corporalmente. Venga, pues, a Él con su pobreza. Él es inagotable, y Su reino permanecerá cuando todos los demás hayan pasado.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl