Genees mij, Heere! zo zal ik genezen worden; behoud mij, zo zal ik behouden worden, want Gij zijt mijn lof.
Jeremia 17:14
Kunnen we enige hoop koesteren dat God bezig is het genadewerk in onze ziel te verrichten? Hebben we iets dat God voor ons heeft gedaan, of bezig is te doen? Laten we het beschouwen en vergelijken met dit gedeelte uit Gods Woord. Kunnen we in ons hart dit gebed vinden: „Genees mij, Heere! zo zal ik genezen worden; behoud mij, zo zal ik behouden worden”? Heeft de Heere ons iets laten zien of beseffen van die verontrustende kwaal die de zonde is? Hebben we opgemerkt welke ellende we over onszelf hebben afgeroepen? Hebben we ook de verlossing gezien die in de Heere Jezus Christus is, en hoe geschikt deze is voor de toestand van onze ziel? En smeken we Hem: „Genees mij, Heere! zo zal ik genezen worden”?
Gij hoeft slechts het woord te spreken. Ik kan er erg slecht aan toe zijn; mijn kwalen erg verontrustend, het kwaad in mijn hart zeer sterk, mijn terugvallen talloos, mijn ziel erg ver van U. Maar, Heere, Gij bezit alle macht; Gij hoeft slechts het woord te spreken! „Genees mij, Heere! zo zal ik genezen worden.” Niets anders ontbreekt; ik kan de Moorman niet wit wassen, ik kan de vos zijn streken niet doen verliezen, maar Gij kunt dit alles wel. Genees mij dan met Uw kostbare waarheid en genade, en laat iets van Uw vergevende liefde en barmhartigheid tot mij komen. „Genees mij, Heere! zo zal ik genezen worden; behoud mij, zo zal ik behouden worden.” Ik wil geen ander geneesmiddel dan Uw kostbare bloed dat aan mijn geweten wordt toegepast; geen andere liefde dan Uw gezegende liefde uitgestort krijgen in mijn hart.
Als dit de oefeningen, verlangens en gevoelens van onze ziel zijn, brengen ze ons tot de genadetroon, scheiden ze ons af van de wereld, oefenen ze onze geest tot godvruchtigheid, halen ze schijnheiligheid, bedrog, leugens en valsheid weg en maken ze ons hart ernstig en oprecht tegenover de God van alle waarheid.
Lezen: Lukas 7:1-10
Aan de lezer…
Zoekt u, lezer, naar een teken dat God het genadewerk in uw ziel begonnen is? Zie dan niet eerst naar wat u bent of doet, maar of dit gebed in uw hart leeft: „Genees mij, Heere! zo zal ik genezen worden.” Hebt u de verontrustende kwaal van de zonde leren kennen, de ellende die u over uzelf hebt afgeroepen, uw talloze terugvallen? U kunt de Moorman niet wit wassen, maar Hij kan dit alles wel.
Hij hoeft slechts het woord te spreken. Er is geen ander geneesmiddel dan Zijn kostbare bloed, aan het geweten toegepast, en geen andere liefde dan Zijn liefde in het hart uitgestort. Breng uw kwaal dan zoals ze is tot de genadetroon. Een ziel die zo leert roepen, wordt van de wereld afgescheiden en oprecht gemaakt voor de God van alle waarheid. Hij is uw lof, en Hij behoudt wie Hem zo smeken.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Genees mij, Heere! zo zal ik genezen worden; behoud mij, zo zal ik behouden worden, want Gij zijt mijn lof.
Jeremia 17:14
Kunnen we enige hoop koesteren dat God bezig is het genadewerk in onze ziel te verrichten? Is er iets wat God voor ons heeft gedaan, of wat Hij nu doet? Laten we dat bekijken en vergelijken met dit gedeelte uit Gods Woord. Kunnen we in ons hart dit gebed vinden: „Genees mij, Heere! zo zal ik genezen worden; behoud mij, zo zal ik behouden worden”? Heeft de Heere ons iets laten zien of beseffen van die verontrustende kwaal die de zonde is? Hebben we gemerkt welke ellende we over onszelf hebben afgeroepen? Hebben we ook de verlossing gezien die in de Heere Jezus Christus is, en hoe goed die past bij de toestand van onze ziel? En smeken we Hem: „Genees mij, Heere! zo zal ik genezen worden”?
U hoeft alleen maar het woord te spreken. Het kan er erg slecht met mij voor staan: mijn kwalen zijn misschien erg verontrustend, het kwaad in mijn hart zeer sterk, mijn terugvallen talloos en mijn ziel ver van U. Maar, Heere, U bezit alle macht; U hoeft alleen maar het woord te spreken! „Genees mij, Heere! zo zal ik genezen worden.” Er ontbreekt niets anders. Ik kan de Moorman niet wit wassen en ik kan de vos zijn streken niet laten verliezen, maar U kunt dit alles wel. Genees mij dan met Uw kostbare waarheid en genade, en laat iets van Uw vergevende liefde en barmhartigheid tot mij komen. „Genees mij, Heere! zo zal ik genezen worden; behoud mij, zo zal ik behouden worden.” Ik wil geen ander geneesmiddel dan Uw kostbare bloed, toegepast aan mijn geweten, en geen andere liefde dan Uw gezegende liefde, uitgestort in mijn hart.
Als dit de oefeningen, verlangens en gevoelens van onze ziel zijn, dan brengen ze ons tot de genadetroon en scheiden ze ons af van de wereld. Ze oefenen onze geest tot godvruchtigheid, nemen schijnheiligheid, bedrog, leugens en valsheid weg, en maken ons hart ernstig en oprecht tegenover de God van alle waarheid.
Lezen: Lukas 7:1-10
Aan de lezer…
Zoekt u, lezer, naar een teken dat God het genadewerk in uw ziel begonnen is? Kijk dan niet eerst naar wat u bent of doet, maar of dit gebed in uw hart leeft: „Genees mij, Heere! zo zal ik genezen worden.” Hebt u de verontrustende kwaal van de zonde leren kennen, de ellende die u over uzelf hebt afgeroepen en uw talloze terugvallen? U kunt de Moorman niet wit wassen, maar Hij kan dit alles wel.
Hij hoeft alleen maar het woord te spreken. Er is geen ander geneesmiddel dan Zijn kostbare bloed, toegepast aan het geweten, en geen andere liefde dan Zijn liefde, uitgestort in het hart. Breng uw kwaal dan zoals ze is naar de genadetroon. Een ziel die zo leert roepen, wordt van de wereld afgescheiden en oprecht gemaakt voor de God van alle waarheid. Hij is uw lof, en Hij behoudt wie Hem zo smeken.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Heal me, O LORD, and I shall be healed; save me, and I shall be saved: for Thou art my praise.
Jeremiah 17:14
Can we entertain any hope that God is carrying on the work of grace in our soul? Is there anything that God has done for us, or that He is doing now? Let us look at it and compare it with this portion of God’s Word. Can we find in our heart this prayer: “Heal me, O LORD, and I shall be healed; save me, and I shall be saved”? Has the Lord shown us or made us feel something of that alarming malady which is sin? Have we felt what misery we have brought upon ourselves? Have we also seen the salvation that is in the Lord Jesus Christ, and how well it suits the condition of our soul? And do we beg of Him, “Heal me, O LORD, and I shall be healed”?
Thou needest only to speak the word. It may be very bad with me: my maladies may be very alarming, the evil of my heart very strong, my backslidings innumerable and my soul far from Thee. But, Lord, Thou hast all power; Thou needest only to speak the word! “Heal me, O LORD, and I shall be healed.” Nothing else is wanting. I cannot wash the Ethiopian white, nor make the leopard lose his spots, but Thou canst do all this.
Heal me, then, with Thy precious truth and grace, and let something of Thy pardoning love and mercy come to me. “Heal me, O LORD, and I shall be healed; save me, and I shall be saved.” I want no other remedy than Thy precious blood, applied to my conscience, and no other love than Thy blessed love, shed abroad in my heart.
If these are the exercises, desires and feelings of our soul, they bring us to the throne of grace and separate us from the world. They exercise our spirit unto godliness, take away hypocrisy, deceit, lies and falsehood, and make our heart earnest and sincere before the God of all truth.
Reading: Luke 7:1-10
To the reader…
Are you, reader, looking for a token that God has begun the work of grace in your soul? Then do not look first at what you are or do, but whether this prayer lives in your heart: “Heal me, O LORD, and I shall be healed.” Have you learned to know the alarming malady of sin, the misery you have brought upon yourself and your countless backslidings? You cannot wash the Ethiopian white, but He can do all this.
He needs only to speak the word. There is no other remedy than His precious blood, applied to the conscience, and no other love than His love, shed abroad in the heart. So bring your malady just as it is to the throne of grace. A soul that learns to cry like this is separated from the world and made sincere before the God of all truth. He is your praise, and He saves those who beg of Him in this way.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Sáname, oh Jehová, y seré sano; sálvame, y seré salvo: porque Tú eres mi alabanza.
Jeremías 17:14
¿Podemos abrigar alguna esperanza de que Dios está llevando adelante la obra de la gracia en nuestra alma? ¿Hay algo que Dios haya hecho por nosotros, o que esté haciendo ahora? Mirémoslo y comparémoslo con esta porción de la Palabra de Dios. ¿Podemos hallar en nuestro corazón esta oración: “Sáname, oh Jehová, y seré sano; sálvame, y seré salvo”? ¿Nos ha mostrado el Señor o nos ha hecho sentir algo de esa alarmante enfermedad que es el pecado? ¿Hemos sentido qué miseria hemos traído sobre nosotros mismos? ¿Hemos visto también la salvación que hay en el Señor Jesucristo, y cuán bien conviene a la condición de nuestra alma? ¿Y le suplicamos: “Sáname, oh Jehová, y seré sano”?
Tú solo necesitas decir la palabra. Puede que esté muy mal conmigo: mis enfermedades pueden ser muy alarmantes, el mal de mi corazón muy fuerte, mis rebeliones innumerables y mi alma lejos de Ti. Pero, Señor, Tú tienes todo poder; ¡Tú solo necesitas decir la palabra! “Sáname, oh Jehová, y seré sano”. No falta ninguna otra cosa. Yo no puedo emblanquecer al etíope, ni hacer que el leopardo pierda sus manchas, pero Tú puedes hacer todo esto.
Sáname, pues, con Tu preciosa verdad y gracia, y deja que algo de Tu amor perdonador y de Tu misericordia venga a mí. “Sáname, oh Jehová, y seré sano; sálvame, y seré salvo”. No quiero otro remedio que Tu preciosa sangre, aplicada a mi conciencia, ni otro amor que Tu bendito amor, derramado en mi corazón.
Si estos son los ejercicios, deseos y sentimientos de nuestra alma, nos traen al trono de la gracia y nos separan del mundo. Ejercitan nuestro espíritu para la piedad, quitan la hipocresía, el engaño, las mentiras y la falsedad, y hacen nuestro corazón sincero y verdadero ante el Dios de toda verdad.
Lectura: Lucas 7:1-10
Al lector…
¿Busca usted, lector, una señal de que Dios ha comenzado la obra de la gracia en su alma? Entonces no mire primero lo que usted es o hace, sino si esta oración vive en su corazón: “Sáname, oh Jehová, y seré sano”. ¿Ha aprendido a conocer la alarmante enfermedad del pecado, la miseria que ha traído sobre sí mismo y sus innumerables rebeliones? Usted no puede emblanquecer al etíope, pero Él puede hacer todo esto.
Él solo necesita decir la palabra. No hay otro remedio que Su preciosa sangre, aplicada a la conciencia, ni otro amor que Su amor, derramado en el corazón. Lleve, pues, su enfermedad tal como es al trono de la gracia. Un alma que aprende a clamar así es separada del mundo y hecha sincera ante el Dios de toda verdad. Él es su alabanza, y salva a los que le suplican de esta manera.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl